Magazine

Accountantshonoraria in de jaarrekening

Vanaf boekjaar 2008 moeten ondernemingen rapporteren hoeveel ze hun controlerend accountant hebben betaald voor audit- en adviesdiensten. Bij ruim de helft van de AEX- en AMX-fondsen bedragen de advieskosten minder dan twintig procent van het totale accountants honorarium en bij een derde is dat dertig procent of meer, blijkt uit een inventarisatie. Maar onduidelijkheden over de wettelijke rapportagevereisten belemmeren een duidelijk beeld.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 10, 2009

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Erwin Breij

Ondernemingen moeten vanaf boekjaar 2008 in de toelichting bij de jaarrekening de kosten vermelden die zijn gemaakt voor accountantsdiensten. Deze nieuwe rapportagever- plichting vloeit voort uit de herziene Achtste Richtlijn, de Europese richtlijn die de wettelijke accountantscontrole regelt. De nieuwe regel volgde op de discussies over de onafhankelijkheid van de controlerend accountant, na de boekhoudschandalen begin deze eeuw. Een scheve verhouding tussen controle- en adviesdiensten kan de onafhankelijkheid van de accountant onder druk zetten.

Doel van de nieuwe door de Europese Commissie ingevoerde regel is de gebruiker inzicht te geven in de verhouding tussen geleverde audit- en adviesdiensten, en zo maximale openheid te verschaffen.

AEX en Midkap

Hoe gaan ondernemingen in de praktijk om met de nieuwe toelichtingsvereisten? Om deze vraag te beantwoorden bekeken we de jaarverslagen van de vijftig beursgenoteerde ondernemingen uit de AEX- en Midkap-indices. Van deze vijftig zijn er 44 Nederlandse NV's. De buitenlandse rechtspersonen zijn wel opgenomen in de bij dit artikel behorende tabel (zie voor de complete tabellen Accountant.nl, rubriek Feiten & Cijfers), maar worden in de navolgende analyse verder buiten beschouwing gelaten.

Uit deze analyse blijkt dat er bij de bedrijven nogal wat verschillen in interpretatie optreden, en daarmee in de mate van duidelijkheid die wordt geboden.

NIVRA-wijzer

Die verschillen zijn mede een gevolg van onduidelijkheden in de nieuwe regelge- ving. De Nederlandse wetgever heeft de Europese eis verwerkt in artikel 2:382a van het Burgerlijk Wetboek. In dit nieuwe artikel wordt verwezen naar de ‘externe accountant’ en de ‘accountantsorganisatie’ in de zin van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta).

Gevolg is dat bij een letterlijke interpretatie van de wet alleen de kosten van de Nederlandse ‘audit-tak’ vermeld worden. Veel kantoren hebben, juist naar aanleiding van de introductie van de Wta, een aparte rechtspersoon opgericht om hun auditactiviteiten in onder te brengen. Zo zouden dus andere diensten van het netwerk buiten beeld blijven.

Dat sluit niet aan bij de bedoeling van de Europese richtlijn. Het NIVRA heeft daarom aan de Raad voor de Jaarverslaggeving verzocht de minister van Justitie om uitleg te vragen over de juiste interpretatie van het wetsartikel. Vooruitlopend hierop heeft het NIVRA in de ‘NIVRA-wijzer’ (zie kader Tabel voorkeur NIVRA) een voorkeur uitgesproken over de manier waarop bedrijven de accountantshonoraria zouden moeten vermelden, rekening houdend met zowel de letterlijke interpretatie van de Nederlandse wet als met de bedoeling van de Achtste Richtlijn. De NIVRA-wijzer is echter niet bindend.

Zestien van de 44

Dit heeft gevolgen voor de in de praktijk gehanteerde rapportering op dit punt. Van de 44 Nederlandse vennootschappen vermelden er slechts zestien de accountantskosten op de manier die het NIVRA heeft aanbevolen. Veertien daarvan doen dat naar analogie van de tabel uit de NIVRA-wijzer, de andere twee (DSM en Arcadis) gieten de informatie (deels) in ‘tekstuele vorm’. In die zestien gevallen wordt alle informatie waarop de Europese Commissie met de richtlijn doelde dus duidelijk en volledig gerapporteerd.

Bij de andere 28 bedrijven is het in negen gevallen niet duidelijk of de bedragen betrekking hebben op de accountantsorganisatie of op het hele netwerk. Vijf ondernemingen geven alleen de bedragen voor de accountantsorganisatie weer, en vier alleen de netwerktotalen.

Bij de resterende tien ondernemingen is alleen het totaalbedrag vermeld of het bedrag dat in rekening is gebracht voor de accountantscontrole, gesplitst naar accountantsorganisatie en de rest van het netwerk, of bevat de splitsing onduidelijkheden (zie de toelichting bij de tabel).

