Ken je klant

Automatiseren zonder vertrouwen te verliezen

In de accountancy draait alles om vertrouwen: van cliënten, van toezichthouders en van de maatschappij. Centraal in dat vertrouwen staat het ken-je-klant-principe: een diepgaand begrip van wie de cliënt is, hoe bedrijfsprocessen verlopen, welke risico's er spelen en hoe betrouwbaar onderliggende data zijn. Dit principe ligt al decennia aan de basis van kwalitatief goed accountantswerk, maar wordt uitgedaagd en tegelijkertijd versterkt door de komst van geavanceerde audittooling, met name door (Gen)AI-technologie.

Martijn Slot

Digitalisering transformeert de manier waarop accountants controleren en adviseren. Het traditionele beeld van een accountant die steekproeven trekt uit papieren dossiers en handmatig cijfers naloopt, maakt plaats voor datagestuurde en geautomatiseerde processen. Dit opent nieuwe mogelijkheden om klanten beter te kennen. Door het analyseren van volledige datasets in plaats van beperkte steekproeven, door proces- en risicopatronen zichtbaar te maken en door inzichten te genereren die voorheen onzichtbaar waren.

Nieuwe risico's

Toch brengt deze transformatie ook nieuwe risico's met zich mee, vooral rond veiligheid, betrouwbaarheid en transparantie van tooling. Volgens de Autoriteit Financiële Markten (AFM) is het zaak om het ken-je-klant-principe niet alleen op klantniveau, maar ook op technologisch niveau te versterken. Je moet immers niet alleen je cliënt kennen, maar ook de tools waarmee je die cliënt analyseert en controleert. In de kern is het ken-je-klant-principe in de accountancy immers geen vrijblijvende klantkennis, maar een wettelijke poortwachtersfunctie: accountants moeten cliënten doorlichten, ongebruikelijke patronen herkennen en waar nodig (fraude)risico's signaleren.

'Het uitgangspunt is helder: tooling biedt veel kansen, maar kan alleen veilig en verantwoord worden ingezet als de basis op orde is.'

De AFM moedigt innovatie - inclusief (Gen)AI - nadrukkelijk aan, mits verantwoord en beheerst en op een stevig fundament van governance, datakwaliteit en beveiliging. In december 2025 publiceerde de toezichthouder een rapport met twaalf bouwstenen voor beheerst gebruik van audittooling. Daarin wordt een nieuwe visie gegeven op de omgang met geavanceerde tooling - inclusief (Gen)AI - in de wettelijke controle. Het uitgangspunt is helder: tooling biedt veel kansen, maar kan alleen veilig en verantwoord worden ingezet als de basis op orde is. AFM-bestuurder Hanzo van Beusekom benadrukte: "Geavanceerde audittools, waaronder (Gen)AI, bieden accountantsorganisaties volop kansen: efficiënter werken, hogere kwaliteit en aantrekkelijker zijn als werkgever. Daarvoor is het cruciaal dat de basis op orde is."

Extra verwachtingen

De AFM kwam met drie extra verwachtingen die specifiek gelden voor (Gen)AI: De mens blijft eindverantwoordelijk voor controle en interpretatie van uitkomsten. AI-resultaten moeten traceerbaar of reproduceerbaar zijn; geen black box-uitkomsten die niet kunnen worden onderbouwd. En veiligheid van data staat centraal, waaronder veilige dataverwerking en vertrouwelijkheid.

Het rapport bouwt verder op deze visie en structureert de twaalf bouwstenen rondom vier randvoorwaarden. Risicomanagement en beheersing, relevantie en betrouwbaarheid van data, beheers de implementatie van tooling en beheers de toepassing van (Gen)AI. Voor het ken-je-klant-principe betekent dit dat technologie moet dienen om beter inzicht te krijgen in de klant, maar dat die technologie zelf ook gecontroleerd en begrepen moet worden.

Data-analyse staat centraal

Arnoud Brouwer AA RB, partner en onder andere verantwoordelijk voor IT en mkb-adviseur bij FACET Accountants & Adviseurs, laat zien hoe dit in de praktijk werkt. FACET is een middelgroot accountantskantoor met ervaring in datagedreven audit en een moderne benadering van controleprocessen. Brouwer benadrukt dat het automatiseren van het ken-je-klant-principe bij FACET al jaren onderwerp van aandacht is: "Wij zagen al in 2016 dat traditionele steekproeven onvoldoende recht deden aan de werkelijkheid. Door data-analyse centraal te stellen, kunnen we veel meer inzicht krijgen in de bedrijfsprocessen van cliënten en risico's eerder en betrouwbaarder detecteren."

