Magazine

125 jaar in 25 fragmenten

125 jaar accountantsberoep betekent ook 125 jaar (De) Accountant, in een wisselende frequentie per jaar. Begonnen als kwartaalblad in 1895, later terug naar twee keer per jaar, lange tijd een maandblad en momenteel komt het magazine zes keer per jaar uit. Een rijp en groene selectie uit 125 jaar geschiedenis, aan de hand van 25 fragmenten.

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 6, 2020

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel (pdf)
» Download het hele nummer (pdf)

Luc Quadackers

1895, oktober

“Veel hangt hierbij af van de wijze waarop de accountant optreedt. Alles vermijdende wat aan minder vertrouwen doet denken, zich stipt houdend aan zijn mandaat, zich niet in zaken mengend, die daarbuiten liggen, zal hij zich door strenge plichtsbetrachting en onkreukbaar karakter de achting van allen, die met hem werken moeten verzekeren. Wanneer de werkkring van de accountants meer algemeen bekend wordt, zal er van hunne diensten een steeds ruimer gebruik gemaakt worden.”

1900, november

“Bij dien opmarsch vinden we intusschen nu reeds struikelblokken op onzen weg. Daar het beroep vrij is, heeft ieder het recht, zich ‘accountant’ te noemen. Jonge mannen, wier kennis en ervaring nauwelijks langer bestaan dan het haft, dat de visscher als aas benut, achten zich bekwaam genoeg, om als expert-comptable op te treden en maken in den strijd om het bestaan gebruik van alle middelen, die onze tijd heeft bedacht, om de aandacht van het publiek op zich te vestigen.”

1905, september

“Wanneer wij hierboven schreven, dat de wettelijke regeling van het beroep van accountant in een stadium van wording verkeerde, dan ligt in die woorden nog een goed deel euphemisme. Toch moet met dankbaarheid erkend worden, dat de nu afgetreden regeering de zaak althans iets verder heeft gebracht, en dat wil voor een onderwerp, dat met den besten wil der wereld niet tot den rang van politiek stokpaardje is op te heffen, al heel wat zeggen.”

1910, november

“Voor een vijftiental toehoorders, onder wie een lid van het Instituut, hield de Heer G. Langelaar Jr., lid van het Instituut te Rotterdam, Vrijdag 11 November 1. 1., in een der zalen van Hotel Neuf alhier eene causerie over het interessante onderwerp ‘Goodwill’.”

1915, juni

Uit artikel Onleesbare balansen: “In den loop van het onderhoud merkten wij o.m. op, dat zij, die de bewuste balans in handen zouden krijgen, er niets van zouden begrijpen. ‘Ja, ziet U, mijnheer’ was het prompte bescheid, dat is ook juist de bedoeling. Het zij hier terloops opgemerkt, dat wij van deze - men zou kunnen zeggen: eenigermate cynische - oprechtheid, goede nota namen.”

1920, januari

“Het [instituut] heeft getracht het intellectueel peil zijner leden en assistenten te verhoogen door de aanschaffing eener uitgebreide bibliotheek, het uitschrijven van prijsvragen op comptabel gebied en door een geleidelijke verzwaring der exameneischen, gewettigd door meerdere en betere gelegenheid tot opleiding.”

1925, januari

Over ‘Algemeene ontwikkeling’ ... “Ten aanzien van het examen in staatsinrichting merken examinatoren op, dat vele candidaten nimmer de Grondwet onder de oogen hebben gehad of een nummer van de Staatscourant of het Staatsblad hebben ingezien. De meesten bepaalden zich tot het doorlezen van een of ander handboekje.” ... “Slechts weinigen bleken eenige aandacht aan de natuurkundige aardrijkskunde te hebben gewijd. Vragen over winden, klimaat e.d. bleven meestal onbeantwoord.”

1930, januari

“Het aantal leden bedroeg bij den aanvang van het Vereenigingsjaar 289 ... De heeren J. Brouwer en Mr. P . G. H. Dop hebben voor het lidmaatschap bedankt. De Agenda van de vergadering van heden vermeldt het voorstel om in verband met artikel 11 der Statuten een lid te royeeren, dat na herhaalde aanmaningen zijn contributie over 1928 én 1929 niet heeft voldaan.”

