Magazine

Starreveld buiten de boeken

Starreveld. Welke accountant is er niet groot mee geworden? Starrevelds gedachtegoed was, is en blijft onverminderd populair. Algemene Grondslagen Starreveld ('Deel 1') is vorig jaar weer herzien. Toch was Starreveld veel meer dan alleen een boekenschrijver. Enkele onderbelichte hoofdstukken uit het leven van de patriarch van de 'BIV/AO'.

Dit artikel is verschenen in Accountant Q4, 2015

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Starreveld was een techneut, ondernemer, organisatieadviseur en accountant, die handige zakelijkheid naadloos verweefde met een rechte rug. Zijn levensverhaal leest bij vlagen als een jongensboek. De rode draad is een voortdurende zoektocht naar het aan meerdere kanten snijdende mes.

Jonge jaren

Remmer Willem (Wim) Starreveld wordt in 1907 geboren in Amsterdam. Over zijn afkomst en jeugd is weinig te vinden. Zijn vader was in elk geval een selfmade praktijkman die zich opwerkte tot directeur van Bührmann-Tetterode. De jonge Starreveld is vooral geïnteresseerd in techniek en de weg naar een studie in Delft heeft hij, na zijn eindexamen hbs, in het vizier. Dat speelt in 1915. Maar de arbeidsmarkt is dan bar slecht voor ingenieurs, die naar verluidt vooral aan de bak komen als trammachinist. Starrevelds oom Ten Have is NIvAaccountant bij Unilever en attendeert de jonge Wim op een vruchtbare toekomst als accountant. Dan kan hij ‘toch ook veel rekenen’. Starrevelds vader zoekt contact met niemand minder dan Theodore Limperg, die hoogleraar is aan de UvA. Twee praktijkmannen onder elkaar. Vader Starreveld vraagt aan Limperg wat hij een zoon zou adviseren, eerst praktijk of eerst studeren.

Limperg verkiest de praktijkoplossing, en zeker niet meteen als accountant, liever eerst in het bedrijfsleven. En zo geschiedt het.

Op weg naar het ondernemerschap

Starreveld start bij de Amsterdamse Liquidatiekas, later onderdeel van Bank Mees en Hope, dat een belangrijke rol vervulde in de afwikkeling van goederentermijnhandel. Twee jaar later stapt hij over naar accountantskantoor Frese en Hogeweg. Het werk is saai als beginnend accountant, maar toch ziet Starreveld veel bedrijven en leert hij veel. Rond 1928 verschijnen de eerste boekhoudmachines op de markt. Starreveld raakt weer begeesterd door de wonderen der techniek. Hij stapt over naar de firma Vermeulen, die zogenaamde ‘Burroughs-machines’ importeert (zie kader). Starreveld krijgt echter al snel het gevoel dat de objectief aandoende term ‘accountantsafdeling’, die wordt gebruikt voor zijn afdeling, min of meer wordt misbruikt voor de commerciële belangen van de firma. Hij voelt zich daar niet goed bij. Overleg met, wederom, Limperg leidt ertoe dat hij zich in 1933, na het behalen van zijn accountantsdiploma, vestigt als onafhankelijk adviseur op het gebied van kantoormachines. Samen met drie compagnons richt hij het ‘Raadgevend Kantoor voor Organisatie en Efficiency’ op.

Onafhankelijkheidsgedachten

Het doel van het kantoor is onder meer het bijstaan van accountants op het gebied van administratieve techniek, vanuit hun specialistische expertise. Starrevelds samenwerking met drie niet-accountants laat zich mogelijk niet verenigen met zijn verplichtingen en verantwoordelijkheden als lid van het Nederlands Instituut van Accountants (NIvA). Daarover worden clausules opgenomen in het maatschapscontract. Ook ontpopt zich het potentiële probleem dat cliënten (accountants) mogelijk terughoudend zullen handelen omdat Starreveld immers een concurrent is als accountant. Daarom legt Starreveld bij het NIvA een specialistenverklaring af, waarin hij verklaart geen reguliere accountantscontrole te zullen uitvoeren. Daarmee is hij, naar eigen zeggen, ‘ongevaarlijk’ geworden. Hij bouwt overigens wel de mogelijkheid in tot herroeping van deze verklaring (met een opzegtermijn van drie jaar).

