Toezicht

Accountant op het volgende kruispunt: auditing, beroep en toezicht (2)

Het eerste deel van deze bijdrage ging in op de ontwikkelingen die het accountantsberoep de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Conclusie: we staan opnieuw op een kruispunt. Dat betekent kiezen voor verdere verbeteringen in auditing, beroep en toezicht. De verbeteringen in de uitvoering van controleopdrachten kwamen in deel 1 aan de orde. Dit tweede deel gaat in op verbeteringen in beroep en toezicht.

Dick Meester

Wij hebben een (wat we vroeger noemden) vrij beroep. Dat betekent dat het veel op onszelf aan komt (vergelijk advocaat en arts). Onze specifieke kennis en vaardigheden moeten we inzetten om tot een conclusie (vastgelegd in de controleverklaring) te komen. De accountant maakt de keuzes, doet waarnemingen, interpreteert en concludeert. Veel daarvan is nauwelijks te delegeren. Als dat wel gebeurt is er te veel kans op vervorming en verlies van de boodschap (conclusies) die aan een bevinding moet worden verbonden. Dat is nog sterker wanneer het gaat om meerdere waarnemingen en bevindingen die met elkaar in verband staan.

Kwaliteitsstappen in het beroep

Daarom is de span of control van een vrijeberoepsbeoefenaar ook vrijwel altijd beperkt. Het leidt tot te veel ruis, waardoor de onderbouwing van het eindoordeel aan inhoud en kracht inboet. Daarnaast moet hij of zij dan ook nog eens veel tijd besteden aan het onderhouden van vakkennis en vaardigheden. Ook al maak je soms gebruik van de kennis van specialisten, je moet toch de juiste vragen kunnen stellen en antwoorden kunnen interpreteren.

Het gevolg van dit beeld van het beroep van de accountant is dan ook dat het team waarmee hij werkt relatief vrij klein kan c.q. mag zijn. Dat hangt uiteraard wel af van de aard van de cliënten-portefeuille, maar de omvang blijft bij de menselijke maat. Je moet relatief veel zelf doen!

Hier ligt volgens mij een groot deel van het probleem van het accountantsberoep: we hebben van de kantoren bedrijven proberen te maken. Daarmee kon er meer worden gedelegeerd, was de span of control groter, kon je een grotere portefeuille aan en werd er meer verdiend. Maar dat heeft een heel vervelende keerzijde. De afstand van de accountant tot zijn opdrachtgevers en opdrachten wordt groter en de kwaliteit van het werk gaat achteruit. De maatschappelijke onrust die daaruit voortvloeit heeft invloed op alle beroepsgenoten. Naar mijn stellige overtuiging moeten grote opdrachtportefeuilles drastisch worden beperkt. Ik vrees dat we anders nog regelmatig te kampen zullen hebben met missers, schandalen etc. Dan blijft een gebrek aan vertrouwen bestaan.

'Naar mijn stellige overtuiging moeten grote opdrachtportefeuilles drastisch worden beperkt.'

Een wijze van werken met klein(ere) opdrachtportefeuilles heeft voor de cultuur binnen de accountantsorganisaties ingrijpende gevolgen. Laten zien hoeveel je aan kunt geeft dan geen status meer. Ook (te) veel geld verdienen wordt minder. 

Dat moet veranderen om het beroep weer te versterken. Aspecten zoals een grote betrokkenheid van de accountant bij de opdrachten en een gezonde balans tussen werk en privé (naast natuurlijk vertrouwde zaken als vakkennis en ervaring) zullen het fundament moeten zijn voor herstel van vertrouwen. Daarnaast is een open cultuur, waarin leden van het team kunnen inbrengen wat ze willen, van wezenlijk belang om tot kwalitatief hoogwaardige dienstverlening te komen. Niet alleen grote maatschappelijke leiders, maar ook accountants moeten hun eigen tegenspraak organiseren om optimaal te (blijven) functioneren. Dat zijn naar mijn overtuiging de grote uitdagingen voor de toekomst. Het gaat nu meer om cultuur dan om regels. 

De aanbevelingen die uit het voorgaande voortvloeien zijn dus:

  • relatief veel zelf doen (kleine span of control);
  • een gezonde work/life balance creëren; en
  • werken in een open cultuur (eigen tegenspraak organiseren).

Kwaliteitsstappen in het toezicht

Toezicht op de uitoefening van elk vrij beroep is ongelooflijk lastig. Probeer maar eens het toezicht op artsen in te richten: Hoe doe je dat? Hoe weeg en beoordeel je alle afwegingen, interpretaties, keuzes etc.? Dat geldt ook voor de accountant.

Toetsing door de AFM vond grotendeels plaats op basis van het dossier dat van de uitvoering van een geselecteerde opdracht was gemaakt. De vraag is wat dat oplevert. Voor zover ik het kan beoordelen heeft de AFM zich gericht op de toetsing van dossiers door thematisch te werken en daarin heel diep te graven. Ik ben ervan overtuigd dat de aanpak van de AFM vanaf 2006 de eerste jaren bijzonder nuttig was, omdat onze accountantswereld lastig in beweging te krijgen is. Het heeft er in ieder geval toe geleid dat accountants en hun kantoren allerlei maatregelen, die een basis voor verbetering moeten zijn, hebben doorgevoerd.