Verhouding audit-advies

De informatie over het honorarium van de accountant is dus niet eenduidig. Dit heeft gevolgen voor het vergelijken van de verhouding tussen audit- en adviesdiensten, de verhouding waar het de Europese regelgever allemaal om is begonnen. Vaak is onduidelijk of de lezer wel alle relevante informatie tot zijn beschikking heeft.

Met dit voorbehoud kijken we naar de in de tabel genoemde percentages, die, voor zover beschikbaar, uitgaan van de netwerktotalen.

Dan valt op dat die verhoudingen nogal uiteenlopen. Bij veertien van de 44 bedrijven bestaat de accountantsrekening voor dertig procent of meer uit advieskosten. Daaronder zijn fondsen als Heineken, Reed Elsevier en Wolters Kluwer.

Drie bedrijven nemen voor ongeveer een even groot bedrag adviesdiensten af als zij betalen voor de controle en aan controle verwante opdrachten: buizenproducent Wavin, chemieconcern DSM en navigatieproducent TomTom. Bij Wavin bedragen de advieskosten als enige bedrijf in de lijst iets meer dan de helft van de totale accountantsrekening (54 procent). Het gros van de advieskosten bij Wavin betreft belastingadvies. Bij TomTom is belastingadvies verantwoordelijk voor de helft van de advieskosten. De adviesrekening bij DSM betreft voor het grootste deel ‘overig advies’.

Geen overbodige luxe

Bij vijftien bedrijven ligt de verhouding audit-advies tussen de 60/40 en 80/20. Bij 23 ondernemingen - ruim de helft - bedraagt het percentage aan advieskosten minder dan twintig procent van het totale accountantshonorarium.

Opvallend is dat in drie gevallen geen enkele informatie over de adviesdiensten beschikbaar is, bijvoorbeeld bij Aegon. De informatie is bij de verzekeraar erg summier: onder het kopje ‘Audit remune- ration’ vinden we alleen de audit- en auditgerelateerde kosten, zonder verdere toelichting.

Het is aan de lezer en jaarrekeninggebruiker om de cijfers uit dit onderzoek te interpreteren en er al of niet conclusies uit te trekken. Over de relevantie van de informatie verschillen de meningen. Zeker is in elk geval dat verduidelijking van de wettelijke vereisten over de verslaggeving op dit punt geen overbodige luxe is.

Download de complete tabellen op Accountant.nl (rubriek ‘Feiten & Cijfers’)

Noot
Erwin Breij is informatiespecialist en webredacteur Accountant.nl.

‘Geen inzicht in relatie accountant-bedrijf’

Door de onduidelijkheid over de interpretatie van de voorschriften voor vermelding van de accountantskosten in de jaarrekening heeft de gebruiker geen inzicht in de relatie tussen het bedrijf en de accountant, betoogde Hans de Munnik, voorzitter van de Raad voor de Jaarverslaggeving, al in het Financieele Dagblad van 23 juni 2009.

De interpretatiemoeilijkheden worden volgens De Munnik nog vergroot doordat ook onduidelijk is of de accountantskosten voor dochterbedrijven van de desbetreffende beursfondsen moeten worden meegenomen. Volgens de Europese richtlijn is dit niet nodig, maar de Nederlandse wet eist dit wel.

Als een bedrijf in verscheidene landen is genoteerd wordt de verwarring nog groter. Zo geeft Reed Elsevier volgens het Amerikaanse Form 20-F jaarverslag 6,3 miljoen pond uit aan audit-werkzaamhe- den. In het jaarverslag dat volgens de Britse regels is opgesteld staat echter een bedrag van 4,8 miljoen pond. De verklaring is dat hier alleen de kosten voor de jaarrekeningcontrole onder de categorie ‘audit services’ vallen en alle andere kosten worden verzameld in de categorie ‘non audit services’.

De Nederlandse wetgeving: artikel 2:382a

Artikel 382a

  1. Opgegeven worden de in het boekjaar ten laste van de rechtspersoon gebrachte totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening, totale honoraria voor andere controleopdrachten, totale honoraria voor adviesdiensten op fiscaal terrein en totale honoraria voor andere niet-controlediensten, uitgevoerd door de externe accountant en de accountantsorganisatie, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en e, van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
  2. Indien de rechtspersoon dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert, worden de honoraria die in het boekjaar te hunnen laste zijn gebracht, in de opgave begrepen.
  3. De honoraria hoeven niet opgegeven te worden door een rechtspersoon waarvan de financiële gegevens zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening waarop krachtens het toepasselijke recht de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen of de zevende richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht van toepassing is. 

Noot
Erwin Breij is webredacteur van Accountant.nl.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.