Magazine

'Verantwoording afleggen door kredietcrisis weer sexy'

De Rekenkamer Amsterdam bestaat vijf jaar. "De kredietcrisis is, cynisch geredeneerd, voor ons een blessing in disguise", zegt directeur Victor Eiff. "Want het besef dat verantwoording afleggen noodzakelijk is, is de laatste maanden toegenomen."

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 3, 2009

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Vijf jaar Rekenkamer Amsterdam

Amsterdam startte als tweede grote stad met een rekenkamer. In Rotterdam had de rekenkamer zich sinds 1998 gepresenteerd als een eigenzinnige onderzoeker en vasthoudende criticaster van het gemeentelijk beleid. Deze positie ontstond niet in de laatste plaats door voormalig directeur Robert Mul, sinds 1 januari 2009 directeur public trust bij het NIVRA.

Heeft de Rekenkamer Amsterdam net zoveel bevoegdheden als die van Rotterdam? Directeur Victor Eiff: “Ja, de gemeente Amsterdam heeft het organisatiemodel van Rotterdam afgekeken.

Ook wij hebben het directeursmodel, waarbij de rekenkamer formeel uit slechts één lid bestaat, tevens directeur. En net als in Rotterdam richt ook ik mij nadrukkelijk op het doen van onderzoek naar de vraag of bepaalde beleidsdoelstellingen wel zijn gehaald.”

Dominantie PvdA

Toch zijn er verschillen. Volgens Eiff hebben die te maken met hoe de politiek in beide steden tegenover de rekenkamer staat. “In Amsterdam stelt de gemeenteraad zich minder dualistisch op ten aanzien van het college dan in Rotterdam. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat de PvdA al sinds jaar en dag zo dominant is in raad en college. Dat is in Rotterdam zoals bekend een raadsperiode anders geweest, toen Leefbaar Rotterdam regeerde en de PvdA in de oppositie zat. Overigens lijkt in Amsterdam zelfs de oppositie tegenover het college niet altijd weerwerk te kunnen of te willen leveren. Want de partijen die nu in de oppositie zitten, kijken ernaar uit om in de volgende periode weer bestuursverantwoordelijkheid te dragen. Daarbij past het blijkbaar om hun kritische houding tegenover het college te doseren. Dat is typerend voor Amsterdam. Want in Zaanstad stelt de oppositie zich wel kritischer op, terwijl ook de collegepartijen meer onafhankelijkheid tonen.”

Zuidoost

Het politieke klimaat in Amsterdam leidt ertoe dat Eiff naar eigen zeggen vaak het verwijt krijgt ‘dat hij op de stoel van de politiek gaat zitten’. Het hoeft geen betoog dat hij dat verwijt onzinnig vindt.

In vier jaar heeft de Rekenkamer vele onderzoeken uitgevoerd. Het meest saillante, met vlag en wimpel, is het onderzoek naar belangenverstrengeling van politici in Amsterdam-Zuidoost. Volgens de Rekenkamer hadden zeven (ex-) deelraadsleden zich hieraan schuldig gemaakt. Drie van hen hadden hierdoor persoonlijk voordeel. Het onderzoek werd uitgevoerd op verzoek van de stadsdeelraad Zuidoost, naar aanleiding van artikelen in de Volkskrant waaruit zou blijken dat de politici meebeslisten over subsidies aan stichtingen waarin ze zelf belang hadden.

Tuchtzaak tegen RA'S

Het rapport van de Rekenkamer leidde tot grote kritiek bij de politiek in Amsterdam-Zuidoost. Het stadsdeel besloot tot een tegenonderzoek, uitgevoerd door het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING). Volgens dit rapport hadden de politici wel fouten gemaakt maar waren ze niet schuldig aan zelfverrijking. Dit tweede rapport stuitte weer op kritiek bij de Rekenkamer Amsterdam. Eiff was dan ook niet bereid om de conclusies uit zijn eigen rapport terug te nemen. Het leidde uiteindelijk begin 2008 tot een breuk tussen de Rekenkamer en het stadsdeel. Maar niet alleen dat: drie PvdA-deelraadsleden stapten naar de Raad van Tucht en dienden tegen de twee RA's van de Rekenkamer een klacht in. Afhankelijk van de uitspraak in deze zaak wordt ook nog een civiele procedure tegen Victor Eiff (zelf geen RA) overwogen.

