Magazine

Survival kit voor de derivatenwereld

Derivaten zijn onmisbaar, maar 'fout begrepen' een groot gevaar. Veel accountants overzien niet alle risico's, net als veel andere direct betrokkenen. Tijd voor bewustwording, erkenning, bescheidenheid en realiteitsbesef. Een survival kit voor de derivatenwereld, in zeven stellingen.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 3, 2005

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Jules Muis en Dipankar Ghosh

Wie op het internet zoekt op ‘derivaten’, zou de indruk kunnen krijgen dat die wereld vooral bestaat uit zwarte magie, fraude, misbruik en fouten. Wie googlet op ‘accountants’ krijgt - nog sterker - de indruk dat boekhouders en de auditors die hen controleren, ongelukkige waarzeggers zijn die met mistige glazen bollen het magische verleden, heden en de toekomst in die wereld interpreteren. En bij zoeken op ‘accountants en derivaten’ verschijnt herhaaldelijk ‘IAS 39’, opgesteld door de toekomstvoorspellers der toekomstvoorspellers en gesanctioneerd door een niet onomstreden wereldwijd IASB-handvest.

Je zou bijna vergeten dat financiële producten zoals derivaten, en accountants en de IASB, in de eerste plaats constructieve en onmisbare elementen zijn in het mechanisme dat een belangrijk deel van onze moderne financiële wereld effectief draaiende houdt, zowel micro als macro.

Ongezonde staat van ontkenning

Schaamt u zich te worden verward door financiële producten? Niet nodig: veel kenners zijn ook verward, zij het op een hoger niveau. Zorgen maken moet pas als u die verwarring niet durft toe te geven - dat kan namelijk dodelijk zijn.

Het aantal mensen dat het liever niet toegeeft, wordt overigens minder. Recentelijk kwamen diversen ‘uit de kast’ van wie we aannamen dat ze ‘hun business’ begrepen. En hun aantal zal nog zeker groeien als het fijne en niet zo fijne van fair value accounting in volle omvang duidelijk gaat worden.

Afwijkingen

Complexe, gestructureerde financiële producten zijn van nature gevoelig voor verwarring en manipulatie, in hun ontwerp, handel of verslaggeving. Afwijkingen van het algemeen geaccepteerde of aanvaardbare worden maar langzaam opgemerkt. Dit is zeker zo als niet onmiddellijk duidelijk is wat de precieze risico’s en gevoeligheden van de producten zijn.

Inherente risico’s kunnen bovendien aan de aandacht ontsnappen omdat koper noch verkoper ze overzien. Dit is gebeurd, gebeurt nog steeds en zal blijven gebeuren. Bovendien kan in de financiële wereld wat gisteren nog zeer complex was vandaag voor ‘gemakkelijk’ doorgaan. En morgen weer complex zijn, als het in combinaties of varianten wordt gebruikt die de verbeeldingskracht te boven gaan.

Cruciaal instrument, gemengde zegen

Wat voor de één kunstmest is, kan gemengd met een ander goedje, voor de ander een gevaarlijk explosief opleveren. Maar dat is geen reden om kunstmest te verbieden. Derivaten spelen om goede redenen een cruciale rol in het financiële risicomanagement van de meeste grote bedrijven en financiële instellingen. Zij kunnen het risico beperken - of stimuleren - en een breed scala aan inherente en specifieke financiële risico’s bundelen - of ontbundelen. Zonder derivaten zou de wereld veel risicovoller en zeker minder liquide zijn. Maar fout gebruikt of niet begrepen, kunnen zij hun eigen risico’s genereren; bij de handel, risicoanalyse of verslaggeving.

Toolkit

Deze toolkit is een persoonlijke samenvatting, in de vorm van zeven kort onderbouwde stellingen, beginnend op microniveau en eindigend op macroniveau. Een bottum up-blik op de wereld van verslaggeving over en controle van derivaten. Wij hopen dat deze ‘test-kit’ een praktische mogelijkheid biedt voor een persoonlijke en professionele risico-zelfanalyse.

