Magazine

Doelmatig en rechtvaardig

“Het is legitiem om het eigenbelang te verdedigen, maar in hoeverre geeft je beroepsopvatting je de ruimte om een regel ‘wat op te rekken’?” Hoogleraar Leo Stevens over omzet, ethiek en andere fiscale actualiteiten.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 1, 2004

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Willem Verhoog

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus, tijdgenoot van wrede keizers, merkte eens bitter op: ‘Hoe verdorvener de staat, des te meer wetten.’ Ook het Duitse spreekwoord ‘Je mehr Gesetze, je weniger Recht’, ligt in die lijn. Geldt dat ook voor de belastingwetten?

Leo Stevens, hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, nuanceert: “Het gaat erom dat wetten naar hun strekking, en niet slechts naar hun letter, worden begrepen en nageleefd. Er zijn echter wetten met een hoofdletter en kleine letter. Wetten zijn soms slechts ordeningsafspraken, door bureaucraten gemaakt om hun beleid te realiseren, al dan niet politiek omstreden of tot stand gekomen onder druk van de publieke opinie. Dergelijke regels worden soms van een zo hoge orde verklaard, dat ze dat gezagsniveau volstrekt niet kunnen waarmaken. Dat zie je als zich incidenten voordoen, waarna men zich afvraagt of de regel niet moet worden aangepast of zelfs afgeschaft. Je ziet het in de fiscale wet- en regelgeving ook heel duidelijk.

Regelgeving is in feite een maatschappelijke dialoog. Het gaat om de invulling van rechtvaardigheid, om maatschappelijke keuzes. Wetten zijn immers ook de uitdrukking van moreel besef. Rechtvaardigheidsopvattingen moeten telkens opnieuw worden afgewogen tegenover economische opvattingen inzake doelmatigheid. Alleen oog hebben voor rechtvaardigheid is niet goed genoeg, want daarmee bereik je te weinig. Alleen oog hebben voor doelmatigheid is evenmin goed, want er moet ook nog zoiets als saamhorigheid zijn. Het gaat dus om een juiste verhouding.”

Ethiek

Als mensen zien dat bepaalde partijen relatief heel weinig belasting betalen omdat ze beschikken over creatieve adviseurs, dan groeit de ontevredenheid. “Het nakomen van de fiscale verplichtingen is ook een mentaliteitskwestie. De vraag is of die partijen bereid zijn de wet te respecteren. Velen denken: als het niet expliciet verboden is, dan mag het. Dat is geen respecteren. Het gaat erom dat je je houdt aan wat de wetgever met de regel in kwestie heeft bedoeld. Natuurlijk is het legitiem het eigenbelang te verdedigen. Maar in hoeverre geeft je beroepsopvatting je de ruimte een regel wat ‘op te rekken’? Ik vind dat adviseurs zich altijd de vraag behoren te stellen of ze vanwege hun omzet toch inschikkelijker zijn dan hun beroepsgeweten aangeeft. Hoeveel professionele ruggengraat is aanwezig? Eenieder moet die vraag voor zichzelf beantwoorden, maar ik vind dat beroepsethiek en persoonlijke ethiek hier hun plaats moeten krijgen.”

Exotische landen

Hoe zit het met accountants die tegelijk adviseur en toezichthouder zijn?

“Ik denk dat iemand niet tegelijkertijd onafhankelijk toezichthouder kan zijn ten behoeve van het financiële verkeer en tevens als belangenbehartigend adviseur van een vennootschap kan optreden. Dat wringt. Daarom moet er een striktere taakafbakening komen. Als de cliënt gekunstelde constructies wil om financiële transacties via allerlei exotische landen te laten lopen, moet de accountant zich afvragen wat zijn positie is. Als toezichthouder gaat hij bij betrokkenheid al snel een te groot risico lopen. Voor adviseurs is een goed criterium dat een advies niet deugt als het volledige beeld liever niet aan de toezichthouder wordt getoond. En voor de toezichthouder geldt dat hij zich publiekelijk moet kunnen verantwoorden.”

