Tuchtrecht

Persoonsgericht onderzoeker trekt foute conclusies zonder te horen

Een registeraccountant werkt mee aan een bibob-onderzoek naar een subsidie-aanvrager zonder deze te horen. Sommige conclusies zijn onjuist. Omdat de accountant in hoger beroep geen inhoudelijke argumenten aanvoert, wordt zijn berisping definitief.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
21/1094
Datum uitspraak:
19 december 2023
Oordeel:
hoger beroep ongegrond, klacht gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2023:713

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een stichting stelt een kasteel in Zuid-Holland ter beschikking van een bv, die het kasteel exploiteert en verhuurt aan derden. De hoogte van de huur hangt af van het resultaat dat de bv behaalt. Een jurist is voorzitter en enig bestuurslid van de stichting en tevens dga van de exploitatie-bv. In augustus 2016 verleent Gedeputeerde Staten een subsidie van maximaal twee ton voor restauratiewerkzaamheden aan het kasteel. Drie jaar later verleent GS een nieuwe subsidie, voor een bedrag van 62.491 euro.

In 2020 laat GS een bibob-integriteitsonderzoek doen naar de stichting; een registeraccountant krijgt de opdracht hierbij ondersteunende werkzaamheden te verrichten. In zijn rapport concludeert de accountant dat de voorzitter/dga onrechtmatige voordelen heeft genoten. Het hoofd van het provinciale Bureau Bibob hoort de voorzitter/dga in het kader van dit onderzoek. De accountant is hierbij aanwezig.

Twee maanden later trekt GS de vastgestelde subsidie in en vordert het eerder verstrekte subsidiebedrag terug, omdat er een ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Het college bedoelt hier met name dat:

  • de stichting ten onrechte geen omzetbelasting heeft afgedragen;
  • de bv ten onrechte omzetbelasting heeft verrekend die de stichting had moeten afdragen, nadat zij die bij de bv in rekening heeft gebracht;
  • de bv niet de volledige omzet heeft verantwoord en daardoor niet alle verschuldigde omzetbelasting en vennootschapsbelasting heeft afgedragen.

De stichting maakt bezwaar tegen het intrekkingsbesluit. De accountant past zijn rapport op onderdelen aan en stuurt in oktober 2020 een kopie aan de stichting. De stichting, de bv en de voorzitter/dga klagen er in een tuchtklacht over dat de accountant:

a. een zeer belastende rapportage heeft uitgebracht, maar dat rapport niet aan hen heeft toegestuurd en niets over het onderzoek heeft gezegd in het gesprek met het bibob-hoofd;

b. onjuiste conclusies heeft getrokken in zijn rapport.

De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt een berisping op. De accountant gaat in hoger beroep.

Hogerberoepsgronden

De Accountantskamer:

  • heeft ten onrechte stukken uit het bibob-onderzoek in het geding gebracht;
  • is er ten onrechte vanuit gegaan dat de geheimhoudingsverplichting van de Wet Bibob niet van toepassing was;
  • had de klachten niet-ontvankelijk moeten verklaren;
  • door dit niet te doen de artikelen 6 en 14 van het EVRM geschonden.

De accountant wil dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven de gronden voor niet-ontvankelijkheid beoordeelt en de accountant zo nodig de mogelijkheid geeft het beroepsschrift aan te vullen.

Oordeel

Het hoger beroep is ontvankelijk en ongegrond. De accountant heeft bij de Accountantskamer stukken ingediend met informatie uit het bibob-onderzoek en mede aan de hand van deze stukken inhoudelijk verweer gevoerd. De Accountantskamer had geen reden om deze stukken te weigeren of niet te betrekken bij de beoordeling. In artikel 28 van de Wet Bibob is daarvoor geen basis te vinden.

Er is niet in strijd gehandeld met de artikelen 6 en 14 van het EVRM. Volgens artikel 43b van de Wtra maken de stukken die zijn ingediend bij de Accountantskamer ook deel uit van de gedingstukken bij het college. De accountant heeft daarmee dus ook in hoger beroep de gelegenheid gehad zijn standpunt te onderbouwen, mede aan de hand van de informatie uit deze stukken. Nu hij dat niet heeft gedaan, terwijl je op grond van artikel 43a van de Wtra de gronden van het beroep in het beroepschrift moet opnemen, ziet het college geen aanleiding om de accountant (nogmaals) in de gelegenheid te stellen om nadere beroepsgronden in te dienen.

Maatregel

Berisping.

Annotatie Lex van Almelo

Een stichting vraagt bij de provincie subsidie aan voor de restauratiewerkzaamheden van haar kasteel en ontvangt twee ton plus de toezegging van nog eens 62,5 mille. Na de toezegging volgt een bibob-onderzoek, waarin een registeraccountant moet kijken of de ontvanger wel recht heeft op subsidie. De accountant hoort de subsidieontvanger niet en concludeert op basis van gegevens van de provincie dat de subsidieontvanger heeft gesjoemeld met de btw. Achter de rug van de subsidieontvanger om heeft de accountant een persoonsgericht onderzoek uitgevoerd en daarin belastende, ongefundeerde en onjuiste conclusies getrokken. De accountant wordt hiervoor berispt en gaat in hoger beroep. In appel voert hij geen inhoudelijke gronden aan, maar zegt hij alleen dat de Accountantskamer geen stukken uit het bibob-onderzoek had mogen gebruiken, omdat die vertrouwelijk waren. Het college wuift dit argument weg, omdat de accountant de stukken met informatie uit het bibob-onderzoek zelf heeft ingediend en mede aan de hand van deze stukken inhoudelijk verweer heeft gevoerd bij de Accountantskamer. Er was geen wettelijke reden om de stukken niet te gebruiken.

Bij gebrek aan inhoudelijke onderbouwing verklaart het college het hoger beroep ongegrond.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.