Tuchtrecht

Dekking aansprakelijkheidsverzekering niet gecontroleerd

Twee registeraccountants in opleiding gaan niet na of de dekking van de verplichte BAV wel wordt aangepast als hun administratiekantoor een accountantskantoor wordt. Dat levert hun een tweede berisping op.

Accountantskamer

Zaaknummers:
23/902 en 23/903 Wtra AK
Datum uitspraak:
24 november 2023
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACKN:2023:55

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

SportLED verkoopt en verhuurt banners en LED-borden aan voetbalclubs. De dga van het bedrijf, Rob Been, koopt het bedrijfsonderdeel per 1 juli 2009 voor 2.659,09 euro met zijn andere bv: Digital Exposure Systems (DES). DES gaat in 2013 failliet. De curator vraagt twee registeraccountants om de overname en de verwerking daarvan in de financiële administratie te onderzoeken.

Eind 2014 leveren de accountants hun rapport aan de curator. Zij komen op een contractwaarde van 805.355 euro na aftrek van kosten en afschrijvingen. De curator stuurt het rapport begin 2015 naar Been. In de begeleidende brief schrijft hij dat de activa voor een (veel) te laag bedrag zijn overgedragen. De curator vernietigt de verkoop wegens benadeling van de schuldeisers en eist 805.355 euro van Been.

In de civiele procedure wordt Been op basis van het rapport van de accountants veroordeeld om 805.355 euro te betalen aan de boedel. De dga schakelt een contra-expert in van Grant Thornton. Die komt uit op een substantieel lagere schade en vindt de waarde van het contract zelfs negatief. In hoger beroep krijgt de dga op dit punt gelijk. Het Gerechtshof Amsterdam houdt de dga alleen aansprakelijk voor het wegsluizen van 94.964 euro aan terugontvangen btw.

Been dient een klacht tegen de accountants in bij de Accountantskamer. De tuchtrechter meent dat de twee geen benul hebben van onderzoek doen en legt een berisping op.

Verzekeraar AIG dekt de schade van de accountants niet, omdat de dekking beperkt is tot de werkzaamheden van een administratiekantoor. In 2013 werd één van de oprichters beëdigd als registeraccountant en werd het administratie- een accountantskantoor in een nieuw pand. Rabobank gaf als tussenpersoon wel het nieuwe postadres door, maar niet de nieuwe status van accountantskantoor. De bank draait daarom op voor de schade. Het ontbreken van de verzekering is één van de redenen voor Been om een tweede klacht tegen de accountants in te dienen.

Klacht

De accountants:

a. beschikten niet over de verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering;

b. hebben tijdens de mondelinge behandeling van de civiele zaak bij de Rechtbank Den Haag in strijd met de waarheid verklaard dat zij die wel hadden;

c. hebben naar het schijnt een opdrachtbevestiging voorzien van een valse datum.

Oordeel

Klachtonderdeel a is gegrond; de rest van de klacht is ongegrond.

Ad a Geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering

De twee accountants zijn in 2009 samen met een niet-accountant een administratiekantoor begonnen. De twee waren toen nog in opleiding tot registeraccountant. Bij de oprichting van de onderneming hebben zij met Rabobank gesproken over de financiering en een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. De bank heeft AIG als verzekeraar voorgesteld, omdat die de beroepsaansprakelijkheid kon verzekeren van zowel een administratiekantoor als van een accountantskantoor.

Als één van de oprichters zich in 2011 als eerste laat inschrijven als registeraccountant geeft de bank de naam- en adreswijziging van het kantoor door aan AIG. Dat het administratiekantoor een accountantskantoor is geworden, vergeet de bank erbij te vermelden, zodat AIG de polis niet aanpast.

Als de accountants in 2014 de opdracht van de curator uitvoeren, moeten zij zich houden aan de Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van aan assurance verwante opdrachten (NVAK-aas). De twee accountants zijn de dagelijks beleidsbepaler van het accountantskantoor en als zodanig verantwoordelijk voor een geschikte beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Als dagelijks beleidsbepaler hadden zij er volgens artikel 2 lid respectievelijk 3 lid 1 van de NVAK-aas op moeten toezien dat de verzekeringspolis ook na wijziging van de kantoorstatus voldoende dekking bood voor aansprakelijkheid.

Dat Rabobank een wanprestatie heeft geleverd door haar zorgplicht uit de overeenkomst met het kantoor niet correct na te komen, ontslaat de accountants niet van hun eigen verantwoordelijkheid. En dat de accountants mede in het belang van Been een civielrechtelijke procedure tegen de bank zijn begonnen, is hooguit de schade beperken die zij eerder hebben veroorzaakt met hun tekortschietende onderzoek.

Ad b Gelogen over verzekering?

De accountants hebben ontkend dat zij de rechtbank in de civiele procedure hebben voorgelogen over het hebben van een BAV. De Accountantskamer vindt de aantijging en het verweer “een welles-nietesverhaal” dat in het voordeel van de accountants moet worden beslist, omdat een klager nu eenmaal zijn klacht aannemelijk moet maken.

