Magazine

Zeven jaar FAR: van zaaien naar oogsten

In oktober 2015 werd de Foundation for Auditing Research opgericht, inmiddels alom bekend als ‘de FAR’. Een autonoom onderzoeksinstituut, dat het publiek debat over de kwaliteit van de accountantscontrole informeert via wetenschappelijk onderzoek. Na zeven jaren zaaien, is nu de oogsttijd aangebroken. Een mooi moment om met FAR-bestuurders Henriëtte Prast, Olof Bik en Jan Bouwens terug te blikken, de status quo te duiden en vooral ook vooruit te kijken.

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 4, 2022

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel (pdf)
» Download het hele nummer (pdf)

Luc Quadackers

Volgens Henriëtte Prast was het tien jaar geleden in Nederland slecht gesteld met het publieke vertrouwen in de accountant. “Dat kwam voor een belangrijk deel door een aanhoudende reeks incidenten en door herhaalde negatieve bevindingen van de AFM. De NBA stelde daarom de Werkgroep toekomst accountantsberoep in, om te bestuderen hoe het vertrouwen in de accountant kon worden hersteld. Dat leidde in 2014 tot het rapport In het publiek belang. Een van de aanbevelingen in het rapport was de oprichting van een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat zorgdraagt voor hoogstaand wetenschappelijk onderzoek naar manieren om de kwaliteit van de accountantscontrole te verbeteren. Dat werd de Foundation for Auditing Research.”

FAR is ontstaan op het moment dat het moest, aldus Jan Bouwens. “Er was veel discussie over accountants en hun maatschappelijke bijdrage. De vraag was echter al langere tijd wat we nu echt weten over accountantscontroles in Nederland. Het bestaande onderzoek was kwalitatief wel in orde, maar het ging vooral over de buitenkant van de accountantsorganisaties. Men keek eigenlijk niet naar de precieze uitvoering van een controle. Daarvoor moet je op de schouder van de accountant gaan zitten. Dat kan via de FAR. Een van de eerste doelen die FAR stelde was zoveel mogelijk vakgroepen zo ver krijgen om te investeren in onderzoek naar accountantscontrole. Dat gebeurt nu door het gedeeltelijk bekostigen van PhD-plekken. De professie betaalt vijftig procent en de andere helft wordt door de universiteiten zelf betaald. Dat is een fantastisch resultaat.”

Volgens Olof Bik is FAR in feite “een groot sociaal experiment” om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen. “We zijn vrijwel bij nul begonnen in 2015. Praktijk en wetenschap waren toen nog twee werelden die weinig met elkaar communiceerden. Sommigen dachten daarom dat het FAR-initiatief gedoemd was om te mislukken. De praktijk wil namelijk liefst morgen een antwoord op de vragen van vandaag en dat kan de wetenschap niet bieden. Wetenschappers hebben veel tijd en data nodig om antwoorden te geven. We hebben via de FAR inmiddels voor elkaar gekregen dat wetenschap en praktijk stelselmatig met elkaar in gesprek zijn. Dat is op deze schaal en op deze wijze nergens anders ter wereld zo. Het betekent ook dat toponderzoekers uit de hele wereld graag met FAR samenwerken.”

Welk pad is bewandeld tot op heden?

Henriëtte: “De opzet van FAR is uniek. Ik merkte dat wetenschappers uit andere landen met bewondering naar ons kijken. De FAR geeft geld aan onderzoekers om mensen aan te trekken en onderzoek te doen. En misschien nog belangrijker: FAR ontsluit data van accountantskantoren voor onderzoek. Dat zijn vaak vertrouwelijke data, die je op geen enkele andere manier naar boven zou kunnen krijgen. Dankzij die data boeken we vooruitgang met onderzoek en kunnen we dingen doen die eerder niet mogelijk waren. Voordat data van accountantskantoren aan onderzoekers kunnen worden gegeven, moet uiteraard worden gewaarborgd dat die data niet op straat komen te liggen. Het heeft zeker anderhalf jaar gekost voordat we dat op een betrouwbare, veilige manier konden doen. Dat was een lange, maar noodzakelijke aanloopperiode.”

