Jan Bouwens

De invoering van een verklaring omtrent risicobeheersing maakt dat bedrijven bijvoorbeeld moeten nadenken over de invloed van het klimaat op hun activiteiten, aldus Jan Bouwens.

Discussie Column

De VOR en het effect van klimaatvolatiliteit

Eind 2023 gingen de zogenaamde 'schragende partijen' (een nieuw label voor belanghebbenden) akkoord met de invoering van de verklaring omtrent risicobeheersing (VOR). Bij daadwerkelijke invoering zal er opnieuw een beroep gedaan worden op het waarderingstalent dat de betrokken vennootschappen in stelling weten te brengen. Bedrijven wordt gevraagd dieper na te denken over hoe hun investering de kasinkomsten raakt.

In de VOR geeft het bestuur een verklaring af omtrent de identificatie en beheersing van de risico's verbonden aan de activiteiten van de vennootschap. Laten we in dat verband inzoomen op risico's omtrent het klimaat. Bedrijven staan bloot aan twee klimaatrisico's: extreme weersomstandigheden die hun operaties raken en het risico dat de levensduur van hun kasgenererende bezitting/activiteit wordt bekort door het klimaat.

Zo lopen vastgoedbedrijven het risico dat hun activiteiten worden geraakt door extreme weersomstandigheden en door rijzend water als gevolg van een smeltende ijskap. Gevolg van rijzend water is dat de beschikbare grond waar huizen beschermd zijn tegen klimaateffecten, krimpt. De prijzen van huizen gebouwd op 'veilige' grond  stijgen, terwijl de waarde van de huizen op 'onveilige grond' daalt. Het risico dat de onroerendgoedsector loopt, is dat men een aanzienlijke hoeveelheid huizen op klimaatveranderingsgevoelige grond bezit. In meer omvattende termen van klimaatgerelateerde bedrijfsrisico's, kunnen bedrijven zich tegen blootstelling aan klimaatrisico's beschermen door combinaties van investeringen die in waarde toenemen en in waarde dalen als zich negatieve klimaateffecten manifesteren.

Hoe raakt klimaat de waarde van bedrijven? Als we opnieuw naar vastgoed kijken, dan zien we dat een beperking in de levensduur van vastgoed een dempend effect heeft op waarde van het onroerend goed. Ze zien we dat als de eigendom na honderd jaar vervalt (erfpacht), dat ten opzichte van eeuwigdurend eigendom het eigendom in prijs daalt. Het omgekeerde is ook waar: Als we een beperkte levensduur verlengen dan geldt een premie. Als we de juiste vermogenskostenvoet voor een investering bepalen, dan moeten we derhalve levensduur verlengende maatregelen (investeringen) waarderen met een korting op de vermogenskostenvoet.

We kunnen dan eenvoudig schrijven dat Rgeëist  = Rrisicovrij + Risicopremie

Deze vergelijking geldt niet exclusief voor onroerend goed, maar voor elke kasgenererende bezitting van elk bedrijf. Inspectie van de vergelijking leert al gauw, ten opzichte van de uitgangssituatie, dat als we de levensduur van een kasgenererende bezitting verlengen, een negatieve risicopremie geldt. Omgekeerd, als bij een levensduurverkorting, is de risicopremie derhalve positief.   

We kunnen het resultaat nog verder veralgemeniseren: Als we investeren in kasgenererende bezitting die uitbetaalt zolang de tekenen gunstig staan (het klimaat zet geen rem op de operaties) dan is de Risicopremie > 0, als we investeren  in een kasgenererende bezitting  die uitbetaalt als we tegenslag hebben dan is de Risicopremie < 0. Hierbij ligt het geëiste rendement lager dan het risicovrije rendement.*

Hoe verwerkt het bestuur haar beleid in dezen in de VOR? Het mag duidelijk zijn dat als het bestuur beheersingsmaatregelen inzake klimaatrisico's bespreekt, dat men investeringen bespreekt in het licht van de vraag hoe volatiliteit in het klimaat op de kasinkomsten uitwerkt. Komt er meer (creatie hedge) of minder kas binnen? Dienovereenkomstig zal het bedrijf ook de bestaande kasgenererende bezitting moeten afschrijven of laten appreciëren, al zal het voorzichtigheidsbeginsel hier naar verwachting prevaleren. 

Leidt deze reeks van beleidsbeslissingen tot meer inzicht? Het is niet duidelijk. Wel geeft het meer aanleiding voor het bestuur om te voorkomen dat de levensduur van hun kasgenererende bezitting niet korter wordt dan in de vorige verslagperiode werd verondersteld. Een impairment ligt op de loer!

* Wie hierover meer wil lezen, verwijs ik graag naar het werk van Giglio en anderen.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Jan Bouwens is hoogleraar accounting UvA en research fellow University of Cambridge.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.