Ad c Opdrachtbevestiging niet vervalst

De curator heeft op 16 juni 2020 aan de klagers gemaild dat:

  • er voor zover hij kan nagaan in 2014 de opdracht is verstrekt om de administratie van DES te onderzoeken;
  • hij in 2018 een schriftelijke opdrachtbevestiging van het accountantskantoor ontving, die gedateerd was in 2014;
  • hij die opdrachtbevestiging niet in 2014 had ontvangen;
  • hij dit althans niet heeft kunnen vaststellen op basis van het dossier;
  • de partijen op verzoek van het accountantskantoor de in 2014 gemaakte afspraken vervolgens zoveel mogelijk hebben gereconstrueerd;
  • deze afspraken daarna in augustus 2018 via een e-mail van het accountantskantoor zijn vastgelegd;
  • deze weergave de curator juist voorkwam.

De accountants ontkennen dat de opdrachtbevestiging uit 2018 een vervalsing is of dat er sprake is van antedatering. De Accountantskamer heeft op de zitting vastgesteld dat:

  • de opdrachtbevestiging, die de accountants naar eigen zeggen rond 28 augustus 2014 daadwerkelijk aan de curator hebben verzonden, als bijlage bij het verweerschrift tegen de eerste klacht was gevoegd;
  • de accountants deze schriftelijke opdrachtbevestiging opnieuw hebben opgestuurd toen de curator in 2018 te kennen gaf dat hij de opdrachtbevestiging niet had;
  • de curator vond dat de opdrachtbevestiging de lading van de uitgevoerde opdracht niet volledig dekte;
  • de curator en de accountants per e-mail hebben afgesproken de opdracht te reconstrueren;
  • de klagers noch de Accountantskamer over die e-mails beschikken;
  • de rechtbank wel kennis heeft genomen van de e-mailcorrespondentie, op basis van geheimhouding (artikel 22 lid 2 Rv);
  • de rechtbank in het vonnis van 9 februari 2022 heeft geoordeeld dat er geen relevante verschillen zijn tussen de opdrachtbevestiging van 28 augustus 2014 en de per e-mail ‘gereconstrueerde’ opdrachtbevestiging;
  • de accountants volgens rechtsoverweging 4.6 en 4.7 een rapport van feitelijke bevindingen moesten opstellen van een onderzoek in de administratie van DES, met bijzondere aandacht voor de overname, voor de afschrijvingen op de Demo Banner en de (te verwachten) kasstroom met betrekking tot de huurcontracten; het is géén opdracht tot waardering van de huurcontracten;
  • de rechtbank de inhoud van de opdrachtbevestiging dan ook voor correct houdt.

Been heeft op de zitting expliciet verklaard dat hij zich baseert op een vermoeden dat hij niet kan bewijzen. De Accountantskamer vindt een vermoeden onvoldoende onderbouwing van een tuchtrechtelijk verwijt.

Maatregel

Berisping. Het is van groot belang dat deelnemers aan het maatschappelijk verkeer erop kunnen vertrouwen dat het accountantskantoor is verzekerd voor beroepsaansprakelijkheid. De gevolgen kunnen immers aanzienlijk zijn, zoals deze zaak laat zien. De accountants waren zich er ook van bewust dat het kantoor zo’n verzekering moest hebben, maar zij hebben daar onvoldoende op toegezien. Zij schuiven de schuld in de schoenen van de assurantietussenpersoon, die moest opdraaien voor de schade.

In deze procedure gaat het echter om de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid. De norm is helder:  als beleidsbepaler moet je ervoor zorgen dat het accountantskantoor beschikt over een geschikte beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Deze norm niet naleven vindt de Accountantskamer in strijd met het fundamentele beginsel van professionaliteit, omdat het accountantsberoep daardoor in diskrediet is gebracht.

De Accountantskamer weegt mee dat aan de accountants al eerder een berisping is opgelegd.

Annotatie Lex van Almelo

Een dga verkoopt een bedrijfsonderdeel aan een gelieerde vennootschap, die vier jaar later failliet gaat. De curator vraagt zich af of de verkoper te veel heeft ontvangen en schakelt daarvoor twee accountants in. De onervaren accountants blijken er zo naast te zitten, dat de Accountantskamer hen berispt omdat zij “geen benul” hebben van onderzoek doen. Als de dga de schade claimt, blijkt het beroepsaansprakelijkheidsrisico van de accountants niet gedekt. Toen één van de oprichters in 2011 werd beëdigd als registeraccountant werd het administratiekantoor een accountantskantoor. Rabobank vergat als assurantietussenpersoon de nieuwe status door te geven aan verzekeraar AIG, die de dekking daarom niet aanpaste. De bank draait uiteindelijk op voor de schade van de dga.

De Accountantskamer zegt (ook nu) dat de beleidsbepalers van een accountantskantoor ervoor moeten zorgen dat alle medewerkers onder de dekking van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering vallen. De twee berispte accountants krijgen opnieuw een berisping, omdat zij de dekking niet hebben gecontroleerd toen hun kantoor een accountantskantoor was geworden.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.