Zijn er ‘tax shelters’ die vroeger wel maar nu niet meer kunnen?

“Vroeger kon er veel meer dan nu. Wij hebben in Nederland na de Tweede Wereldoorlog een belastingstelsel tot stand gebracht dat de naam had belastingheffing naar draagkracht te zijn. Daar is echter nooit veel van terechtgekomen. Er bestond een arsenaal aan juridische mogelijkheden om belasting te ontgaan. In sociologisch opzicht is interessant dat men het ook vrij normaal vond om daarvan gebruik te maken. Inmiddels zijn niet alleen de wettelijke mogelijkheden afgenomen, maar is ook de acceptatie van belastingontwijking aanmerkelijk verminderd.”

Primarolo-lijst

En in Europees verband?

“In Europees verband is Nederland ook al teruggefloten: het Ruding-rapport komt tot de conclusie dat belastingconcurrentie prima is, mits er geen schadelijke bijwerkingen zijn. Allerlei loopholes moeten zoveel mogelijk in de kiem worden gesmoord. Er is onderzocht wat in de Nederlandse wetgeving aanleiding kan geven tot onaanvaardbare belastingconcurrentie. Dat heeft geresulteerd in een lijst met aanaandachtspunten, de zogeheten Primarolo-lijst. Dat is ook gebeurd in samenhang met de Antilliaanse en Arubaanse wetgeving.

Er wordt momenteel gewerkt aan een code of conduct, die beoogt ongewenste verstoringen weg te werken. Maar het is een moeizaam proces. Het gaat erom dat de lidstaten elkaar in voldoende mate vertrouwen schenken. Je moet dus omzichtig manoeuvreren tussen nationaal eigenbelang en harmonisatie van het Europese stelsel. Ik zou mezelf willen rekenen tot de ‘voorzichtige’ Euro-idealisten die kiezen voor een geharmoniseerd stelsel. Maar we moeten wel blijven zien dat wat in Nederland op aandringen van Europa wordt afgeschaft, door andere lidstaten wordt geïntroduceerd. Alertheid is geboden.”

Ruling-praktijk

Wat vindt u van de huidige ruling-praktijk in Nederland?

“Onze ruling-praktijk wordt in Brussel ten onrechte argwanend bekeken. Een ruling biedt juist rechtszekerheid. Twee randvoorwaarden zijn van belang: een ruling mag niet in strijd zijn met de wet én zij mag de rechtsgelijkheid niet schaden. Het is niet goed als de ene belastingplichtige zou worden bevoordeeld boven de ander. Om dat te voorkomen moet een ruling in geanonimiseerde vorm bekend worden gemaakt zodat de rechtsgelijkheid ook kan worden geverifieerd. Dat moet de overheersende beleidsregel zijn. Een belastingdienst moet altijd een afweging maken tussen enerzijds strak regels handhaven en anderzijds de burger flexibel benaderen. Dat vereist prudentie en integriteit van een overheidsapparaat. In die sfeer moet het mogelijk zijn interpreterende afspraken te maken. Het is te verkiezen boven oncontroleerbare arrangementen.”

Vennootschapsbelasting

De staatssecretaris van Financiën wil een soort APK van de wet Vennootschapsbelasting. Is een echt nieuwe wet niet beter?

“Ik heb me verbaasd over het standpunt van de staatssecretaris. Het is overduidelijk dat de vennootschapsbelasting aan een grondige herziening toe is. De vrijblijvendheid waarmee dat thans is aangekondigd, straalt geen groot elan uit. Zijn aangekondigde tariefverlaging is een te oppervlakkige maatregel. In de tweede helft van 2004 zijn wij voorzitter van de Europese Unie. Wij moeten ons realiseren dat de VpB verwikkeld is in een Europees harmonisatieproces. Dat heeft invloed op onze wetgeving.