Jan: “De kantoren moeten zich comfortabel voelen bij het delen van data. In potentie kan op basis van de data een oordeel worden geveld over de controlekwaliteit van kantoren. Daarvoor is dus noodzakelijk dat niet herleidbaar is op welke kantoren en gecontroleerde ondernemingen de data betrekking hebben. Dat is voor onderzoekers ook helemaal niet interessant. Onderzoekers willen wetmatigheden onderzoeken. Eigenlijk zijn we nu pas echt zo ver dat we ook dossierdata kunnen verzorgen voor de onderzoeksgroepen. We hebben eerder wel andere data kunnen verzorgen, bijvoorbeeld aan de hand van vragenlijsten en experimenten.”

Olof: “Het viel ons op dat onderzoekers veronderstellen dat de data die zij nodig hebben gestructureerd beschikbaar zijn bij de accountantsfirma’s. Dat was vaak niet zo en dat is nu misschien nog steeds niet overal zo. De manier van meten en de vastlegging verschillen per firma. In het begin moesten nog overal dossiers worden geraadpleegd, om bijvoorbeeld lijsten met ongecorrigeerde verschillen te ontsluiten. Sommige firma’s kunnen dat nu zo digitaal uit het systeem halen. Een bijdrage van FAR is dat de firma’s hun managementinformatiesystemen op dit gebied hebben kunnen verbeteren, zelfs zodanig dat sommige firma’s nu tot wel negentig procent van gewenste onderzoeksdata met één druk op de knop kunnen ontsluiten.”

Wat zijn de onderzoeksopbrengsten tot nu toe?

Jan: “Uiteraard willen de partijen inmiddels weleens zien wat we kunnen met al dat onderzoek. FAR is immers opgericht om kennis te creëren en te delen. Daarmee zijn we nu volop bezig, via allerlei kanalen. We organiseren masterclasses. We hebben een jaarlijkse internationale conferentie waarin het FAR-onderzoek wordt gepresenteerd. We organiseren in 2023 een diner pensant in het Haagse Mauritshuis, waarvoor onder anderen politici worden uitgenodigd om op basis van onderzoeksresultaten mee te denken over controlekwaliteit en de maatschappelijke rol van de accountant. FAR financiert ook voor de helft het hoogleraarschap van Jere Francis in Maastricht. En we bekijken regelmatig relevant onderzoek van buiten de FAR en schetsen wat de praktijk mogelijk kan doen met dat onderzoek. Het delen van kennis met de professie vinden wij dus essentieel, net als het verzamelen van nieuwe data.”

Olof: “Inmiddels lopen ongeveer 25 onderzoeksprojecten. Sinds de afgelopen twee jaar komt de onderzoeksproductie duidelijk op gang. De eerste literatuurreviews en papers zijn verschenen. We hebben de eerste experimentele onderzoeksuitkomsten en survey-uitkomsten gezien. En nu volgen ook de eerste projecten die onderzoek doen met de data uit de systemen en dossiers van de firma’s die complex te ontsluiten waren. Dat is echt een mijlpaal. We blijven investeren in de onderzoeksagenda en projecten, maar de nadruk ligt nu meer dan voorheen op onderzoeksproductie en kennisdeling. Het congres van vorig jaar was het eerste congres dat vrijwel volledig bestond uit presentaties met eigen FAR-onderzoek. En dat was ook bij de FAR-conferentie van afgelopen juni weer het geval. Dat is heel fraai.”

Henriëtte: ‘Wetenschappelijk onderzoek vraagt om een lange adem. Tot nu was het voor FAR vooral een tijd van zaaien. Het is belangrijk om te zeggen dat het bij aanvang heel spannend was of de beste onderzoekers ter wereld zouden intekenen op onze projecten. Dat is boven verwachting goed verlopen. Nu kunnen we beginnen met oogsten. De eerste publicaties zijn afgerond en ingediend bij goede tijdschriften. Dat geeft een kwaliteitskeurmerk aan het onderzoek. De ultieme oogst is natuurlijk het verbeteren van de kwaliteit van de accountantscontrole. Dat moeten de kantoren zelf doen. Wij dragen daarvoor de bouwstenen aan.”