Meer ophef

Ook het allereerste onderzoek van de Rekenkamer baarde opzien. Want hierin werd het gemeentelijk veiligheidsbeleid onder de loep genomen. Omdat burgemeester Cohen hiervoor verantwoordelijk is, raakte de kritiek van de Rekenkamer hem direct.

In 2007 ondervond een andere PvdA-prominent de gevolgen van een onderzoek. De Rekenkamer Amsterdam onderzocht de effectiviteit van het gemeentelijke re-integratiebeleid, net op een moment dat de verantwoordelijk wethouder Ahmed Aboutaleb kandidaat werd voor een regeringsfunctie. En ook het onderzoek naar de subsidiëring van de kunst- en cultuursector leidde tot de nodige ophef.

Gelieerde onderzoekers

Ging die ophef ook gepaard met politieke druk? Het antwoord van Eiff is, wellicht verrassend, nogal laconiek. “Dat valt reuze mee. In Zuidoost stonden de standpunten lijnrecht tegenover elkaar. Maar dat is nog iets anders dan het uitoefenen van politieke druk. Natuurlijk kon ik merken dat Job Cohen niet gelukkig was met mijn rapport over het veiligheidsbeleid. Toen hij merkte dat ik bij mijn opvatting bleef, nam hij zijn toevlucht tot een middel waarvan veel politici zich in zo'n situatie bedienen. Hij liet een tegenonderzoek uitvoeren. Dat gebeurt dan vaak door een onderzoeker die is gelieerd aan de partij van degene die ontevreden is.”

Drie aapjes

Eiff was er niet van onder de indruk, net zo min als van de politieke druk die hij ondervond bij het onderzoek naar de kunst- en cultuursector. “Dat onderzoek hadden we oorspronkelijk voor 2007 op het programma staan. Maar door drukte kwamen we er pas vorig jaar aan toe. Dat viel toen gelijk met het moment dat voor vier jaar de subsidies weer moesten worden toegekend aan de diverse culturele instanties. Zowel de wethouder van Cultuur als de gemeenteraad probeerde ons ervan te overtuigen dat een onderzoek op dat moment de toekenning van subsidies zou bemoeilijken, gelet op de druk die de culturele instellingen al op de politici uitvoerden. Het deed me erg denken aan die drie aapjes waarvan er een de handen voor de ogen heeft, de ander een hand voor z'n mond en de derde zijn vingers in de oren: niets zien, niets zeggen, niets horen.”

Dit jaar volgt een tweede onderzoek naar de cultuursubsidies, naar hoe vorig jaar de verdeling ervan heeft plaatsgevonden.

Laconiek

Ook over de kritiek die de Rekenkamer kreeg naar aanleiding van het onderzoek naar het gemeentelijke re-integratiebeleid doet hij laconiek. “Uit ons onderzoek bleek dat de effectiviteit van dit beleid niet zo groot was. Het onderzoek verscheen op het moment dat Aboutaleb overstapte naar de landelijke politiek. Dat onze conclusies hem zeker toen niet goed uitkwamen, snap ik ook wel. Maar afgezien dit een samenloop van omstandigheden is, laat ik mij dus door dit soort politieke overwegingen niet leiden.” Opvallend is dat de Rekenkamer de voortdurende budgetoverschrijdingen bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn niet heeft onderzocht. Volgens Eiff is dat onderwerp “al door ongeveer iedereen van alle kanten bekeken”. Wel onderzocht hij hoe de schaderegeling voor mensen die gedupeerd worden door de aanleg van de metroverbinding functioneert.

