Magazine

Wolligheid troef

Wat is de kwaliteit van de huidige jaarverslagen van de grote kantoren? Drie deskundigen bogen zich over de recentste edities. De conclusie: veel wol, essentiële informatie ontbreekt en veel te intern gericht.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 7, 2004

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Accountants verslagen

De wensen van de stakeholders ten aanzien van de jaarlijkse verantwoording door accountantskantoren zijn wel zo’n beetje duidelijk (zie pagina 14). Nu de vraag in hoeverre de huidige Nederlandse jaarverslagen van die kantoren daaraan tegemoetkomen. Dat doen ze niet of nauwelijks, luidt kort samengevat de conclusie van de driehoofdige deskundige jury die zich op verzoek van ‘de Accountant’ boog over de jongste edities.

In die jury Lou Traas, emeritus-hoogleraar Management Accounting aan de Vrije Universiteit en voormalig jurylid voor de Sijthoffprijs, Aalt Klaassen, researcher/consultant bij bureau Rematch dat bedrijven adviseert op het gebied van investor relations, en Cees Izeboud, deeltijd-hoogleraar Ondernemingswaardering aan de Vrije Universiteit.

De juryleden onderwierpen de recentste Nederlandse verslagen van KPMG, PricewaterhouseCoopers, Ernst & Young en Deloitte - andere Nederlandse accountantskantoren publiceren niets of, zoals BDO, een verslag van enkele pagina’s - aan een kritische blik, en keken als achtergrond en ter eventuele vergelijking tevens met een schuin oog naar de wereldwijde verslagen van de big four.

Communicatiemiddel

Voorafgaand aan de eigenlijke beoordeling kregen de juryleden de vraag voorgelegd wat zij graag in de jaarverslagen zouden willen zien. Klaassen vindt dat een jaarverslag van een accountantskantoor als communicatiemiddel concurrerend moet zijn met jaarverslagen van andere ondernemingen. “Het moet inzicht geven in de perspectieven van de organisatie en de kritische succesfactoren. Bij accountantskantoren zijn dat de mensen en dus ook het kwaliteitsniveau van deze mensen. Dat zou ik dan ook graag in de verslagen zien.” Verder wil Klaassen voldoende concrete informatie over de strategie, de doelstellingen, de marktontwikkelingen en de concurrentiepositie van het desbetreffende kantoor.

Cees Izeboud sluit zich bij Klaassen aan: “Je moet het verslag zien als communicatiemiddel. Het jaarverslag van een accountant zou een voorbeeld moeten zijn voor de klanten van dat kantoor.” Izeboud zou in de verslagen graag een heldere opvatting willen zien over wat er op dit moment fundamenteel speelt in de beroepsgroep en wat voor consequenties dat heeft voor de klanten.

Controlevisie

Ook Lou Traas zit op deze denklijn: “Het jaarverslag is de beste plaats om in discussie te gaan met de samenleving, met het maatschappelijk verkeer. Accountants moeten zich bewust zijn van de vragen die in het maatschappelijk verkeer over accountants leven en daar in hun verslag op ingaan.”

Een belangrijk discussiepunt is volgens Traas de manier waarop de controle wordt uitgevoerd. Hij vindt dat hierover in het jaarverslag een concrete visie moet worden neergelegd. “Hoe positioneer je jezelf als accountant: als iemand die puur op basis van de regeltjes controleert, of als een accountant die verder gaat en vindt dat de jaarrekening optimaal inzicht moet bieden in de financiële positie?”

Klaassen: “Dit is een interessante stelling maar er moet dan wel sprake zijn van verantwoording. Een accountant zou in het jaarverslag dan achteraf moeten aangeven in hoeveel controlegevallen hij z’n poot heeft stijf gehouden en trouw is gebleven aan zijn eigen opvatting.”

Izeboud vindt een dergelijke verantwoording echter niet zinvol. “In veel gevallen vindt overleg plaats tussen accountant en klant om verschillen van inzicht te bespreken. Dat kun je niet zomaar categoriseren. Waar het mij om gaat is dat de accountantsorganisatie een statement met een basishouding geeft. Zet ik als accountant ook m’n handtekening als een jaarverslag volgens mijn eigen inzichten slechts een nipte voldoende haalt?”

Financiële positie

Alle juryleden vinden een goed beeld van de financiële positie belangrijk. Volgens Traas gaat het niet alleen om de balans en de schuldpositie maar ook om de kwaliteit van de omzet en het bedrijfsresultaat. Izeboud legt daarbij de link met de onafhankelijkheidsdiscussie: “Als een accountant voor z’n winst afhankelijk is van slechts een paar klanten, dan levert dat voor de onafhankelijkheid van het kantoor een gevaar op. Het jaarverslag moet daar inzicht in geven.”

Izeboud en Klaassen pleitten verder voor een omzetuitsplitsing naar bedrijfstak waarin klanten actief zijn. Klaassen: “Als potentiële klant kun je hieruit afleiden welke branchespecialiteit een bepaald accountantskantoor heeft.”