Hopelijk hebben ‘boekhouders’ en auditors als de volgende crisis langskomt - en die zal zeker komen - een betere kans om aan de goede kant van de tafel te zitten. Zo niet, dan hopen wij dat het op zijn minst enig perspectief biedt aan diegene die dan iets uit te leggen heeft en, last but not least, enige nederigheid bijbrengt aan diegenen die namens ons allen moeten oordelen.

1

Ik houd mijn vaardigheden in het begrijpen van de taal van de financiële wereld op peil.

De taal van de financiële wereld en haar producten veranderen zo snel dat dit het vermogen van professionele ‘verslagleggers’ om de risico’s en onderliggende ‘economie’ van te veel financiële producten overtuigend te herkennen en te waarderen, op de proef stelt. Hoewel vooral eenvoudiger producten de snel groeiende derivatenmarkt bepalen, en zullen blijven bepalen, zijn met name nieuwe, exotische, complex samengestelde producten vaak zeer moeilijk te ‘ontleden’. Dit betekent dat organisaties een steeds sterker intern systeem van checks and balances nodig hebben om er zeker van te zijn dat het de substantiële corporate risico’s van de individuele financiële gezamenlijke producten herkent.

Deze ‘vaardigheden’- of ‘kennis’-risico’s worden groter naarmate er een grotere afhankelijkheid is van een dunne laag specialisten, onder supervisie van een te fragiel laagje van - meestal - generalisten. Het is dan steeds moeilijker om in control te blijven.

De weg naar elke derivatencrisis is bezaaid met de lichamen van diegenen die het hadden ‘begrepen’ en er op hardhandige wijze achterkwamen dat het toch anders was. Ontkenning en pretentie doen meer grote instituties sneuvelen dan criminelen, en zorgen en passant voor veel onschuldige slachtoffers. Naast goede training is de eerste wet van de zwaartekracht voor elke professional, op elk niveau:

Als u het niet begrijpt, pretendeer dat dan ook niet.

2

Ik houd in mijn werk voldoende rekening met het soms onvoldoende begrip van financiële markten van hun eigen producten.

Wie dit niet doet, realiseert zich waarschijnlijk ook niet dat veel van de calamiteiten die we hebben gezien, zijn terug te voeren op misverstanden tussen financiële-productenexperts over wat ze precies kochten - zoals bij credit derivatives - of een gebrek aan helderheid tussen de (verondersteld) deskundige kopers en verkopers. Als deze partijen al niet geheel begrijpen wat zij verhandelen, hoe moeten hun ‘boekhouders’ daar dan verantwoording over afleggen en hoe moet hun accountant dit controleren?

Als niemand zijn onzekerheden wil toegeven dan is het wachten tot het mis gaat. Zo lang er geen vooraf vastgestelde, gespecificeerde risicoprofielen zijn voor derivaatachtige producten, blijven zulke misverstanden mogelijk, zeker voor de creatievere geavanceerde producten. Gek genoeg is voor bijna elk consumentenproduct een bijsluiter verplicht, maar voor derivaten aan- en verkoop niet.

Wie de beheersingsrisico’s van (opzettelijk of onopzettelijk) ontransparante producten niet begrijpt, niet begrijpt of een product glashelder is of wazig, moet niet voorwenden als handelaar, boekhouder of auditor er mee om te kunnen gaan. Hoe groot de druk van de werkomgeving ook is.

Bedenk dat complexiteit ook een vooropgezette poging kan zijn om verwarring te stichten bij andere partijen, inclusief degenen die de verslaggeving verzorgen en de controlerend accountants. ‘Finite’ (her)verzekeringsproducten zijn het recentste slachtoffer in deze reeks.

Nogmaals: als de sector zélf het niet begrijpt, pretendeert u dan niet het wel te begrijpen.