1935, juli

“Naarmate het geheele oeconomische leven en de wijze van zakendoen ingewikkelder werden, is de accountant naast controleur meer en meer geworden de practische bedrijfshuishoudkundige.” ... “Door het steeds wisselende bedrijfsleven is de accountancy een levende wetenschap, die het beste tot haar recht zal komen en de beste resultaten voor het bedrijfsleven zal opleveren, wanneer zij blijft een vrij beroep.”

1940, juli/augustus

Over de oorlog wordt met name tussen de regels door gerept: “Het aantal nummers van ons vereenigingsorgaan zal dit jaar eenigermate worden beperkt. Dientengevolge verschijnen de nummers 4 en 5 ditmaal gecombineerd.”

1945, augustus

“In den afgeloopen tijd trad het Ned. Instituut van Accountants zoo weinig mogelijk naar buiten. Deze tijd is thans geëindigd en het toekomstige bestuur wacht in deze een zware taak.” ... “U dankend voor hetgeen in de afgeloopen 5 jaar door zoovele leden ten behoeve van het Ned. Instituut van Accountants is verricht, doet het bestuur een ernstig beroep op allen, om ook in de toekomst de belangen van het N. I. v. A. met dezelfde toewijding te blijven dienen.”

1950, april

“Meermalen blijkt, dat werkgevers per advertentie sollicitanten oproepen, terwijl men van de bemiddeling van het Secretariaat in deze geen gebruik maakt. Uiteraard zijn de leden daarin geheel vrij, doch het Bestuur doet, mede in het belang der assistenten, een beroep op als betrokkenen om bij voorkomende gelegenheden ook de hulp van het Secretariaat in te roepen.”

1955, maart

Uit het verslag van een studievergadering: “Vooral wanneer dit ondernemingen in uithoeken van de wereld betreft, ik denk even aan gebieden als Nieuw-Guinea of aan Zuid Amerika, dan is het, zo werd gesteld, toch wel mogelijk dat zo’n bestaande onderneming daar goed en eenvoudig gecontroleerd kan worden door de interne accountant van de moedermaatschappij of door het hoofd van de interne accountantsafdeling.”

1960, januari/februari

Spreker Albarda op de Accountantsdag: “Ik heb namelijk de indruk, dat bij vele Nederlandse ondernemingen een zekere verruiming van de functie van de commissaris kan worden waargenomen, waar de accountant niet onverschillig tegenover zal staan.” ... “omdat er een zekere tendens is de grenzen van de accountantsfunctie eveneens wijder te trekken en deze parallelle ontwikkeling van de werkzaamheden van de commissaris en de accountant zou weleens met zich kunnen brengen dat in de toekomst een nauwere samenwerking tussen beide functionarissen het gevolg zal zijn.”

1965, mei

“Voor het accountantsberoep is de verplichte controle (voorgesteld in het rapport Verdam - red.) kwalitatief wellicht van meer betekenis dan kwantitatief. De status van het beroep wordt er ongetwijfeld door verhoogd en de onafhankelijkheid wordt dieper verankerd. Dit zal ook zijn gevolgen hebben voor de betekenis die aan de adviezen van de accountant zal worden gehecht en de mate waarin daaraan gevolg zal worden gegeven.”

1970, februari

De heer Tempelaar over de AA-wet: “Een wettelijke regeling van een beroep is niet een eindpunt doch eerder het begin van een ontwikkeling. Men kan wettelijk veel regelen, doch het komt in de eerste en in de laatste plaats aan op de wijze waarop de beroepsbeoefenaren hun wettelijk geregelde functie zullen uitoefenen.”

1975, april

“Sommige externe accountants vrezen dat de audit committees ten gunste van de grote accountantskantoren zullen uitwerken. Een outside director lid van het committee zou op grond van de goede naam van een groot accountantskantoor geneigd zijn dit kantoor voor te dragen of te benoemen, eerder dan het hem persoonlijk onbekende kleine kantoor.”

