Magazine

Aartsvader van de Nederlandse accountants

Theodore Limperg jr. kunnen we gerust een idealist pur sang noemen. Hij leverde een enorm belangrijke bijdrage aan het accountantsberoep in Nederland. Zijn carrière was rijkelijk gevuld, maar 55 jaar na zijn dood kennen de meesten slechts een deel van zijn erfenis. Helaas. Wikipedia besteedt niet eens aandacht aan zijn Leer van het Gewekte Vertrouwen! Tijd voor een herwaardering(sreserve).

Dit artikel is verschenen in Accountant Q2, 2015

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

‘Wow, you're from the University of Limpeurtsj. Great!’ Zo werd ik vriendelijk begroet door een Amerikaanse onderzoeker op een internationaal congres, ergens begin jaren negentig. Het was voor mij de eerste keer dat ik besefte hoe ver de roem van ‘onze’ Theodore Limperg jr. eigenlijk reikt. Want dat ze niet aan de provincie Limburg dachten - laat staan aan de Rijksuniversiteit Limburg - leek mij zonneklaar.

Hoewel zijn internationale invloed dus goed merkbaar is, heeft Limperg (1879-1961) in Nederland zelf de meest diepe en brede sporen achtergelaten. Eerst wat laaghangend fruit. U kent het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie? Opgericht door Limperg in 1924. Vervangingswaardeleer? Door Limperg groot gemaakt in Nederland. Het Limperg Instituut? Niet door hemzelf opgericht, maar wel naar zijn nagedachtenis. Het instituut is jarenlang toonaangevend geweest op het gebied van onderzoek en onderwijs, en is nog steeds actief op meerdere fronten.

Maar Limpergs meerwaarde is vele malen groter.

Komaf en familie

Limpergs grootvader was een immigrant uit Waldeck, Duitsland. Hij was bakker en vestigde zich tussen andere Duitse bakkers in Amsterdam. Hij trouwde twee keer en het eerste kind van zijn tweede vrouw heette Theodorus, Theodorus, Limpergs vader, ambieerde geen toekomst als bakker en ging als ambtenaar aan de slag. Hij trouwde met Mathilda Speyer en schopte het via hoofdopzichter tot ingenieur bij de afdeling ‘bruggen’ bij de gemeente Amsterdam. Op 21 december 1879 werd Theodore jr. geboren in Amsterdam. Hij had nog een jongere broer (Louis) en een oudere zus (Louise) die in haar eerste levensjaar overleed.

Na de basisschool gaat Theodore jr. naar de Openbare Handelsschool op de Keizersgracht. De elitaire school is duur. Dat past niet helemaal bij de stand van de familie, maar zijn moeder Mathilda vindt het belangrijk haar kinderen op te stuwen in de vaart der volkeren. De opleiding duurt vijf jaar en geldt als uitstekende voorbereiding op functies in het bedrijfsleven. Limperg blinkt enorm uit en behaalt in 1897 zijn diploma, samen met 22 anderen. De afstudeerders kwamen goed terecht. In 1925 waren maar liefst dertien van de 22 werkzaam als managing director van ondernemingen (waaronder een bank) of als partner in handelsbedrijven. Ook oud-premier Willem Drees studeerde er af (in 1903).

Aan de slag

Limperg werkt na zijn school enkele jaren, onder andere als boekhouder, bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij en het Duitse elektriciteitsbedrijf Helios. Vanaf 1899 vervult hij zijn militaire dienstplicht. Daarna begint hij in 1900 te werken als assistent-accountant onder de vleugels van de eminente J.G.Ch. Volmer. In 1901 vormen zij samen een vennootschap en wordt Limperg dus partner. Hij blijft partner van een accountantskantoor tot 1922, in wisselende vennootschappen (waaronder een met zijn broer Louis van 1916-1922). Saillant detail: als Limperg voor het eerst toetreedt tot een maatschap heeft hij nog geen accountantsstudie voltooid en is hij formeel zelfs nog minderjarig! De leeftijdgrens is dan nog 23 jaar. Limperg trouwt in 1906 met Emma Altink (die overlijdt in 1947) en in 1953 met Marguerite Goossens, en krijgt drie kinderen.