Slim zakendoen

Starrevelds kantoor begint met drie cliënten die ze kennen via Burroughs, hun vorige broodheer. Vlak daarna meldt zich een bedrijf naar aanleiding van een artikel in het tijdschrift Administratieve Arbeid. Waarschijnlijk geprikkeld door de effectiviteit van het verschenen tijdschriftartikel wordt besloten zelf goede publicaties te ontwikkelen. Ook hier wordt weer synergie gezocht door Starreveld. Voor hun adviespraktijk moet namelijk sowieso een documentatie worden opgezet over de beschikbare technologie. Daarom wordt besloten een losbladig handboek over kantoormachines te gaan uitgeven: ‘De Kantoormachinegids’. De gids heeft al gauw enkele honderden abonnees en veel van die abonnees worden ook klant van de adviespraktijk. Dat smaakt naar meer. Het kantoor wil zich met name profileren als adviseur op het gebied van organisatievraagstukken en administratieve efficiëntie. Daarom wordt met enkele andere adviseurs het tijdschrift ‘Organisatie en Efficiency’ opgericht.

Starreveld ‘goes international’

Nog steeds zit er meer in het vat. Starreveld en de zijnen besluiten een Engelstalige versie uit te brengen van hun kantoormachinegids: ‘The Office Machine Manual’, die vooral is gericht op Engeland. Dat werkt goed. De voorzitter van het Amerikaanse ‘Office Equipment Manufacturers Institute’ krijgt het blad ook onder ogen en nodigt Starreveld cum suis uit om een op Amerika geënte versie te gaan maken. Dat ziet Starreveld wel zitten. De op te richten redactie in de VS kan ook hun Europese bladen voeden en vice versa. Starreveld reist in die begintijd rond in de VS om overal lezingen te verzorgen. Dat is erg leerzaam en het leidt bovendien tot goede zaken.

Ongewenste concurrentie

Hoewel Starrevelds zoektocht naar synergie prijzenswaardig is, denken de Amerikaanse kantoormachinefabrikanten daar heel anders over. Zij zijn not amused met de behandeling van Europese machines in hun Amerikaanse blad. Dat betekent ongewenste concurrentie. Op een gegeven moment wordt Starreveld er zelfs van beschuldigd een Duitse spion te zijn die economische inlichtingen verzamelt voor Hitler-Duitsland. Hij gaat bij een grote Amerikaanse fabrikant op bezoek om dit nonsensverhaal met plausibele argumenten de kop in te drukken. Onder het genot van een fenomenale lunch wordt hem echter medegedeeld: “We are not interested in the truth, we are only interested in our interest.” De vervolgopmerking dat in de VS zomaar ineens per ongeluk een steen op je hoofd kan vallen, maakt het thuisgevoel niet bepaald groter. Starreveld en zijn collega's besluiten een puur Amerikaanse editie te gaan maken en een internationale editie waarin ze ruimer te werk kunnen gaan. Daarmee zijn de Amerikanen blij. Toch bestellen de Amerikaanse fabrikanten uiteraard vooral de internationale editie. Dan begint de oorlog en staken helaas de internationale activiteiten. De Nederlandse gids wordt wel nog in uitgeklede vorm doorgezet.

De oorlogsjaren

Tijdens de oorlogsjaren worden de reguliere zaken van kantoor steeds slechter, vooral omdat bedrijven er weinig heil in zien hun bedrijfsefficiency te verbeteren aan de hand van administratieve techniek. Starreveld ervaart dan aan den lijve dat een adviespraktijk die het vooral moet hebben van eenmalige opdrachten extreem kwetsbaar is. Hij besluit daarom in de loop van de oorlog toch gebruik te maken van de herroeping van zijn specialistenverklaring. Door de opzegtermijn zal dat echter pas het jaar na de oorlog uiteindelijk ingaan. Tijdens de oorlog houdt Starreveld zich daarom verder vooral bezig met het schrijven van cursussen en het ontwikkelen van documentatiesystemen.

Na de oorlog

Starreveld krijgt na de oorlog veel opdrachten vanuit het bedrijfsleven dat zich naarstig probeert te herstellen. Ook het leeuwendeel van de ministeries vraagt om advies. Aan werk geen gebrek dus. In 1950 treedt Starreveld toe tot Klynveld, Kraayenhof & Co. en besteedt hij veel tijd aan het wegwerken van de achterstand die hij op het gebied van de accountantscontrole heeft opgelopen. Het inzetten van de computer in bedrijfsadministraties loopt volgens hem toch niet zo'n vaart. Het besparen van fracties van seconden per boekingspost lijken hem verwaarloosbaar. Later geeft hij grif toe dat hij zich zelden ernstiger heeft vergist dan toen. Hij stort zich weer volledig op zijn oude liefde voor techniek. Hij wordt in 1955 lector en in 1959 buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

