Onderzoek

FAR-conferentie 2021: 'The Human Factor'

Op 21 juni vond de jaarlijkse conferentie plaats van de Foundation for Auditing Research (FAR). Net als vorig jaar gebeurde dat online. Het congres bestond uit vier sessies, met als overkoepelend thema 'The Human Factor': de menselijke invloed die zowel tot verbeteringen als verslechteringen van de controle kan leiden.

Luc Quadackers

Tweehonderd deelnemers uit de hele wereld schreven zich in voor het congres. Gedurende de middag waren steeds ruim honderd mensen online aanwezig. Ongeveer de helft van de deelnemers bestond uit onderzoekers, 35 procent was praktijkaccountant en de overige vijftien procent een mix van toezichthouders en andere geïnteresseerden.
De eerste drie presentaties betroffen FAR-onderzoeken. Het vierde onderzoek ging over een recente integriteitsstudie, op basis van Amerikaanse data.

Nederlandse controleverschillen in lijn met buitenland

De accountantscontrole is grotendeels een black box voor de buitenwereld. De zichtbare uitkomsten van een controle zijn beperkt en een aantal ervan komen überhaupt weinig voor (bijvoorbeeld restatements en going concern opinions). De identificatie van controleverschillen - en het vervolgens al dan niet aanpassen daarvan - geven op directere wijze inzicht in de waarde van de accountantscontrole.

Ann Vanstraelen (Maastricht University) en Ulrike Thürheimer (UNSW Sydney) rapporteerden de eerste bevindingen van hun studie naar controleverschillen in Nederland. De onderzochte steekproef bestond uit ongeveer 450 wettelijke controles in de jaren 2015-2017, van twee big four en drie non-big four-firma’s. Daarin werden ruim 1700 controleverschillen gevonden. De resultaten laten onder andere zien dat bijna driekwart van de onderzochte controles controleverschillen bevat. Dat ligt in tussen eerdere studies die 65 procent (eerdere Nederlandse studie 2005-2015) en tachtig procent (studie naar door de PCAOB geïnspecteerde ondernemingen) vonden. Gemiddeld worden ongeveer vier controleverschillen per opdracht ontdekt. De minste controleverschillen worden gevonden in de financial services industrie.

Zeventig procent van de controleopdrachten bevat controleverschillen die niet worden aangepast.

Zeventig procent van de controleopdrachten bevat controleverschillen die niet worden aangepast. In 35 procent van de opdrachten blijven alle controleverschillen onaangepast. Ruim vijftig procent van alle controleverschillen wordt niet aangepast. Deze resultaten liggen in lijn met eerdere onderzoeken. Het is overigens goed om te vermelden dat 99 procent van de controleverschillen onopzettelijk zijn ontstaan (fouten dus). De overgrote meerderheid van de verschillen bestaat uit feitelijke onjuistheden waarover eigenlijk geen discussie mogelijk is.

De kans op controleverschillen ligt bij kleinere ondernemingen hoger, bijvoorbeeld als gevolg van het ontbreken van een interne accountantsdienst en een auditcomité. Tien procent van de verschillen zijn disclosure- of IC-gerelateerd en bijna twintig procent hangt samen met reclassificatie. De controleopdrachten zonder controleverschillen betreffen grotere ondernemingen (waaronder organisaties van openbaar belang), met een betere governance (aanwezigheid van interne accountantsdienst, raad van commissarissen en auditcomité). De aanwezigheid van controleverschillen hangt positief samen met de duur van de controleopdracht, het aanbieden van non-audit-services en de tenure van de partner. De variatie in de uitkomsten geeft aan dat de menselijke factor een sterke rol speelt, bijvoorbeeld in de kans dat restatements worden doorgevoerd op initiatief van controlerend accountant. Wat hierbij de onderliggende krachten zijn, is onderwerp van nader onderzoek.