3

Ik houd me wel met derivaten bezig (inclusief IAS 39), ook al staan ze ver van de (mkb-)praktijk waarin ik werkzaam ben.

Uitstekend. Ook wie in zijn huidige werkomgeving niets te maken heeft met derivaten, of denkt alleen voor mkb-bedrijven te werken of voor bedrijven die niet zijn gebonden aan hoge kwaliteit verslaggevingsregels, moet blijven opletten. Bedenk dat de meeste regelgeving ‘mkb’ eerder in monetaire termen definieert dan in risicotermen.

Het gebruik van de traditionele omvangscriteria is gevaarlijk geworden vanwege het cirkelkarakter van dit alles. Een klein bedrijf dat uitsluitend klein is omdat het zijn derivaten niet op de balans hoeft te zetten (omdat het een klein bedrijf is), is een risico voor zichzelf en de rest van de wereld. Het accountantsberoep houdt zichzelf voor de gek door zijn ogen hiervoor te sluiten.

We hebben dringend behoefte aan op risico gebaseerde definities van mkb. We moeten ook erkennen dat met de opkomst van fair value accounting, aan de zijlijn blijven staan onvoldoende is. Een traditioneel gedefinieerd mkb-, of van GAAP vrijgesteld bedrijf kan veel meer economische betekenis hebben dan op het eerste gezicht kan worden afgeleid uit de niet-IFRS-balans. Accountants kunnen niet pro-actief genoeg zijn om bewustzijn over dit onderwerp te creëeren, ondanks de lobby voor versimpelde mkb- verslaggeving.

U kunt niet indringend genoeg uzelf afvragen of de kleine of niet zo kleine off-shore of van GAAP vrijgestelde bedrijven waarmee u werkt, geen gevaar opleveren voor uw professionele reputatie.

4

Ik kijk door de systeemrisico’s van IAS 39 heen.

Gefeliciteerd, maar pas op, want zo zijn er niet veel. IAS 39 betekent een forse vooruitgang vergeleken met waar we vandaan komen - zij het in slow motion. Maar betekent ook het tolereren van (onafgeronde) debatten, tegen de achtergrond van een steeds sneller veranderend derivatenlandschap. IAS 39 is geen eindstation. Regelgeving zal altijd moeite hebben om nieuwe marktontwikkelingen bij te benen. IAS 39 doet nu reeds goed werk de management percepties van risico en daarmee het gedrag van ondernemingen te wijzigen, en de latente risico’s van de onduidelijke kleine lettertjes, if any, bij financiële producten uit te roken. Maar het is geen wondermiddel.

IAS 39 is onderhanden werk, deels gebaseerd op principes, deels op regels, deels op fair value en deels op historische kostprijs. Waar het gebaseerd is op fair value ontbreekt vaak een markt om ondubbelzinnig een waarde vast te stellen. En waar het is gebaseerd op historische kostprijs, vergroot het de onduidelijkheid over de aard en kwaliteit van de fundamenten van de bottom line.

IAS 39 is een incomplete wegenkaart die in kwalitatieve termen aangeeft waar en wat de uiteindelijk meetbare, en soms wederzijds concurerende eindwensen zijn. Maar het vertelt slechts fragmentarisch hoe daar te geraken en is in hoge mate afhankelijk van beoordelingen in een corporate klimaat waar de druk en verwachtingen over de uitkomsten vaak zeer hooggespannen zijn.

Gezien zijn ‘inhoud boven vorm’-achtergrond,de interne inconsistentie door mixed attributes (zie kader) en ook onderling strijdige kwalitatieve kenmerken, vormt IAS 39 ook een potentiële professionele brandhaard. Toepassen van IAS 39 is net zo’n grote uitdaging als ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ vertalen tot een simpel recept voor democratie. In de tweehonderd jaar sinds de Franse Revolutie zijn er in Europa vier bloedige oorlogen over uitgevochten om te komen waar we nu zijn - en we zijn er nog niet. IASB-voorzitter David Tweedie voorspelde niet zo lang geleden profetisch dat er in de context van het fair value-debat meer ‘bloed aan de paal’ zal komen.