Hoe ziet de toekomst van FAR eruit?

Olof: “Ook op langere termijn blijft de doelstelling van FAR overeind: het doen van onderzoek naar controlekwaliteit. Ik hoop dat FAR dan nog, misschien zelfs meer dan nu, de place to be is voor geïnteresseerden in onderzoek naar de kwaliteit van accountantscontrole. Ik hoop ook dat de praktijk, de NBA, politiek en pers het onderzoek dan nog beter weten te vinden. Het zal echter een haat-liefde-verhouding blijven, omdat wetenschap nu eenmaal veel tijd kost en academisch onderzoek lastig te doorgronden is. We hopen de kennis in de toekomst nog effectiever naar de praktijk te brengen. Ik hoop ook dat wetenschap en firma’s elkaar straks beter weten te vinden, dat de community hechter wordt.”

Jan: “Ik zie dat het - ondanks alle inspanningen - voor onderzoekers lastig blijft om te communiceren met de praktijk. We hopen dat we dat uiteindelijk aan de faculteiten kunnen overlaten, als het onderzoek volwassen is geworden. De vraag is echter of je niet toch een instituut wilt hebben, zoals de FAR, dat eigenlijk dat extra stootje geeft om de communicatie tussen praktijk en wetenschap op gang te houden. Ik vraag regelmatig aan onderzoekers of ze meer zouden willen spreken met mensen uit de praktijk, om te weten te komen welk onderzoek praktisch relevant is. Daar zijn ze allemaal voorstander van. Dat betekent dat faculteiten nog niet goed weten hoe ze de communicatie op gang kunnen houden. Wat is er dan mooier dan een onafhankelijk instituut, dat precies dat als doel heeft? Ik ben van mening dat er voor FAR een goede toekomst ligt op het snijvlak van communicatie tussen academici en praktijkmensen.”

Henriëtte: “Ik denk niet dat de FAR ooit klaar zal zijn. Ook na verbetering van de controlekwaliteit zal verdere verbetering mogelijk blijven, omdat de wereld verandert en daarmee de eisen die worden gesteld aan accountants en accountantskantoren. We zijn inmiddels een tweede vijfjaarsperiode ingegaan, waarbij we enerzijds de onderzoeksresultaten zullen gaan zien en anderzijds nieuw onderzoek gaan uitzetten, dat ook weer tot praktijkaanbevelingen moet leiden. Ik voorzie zeker ook een toekomst voor daarna.”

FAR-conferentie 2022: 'Inside out en outside in'

Op 20 en 21 juni 2022 vond op Nyenrode de vijfde fysieke conferentie van de FAR plaats. Thema van het congres: Inside out and outside in.

De meerderheid van de ruim honderd deelnemers bestond uit praktiserende accountants (45 procent); 33 procent van de aanwezigen was academicus, dertien procent toezichthouder. Tijdens het congres ging het over de samenwerking tussen wetenschap en praktijk, over diverse achtergronden in de controleteams, het complexer worden van de audit, de rol van cultuur en het waarderen van het professionele oordeel van accountants. Het congres telde twee keynote speeches, twee discussiesessies en vijf presentaties van FAR-onderzoek. Een uitgebreid verslag is te lezen op accountant.nl.

Over FAR

De Foundation for Auditing Research faciliteert sinds 2015 onderzoek naar factoren die bepalend zijn voor de kwaliteit van accountantscontroles.

De FAR zet onderzoeksvragen uit en nodigt (internationale) onderzoeksgroepen uit onderzoeken uit te voeren. De FAR coördineert dataverzameling bij de negen grootste accountantskantoren in Nederland en stelt deze data ter beschikking aan de onderzoeksgroepen. Meer informatie is beschikbaar via foundationforauditingresearch.org.

Luc Quadackers is eigenaar van Margila.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.