De boeken

Voor 1950 schrijft Starreveld enkele kleinere werken. De boeken die door duizenden bedrijfseconomen, accountants en controllers zijn stukgelezen, ontstaan tijdens Starrevelds werk als lector en hoogleraar. Ze zijn in feite het bijproduct van zijn colleges. Hij spreekt blijkbaar zo snel dat de studenten het niet kunnen bijbenen met het maken van aantekeningen. Starreveld heeft echter weinig trek om de Schwung uit zijn lessen te halen en stelt voor om na afloop gestencilde dictaten uit te delen. Daarna komt het verzoek om al een week voorafgaand aan de lezingen de stencils uit te delen. Collega's raden dit ten zeerste af, maar Starreveld doet het toch, onder de voorwaarde dat de studenten vooraf de stukken doornemen en op papier vragen en opmerkingen formuleren. Die input is een belangrijke bron voor het verdere aanscherpen van de dictaten. De collegeseries zijn uiteindelijk omgezet in de boeken die wij allemaal kennen.

‘Werdegang’

Het is misschien aardig om afsluitend Starrevelds ontwikkelingsgang in zijn eigen woorden weer te geven. Daarin wordt de kern van zijn ideeën goed samengevat: “… ik ben steeds duidelijker gaan inzien dat men zich als adviseur op het gebied van de administratieve organisatie en de administratieve techniek in de eerste plaats moet verdiepen in de processen van het desbetreffende bedrijf en de keuze-, regelings-, communicatie- en beheersingsproblemen die zich daarbij voordoen. Dat is niet iets wat men in zijn studeerkamer kan doen, maar vraagt een intensief contact met alle betrokken bedrijfsfunctionarissen. Hun die zich in dit deel van het vak willen specialiseren zou ik daarom willen aanraden zich te bekwamen in een gesprekstechniek waarbij men alle bedrijfsprocessen stap voor stap met de direct betrokkenen doorneemt om na te gaan wat daarbij te beslissen, te regelen, te communiceren en te beheersen valt en aan welke informatie daartoe behoefte bestaat. Ook in de controlepraktijk zal men daarvan veel profijt kunnen hebben.” (Vecht en De Weger, pagina. 193-194) ‘Quod erat demonstrandum.’

Bronnen

Noot
Luc Quadackers is eigenaar van Margila en als onderzoeker verbonden aan het Amsterdam Research Center in Accounting (ARCA) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Met dank aan Kees Camfferman voor zijn advies.

Rekentuig

Starreveld stoort zich aan de eenzijdige nadruk die wordt gelegd op het rekenvermogen van computers. Hij ziet grote meerwaarde voor de opslag en ordening van gegevens. Computers worden ook wel aangeduid als ‘rekentuig’ in de tijd. Starreveld doet diverse pogingen om een andere term te laten inburgeren, zoals logatron, informatron, memotron, informaat en duplicator. Al die pogingen lopen spaak. Maar goed, niet veel mensen kunnen zeggen dat ze zich hebben bemoeid met de benaming van dit baanbrekende fenomeen

Burroughmachines

Burroughs ontwikkelde een serie rekenmachines met verschillende mogelijkheden en geleidelijk toenemende capaciteit. De mechanische, en later geautomatiseerde boekhoudsystemen waren vaak bedoeld als arbeidsbesparende maatregel, waarvoor meestal ook de organisatie moest worden aangepast. Dat was het werkterrein van Starreveld en zijn partners. Een revolutionaire rekenmachine was de Sensimatic, die in staat was om een groot aantal zakelijke functies semiautomatisch uit te voeren. Het had een beweegbare programmeerbare wagen om grootboeken te onderhouden. Het kon 9, 18 of 27 saldi opslaan tijdens het bijwerken van het grootboek en werkte met een mechanische optelfunctie genaamd Crossfooter (Bron: Wikipedia).

Potverteren

In de oorlog zat Starreveld in het NIvA-bestuur, onder voorzitterschap van Munnik. De doelstelling was om de kas leeg te maken voor de Duitsers dat zouden doen. Daarom aten de bestuurders veelvuldig in de beste restaurants. Na afloop van de oorlog werd Kraayenveld voorzitter. Hij verordonneerde dat iedereen vanaf dat moment weer gewoon boterhammen moest meenemen.

Nog enkele highlights

Starreveld was:

  • Een van de oprichters van de Orde van Organisatieadviseurs en bestuurslid van het NIvA.
  • Als tweede externe accountant ooit (na Kraayenhof) verantwoordelijk voor de jaarrekeningcontrole van DNB.
  • Ontvanger van de Limperg-penning.

Luc Quadackers is eigenaar van Margila.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.