Magazine

Boekhoudregels bepalen onze groeiverslaving

Heeft u er weleens over nagedacht waarom we economische groei meten zoals we die meten? En waarom we dat zien als vooruitgang? En heeft u, als accountant, er wel eens over nagedacht hoe een jaarrekening eruit zou zien in een wereld zonder groei?

Dit artikel is verschenen in Accountant Q1, 2019

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Hans Stegeman

Zouden dan alle jaren op elkaar lijken, met exact dezelfde bedragen op alle balansposten? Waarschijnlijk niet. Want een bedrijf zal, zowel bij winst als verlies, altijd dynamiek vertonen: in beweging zijn, groeien, zich ontwikkelen. Maar een macro-economie met minder economische groei biedt wel bepaalde uitdagingen. Waarvan wellicht de belangrijkste is: anders gaan denken over vooruitgang.

Historische context

Voordat u gaat denken dat ik per definitie tegen economische groei ben: nee, dat ben ik niet. Dat zou het ontkennen zijn van de materiële welvaartstoename die we afgelopen decennia hebben gekend. Dat zou hetzelfde zijn als het ontkennen van het nut van winst bij een bedrijf. Natuurlijk is winst belangrijk. Maar het begrip economische groei en de daarmee samenhangende boekhoudregels kunnen alleen maar worden begrepen vanuit een historische context. Net zoals veel accountancyregels worden bepaald in een bepaald tijdsgewricht om bepaalde problemen op te lossen.

Het begrip Bruto Binnenlands Product (BBP) stamt uit de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Zijn ontstaan dankt het aan het werk van enkele toonaangevende economen die, na de ervaringen in de Eerste Wereldoorlog, een oplossing zochten voor de economische noden in oorlogstijd. In zijn pamflet How to pay for the war (1) beklaagt John Maynard Keynes zich over de kwaliteit van de statistieken, waardoor hij niet kon berekenen hoeveel de Britse economie voor de oorlog kon produceren en wat er dan overbleef voor consumptie. Het werk van Colin Clarke (2) in het VK en Simon Kuznets (3) in de VS in de periode vlak voor en in de Tweede Wereldoorlog heeft de bouwstenen gelegd voor het begrip van Nationale Rekeningen; de nationale boekhouding zoals we die nu kennen.

Dat ging natuurlijk niet zonder discussie. Clarke keek bijvoorbeeld vooral naar de private productie (met het idee dat wat de overheid voortbrengt eigenlijk geen productie is), terwijl Keynes zich juist richtte op hoe de economie van een land kon worden voorbereid op oorlogsproductie - en daarin zijn overheidsconsumptie en -investeringen juist cruciaal.

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was de discussie grotendeels beslecht en konden de Geallieerden hun oorlogsproductie volgens het idee van de Nationale Rekeningen sturen. Sommige economen zien dit zelfs als een van de redenen dat ze de oorlog konden winnen. (4) Wat dit voorbeeld duidelijk wil maken, is dat het ontwerp van een goede boekhouding is gebaseerd op de meest relevante problemen van de tijd: in oorlogstijd is dat uiteraard oorlogsproductie.

De dominantie van de begrippen BBP en economische groei als leidraden voor beleid werden aan de hand van de Verenigde Naties via de Marshall-hulp over de wereld verspreid. Instrumenteel waren de in VN-verband opgestelde richtlijnen van het systeem van Nationale Rekeningen (5), die de ‘boekhouding’ moesten vormen voor landen om Marshall-hulp te krijgen en de aanwending ervan te monitoren. Dit is het boekhoudstelsel waar nagenoeg de gehele wereld zich nu in meer of mindere mate aan houdt. Ontegenzeglijk een groot succes.

De materiële welvaart is wereldwijd, als eerste in de Westerse landen, fors toegenomen. Door te sturen op wat het hardst nodig was, namelijk verbetering van de materiële levensstandaard door de productie zo te alloceren dat zoveel mogelijk goederen konden worden geproduceerd. Het belangrijkste kengetal uit de Nationale Rekeningen, het BBP ofwel economische groei, vatte dat vervolgens handzaam samen.

Kanttekeningen

Inmiddels is echter ook duidelijk geworden dat economische groei niet zonder meer nuttig of goed is. En economische groei als richtpunt voor beleid al helemaal niet. Daar zijn al boeken vol over geschreven. Als de verdeling van inkomens scheef is, zegt een groeicijfer niet veel over hoe een gemiddelde burger economische vooruitgang ervaart. Daar weten veel mensen in Nederland alles van; we horen bijna dagelijks dat het zo goed gaat met onze economie, maar we zien dat nog niet echt terug op onze loonstrook. En zo zijn er legio voorbeelden waarin de negatieve effecten van economische groei groter zijn dan de positieve, maar die in onze winst-en-verliesrekening buiten beschouwing blijven. Als veel mensen hard moeten werken in slecht betaalde, onzekere banen dan levert dat wellicht inkomen op en voor bedrijven winst, maar dat gaat ten koste van het welbevinden van veel mensen.