Hoger salaris (en kwaliteit) door groter intern netwerk

Reggy Hooghiemstra (University of Groningen) presenteerde een onderzoek onder de titel ‘Network Structure and Auditor Compensation: Evidence from a Bipartite Network’. De kern van dit onderzoek gaat over de vraag of de mate waarin een accountant is ingebed in een netwerk invloed heeft op het ontvangen salaris (en dus blijkbaar op de daaraan voorafgaande beoordeling). Idee is dat een hoger salaris een indicatie is van de kwaliteit van het geleverde werk. Als iemand meer relaties heeft met andere mensen binnen kantoor, dan leidt dat tot grotere kennis bij die persoon.

Onderdeel uitmaken van meerdere teams heeft een positieve invloed op het netwerk en de kennis van jonge accountants.

De verwachting komt inderdaad uit: het onderzoek toont aan dat meer ‘clustering’ met andere personen leidt tot een hoger salaris. “Een conclusie die hieruit kan worden getrokken voor de praktijk, is dat het niet verstandig is om accountants al in een vroeg stadium een specialisme te laten opbouwen”, aldus Hooghiemstra. “Dat werkt het vormen van een breed netwerk (en het daarmee vergaren van brede kennis) tegen. Het onderdeel uitmaken van meerdere teams heeft een positieve invloed op het netwerk en de kennis van jonge accountants.”

Te veel clusteren is overigens ook niet goed. Het kan leiden tot een overvloed aan informatie en te hoge coördinatiekosten. Er bestaat dus ergens een optimum, maar dit is (nog) niet onderzocht. Uit het onderzoek blijkt hoe belangrijk het is dat binnen accountantskantoren wordt nagedacht over de inhoud van het werk van de accountant, op verschillenden momenten in de carrière; bijvoorbeeld over specialisatie. 

Goed voorbeeld doet goed volgen?

Voor een deel leren jonge accountants de kneepjes van het vak van hun leidinggevenden. Deze on-the-job-training en coaching van junior accountants vormen een wezenlijk onderdeel van de kennisoverdracht door meer door de wol geverfde accountants. Dit wordt ook onderkend door toezichthouders en regelgevers. Tijdens hun presentatie gaven Eddy Cardinaels (KU Leuven en Tilburg University) en Evelien Reusen (Rotterdam School of Management) een inkijkje in hun onderzoek naar de vraag of imitatiegedrag door ondergeschikten plaatsvindt en of dit een positieve of negatieve invloed heeft op de kwaliteit van accountantscontrole.

Imitatie kan uiteraard goed en slecht zijn. Het imiteren van het gedrag van een meer vaardige leidinggevende zal - gemiddeld genomen - waarschijnlijk tot betere uitkomsten leiden dan het kopiëren van het gedrag van een minder vaardige leidinggevende. Maar wat gebeurt er als de supervisor ook de beoordelaar is van de ondergeschikte; als deze dus invloed heeft op de promotiekansen? Dat heeft waarschijnlijk ook invloed op het al dan niet imiteren van de leidinggevende.

De verwachting is dat junior accountants meer imiteren als zij een bedreven leidinggevende hebben, die ook de beoordeling verricht.

Reusen: “Het professional skepticism van accountants leidt er ongetwijfeld toe dat accountants zelf nadenken voordat gedrag wordt gekopieerd. Toch is de verwachting dat junior accountants meer imiteren als zij een bedreven leidinggevende hebben, die ook de beoordeling verricht. Daarnaast is de verwachting dat dit ook impact heeft op de controlekwaliteit. Die is naar verwachting ook het hoogst bij een bedreven leidinggevende die tevens de beoordeling doet.”

Volgens Cardinaels laten de resultaten inderdaad zien dat junior accountants de “good guy” meer imiteren bij een schatting van reële waarde. “Dat effect is nog groter als de ‘good guy’ ook de beoordeling van de junior verricht. Het hebben van een bedreven superieur leidt ook tot hogere controlekwaliteit, door betere beoordeling van de reële waarde-schatting. De beoordeling heeft geen effect. De hoogste kwaliteit wordt echter bereikt bij een bedreven auditor die tevens de junior beoordeelt.”

