Discussie Opinie

Bankruns vragen om een fair value balans

Historische kostprijzen verstoren het inzicht in liquiditeit en dragen niet bij aan prudent risicobeleid.

Ralph ter Hoeven

Banken zijn bijzondere instellingen die drijven op publiek vertrouwen. En dit vertrouwen komt nog steeds te voet, maar gaat inmiddels per muisklik. De snelheid waarmee de deposito's bij de Silicon Valley Bank (SVB) zijn opgevraagd is ronduit huiveringwekkend. De bank die haar balanstotaal in drie jaar tijd wist te verdriedubbelen tot 215 miljard dollar, raakte op 8 maart 2023 veertig miljard dollar kwijt. En voor 9 maart werd gerekend op een opname van 100 miljard dollar. Ergo: Bijna de helft van het balanstotaal op een dag. Feitelijk een door rekeninghouders afgedwongen flitsliquidatie.

Bij de SVB wordt in een evaluatierapport van de Amerikaanse Federal Reserve gewezen op het effect van social media en in netwerken met elkaar verbonden klanten, waarmee zorgen over de bank snel konden worden verspreid. Maar het vertrouwen in een bank kan op meerdere wijzen worden weggeslagen. Denk aan de oproep van Pieter Lakeman, die de val inluidde van DSB in 2009.

Waar het om gaat is dat als een bank klantdeposito's aanhoudt, zij simpelweg rekening moet houden met een snelle opname van gelden. Ze moet buffers aanhouden om te voorkomen dat er een tekort komt aan liquiditeit. Want in tijden van het wegvallen van vertrouwen is externe financiering vaak niet meer afdoende, zoals onlangs nog bij Signature, Credit Suisse en First Republic is gebleken.

Zoomen we in op de SVB ultimo 2022, dan zien we dat tegen onmiddellijk opneembare deposito's van 166 miljard dollar (waarvan 93 procent niet gedekt door de Amerikaanse depositogarantie) snel liquideerbare activa stonden van ongeveer 120 miljard. Opmerkelijk is echter dat driekwart van deze bezittingen tegen kostprijs gewaardeerd werd in een Held to maturity-categorie onder US GAAP. Deze categorie kennen we uit het oude IFRS-platform (IAS 39) en geldt dus nog steeds onder US GAAP, inclusief de bepaling dat Held to maturity-activa niet gebruikt mogen worden voor hedge accounting.

Grillig klantengedrag

Dus feitelijk geeft SVB met de classificatie Held to maturity aan: We hebben er alle vertrouwen in dat we deze bezittingen tot het einde van de looptijd kunnen aanhouden; vandaar dat kostprijs een goede basis is en vandaar dat we afzien van afdekking van het renterisico.

SVB ging er daarbij vanuit dat de depositohouders gemiddeld een aantal jaren zouden blijven; de zogenaamde veronderstelling van core deposits of kerndeposito's. Juist deze veronderstelling wordt door het grillige klantengedrag keer op keer ontkracht en werkt niet mee aan het stabiel houden van ons financiële systeem, omdat het afzien van rente-afdekking verkeerd kan uitpakken en wantrouwen kan voeden. In dit geheel werkt waardering tegen kostprijs niet mee.

De grondslag kostprijs wordt zowel onder IFRS als US GAAP gebruikt voor de gewone rentedragende vorderingen en beleggingen. Illustratief is dat bij de SVB bank 12 procent van de bezittingen op fair value en 88 procent op kostprijs stond. IFRS is inmiddels wel verbeterd als het gaat om de relatie tussen kostprijs en hedge accounting. De op kostprijs gewaardeerde activa kunnen daarvoor gebruikt worden, ook als het stellige voornemen bestaat de kasstromen netjes te innen.

Maar kostprijs kent een groot nadeel: Het volgt niet de prijs die de bank mag verwachten als de instrumenten moeten worden verkocht vanwege een optredende liquiditeitsbehoefte. Bij een oplopende rente daalt immers de marktwaarde van langlopende vastrentende bezittingen. En deze bezittingen had SVB in ruime mate, vooral in de vorm van langlopende staatobligaties. De verliezen in deze categorie liepen op tot 15 miljard dollar, maar werden niet dus niet verantwoord vanwege de waardering tegen kostprijs.

Bescherming

Indien echter in het boekjaar 2022 fair values waren gehanteerd, zou de SVB een nettoverlies hebben geleden van ongeveer 14 miljard dollar, in plaats van een gerapporteerde winst van twee miljard dollar. Deze boekhoudkundige winst is dus vooral veroorzaakt dankzij de ‘bescherming’ die kostprijswaardering biedt.

Het waarderen tegen fair values van zowel financiële bezittingen als schulden heft deze bescherming op en geeft daarmee een beter inzicht in de liquiditeitspositie van de bank en dus ook nuttige informatie aan de beleggers. Maar vooral zorgt het ervoor dat renteafdekking en prudent risicomanagement worden gestimuleerd, omdat de gevolgen van het risicobeleid gelijk zichtbaar worden op de balans. Want als de bank bescherming had gekocht tegen de marktwaardeveranderingen van zijn bezittingen als gevolg van veranderingen in de rentestand, dan had de SVB een winst op deze afdekkingsinstrumenten kunnen boeken van 15 miljard dollar. Waarmee dus de marktwaarde van zijn totale bezittingen intact was gebleven.  

Grote kans dat de zorgen op sociale media dan ook niet waren opgetreden en het 'Lakeman-effect' niet op deze bank van toepassing zou zijn geweest.

Deze opinie is in verkorte vorm opgenomen in het FD van 22 mei 2023.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Ralph ter Hoeven is partner bij Deloitte Accountants en hoogleraar externe verslaggeving aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.