Wie niet begrijpt dat IAS 39 geen simpel receptenboek voor dummies is, is een gevaar voor zichzelf. Even onzinnig is het om IAS 39 als een allesomvattende bijbel te beschouwen. In beide gevallen verwordt het dan tot drijfzand voor diegenen die het ‘inhoud boven vorm’-uitgangspunt niet begrepen hebben.

De nieuwe IFRS-standaarden zijn nog niet uitgekristalliseerd en laten nog ruimte voor improvisatie. Dat is goed nieuws voor elke accounting professional die wel van een uitdaging houdt. Maar het vraagt ook om grote voorzichtigheid.

Beoordeel acceptatieprocedures elke keer weer met open ogen en oren, en realiseert u het inzicht en de ruggengraat die nodig zijn om wishful thinking en ontkenning uit de uiteindelijke verslaggevings- en audit-resultaten te houden.

5

Ik heb volledig begrip van de macrorisico’s die aan IAS 39 vastzitten.

‘Waarom zou ik ook moeten begrijpen hoe alles buiten mijn eigen professionele keuken met elkaar samenhangt?’, zou een eerste en begrijpelijke reactie voor individuele beroepsbeoefenaren kunnen zijn. ‘Is dat niet de taak van de toezichthouders, standard setters en professionele verslaggevingsorganisaties?’

Inderdaad hebben accountants met hun dagelijks werk al genoeg te doen. Maar een ‘niet verder dan de neus lang is’-blik maakt ons kwetsbaar op macroniveau, letterlijk kortzichtig, en is dus gevaarlijk voor onze persoonlijke professionele gezondheid. Individuele accountants en hun organisaties hebben een professioneel belang om ook buiten hun eigen voordeur - ofwel naar hun eigen controleomgeving - te kijken.

De mondiale derivatenbedragen worden zo omvangrijk dat, zowel dankzij als ondanks IAS 39, de wereld niet langer voorbij kan gaan aan het feit dat de door de deelnemende partijen geboekte resultaten uit dezelfde per defenitie zero-sum-transacties niet altijd tegen elkaar wegstrepen. Er is geen monitoring van mogelijke dubbeltellingen en, daarmee het bestaan van economische zeepbellen. Op dit moment kan niemand ons vertellen of het totaal meer of minder is dan de som der delen. We kennen geen dubbelboekhoudsysteem om de netto resultaten op macroniveau te volgen.

IAS 39 heeft ingebakken kenmerken, bovenop de implementatieproblemen en kinderziektes, die er voor kunnen zorgen dat een professional tot zijn verbazing zich op het beslissende moment aan de verkeerde kant van verantwoordingsgrens vindt. Het opstellen van juridische kunstconstructies met derde partijen, uitsluitend voor het resultaat-effect, of het georkestreerd misbruik maken van de interne inconsistenties van IAS 39, of het gokken op de deskundige oordeelsruimte - zijn allemaal gangbare methoden voor partijen die te gemakkelijk geld willen laten zien waar het niet is.

Deze risico’s op macroniveau maken een onlosmakelijk deel van de microcontroleomgeving van iedere professional. Zich niet bewust zijn van, of geringschattend doen over de gevaren hiervan, ondergraaft de professionele verantwoordelijkheid van deaccountant; en die van zijn firma, klanten en eindgebruikers. Met name in een omgeving waarin de nadruk in beloningssystemen nog steeds ligt, en zal blijven liggen op tonen van winst.

Risico’s op macroniveau voeden risico’s op ons eigen werkniveau, reden waarom we ze serieus moeten nemen.

6

Ik begrijp hoe toezichthouders werken en accepteer hun autoriteit en beste bedoelingen. Maar ik begrijp ook hun inherente zwakheden en mogelijke invloed op mijn werk.