De mate van imitatie heeft een significante invloed op de controlekwaliteit, die omlaag gaat bij een minder bedreven leidinggevende. Een positief verband lijkt vooral te bestaan voor junior accountants die meer bekend zijn met reële waarde-schattingen. Die verbeteren de controlekwaliteit door het imiteren van een bedreven leidinggevende. Maar ze kopiëren daarbij blijkbaar niet blind wat hun leidinggevende doet. Ze zijn professioneel-kritisch, met een hogere kwaliteit tot gevolg. Imitatie is dus niet altijd goed, zelfs niet altijd bij bedreven accountants als leidinggevende. Ook dit toont maar weer aan dat het opdoen van inhoudelijke kennis lonend is.

Podcast: Hulp bij extractie van controle-informatie

Tijdens de pauze werd een FARview-podcast (met video) uitgezonden met Tjibbe Bosman, over de publicatie 'Robotic Process Automation for the Extraction of Audit Information'. In de podcast bespreekt Bosman hun onderzoeksproject over het ontwikkelen van een gratis beschikbaar algoritme, dat accountants en onderzoekers in staat stelt om op eenvoudige wijze jaarrekeningdata uit pdf-files te extraheren.

Integriteit kun je berekenen

Tot slot presenteerde Shane Dikolli (University of Virginia) een studie over het meten van de integriteit van ceo’s. Deze studie verscheen in maart vorig jaar in het gerenommeerde onderzoeksblad The Accounting Review. Volgens Dikolli heeft integriteit in het accountantsberoep lange tijd te weinig aandacht gekregen in de literatuur. Er bestaat inmiddels wel wat meer onderzoek naar de manier waarop bestuurders zich verbaal gedragen tijdens earnings calls met analisten. Maar het onderzoeksteam van Dikolli kijkt breder, omdat ze meer dan 30.000 brieven aan aandeelhouders onder de loep namen. Aandeelhoudersbrieven hebben een relatief vrije inhoud, focussen op bedrijfsprestaties en worden ondertekend door de ceo. Ze vormen daardoor een goede bron om na te gaan hoe een ceo afwijkingen tussen woorden en daden verklaart.

Minder integere bestuurders hebben meer uitleg nodig voor de manier waarop ze zich hebben gedragen.

“Wij gebruiken daarvoor een nieuwe maatstaf”, aldus Dikolli. “We kijken naar woorden die men gebruikt om causaliteit aan te geven, zoals ‘omdat’, ‘resulteren’ en ‘is gebaseerd op’. Het onderliggende idee is dat een ceo meer van dat soort woorden zal gebruiken als hij iets goed moet praten. Minder integere bestuurders hebben dus meer uitleg nodig voor de manier waarop ze zich hebben gedragen.”

De onderzoekers hebben voor een grote set aandeelhoudersbrieven dit type causale constructies in kaart gebracht. Vervolgens hebben zij gekeken of de factoren die de causaliteitswoorden kunnen verklaren, dat ook daadwerkelijk doen. Het deel dat niet wordt verklaard door de gebouwde formule geeft een indicatie van de integriteit (of eerder: het gebrek daaraan).
In hun studie kijken de onderzoekers onder andere of de scores samenhangen met de mening van werknemers over de bestuurders in kwestie. Die samenhang blijkt er inderdaad te zijn.
Een bemoedigend resultaat van het artikel is dat audit fees omhooggaan als de integriteitsscore van de bestuurders daalt. De integriteitsscore hangt ook niet samen met rechtszaken. Accountants reageren dus mogelijk adequaat op verlaging van de integriteit.

De huidige informatietechnologie biedt aantrekkelijke mogelijkheden om dit soort integriteitsscores te berekenen, op basis van grote datasets. Die informatie vormt belangrijke input voor de accountantscontrole, omdat de accountant hiermee een geïnformeerde beslissing kan nemen over de vraag of de integriteit van het management aanleiding geeft voor verdere aandacht.

Binnenkort zijn alle presentaties van de FAR-conferentie terug te vinden via de FAR-website.

Luc Quadackers is eigenaar van Margila.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.