Het Bosal-arrest en de daaraan voorafgaande anti-winstdrainagewetgeving hebben inmiddels voor allerlei renteaftrekbeperkende bepalingen gezorgd waardoor de VpB een heffing is geworden waarin nog slechts de specialisten de weg weten. Allerlei nieuwe toetspunten zijn ingebracht, maar het vervelende is dat die nog wel eens met elkaar op gespannen voet staan. Een herziening is dus echt noodzakelijk. Dat proces mag niet zo vrijblijvend worden opgezet als nu wordt gesuggereerd.”

Accountantfiscalisten

U hamert er nogal vaak op dat de accountant de fiscaliteit niet buiten de deur mag houden.

“Dat is zo. De noodzaak zich in de fiscaliteit te verdiepen is veeleer toe- dan afgenomen. Ooit werden accountants en fiscalisten op afstand van elkaar gehouden: een accountant diende zich niet te bemoeien met de fiscaliteit en een fiscalist niet met datgene waar de accountant mee bezig was. Ik heb dat altijd benauwend en kortzichtig gevonden. Beide deskundigen kunnen, met respect voor elkaars deskundigheid, elkaar in veel opzichten aanvullen. De werkprocessen zijn meer dan ooit geïntegreerd en die ontwikkeling zal alleen maar verder doorzetten. Ik memoreerde het Bosal-arrest al waardoor de aftrekbaarheid van bepaalde financieringskosten is vervallen. Er is een ingrijpende ‘thincap-regeling’ ingevoerd. De accountant kan het zich niet veroorloven daar geen kennis van te dragen.

Ook is het van belang dat fiscalisten zich realiseren dat de accountant geïnformeerd moet worden op het niveau van zijn professionele dienstverlening. Dat betekent dat hij niet moet worden lastiggevallen met alle detailregelingen uit de Wet op de inkomstenbelasting, maar dat hem wel inzicht wordt gegeven in de fiscale bepalingen die het bedrijfsproces beïnvloeden.”

Oude kennis

“Daarbij denk ik ook aan de reikwijdte van de deelnemingsvrijstelling”, vervolgt hij. Diverse bepalingen inzake fiscale eenheden, bedrijfsfusies, verliesverrekening en dergelijke zijn in de loop der tijd veranderd. De accountant mag niet denken dat hij met zijn oude kennis nog wel verder kan. En dan zwijg ik nog maar over de ontwikkelingen in Europa. Regelmatig worden arresten van het Europese Hof gepubliceerd die een nationale wetgeving op haar kop kunnen zetten. Sommige zekerheden zijn aan het verdwijnen.

Bij de aftrek van financieringskosten was lange tijd de klassieke vraag: gaat het om eigen of vreemd vermogen? De rente van eigen vermogen is niet aftrekbaar, die van vreemd vermogen wel. Dit heeft uiteraard geleid tot arbitrageprocessen die zichtbaar zijn geworden in hybride financieringsstructuren. Naar juridische vormgeving wordt vreemd vermogen aangetrokken dat economisch bezien functioneert als risicodragend eigen vermogen. Daartegen heeft de wetgever zich inmiddels teweer gesteld. Hoe ver kan de ondernemer tegenwoordig nog gaan met hybride geldleningen? Op die vraag moet ook de accountant een antwoord hebben. Vandaar mijn advies aan de accountant: markeer uw positie, blijf bij uw leest, maar houd de fiscaliteit in de gaten.”

Leo Stevens

Leo Stevens is sinds 1986 hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit en daar tevens voorzitter van de vakgroep Fiscale Economie en de Stichting Europese Fiscale Studies, die een postdoctorale opleiding verzorgt. Voordien werkte hij vier jaar bij de rijksbelastingdienst.

Naast zijn universitaire werk maakt(e) Stevens deel uit van diverse commissies en werkgroepen en is hij onafhankelijk lid van de Waarderingskamer. Stevens was plaatsvervangend kroonlid van de Sociale Verzekeringsraad en is en was lid van diverse SER-commissies. Ook was hij lid van de commissie Nationaal Pensioendebat, dat het rapport ‘Zorgen over morgen’ uitbracht, en vice-voorzitter van de Commissie Uitgangspunten Nieuw Studiefinancieringsstelsel.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.