Een laatste punt is de beloning van de partners. Izeboud en Traas vinden dat het verslag hier inzicht in moet bieden, aangezien de kwaliteit en marktpositie van een kantoor staat of valt met het aantrekken van goede partners en daarmee met het bieden van een marktconforme beloning.

Geen visie

In hoeverre voldoen de huidige jaarverslagen aan de door de jury en andere betrokkenen geuite wensen? Op het punt van de controlevisie moet het volgens Traas absoluut beter kunnen. “Ik ben over het huidige niveau erg teleurgesteld. Het is bij de meeste verslagen niet of te wollig geformuleerd. Neem bijvoorbeeld het verslag van Deloitte. Zij stippen de bouwfraude en de Ahold-zaak aan, maar geven vervolgens geen visie op welke gevolgen dit heeft voor de positie van het accountantsvak en welke lessen eruit getrokken moeten worden. Als ze er niet op in kunnen gaan vanwege aansprakelijkheidsrisico’s, kunnen ze deze gevallen maar beter niet noemen.”

Ook de andere jaarverslagen vindt Traas te vaag: “Men zegt alleen dat er strengere eisen worden gesteld maar nergens tref je aan wat dat dan precies in de praktijk betekent.”

Intern gericht

Klaassen sluit zich hierbij aan: “Accountantskantoren zijn op dit punt veel te intern gericht. De externe communicatie van de visie ontbreekt volledig.” Izeboud: “En dat terwijl veel lezers dat belangrijk zullen vinden. Zij vragen zich af wat een specifiek accountantsmerk nu fundamenteel voorstelt. Je leest het nergens.”

Klaassen mist in alle jaarverslagen een duidelijke beschrijving van de kernactiviteiten. “Wat je leest is toch meer geschreven voor insiders in de accountancywereld. Ook hier is men té intern gericht.” Ook geven de Nederlandse jaarverslagen volgens hem geen concrete informatie over de doelstellingen, de marktontwikkelingen en de concurrentiepositie.

PwC internationaal

Het enige verslag dat een ondubbelzinnig positieve indruk achterlaat is het internationale annual report van PricewaterhouseCoopers. Volgens Izeboud springt dit er echt uit. “Het is erg open over de positie van het kantoor in de maatschappij, human resources en over de divisie-ontwikkelingen. PricewaterhouseCoopers International geeft goed aan ‘hoe’ ze het doen en ‘waarom’ ze het doen.

Klaassen deelt die mening: “Het is het enige verslag dat de buitenwereld om een terugkoppeling vraagt. Ze halen als het ware hun legitimiteit uit het maatschappelijk verkeer. Het geeft ook goed aan dat mensen de kritische succesfactor zijn in een accountantskantoor. Maar wat ik dan weer niet begrijp is dat er bij PwC geen sprake is van een integrale ondernemingscultuur. In het Nederlandse verslag van PwC zie je hier in de tekst helemaal niks van terug.” Traas: “Dat is geschreven door een administrateur in een steenkolenstijl. Korte statements met weinig informatie.”

Het financiële deel van het Nederlandse verslag van PwC vinden Izeboud en Traas duidelijk van betere kwaliteit. Traas merkt wel op dat in de toelichting op de jaarrekening toch vaak niet veel verder wordt gegaan dan het wettelijk noodzakelijke minimum. Izeboud wijst daarentegen op de gedetailleerde uitsplitsing van de divisiegegevens.

Wollig

Veel tekst is echter niet altijd beter, vindt Traas, waarbij hij doelt op het verslag van Deloitte. “Dat is allemaal veel te wollig. Nergens zijn de formuleringen helder en nergens wordt echt duidelijk wat de standpunten zijn.”

Izeboud vult aan met twee citaten uit het Deloitte-verslag. Hij leest voor: ‘Ook in onzekere tijden kunnen successen worden gerealiseerd, mits tijdig wordt ingespeeld op veranderende omstandigheden’ (bladzijde 11). En even verder, op bladzijde 31 over het huisvestingsbeleid, de volgende ongeloofwaardige zin: ‘Op verschillende locaties in Nederland is nieuwe gezamenlijke huisvesting betrokken, waarbij echter strikte maatregelen zijn getroffen om de onafhankelijkheid en integriteit van de beroepsuitoefening te garanderen; ook fysiek betekent dit dat de praktijken van elkaar gescheiden blijven.’ Traas: “Wat moet ik me hier dan bij voorstellen: dat een auditor door de voordeur naar binnengaat en een belastingadviseur door de zij-ingang? Dat gelooft toch niemand!”

Reclamefolder

Toch kan het nog wolliger. Klaassen: “Het verslag van Ernst & Young is eigenlijk meer een reclamefolder, een fotojaarverslag.” Traas: “Het heet dan ook niet voor niets een jaaroverzicht. Het geeft geen wezenlijke diepgang in de belangrijke zaken. Ook is niet duidelijk welke doelgroep men met dit verslag precies voor ogen had.”

Een ander minpunt van het E&Y-verslag is volgens Klaassen dat op de voorkant wordt doorverwezen naar het internet. “Ik vind dat onzin. Een jaarverslag is een zelfstandig document.”