Arnoud Brouwer

Volgens Brouwer heeft FACET een eigen datagedrevenaudit-benadering ontwikkeld, waarmee zij grote hoeveelheden financiële gegevens efficiënt analyseren. Deze analyse maakt het mogelijk om afwijkingen, risico's en correlaties op procesniveau te identificeren. Zonder handmatige steekproeven. "We beginnen altijd met het begrijpen van de cliënt: wat is de bedrijfslogica, welke processen zijn kritisch en waar liggen de risico's", legt hij uit. "Dit is pure ken je klant-praktijk, maar dan ondersteund door tooling die hele datasets in kaart kan brengen."

FACET werkt met totaalcontroles en (waar mogelijk) continuous monitoring. Het kantoor ontsluit volledige populaties, analyseert geld- en goederenbewegingen en procesflows en signaleert vroegtijdig risico's. Zoals lege containerbewegingen of structurele missers in emballagedoorbelasting. Tegelijk blijft er een principiële begrenzing: intake en continuering bevatten altijd een menselijke gate. Brouwer: "Ik neem geen klanten aan zonder dat ik die in de ogen gekeken heb. Openbare bronnen en registers kunnen latentie of blinde vlekken hebben en daarom blijft professionele oordeelsvorming leidend."

Wat is geautomatiseerd en wat niet?

Bij FACET is veel van het data-analyseproces geautomatiseerd. Het accountantskantoor analyseert grote datasets uit administraties met tools die grote hoeveelheden transacties verwerken en visualiseren, afwijkingen detecteren en processen doorgronden. Toch blijft een belangrijk deel van het ken-je-klant-principe bewust en handmatig gehandhaafd, aldus Brouwer.

'Data-analyse ondersteunt ons, maar vervangt nooit het gesprek met de klant of het professionele oordeel dat alleen een accountant kan vormen.'

"Denk aan de interpretatie van gegevens, het relateren van kwantitatieve inzichten aan kwalitatieve context, zoals managementintenties of branche-specifieke nuances, en het vormen van een professioneel oordeel." Volgens Brouwer is daar geen automatisering voor, die de rol van de accountant vervangt. "Data-analyse ondersteunt ons, maar vervangt nooit het gesprek met de klant of het professionele oordeel dat alleen een accountant kan vormen."

Met deze aanpak komt FACET veel dichter bij een objectieve en datagedreven kennis van klanten. Niet alleen door cijfers te analyseren, maar door inzicht te krijgen in de onderliggende bedrijfsprocessen. Dat maakt het mogelijk om risico's sneller te signaleren en beter onderbouwde controlebesluiten te nemen. Een belangrijk onderdeel van het ken-je-klant-principe. Maar Brouwer wijst er op dat klantkennis niet alleen over cijfers gaat: "Het gaat om het begrijpen van bedrijfsmodellen, strategische keuzes en risico's. Je moet de context kennen waarin de data tot stand komen."

Toekomst en ontwikkeling

FACET ziet de rol van tooling groeien. Brouwer schetst een ontwikkeling waarin tooling nog meer wordt geïntegreerd met zowel controleprocessen als klantinteractie. "Ik zie een verhoogde automatisering van dataverzameling en -analyse voor me. Dat wordt gecombineerd met AI-ondersteunde interpretatiemodellen. Daarnaast komt er een diepere integratie met klant-IT-systemen voor nagenoeg realtime inzicht. Bovendien geven slimmere workflows accountants de tijd voor kwalitatieve beoordeling en cliëntgesprekken."

Toch blijft hij terughoudend over volledige automatisering zonder menselijke controle: "AI kan ons helpen patronen te herkennen, maar de eindverantwoordelijkheid, het oordeel, ligt bij de accountant."

Vertrouwen en veiligheid

De AFM kijkt in het rapport van december jl. positief maar kritisch naar audittooling. De toezichthouder erkent de kansen, zoals efficiëntere processen, betere kwaliteit van controles en een aantrekkelijker beroep, maar benadrukt dat vertrouwen en veiligheid de kern blijven.

'De accountant moet zelfstandig beoordelen of AI-uitkomsten logisch zijn en verantwoord gebruikt kunnen worden in de controle.'

Belangrijk is dat tooling geen black box mag worden die de accountant blindelings gebruikt. De AFM vraagt expliciet om traceerbaarheid en reproduceerbaarheid van AI-outputs: "Durft een accountant zijn hand in het vuur te steken voor de uitkomsten?", vraagt de toezichthouder zich af, als het gaat over AI-gebruik. De bouwstenen benadrukken dat data altijd betrouwbaar moeten zijn en dat organisaties hun risicomanagement op orde moeten hebben voordat tooling aan tafel komt.

Als rode draad door de AFM-visie loopt de boodschap dat de mens eindverantwoordelijk blijft, zelfs wanneer (Gen)AI wordt ingezet. De accountant moet zelfstandig beoordelen of AI-uitkomsten logisch zijn en verantwoord gebruikt kunnen worden in de controle. Deze uitspraak resoneert met de praktijk van FACET, aldus Brouwer. "Automatisering en tooling versterken het inzicht, maar vervangen niet de rol van de accountant als kritisch beoordelaar."

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.