Als bedrijven veel winst maken en zo aan de economische groei bijdragen, maar nauwelijks belasting betalen, dan leidt dat tot publieke armoede. Dit maakt het voor de overheid lastig om beleid te voeren dat in het belang is van een land op de langere termijn. Zoals bijvoorbeeld investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Of in de verduurzaming van de energie-infrastructuur - ook milieuvervuiling en klimaatverandering zien we op onze balansen niet terug. Maar zolang onze boekhouding is gebaseerd op materiële vooruitgang staat dat het denken over echte vooruitgang in de weg.

Alternatieve indicatoren

Als accountant weet u dat transparantie over handelen belangrijk is. Maar ook dat het helpt dat een jaarrekening wordt gebaseerd op vaste begrippen die iedereen begrijpt. Die conventies en die transparantie bepalen vervolgens het handelen. Als u als accountant inzicht geeft in de financiële positie van een bedrijf en laat zien dat er niet genoeg winst wordt gemaakt, dan vraagt niemand of wel de juiste rekenmethode is gevolgd. Daar zijn richtlijnen en standaarden voor. Dus kan er meteen worden overgegaan tot actie: op basis van de cijfers de plannen bijstellen.

Maar wat nu als, zoals bij economische groei, die richtlijnen wel transparant en duidelijk zijn, maar de begrippen die ze voortbrengen te kort schieten? Dan zijn we op nationaal niveau aan het boekhouden voor een verkeerd doel.

Alternatieven voor economische groei zijn inmiddels ruim voorhanden: de Human Development Index, Better Life Index, Happy Planet Index, World Happiness Index, IWI, Genuine Progress Indicator, om er maar een paar te noemen. Bij sommige hiervan wordt het begrip BBP ‘gerepareerd’ door rekening te houden met de milieueffecten van economische groei, bij andere worden meerdere indicatoren, die zowel de economische, sociale als ecologische kant weergeven, bij elkaar opgeteld. En ook wordt soms van dit soort indicatoren een dashboard gebouwd: meerdere wijzertjes waarnaar kan wordenn gekeken. En dan hebben we natuurlijk ook nog de Sustainable Development Goals: ook een soort van dashboard, met beleidsdoelstellingen voor de mondiale samenleving.

De impact van al die alternatieven is echter nog steeds vrij beperkt. Waarschijnlijk heeft u van de meeste indicatoren überhaupt nog nooit gehoord. Dat heeft een aantal oorzaken: te veel initiatieven zonder regie, te veel begripsdiscussies en een bedrijfsleven dat vooral denkt in termen van aandeelhouderswaarde in plaats van waardecreatie.

Andere mindset en nieuwe boekhoudregels graag!

“Future progress simply must be made in terms of the things that really count, rather than the things that are merely countable”, aldus ecologisch econoom Herman Daly. Dat is de taak die voor ons ligt. Aan de ene kant moeten we gaan snappen dat het niet meer alleen om economische groei gaat en moeten we dus ook niet wakker liggen van ietsje meer of minder groei en af en toe krimp. De dynamiek in een samenleving wordt niet alleen maar bepaald door de groei van de waarde van markttransacties, maar vooral door de toename in kwaliteit van leven.

Om daar te komen, moeten we dan wel een begrippenkader ontwikkelen - transparant, breed geaccepteerd en voor iedereen te begrijpen - waarin de zaken die relevant zijn voor echte welvaart wel naar voren komen. Dat is een lange weg die we gezamenlijk zullen moeten afleggen. Dus niet alleen met statistici en macro-economen, maar ook met accountants die de regels van de bedrijfsboekhouding moeten blijven bevragen. Want als bij een bedrijf alleen de financiële verslaglegging belangrijk wordt geacht en niet de verslaglegging van bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen of hoe wordt omgegaan met medewerkers, welke prikkel heeft een ondernemer dan om daarmee iets te doen?

Micro en macro moeten gelijk opgaan. We kunnen pas echt zien waar het om gaat, als we het eens zijn over nieuwe regels. Maar voordat we daar zijn moeten slimme mensen eerst de goede vragen stellen.

Hans Stegeman

Hans Stegeman is hoofd research and investment strategy bij Triodos Investment Management in Zeist. Hij studeerde economie aan Maastricht University, begon zijn loopbaan als beleidsmedewerker bij ABVAKABO FNV, werd daarna onderzoeker bij het Centraal Planbureau en ging vervolgens aan de slag bij de Rabobank, uiteindelijk als hoofdeconoom Nederland. In 2017 stapte hij over naar Triodos. Stegeman is columnist voor RTLZ en Fondsnieuws en werkt aan een proefschrift over de circulaire economie.

Noten

  1. Keynes, J.M., How to Pay for the War: A Radical Plan for the Chancellor of the Exchequer; MacMillan & CO: London, 1940; Vol. 15
  2. Tinbergen, J., Colin Clarks’ ‘The economics of 1960’, Rev. l ‘ Inst. Int. Stat. 1944, 12, 1–4
  3. Kuznets, S., National Income, 1919-1935. NBER, Natl. Bur. Econ. Res. 1937, 66, 1–16
  4. Fioramonti, L., Gross domestic problem : the politics behind the world’s most powerful number; Zed Books: London, 2013; ISBN 1780322720
  5. EC, OECD, I. System of National Accounts; 2008

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.