1980, maart

“Naar de mening van de Engelse natuurkundige dr. John Barker staat de chip, die met zijn verzameling van duizenden transistoren op een oppervlak niet groter dan een vingernagel beschouwd wordt als een voorbode van een nieuw tijdperk, op het punt te verdwijnen. Door het voortdurend beter worden van de technologie, zal de chip in de toekomst zo klein worden, dat hij met het blote oog niet meer zichtbaar zal zijn.”

1985, juni

“[E]en werkgroep, genaamd Globaal Conditie-onderzoek [heeft] een terreinverkenning uitgevoerd, over de bemoeienis, welke de controlerende accountant zou moeten hebben met de algemene conditie waarin een huishouding verkeert.” ... “De oordeelsvorming door de accountant met betrekking tot de conditie van de organisatie richt zich op het doen van een uitspraak of er omstandigheden zijn welke de continuïteit van de organisatie in gevaar zouden kunnen brengen.”

1990, januari

Wim Moleveld: “In het afgelopen jaar is in de door de overheid ingestelde commissie Geelhoed hard gewerkt aan de voorbereiding van een hervorming van de accountantswetgeving.” ... “De harmonisatie binnen Europa zou gemakkelijk kunnen leiden tot een nivellering op het laagste niveau. Een verlaging van het kwalificatieniveau is immers met een pennestreek te realiseren, maar waar een opwaardering nodig zou zijn kost dit jarenlange inspanning.”

1995, september

Barbara Majoor: “Samenvattend kan worden gesteld dat collegiale toetsing een belangrijk instrument kan zijn voor de waarborging van de kwaliteit van onze dienstverlening.” ... “Met collegiale toetsing heeft het beroep een waardevol instrument in handen om het publiek te overtuigen dat accountants de kwaliteit van hun dienstverlening serieus nemen.”

2000, april

Nancy Kamp-Roelands: “Het toenemend internationale inzicht leidt tot een groeiende bewustwording dat veranderingen op milieu- en sociaal-ethisch gebied nodig zijn voor de instandhouding van de internationale samenleving. Van bedrijven wordt meer transparantie verwacht.” ... “De accountant kan daarbij een proactieve rol spelen door het bedrijfsleven te stimuleren en te ondersteunen bij deze ontwikkelingen.”

2005, maart

Steven Maijoor (AFM): “Ik zou het een verkeerde ontwikkeling vinden als je de ruimte die IFRS laat voor beoordeling, volledig gaat dichttimmeren met regels. Ik zie hier meer een taak voor accountantsorganisaties: publiceer over de invulling die je geeft aan de regels en wissel binnen Europa best practices uit. Op die manier zal meer eenduidigheid gaan ontstaan.”

2010, mei

“De transparantieverslagen vertonen een redelijk grote variatie in diepgang en detail.” ... “De leesbaarheid kan in het algemeen beter. Vakjargon, het gebruik van standaardfrasen ... en het ontbreken van visuele toelichtingen (kaders, schema’s, graphics) maken de verslagen voor niet-ingewijden minder toegankelijk.”

2015, vierde kwartaal

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem: “Wet- en regelgeving formuleert de absolute minimumeisen, het geeft slechts de uiterste lijn aan waar je binnen moet blijven. Het fnuikende effect van regelgeving is dat men dan bewust die grenzen opzoekt, er ook nog eens aan gaat lopen duwen en trekken of ze zelfs met constructies probeert te ontwijken.” ... “De goede houding zou dan zijn die wettelijke grens totaal irrelevant te vinden, uit jezelf hogere standaarden aan te leggen en ver weg te blijven van die uiterste grens. Hoe kun je nu aan de samenleving vragen ‘vertrouw mij’ als er voortdurend signalen zijn dat een sector zich verzet tegen regels of lijkt te vinden dat ze voor hen niet gelden?”

2020, nummer 2

“De economie krijgt ongekende klappen door de coronacrisis. Ondernemers zien hun levenswerk verloren gaan, zzp’ers verliezen inkomsten, personeel zit thuis. Er wordt massaal een beroep gedaan op steunmaatregelen van de overheid. Accountants worden overstelpt met vragen van opdrachtgevers. Maar ook hun eigen gezondheid staat onder druk.”

Luc Quadackers is eigenaar van Margila.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.