Toezichthouders spelen een cruciale rol in regelgeving en compliance. Zij opereren niet in een vacuüm, maar zijn onlosmakelijk onderdeel van het sociaal-politieke bestel en zijn dus net zo ‘gepolitiseerd’ als ieder ander. Bij de handhaving hebben zij het voordeel van achteraf beoordelen. Ook bij hen wordt wat zij vandaag doen beïnvloed door gebeurtenissen van gisteren. Met als gevolg dat veel nieuwe wet- en regelgeving op zijn best reactief is, altijd achter loopt bij de ontwikkelingen, vol zit met interne inconsistenties, en zijn bezwaard door problemen uit het verleden en publieke druk om te laten zien dat ‘vooruitgang’ wordt geboekt - vandaar veel haastwerk.

Het werk van toezichthouders is bijna nooit het wondermedicijn om de problemen van vandaag of morgen op te lossen. Wet- en regelgeving is zelden het beslissende ‘schot in de roos’, maar meestal wel ‘vooruitgang’: het opiaat van toezichthouders en hun politiek gehoor. Ook toezichthouders weten zich geconfronteerd met bewegende doelen. Er zijn goede voorbeelden van excellente regelgeving, meestal crises-geboren (SOx, IFRS). Toezichthouders zijn echter ook vaak te zwaar ondergefinancierd om al hun doelstellingen te kunnen verwezenlijken, en daarom nooit in een positie om op hun niveau redelijke positieve zekerheid te verschaffen over de afwezigheid van systemic risks - voor het geval u zich afvraagt waarom u de eerste en laatste in de rij bent die positieve zekerheid verschaft.

Toezichthouders zijn dus een deel van de oplossing, maar ook een chronisch deel van het probleem; net als u, uw bedrijf en uw beroepsinstituut. Dit alles is vooral ook van toepassing op de wereld van derivaten en de verantwoording en controle daarvan. Waar verwarring heerst, zijn toezichthouders meestal ook in verwarring, zij het op een hoger niveau. Laat het feit dat zij niet jaarlijks een ‘missie voltooid’-verklaring hoeven te tekenen u niet verleiden tot een vals gevoel van veiligheid.

Bovenstaande is niet bedoeld om iemand excuses te maken, maar om duidelijk te maken dat toezichthouders niet alle zwakheden van de beroepsbeoefenaren kunnen corrigeren of voorkomen, en vice versa. Toezichthouders zijn een imperfecte aanvulling op uw eigen professionele verantwoordelijkheid, geen substituut.

Wanneer de regels van het spel zijn bepaald, start het spelletje van de regels, voor zowel toezichthouders als beroepsbeoefenaren. Als u dit niet begrijpt, of hier niet mee om kan gaan, gaat u dan iets anders doen. Als u het wel begrijpt, neem dit dan altijd mee in uw overwegingen, zorg dat u het goed doet, en documenteer uw analyses en beslissingen, waar mogelijk.

7

Mijn professionele uitgangspunt is geen risico’s nemen.

Als dat zo is verspilt u ieders tijd, ook van uzelf. U heeft het verkeerde beroep gekozen. Nul-risico en absolute zekerheid zijn niet van deze wereld. Zelfs onvoorwaardelijke redelijke zekerheid brengt ons slechts een beetje verder bij de werkelijkheid. Het accountantsberoep heeft dit het afgelopen decennium op hardhandige wijze geleerd, door in vrijwel elke denkbare risicosituatie een ‘redelijke zekerheids (goedkeurende) verklaring’ af te geven. De markante voorbeelden hoeven hier niet meer in herinnering te worden geroepen, en de lijst lijkt nog elke maand te groeien.