Positief effect

Hebben de onderzoeken van de Rekenkamer zin? Trekt de politiek er lering uit? Worden er verbeteringen doorgevoerd? Victor Eiff is niet pessimistisch. “We kijken zelf naar de gevolgen van onze onderzoeken. Hiertoe voeren we vervolgonderzoek uit. Wat doet de raad met onze conclusies en aanbevelingen? Wat gebeurt er en wat gebeurt niet? Overigens wil ik een misverstand ontzenuwen, namelijk dat gemeentelijke diensten die wij onderzoeken daar doorgaans fel op tegen zijn. Want een dienst die wij tegen het licht houden, krijgt niet alleen van ons veel aandacht, maar vaak ook van de politiek. Toen wij de schooluitval in Amsterdam onderzochten, stelde de raad direct meer geld ter beschikking te stellen om dit aan te pakken. Dus ons onderzoek had direct een positief effect. Uiteraard is meer geld maar een deel van de oplossing.

Er moeten ook structureel zaken veranderen. Dan helpt het niet dat politici steeds vaker praten over de exogene factoren die mede het beleid bepalen. Dat zijn factoren van buitenaf, waarop ze geen invloed hebben. Die zijn er ongetwijfeld, maar we moeten ervoor oppassen dat de politiek hierdoor iets te vaak z'n handen in onschuld probeert te wassen.”

Rekenkamer of rekenkamercommissie

De wet die het dualisme in het lokale bestuur invoerde, liet gemeenten de keuze om een rekenkamer of een rekenkamercommissie in te stellen. Beide hebben dezelfde taken: onderzoek van de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van gemeentelijke uitgaven. Verder bepalen beide zelf wat ze onderzoeken. Ook zijn de eisen waaraan hun rapporten moeten voldoen hetzelfde. Het belangrijkste verschil is dat van een rekenkamer raadsleden geen lid kunnen zijn, maar van een rekenkamercommissie wel. Ook is voor een rekenkamercommissie niet vastgelegd hoe ze aan haar informatie komt. Kan ze, zoals de rekenkamer, altijd een beroep doen op documenten en informatie vanuit het gemeentelijk apparaat en op externe bronnen? Of zijn haar mogelijkheden beperkter? De gemeenteraad moet dat voor een rekenkamercommissie zelf regelen.

Directeur van vier rekenkamers

Victor Eiff is niet alleen directeur van de Rekenkamer Amsterdam. Sinds 2005 is hij namelijk ook directeur van drie andere Rekenkamers, namelijk die van Zaanstad, van stadsdeel Amsterdam-Centrum en die van acht andere stadsdelen. Bij die laatste rekenkamer hebben de stadsdelen Noord, Osdorp, Oud- Zuid en Oost-Watergraafsmeer zich niet aangesloten. Sinds vorig jaar is na een langdurig conflict met de Rekenkamer het stadsdeel Zuidoost ook zijn eigen weg gegaan.

Wie controleert de Rekenkamer Amsterdam?

Zoals elke dienst van de gemeente Amsterdam, wordt ook de rekenkamer jaarlijks door de accountant doorgelicht. Voor alle diensten, behalve de rekenkamer, gebeurt dat door ACAM, de accountancy- en adviesdienst van de gemeente Amsterdam. Omdat de rekenkamer ook het functioneren van ACAM onderzoekt, en in andere onderzoeken deze dienst een rol speelt, zou dit tot ongewenste situaties kunnen leiden. Besloten is daarom dat de rekenkamer de boeken laat controleren door een externe accountant. Dat is op dit moment Ernst & Young. Omgekeerd heeft de rekenkamer wel een controlerende taak ten opzichte van ACAM. Want de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) heeft de AFM belast met de controle van alle accountantsorganisaties en externe accountants. Er is echter één uitzondering. De controle van de laatste twee gemeentelijke accountantsdiensten die verklaringen bij de jaarrekening afgeven (Den Haag en Amsterdam) heeft men in handen gelegd van de rekenkamers van die gemeenten.

Adrie Boxmeer is journalist.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.