Beloning

Het jaarrekeninggedeelte van het Nederlandse jaarverslag van KPMG beoordelen Klaassen, Traas en Izeboud als redelijk goed althans vergeleken met de andere Nederlandse accountantsverslagen. Traas: “Ze besteden bijvoorbeeld voldoende aandacht aan het heikele pensioenitem. PwC doet dat niet.”

Verder is KPMG het enige verslag dat een heus bedrag noemt dat aan de partners is uitgekeerd als winst. Ook de numerieke gegevens per divisie zijn redelijk uitgebreid. Een minpunt is volgens Klaassen en Izeboud dat het bestuursverslag te financieel gericht is. Izeboud: “Eigenlijk is het meer een inleiding op de jaarrekening.”

Traas vindt dat het bestuursverslag te weinig verantwoording aflegt over de gevolgde strategie. “Maar als je het plaatst in de traditie van de Nederlandse jaarverslaggeving is het toch nog redelijk acceptabel.”

Handschoen

De drie juryleden spreken de hoop uit dat de accountantskantoren de handschoen opnemen en de komende jaren betere jaarverslagen publiceren. Bijzondere aandacht moet daarbij volgens hen worden gegeven aan de richting die het accountantsberoep nu opgaat, en hoe zich dat uit in de desbetreffende accountantsorganisatie. Traas: “Daarmee bewaak je het niveau van het vak en wordt voorkomen dat het beroep afdrijft naar puur het checken van regels.”

Reacties big four

Jaap van Everdingen, cfo van KPMG, vindt dat de beroepsgroep in het verleden te weinig transparant is geweest. Ook het eigen jaarverslag blonk niet uit in doorzichtigheid, hoewel daar formeel gezien ook geen aanleiding toe was. Desalniettemin erkent KPMG het belang van transparantie in de verslaglegging. Van Everdingen wijst erop dat het meest recente jaarverslag duidelijk aangeeft wat de strategie van KPMG is en welke activiteiten worden aangeboden, na de verkoop van de consulting-activiteiten. “Onze omzetsegmentatie is hierop aangepast en daarmee veel gedetailleerder dan voorheen.” Ten aanzien van klantgegevens blijft KPMG volgens Van Everdingen als gevolg van de geheimhoudingsplicht zeer terughoudend. Wel overweegt de accountantsorganisatie om omzetgegevens per cliëntcategorie openbaar te maken. “Op individueel cliëntniveau moeten de gegevens echter van de gecontroleerde onderneming zelf komen.” Hij signaleert dat met name beursgenoteerde ondernemingen over dit onderwerp steeds transparanter berichten in hun eigen jaarverslagen.

Toby Ellson, woordvoerder van Ernst & Young, laat weten niet verrast te zijn door de uitkomsten “alhoewel die op een aantal fronten bitter zijn, zeker gelet de huidige inspanningen om aan de externe roep om meer transparantie te voldoen”. De raad van bestuur van Ernst & Young werkt stapsgewijs toe naar een grotere mate van transparantie, onder meer door het starten van een aantal interne projecten, het uitdragen van de visie van Ernst & Young in de media, het organiseren van briefings voor journalisten en het houden van sessies voor studenten over de toekomst van het accountantsvak. “Dit proces zal uiteindelijk zijn weerslag vinden in ons externe jaaroverzicht”, stelt Ellson. Verder mist Ellson in de artikelen de opmerking dat accountantsorganisaties wettelijk niet verplicht zijn tot het publiceren van een jaarverslag. In de artikelen wordt volgens hem ten onrechte de indruk gewekt dat accountantsorganisaties juridisch fout zitten. “We willen de kat niet op het spek binden en geven daarom bijvoorbeeld geen informatie over het inkomen van de raad van bestuur.” Ten slotte getuigt de opmerking van jurylid Klaassen volgens Ellson over het internetverslag van weinig realiteitszin. “De vele duizenden hits op onze website geven aan dat er behoefte is aan een digitale versie van ons jaaroverzicht.”

Wilma Bontes, woordvoerder van Deloitte, volstaat met een korte reactie: “We hebben met interesse kennis genomen van de bevindingen en aanbevelingen van de jury. We zullen de opmerkingen ter harte nemen en deze toetsen aan de inrichting van ons jaarverslag voor komend jaar.”

Woordvoerder Meint Waterlander van PricewaterhouseCoopers: “Wij zullen het merendeel van de adviezen ter harte nemen en zullen deze zeker meenemen bij het opstellen van het volgende jaarverslag. Zeker geldt dit ten aanzien van de zeer waarderende woorden over het internationale jaarverslag en het advies om dit nadrukkelijker te linken met het nationale verslag. Wat betreft de opmerkingen over pensioenen geldt dat het inderdaad goed ware geweest om te melden dat PwC dit dusdanig geregeld heeft dat zich geen problemen voordoen. Ook missen wij in de analyse de rol die internet in belangrijke mate vervult bij het informeren van de markt en andere stakeholders. Juist op dit vlak zijn de afgelopen jaren forse slagen gemaakt en wij verwachten dat het belang van internet hierbij juist alleen maar verder zal toenemen.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.