Dat was wat mij betreft nodig, maar dat punt zijn we nu wel voorbij. Er is veel aandacht geweest voor de dossiers en met name de punten waarop de AFM toetste. Naar mijn idee is de AFM in haar werk te veel voorbijgegaan aan de samenhang van de keuzes, werkzaamheden, bevindingen en conclusies. Voor een deel ligt dat aan de matige wijze waarop dit in dossiers vastligt, maar in haar aanpak en communicatie bestond hier te weinig oog voor.

Een bepaald onderdeel kan best eens minder goed zijn uitgevoerd, maar dat wil nog niet zeggen dat de accountant op basis van de samenhang van de uitgevoerde werkzaamheden en conclusies tot een onvoldoende onderbouwd of zelfs onjuist oordeel is gekomen (zie eerder). Er moet meer oog zijn voor het gehele dossier in samenhang en accountants moeten dat duidelijker maken. Dan zijn we hopelijk ook af van de argumentatie dat men nu zaken aanpakt en vastlegt "omdat de AFM het zo wil". In de praktijk is dit nu vaak het uitgangspunt, ter voorkoming van discussie met toetsers.

'Ik ken geen enkel kantoor dat een onderscheid maakt in de aanpak van de beide domeinen.'

Een ander aspect is dat de AFM zich tot nu toe heeft gericht op het toezicht op haar domein: de wettelijke controles. Maar er zijn ook nog vrijwillige controles. Voor het toezicht is daarbij volgens mij geen onderscheid in benadering nodig. Ik ken geen enkel kantoor dat een onderscheid maakt in de aanpak van de beide domeinen. Daarnaast zijn er nog andere opdrachten (beoordelen, samenstellen etc.). Ook daarbij mogen het maatschappelijk verkeer en de cliënt verwachten dat deze opdrachten inhoudelijk goed worden uitgevoerd. Het is begrijpelijk dat de eerste aandacht uitgaat naar de wettelijke controles, maar het hele accountantsberoep behoort aan hoge eisen te voldoen. En dus is van belang dat ook periodieke toetsing van de overige domeinen vorm en inhoud blijft krijgen.

Het toezicht is steeds gericht geweest op dossiers. Dat was nodig, maar is maar een deel van een stelsel van kwaliteitsbeheersing. Daarvoor is het nodig om een goede cyclus van Plan-Do-Check-Act (PDCA) in te richten. Dat begint - net als bij de cliënten - bij een goede cultuur en kwaliteitsambitie. Ook een goed beheersings- en informatiesysteem (gericht op de rapportage van relevante kwaliteitsfactoren) en oorzakenanalyses maken daarvan deel uit (zie ook aanbeveling 19 van de CTA).

In de kern wijkt goed toezicht niet veel af van de systematiek van een accountantscontrole. Cultuur binnen een kantoor is de basis voor de uitvoering van het toezicht. Als daarbij sprake is van een goed ingerichte PDCA-cyclus is, kan een toetser zich richten op de opzet en het bestaan van deze cyclus, waarvan ook interne dossierinspecties (die overigens in de praktijk ook door externen worden uitgevoerd) deel uitmaken. Wanneer de toetser na een positief oordeel over de PDCA-cyclus enkele van deze interne dossiertoetsingen zelf beoordeelt en er overeenstemming blijkt te zijn over het oordeel over de dossiers (en daarmee de normering), is de uitkomst van de toetsing van het stelsel van kwaliteitsbeheersing als geheel voldoende.

'Het accountantsberoep kan en moet nog steeds veel zelf doen.'

Gaat er dan nooit meer iets fout? Jazeker wel. Waar mensen werken worden fouten gemaakt, maar het gaat erom dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing dit achterhaalt en dat er toereikende maatregelen ter voorkoming worden genomen (monitoring). Het zou mooi zijn als het toezicht van de AFM deze kant op beweegt. Dat sluit ook aan op kwaliteitssystemen en toetsingen in andere branches (ISO, HKZ etc.).

De aanbevelingen die uit het voorgaande voortvloeien zijn dus:

  • het hele dossier moet in samenhang worden getoetst en beoordeeld;
  • alle domeinen moeten in het toezicht worden betrokken; en
  • toetsing richten op de hele PDCA-cyclus, met als basis de cultuur in de kantoren.

Het accountantsberoep moet zich nog verder verbeteren. We staan daarbij op een kruispunt en er moeten opnieuw belangrijke stappen worden gezet. De minister zal daarin stappen zetten en heeft daarbij gewezen op versterking van de zogenaamde keten. Dat heeft ongetwijfeld een kern van waarheid, maar het accountantsberoep kan en moet nog steeds zelf veel doen. Aandacht voor gedrag en cultuur in de audit, de kantoren en het toezicht staat daarin centraal. Laten we die afslag nemen. 

Dick Meester MA RA verricht in opdracht van de SRA kwaliteitsreviews bij aangesloten accountantskantoren. Hij schrijft op persoonlijke titel.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.