Kritische houding

In 1904 legt Limperg met succes zijn accountantsexamen af bij het Nederlandsch Instituut van Accountants (NIvA), de oudste en grootste organisatie van een handvol accountantsorganisaties. Maar hij is kritisch over de examinering en over de kwaliteit van de accountants.

Limperg stelt zich ten doel om de status van accountant op te krikken door het verhogen van de vereiste standaarden en steekt zijn mening daarbij niet onder stoelen of banken. Die kritische houding wordt door de zittende garde van het NIvA niet op prijs gesteld en dat leidt in 1906 al tot een breuk. Samen met enkele mederebellen start hij zijn eigen vereniging waar hij zijn idealen kan botvieren: de Nederlandsche Accountants Vereeniging. Dat resulteert in een strikte en goedgeorganiseerde gedragscode, een raad van tucht en een solide examenstelsel.

Met tijd en stro rijpen de mispels, blijkbaar, want in 1919 wordt de vereniging opgenomen in het NIvA, onder Limpergs voorwaarden. Het wordt de sterkste en best georganiseerde vereniging van accountants. Limperg speelt een belangrijke rol in het examenbureau en diverse commissies.

Hoogleraar

Limperg is een groot voorvechter van het oprichten van een economische faculteit aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Die komt in 1922 van de grond en Limperg wordt gevraagd om hoogleraar bedrijfshuishoudkunde te worden en de bijbehorende afdeling te leiden. Hij stopt met zijn werk als accountantspartner en zal tot aan het eind van zijn werkzaam bestaan (1950) hoogleraar blijven. In 1929 wordt een postdoctorale accountantsopleiding toegevoegd aan de universitaire opleiding. Dat vindt hij een logische extensie. Volgens Limperg leidt kennis van bedrijfseconomie tot een dieper inzicht in de cliënten van de accountant. Accountants kunnen zo beter de controlerisico's inschatten en beter adviseren.

Theorie van de bedrijfseconomie

Een van Limpergs idealen is het opstellen van een integrale wetenschappelijke theorie van de bedrijfseconomie. Hij ziet bedrijfseconomie als een naadloos onderdeel van algemene economie. Volgens hem is het economisch motief (het streven naar meer welvaart) de enige juiste manier om bedrijfseconomische fenomenen uit te leggen. Zijn invulling van, onder andere, de vervangingswaardeleer en de leer van het gewekte vertrouwen plaatst hij zelf ook in deze context.

Het economisch motief noopt tot het goed tegen elkaar afwegen van kosten en baten. Daarvoor acht Limperg het belangrijk dat voor de eigenaar duidelijk is wat een goed of zaak waard is. Dat houdt in dat de waardering tegen historische kostprijs van goederen en zaken regelmatig moet worden bijgesteld. Het idee om te herwaarderen naar de lagere opbrengst of marktwaarde (vervangingswaarde) stamt uit Oostenrijk (Carl Menger). Limperg bouwt daarop voort, net als Amerikaanse, Australische en Britse onderzoekers later zullen doen.

Leer van het gewekte vertrouwen

Door specialisatie en scheiding van leiding en eigendom ontstaat een afzonderlijke industrie in vertrouwen. Met het zetten van een handtekening voegt de accountant, als onafh ankelijke expert, betrouwbaarheid toe aan de uitingen van het management. Ook dat past in Limpergs idee van een complete bedrijfseconomische theorie.

Het vertrouwen dat de accountant toevoegt is een tussenproduct, een essentieel ingrediënt in de allocatie van middelen, productieproces en output. Het ontbreken van vertrouwen door accountantscontrole zou leiden tot een maatschappelijk economisch verlies.

Limperg ziet vertrouwen als de essentie van de accountantscontrole. De accountant is de vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer. Vertrouwen is dus het uitgangspunt voor het werk dat de accountant moet uitvoeren. Dat leidt tot zijn Leer van het Gewekte Vertrouwen. Het doel van Limperg is om de theorie te laten dienen als raamwerk voor het ontwikkelen van normen voor accountants.

