Tuchtrecht

Executeur nalatenschap was objectief

Een accountant-administratieconsulent heeft zich als executeur van een nalatenschap objectief opgesteld en gewoon het testament en de wet uitgevoerd.

Accountantskamer

Zaaknummers:
25/2702 Wtra AK
Datum uitspraak:
24 augustus 2026
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2026:72

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

In 2024 overlijdt een vrouw wier man in 1988 is overleden en wier zoon overlijdt in het najaar van 2025. De vader van de zoon was oprichter en aandeelhouder van een onderneming. Bij testament heeft de moeder een accountant-administratieconsulent benoemd als executeur. De moeder heeft in haar testament haar drie dochters benoemd tot enige erfgenamen. Aan haar zoon heeft zij een geldbedrag gelegateerd dat volgens haar overeenkomt met de helft van de waarde van het erfdeel dat hij zou hebben gekregen als hij erfgenaam was geweest.

In november 2024 aanvaardt de zoon het legaat, hoewel hij vraagtekens plaatst bij wat de executeur vertelt over de omvang van de boedel en het legaat. Als de accountant in januari 2025 zegt dat hij het legaat zal uitkeren, vraagt de zoon om nadere informatie over de aandelen en de grond van de onderneming en over de opbrengst van de verkoop van vastgoed, auto, antiek en juwelen. Hij wijst onder meer op de langstlevende-clausule in het testament van zijn vader.

Naar aanleiding van "nieuwe informatie" berekent de executeur het saldo van de nalatenschap opnieuw en stelt de zoon op de hoogte van de uitkomst. De vorderingen van de erfgenamen van de vader op het vermogen van de moeder zijn daarin verwerkt, waardoor de nalatenschap en het legaat lager uitvallen. In maart 2025 keert hij uit waar de zoon recht op heeft. De zoon maakt bezwaar tegen de verdeling, omdat de executeur geen rekening heeft gehouden met de vervreemding van de aandelen in de onderneming en het bezit van enkele juwelen. De zoon verwijst naar de wetsbepalingen over de legitieme portie.

De executeur schrijft aan de zoon dat:

  • hij begrijpt dat de zoon aanspraak maakt op zijn legitieme portie;
  • de zoon dit in eerdere berichten aan de executeur nog niet kenbaar heeft gemaakt;
  • hij zal nagaan wat de omvang is van de legitieme portie;
  • hij de zoon daarover te zijner tijd zal informeren.

In mei 2025 laat de executeur weten dat het beroep op de legitieme portie tot gevolg heeft dat de zoon naast het al uitgekeerde bedrag recht heeft op nog eens € 105.450. Daarbij heeft de executeur rekening gehouden met de schenking van de aandelen ter waarde van ruim 1 miljoen euro aan één van de dochters. De zoon wil de omvang van de legitieme portie zelf kunnen vaststellen aan de hand van de onderliggende bescheiden. Hij vraagt de executeur om de notariële akten van overdracht van de aandelen in de onderneming en informatie inzake enkele juwelen/kostbaarheden.

In juni vraagt de gemachtigde van de zoon om schriftelijke informatie, anders zal hij de kantonrechter verzoeken de accountant te ontslaan als executeur. De executeur schakelt een advocaat in die in juni 2025 een herziene berekening van de legitieme portie en het legaat stuurt. De advocaat vraagt het informatieverzoek te onderbouwen. In juli vraagt de gemachtigde van de zoon de kantonrechter in Rotterdam om afgifte van bepaalde informatie te bevelen. De kantonrechter heeft in augustus 2026 nog niet beslist over dit verzoek.

In het testament van de zoon is zijn vrouw, de schoondochter, benoemd tot enig erfgename. De schoondochter dient een tuchtklacht in tegen de executeur.

Klacht

De accountant:

  1. was ook 'familieaccountant' en heeft een bedreiging voor de objectiviteit genegeerd;
  2. heeft naar aanleiding van de informatieverzoeken van de zoon en diens gemachtigde onvoldoende informatie verstrekt.

Ad 1: Volgens de schoondochter/weduwe moeten alle kinderen gelijkberechtigd worden. De accountant was ook de accountant van de schoonmoeder, van één van de schoonzusters, de bv van deze schoonzus en van de onderneming van de vader. Daardoor spelen er bij de afwikkeling van de nalatenschap van de schoonmoeder meerdere belangen met pregnante tegenstellingen. De accountant had moeten beseffen dat deze belangentegenstellingen een bedreiging vormden voor zijn objectiviteit en had daarom maatregelen moeten nemen om deze bedreiging weg te nemen.