‘Redelijk voorbehouden redelijke zekerheid’ lijkt de beste benchmark voor de toekomst. En ook nog eens zeer informatief. Dit geldt voor zowel de private als publieke sector, aangezien verwachtingen in beide sectoren worden gekenmerkt door een leiderschapscultuur die Napoleons definitie van leiders - ‘handelaren in hoop’ - maar al te vaak heeft veranderd in ‘scharrelaars in hoop’. We lopen allemaal het risico om een afgewende blik in te ruilen voor een blauw oog als de realiteit ons met de neus op de feiten drukt.

De zekerheids-checkers van deze wereld, de ‘boekhouders’ en auditors, hebben tot hun eigen schade en schande te vaak meegezeild met structurele optimisten. In de publieke sector is dit duidelijk geworden door het chronisch onderschatten van de ex ante risico’s onlosmakelijk verbonden aan overheids-business, zie bijvoorbeeld de gebeurtenissen rond het ‘olie voor voedsel’-programma van de Verenigde Naties. In de private sector komt het boven drijven als accountants en auditors toegeven aan de druk om goedkeurende verklaringen af te geven, hoe risicovol de omgeving ook is.

Het auditor-landschap zal veel veiliger zijn als goedkeurende verklaringen voor een periode van tien jaar worden uitgebannen.

Veiliger plek

Onze wil serieus te zijn, zal de komende tien jaar zelfs nog serieuzer worden getest door de enorme groei van creatieve financiële instrumenten in combinatie met fair value accounting. Het wordt hoog tijd om serieus te aanvaarden dat gepast genuanceerde, redelijk gekwalificeerde verklaringen, respectabel en informatief zijn. Deze aanvaarding kan niet van bovenaf worden opgelegd, maar zal van beneden naar boven moeten doorsijpelen. Daar waar u werkt. En de wereld - inclusief de uwe - zal een veiliger plek zijn.

De Engelstalige versie van dit artikel staat op www.nivra.nl.

Noot
Jules Muis werkte als registeraccountant in (voornamelijk) de internationale praktijk van (de voorlopers van) Ernst & Young. Van 2001 tot april 2004 was hij directeur-generaal van de interne accountantsdienst van de Europese Commissie. In 1991 was Muis voorzitter van het NIVRA. Dipankar Ghosh is head of corporate reporting bij de Wereldbank.

Een kleine greep uit de derivaten-winkel

… target redemption (tarns), snow ball, range accruals, CMS linked, knockouts, barriers, multicurrency chooser, CMT-linked, reverse floater, power dual currency reverse floaters, constant proportion portfolio insurance, bandwidth derivatives, pollution allowance derivatives, credit default obligations squared, credit default swap, total return swap, ABS, MBS, basket option, bear spread option, binary option, caplets, cash-or-nothing binary, compound option, crack spread options, differential swap, quanto swap, digital option, binary option …

‘Mixed attributes’: ruggengraatloze pragmatiek?

Mixed attribute accounting is een meestal ongelukkige mix van verschillende meetconcepten binnen één en dezelfde financiële verantwoording - het economische concept van fair value (marktwaarde) en het mechanische concept van historische kosten. Het is een gevolg van het bij verslaggevingsregels-discussies vaak voorkomende ‘overeenstemming door uitputting’. In hun drang de zaak tot een einde te brengen, zijn de betrokken partijen bereid om de interne consistentie van de desbetreffende richtlijnen op te offeren.

Zowel IFRS als US GAAP kampen met een dergelijke schizofrenie. Partijen kunnen terecht claimen dat ‘voortgang is geboekt’ met de introductie van marktwaarden van derivaten in dit geval. Maar veel onderliggende activa en passiva worden niet op marktwaarde gewaardeerd, waardoor de aard en kwaliteit van de bottom line de wenkbrauwen doet fronzen.

Het gebrek aan interne consistentie kan extern leiden tot uiteenlopende verslaggeving door betrokken partijen met hetzelfde instrument of dezelfde transactie. Dit legt ook een zware hypotheek op een gefundeerde resultaatsbepaling op macroniveau.