Limperg: “De normatieve kern van de Leer van het gewekte vertrouwen is dus deze: de accountant is verplicht om zijn arbeid zoo te verrichten, dat hij de verwachtingen, welke hij bij den verstandigen leek opwekt, niet beschaamt; en, omgekeerd, de accountant mag geen grootere verwachtingen opwekken dan door den verrichten arbeid gerechtvaardigd wordt.” En: “De Leer verlangt dus van den accountant, dat hij in elk bijzonder geval vaststelt, welke verwachtingen hij opwekt; dat hij zich rekenschap geeft van den inhoud van het vertrouwen, dat hij bij de vervulling van elke specifieke functie opwekt. Daartoe is het noodig, dat hij een inzicht heeft in de factoren, welke den inhoud van dat vertrouwen bepalen.” Actueler kan bijna niet…

Limperg verricht ook veel advies en commissiewerk voor overheid en private sector, bijvoorbeeld met betrekking tot de wederopbouw, pensioenen, het reguleren van het beroep en de ontwikkeling van wetgeving op het gebied van accounting. En hij blijft tot op late leeftijd adviseur van het accountantskantoor waar hij partner was. We kunnen zo nog wel enkele pagina's doorgaan, maar de portee van het verhaal is duidelijk. Limperg heeft de beroepsgroep praktisch en theoretisch naar een hoger niveau gebracht. Hij verdient het om niet te worden vergeten.

Bronnen:

Stephen Zeffen Kees Camfferman, ‘The contributions of Theodore Limperg Jr (1879-1961) to Dutch accounting and auditing’.

Hoofdstuk 7 uit het boek ‘Twentieth-Century Accounting Thinkers’, onder redactie van John Richard Edwards. Routledge. 1994.

Kees Camfferman. Twee ongepubliceerde hoofdstukken over leven en werk van Limperg.

Wikipedia-lemma over Limperg.

Theodore Limperg Jr., ‘De functie van den Accountant en de leer van het gewekte vertrouwen, MAB, oktober 1933.

Tweede Wereldoorlog, verzet en onderduik

Limperg was een uitgesproken openlijke tegenstander van de Duitse maatregelen op de universiteit in de Tweede Wereldoorlog. En hij was een groot voorstander en inspirator van het studentenverzet. Daardoor moest Limperg onderduiken vanaf 1943. Zijn zoon Koen werd in 1943 door de Duitsers geëxecuteerd wegens betrokkenheid bij de aanslag op het Amsterdams Bevolkingsregister.

Arthur Andersen en Limperg

In veel opzichten vertoont onze eigen patriarch Theodore Limperg jr. overeenkomsten met de legendarische Arthur Andersen (zie vorige nummer). Ze zijn beiden nageslacht van immigranten. Zij hadden allebei een kraakhelder beeld van hoe het accountsberoep eruit moest zien. Zij hebben beide door hard studeren en werken hun idealen nagestreefd en bereikt. Ze hebben beiden een stevig onderwijsfundament gelegd onder het accountantsberoep en ze waren beiden hoogleraar. Het waren allebei eigen heimers eerste klasse die hun eigen Spartaanse arbeidsethos ook van anderen verwachtten. Zij hadden ware discipelen, maar ook vele tegenstanders.

Schrijverij en oprichting MAB

Van 1903 tot 1924 gebruikt Limperg als redacteur het blad Accountancy als uithangbord van zijn ideeën over onder andere accountantscontrole, technieken, ethiek, opleiding en wettelijke verankering van het beroep. Na een conflict met de uitgever begint Limperg in 1923 het blad Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie (toen stond er nog Bedrijfshuishoudkunde in plaats van Bedrijfseconomie).

Noot
Luc Quadackers is eigenaar van Margila en als onderzoeker verbonden aan het Amsterdam Research Center in Accounting (ARCA) van de Vrije Universiteit Amsterdam. Met dank aan Kees Camfferman voor zijn hulp.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.