Ad 2: De accountant had de zoon en de dochters gelijk moeten informeren. Door bepaalde informatie niet te verstrekken aan de zoon werd de bedreiging voor de objectiviteit versterkt. De accountant had alle relevante informatie die hij had open en tijdig moeten delen met de zoon of ervoor moeten zorgen dat de erfgenamen dit zouden doen. Pas nadat de gemachtigde van de zoon/weduwe een verzoekschrift had ingediend bij de rechtbank Rotterdam heeft de accountant enkele akten van overdracht van aandelen verstrekt.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

De verwijten van de klagende schoondochter gaan over de manier waarop de accountant is opgetreden als executeur van de nalatenschap van haar schoonmoeder. Dat is het verlenen van een professionele dienst, omdat het werkzaamheden betreft waarvoor hij zijn vakbekwaamheid als accountant aanwendt of kan aanwenden. Het handelen en nalaten van de accountant wordt daarom getoetst aan alle fundamentele beginselen uit de VGBA.

Ad 1 Objectiviteit

Het fundamentele beginsel van objectiviteit houdt in dat een accountant zich niet ongepast laat beïnvloeden en niet ongepast vertrouwt op derden, technologie of andere factoren (artikel 11 VGBA). In de Toelichting bij de VGBA staan enkele voorbeelden van bedreigingen voor de objectiviteit, zoals het adviseren van cliënten met onderling strijdige belangen. Bij een bedreiging wordt van de accountant verlangd dat deze een passende maatregel neemt. De schoondochter ziet een bedreiging voor de objectiviteit, omdat de executeur ook de 'familieaccountant' was, waardoor er meerdere, tegengestelde belangen bestonden bij de afwikkeling van de nalatenschap.

De Accountantskamer is dit niet met de schoondochter eens. Artikel 4:144 BW en verder en het testament dragen de executeur op de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen. Bij het afwikkelen van de erfenis vertegenwoordigt hij de erfgenamen. Dat zijn hier de dochters, die onderling geen strijdige belangen of conflict hebben.

De zoon heeft een wezenlijk andere positie dan de erfgenamen. Als legitimaris is hij strikt genomen een schuldeiser van de nalatenschap. Hij kan een vordering indienen en heeft recht op informatie die hij nodig heeft om zijn legitieme portie (artikel 4:78 BW) te berekenen. De positie van erfgenamen en legitimarissen is dus verschillend. De accountant heeft de nalatenschap en de erfgenamen vertegenwoordigd en niet de legitimaris. Dat er een belangentegenstelling bestaat tussen de legitimaris en de erfgenamen brengt nog geen bedreiging voor de objectiviteit met zich mee. De accountant hoefde dus geen passende maatregel te treffen.

Ad 2 Informatieverzoek

Er bestaat een verschil van mening over de vraag op welke informatie de zoon als legitimaris recht heeft. Het antwoord moet de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam afleiden uit artikel 4:78 BW. Het is niet aan de Accountantskamer om daarover een oordeel te geven.

Voor de Accountantskamer gaat het erom of het de accountant tuchtrechtelijk kan worden verweten dat hij niet steeds op alle verzoeken om informatie van de zoon is ingegaan. Het antwoord is nee. De accountant die optreedt als executeur kan daarop alleen worden aangesproken als deze daarbij onzorgvuldig en in strijd met de goede uitoefening van het accountantsberoep heeft gehandeld (zie deze uitspraak). Het is de accountant toegestaan om als executeur een bepaald standpunt in te nemen tegenover de schuldeisers zolang dat standpunt niet kennelijk onjuist of misleidend is. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid heeft de executeur de bijstand ingeroepen van een jurist, gespecialiseerd in het erfrecht en zich door diens adviezen laten leiden. Daarvan kan de accountant geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt, ook niet als zou later blijken dat de adviezen van de jurist onjuist zijn.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Een weduwe benoemt in haar testament de 'familieaccountant' tot executeur en haar drie dochters tot erfgenamen. Haar zoon krijgt een legaat ter grootte van zijn legitieme portie (en dus de helft van wat zijn zussen krijgen). De zoon claimt zijn legitieme portie en krijgt nog ruim een ton op het gelegateerde bedrag. De onvrede over de onterving lijkt een nagel aan zijn doodskist, want hij overlijdt gedurende de strijd om gelijkberechtiging. Zijn weduwe, de schoondochter van de erflaatster, vindt dat de accountant zijn objectiviteit had moeten bewaren en alle partijen dezelfde informatie had moeten geven. Volgens de Accountantskamer heeft de accountant gewoon de wet uitgevoerd en zich daarbij laten bijstaan door een erfrechtspecialist. Tussen de erfgenamen onderling was er geen belangentegenstelling, waarmee de accountant rekening moest houden.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.