Discussie Opinie

Hoe woorden leiden tot daden

Afgelopen dinsdag reageerde Marcel Pheijffer publiekelijk op het NBA-consultatiedocument 'Verplichte rapportering over fraude en continuïteit in de controleverklaring'. Rob Bergmans reageert.

Rob Bergmans

Pheijffer stelt kritische vragen en terecht, want zoals Lucebert al dichtte: "Verantwoording vraagt zeer zuivere vragen."1

Nu is het in principe aan het Adviescollege voor Beroepsreglementering om de reacties op de consultatie te verzamelen, te verwerken en daar al dan niet publiekelijk op te reageren. Het is dus niet primair aan mij om antwoord te geven op deze consultatiereactie. Tegelijkertijd brengt Marcel Pheijffer zijn opinie in het openbaar debat, en als lid van de Stuurgroep Publiek Belang en 'sponsor' van de werkgroep Fraude voel ik me dan geroepen om ook mijn inbreng te leveren.

Laat ik voorop stellen dat ik de opvatting van Marcel Pheijffer deel  dat - gegeven de maatschappelijke kritiek - het accountantsberoep een bijdrage moet leveren om beter voor de dag te komen in grote en kleine fraudezaken. Is die verplichte rapportering dan de meest voor de hand liggende maatregel?

Dat valt zeker te betwijfelen. Maar het is wel een relatief snel invoerbare maatregel omdat het niet meer vereist dan een bestuursbesluit van de NBA. Dacht ik. Inmiddels zijn we vele overleggen, inventarisaties en pilots verder. De maatregel bleek namelijk onverwacht veel discussie te veroorzaken onder de beroepsbeoefenaren. De reden? In eerste instantie de veronderstelde aansprakelijkheid, die ook door Marcel Pheijffer wordt aangevoerd. Maar in je verklaring opschrijven wat je doet, hoeft helemaal geen aanleiding te zijn voor een lawyer's paradise, zolang je inderdaad maar hebt gedaan wat je zegt.

En daar zit hem nu net de crux. Uit onze inventarisaties blijkt dat sommige accountants simpelweg niet doen wat ze conform de standaarden behoren te doen op het gebied van fraude en continuïteit. Het feit dat er hoge inschattingen van kosten en tijd circuleren, spreekt boekdelen. Slechts op papier zetten wat je gedaan hebt, kost namelijk niet zo veel tijd en geld. Er is vermoedelijk dus sprake van werkzaamheden die tot nu toe niet werden gedaan, inclusief de ‘lastige’ gesprekken met de opdrachtgever, bijvoorbeeld over het ontbreken van een frauderisico-analyse. Met de invoering van deze verplichting leiden woorden dus wel degelijk tot daden.

Nu praat je hier feitelijk over beroepshygiëne en het klopt dat rapportering an sich geen extra controlewerkzaamheden behelst. Wat het echter wel doet is dat het die werkzaamheden en bevindingen zichtbaar en bespreekbaar maakt. Niet alleen binnen het bedrijf, maar in het openbaar en voor alle stakeholders om te bevragen. Daarnaast zou het ons niet verbazen als het op deze manier uitlichten van fraude en corruptie wel degelijk ook leidt tot een andere uitvoering van de vereiste werkzaamheden: met grotere zorgvuldigheid en diepgang nu men er ook over moet rapporteren.

De verplichte rapportering is wat mij betreft maar een van de maatregelen die noodzakelijk zijn om als beroep beter voor de dag te komen. Een andere maatregel betreft de inzet van forensische expertise bij wettelijke controle-opdrachten. Eén van de aanbevelingen van de MCA die zeker niet in de bureaulade is verdwenen, maar die we nader hebben onderzocht onder 43 accountantsorganisaties. Wat blijkt? In Nederland is veel te weinig forensische capaciteit aanwezig om alle controles te kunnen ondersteunen. Er zijn dus aanvullende maatregelen nodig in de vorm van opleiding, bijscholing, proportionele inzet etc. En die nemen we nu onder de loep.

Andere maatregelen betreffen het onderbrengen van witwassen en corruptie onder standaard 240 - evenmin in de bureaula verdwenen - en het 'vullen van de toolbox' van de controlerend accountant. Detectiesoftware, fraudepanels, het delen van best & bad practices, het ligt allemaal op tafel, maar ook hier blijkt de praktijk van het delen van kennis en gereedschappen nogal eens weerbarstig. Geen reden om bij de pakken neer te zitten, wel kost het tijd, meer dan gedacht. Niet in laatste instantie vanwege allerlei (al dan niet veronderstelde) concurrentie- en geheimhoudingsissues.

Last but not least hebben we de FAR verzocht een sectorbrede oorzakenanalyse naar fraudegevallen uit te voeren. Dit analoog aan de werkgroep Continuïteit die een dergelijke analyse vrijwel heeft afgerond, en waarvan de resultaten op afzienbare termijn openbaar worden gemaakt. Hadden we die analyse niet eerder moeten verrichten? Jazeker, en op het vlak van controlekwaliteit heeft een sectorbrede oorzakenanalyse ook plaatsgevonden2. Alleen is daar de fraudecasuïstiek nog te weinig in meegenomen. Alle reden dus om dat alsnog te doen.

In mijn werk ontmoet ik veel collega's uit andere landen en het is me inmiddels wel duidelijk dat Nederland met zijn fraude-aanpak voorop loopt. De houding van mijn internationale collega's is bovendien omgeslagen: in plaats van Dutch disease wordt Nederland nu beschouwd als best practice. Dat brengt met zich mee dat het pionieren is. Critici als Marcel Pheijffer helpen ons daarbij. En de praktijk zelf, die meer dan eens een hardere leerschool blijkt te zijn dan we vooraf hadden bedacht.

Noten

  1. Gevat in plaquette op het NBA-kantoor
  2. Rapport oorzakenanalyse OOB-accountantsorganisaties  juni 2019

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Rob Bergmans is lid van de Stuurgroep Publiek Belang, sponsor werkgroep fraude.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.