Veel heeft te maken met het politiek en gepolitiseerde karakter van accounting standard setting, met de aard van verslaggeving als business-taal, met ‘taal is macht’ (en macht corrumpeert), van gevestigde belangen, goedbedoelde maar ruggengraatloze pragmatiek en een grote tijdsdruk. Zoals we uit de natuurkunde weten: onder druk wordt alles vloeibaar, zelfs verslaggevingsoplossingen.

Een voorbeeld is de succesvolle Europese druk om binnen de toch al behoorlijk ‘gemixte’ richtlijn IAS 39 nog extra carve outs toe te staan.

Als regelgevers blijven doorgaan met het mixen van mixed attributes met mixed attributes, eindigen we uiteindelijk met te veel mix en weinig of geen attributes.

Mixed attributes: een huiselijk verdeeld voorbeeld

De dubbelzinnigheid en tweeslachtigheid van mixed attribute-verslaggeving worden goed duidelijk door IFRS of US GAAP toe te passen op een privé-situatie.

Stel, u heeft uw tien kinderen in de loop van de tijd elk honderdduizend dollar geleend, met uiteenlopende aflossingsdata en vaste maar verschillende rentes. U heeft deze alles behalve homogene leenportefeuille gefinancierd met variabele renteleningen van uw persoonlijke bank.

Uw broer Jan leent zijn enige kind hetzelfde totale bedrag (een miljoen dollar), met variabele renten en een nauwgezet aflossingsschema. Hij heeft dit gericht gefinancierd met een vasterentelening van zijn bankier; perfect homogeen met zijn vordering.

Moeder doorziet de kinderlijke rente-mismatch en het geconsolideerde familiepotentieel onmiddellijk en maant de twee broers hun variabele en vaste renterisico’s uit te ruilen/swappen. En zo gebeurt het. Beiden hebben u nu per saldo matchende debet- en creditrente risicoprofielen (variabel/variabel en vast/vast).

Op Nieuwjaarsavond komt de familie bijeen en vader, een prominent accountant, begint de rekening op te maken op basis van IAS 39. Sinds de swap-deal tussen de twee broers is het renteniveau inmiddels ongeveer gehalveerd. Vader verklaart de financiële positie van uw broer als stabiel, homogeen aan alle kanten, en perfect gehedged op alle fronten, met gebalanceerde exposures. Wat aan deze kant omhoog gaat, gaat aan gene kant ook omhoog, als en waar we dat al moeten laten zien, wat er in komt gaat er uit, en omgekeerd. Perfect wash.

Tegen u zegt hij echter: ‘Sorry, mixed attributes, mixed feelings: Ik weet dat mijn dotjes van kleinkinderen je een rentebedrag zijn verschuldigd op tweemaal het huidige marktniveau. En we weten dat ze het kunnen en zullen betalen. Maar die rommelige portefeuille van je - en de latente meeropbrengst als je ‘t nu zou willen verkopen - is voor accountants te mistig om nu al ‘kassa’ te roepen. Je kunt je niet zichtbaar rijk rekenen op basis van wat je kinderen je schuldig zijn, totdat ze werkelijk betalen. Ook al ben je Jan duidelijk datzelfde vastrentende swap-bedrag schuldig, dat met de ontwikkeling op de kapitaalmarkt nu bijna de helft boven de historische waarde ligt, maar het is geen perfecte hedge. Je doet er goed aan om dit verlies te voorzien uit je huidige jaarinkomsten, tenzij je mijn favoriete accounting standard setter, die staat op strikt identieke hedges en marktwaarden voor swaps, wilt bruuskeren. Je kunt ook altijd zoeken naar een andere vader die ook accountant is en er andere ideeën op na houdt. Het zal niet de eerste keer zijn en soms werkt ‘t.’

Die avond wordt de champagne duur gedronken: U slikt, broer Jan hikt, vader blikt en moeder begrijpt er niets meer van.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.