Magazine

Nieuws

AFM bepleit 'kwaliteitsplatform' - Boekhoudprijzen.nl: 15 miljard? - KPMG mag blijven bij MCI - NIVRA en NOvAA accrediteren toetsingssystemen - Cijfermanipulatie: alleen bij de buurman - IASB-discussienota over MKB.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 1, 2004

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

AFM bepleit 'kwaliteitsplatform'

De tien grootste internationaal opererende accountantskantoren zouden een platform moeten opzetten voor het eenduidig interpreteren van verslaggevingsregels en het nemen van initiatieven op gebieden die directe actie vragen. Dat bepleitte directielid Paul Koster van de Autoriteit Financiële Markten in juli 2004 tijdens het internationale ISAR-symposium in Maastricht. Een naam voor zo’n platform noemde hij ook al: Emergency Quality Universal Improvement Platform (Equip).

Volgens Koster bevatten de nieuwe internationale boekhoudregels (IFRS) die vanaf 2005 verplicht zijn voor beursfondsen in de Europese Unie, relatief veel ruimte voor subjectiviteit. Dit kan leiden tot discussies tussen accountant en klant. Om de kwetsbaarheid van accountants te verminderen en ‘calamiteiten’ te voorkomen moeten de accountantsfirma’s in Europa samen vaststellen welke verslaggevingsregels de meeste problemen kunnen veroorzaken en daarover gemeenschappelijke afspraken maken. Voorkomen moet worden dat financiële rapportages op basis van IFRS te zeer van elkaar gaan verschillen, aldus Koster. Hij noemt met name de jaarlijkse impairment test als voorbeeld van mogelijke interpretatieverschillen. Zonder eenduidige afspraken ontstaat het gevaar dat accountantskantoren ‘met elkaar gaan concurreren op gunstige interpretaties’, aldus de AFM-bestuurder.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt volgens hem dat 67 procent van de accountants in de praktijk onderhandelt met de klant over de toepassing van boekhoudregels.

SEC zoekt psycholoog

De Amerikaanse beurswaakhond SEC zoekt een psycholoog om de stemming onder het personeel te verhogen. Schandalen, lange werkdagen en lage betaling vergeleken met de private sector schijnen het werkplezier bij de toezichthouder niet ten goede te komen.

Het is de bedoeling dat de psycholoog fulltime in dienst komt voor ten minste twee jaar, met mogelijkheid tot verlenging. Zowel binnen als buiten de organisatie is wat lacherig gereageerd op het initiatief. ‘Just one?’, luidde de reactie van advocaat en voormalig SEC-divisiedirecteur William McLucas.

Boekhoudprijzen.nl: 15 miljard?

Wat mag uw boekhouding kosten? Met die vraag nodigt www.boekhoudprijzen.nl MKB-bedrijven uit om via het invullen van enkele vragen na te gaan of ze niet te veel betalen voor hun boekhouding. Volgens de site is het initiatief hard nodig omdat uit eigen onderzoek zou zijn gebleken dat ‘sommige accountants- en administratiekantoren aanzienlijk meer rekenen dan de richtprijzen’.

Op het eerste gezicht is het niet duidelijk wie de initiatiefnemer van de site is. Maar doorklikken naar het ‘eigen onderzoek’ leert dat dit de Bedrijvenbank is. En achter de Bedrijvenbank schuilt de Amsterdamse zakenman Hans van Heertum, naar eigen zeggen ‘al jaren actief op het gebied van de digitale financiële dienstverlening’. Zo baat hij ook de site www.7x24.nl uit waarop hij een digitale boekhoudservice aanbiedt.

Van Heertum: “We hebben drie studenten van de Haarlem Business School laten onderzoeken wat er gemiddeld in een bepaalde sector voor het opstellen van een boekhouding wordt betaald. Vervolgens hebben we accountants- en administratiekantoren gevraagd naar hun prijzen. Het verschil tussen de laagste prijs en de gemiddelde prijs die in een bepaalde branche wordt betaald, vermenigvuldigd met het aantal bedrijven, leidt tot onthutsende verschillen. Dan blijkt dat er in de 42 branches die we onderzochten bijna vijftien miljard euro per jaar te veel wordt betaald.”

Maar Van Heertum is als aanbieder van een digitale boekhoudservice toch zelf belanghebbende? Is er dan nog wel sprake van een objectief onderzoek? Van Heertum: “Meneer, denkt u nou echt dat ik mij broddelwerk kan veroorloven? Uiteraard ben ik ook belanghebbende. Als een onderzoek niet in mijn voordeel uitvalt, publiceer ik het niet. Maar ik was ervan overtuigd dat zou blijken dat de tarieven te hoog zouden zijn. Veel kantoren zijn onduidelijk over hun kosten en wat ze ervoor leveren. Ondernemers hebben baat bij transparantie en bij zo laag mogelijke prijzen. Ik wil via mijn site de markt openbreken. Volgens mij gaat dat lukken. Want ik hoor nu al dat menig accountants- en administratiekantoor onder druk zijn prijzen verlaagt.”

KPMG mag blijven bij MCI

De Amerikaanse federale bankruptcy judge Arthur Gonzalez heeft bepaald dat de verkoop door KPMG van een tax shelter aan MCI - voorheen WorldCom - geen belangenconflict oplevert voor de positie van KPMG als controlerend accountant van het bedrijf. Het accountantskantoor mag daarom tax- en auditservices aan het telecombedrijf blijven leveren.

Eerder droeg Gonzalez aan MCI op de betalingen aan KMPG te staken, nadat veertien staten hadden geëist het kantoor van zijn controlerende taak bij het bedrijf te ontheffen (zie rubriek Nieuws, mei 2004). Met de gewraakte belastingtruc zou in totaal zo’n half miljard dollar aan belastinggeld zijn ontweken. Volgens Gonzalez hebben de staten te lang gewacht met hun eis, en wilden met deze ‘tactische zet’ vooral hun positie in de besprekingen met MCI over de belastinggelden versterken.

Bij beurswaakhond Securities and Exchange Commission loopt nog een eigen onderzoek over de onafhankelijkheid van KPMG in deze zaak.

Deloitte verkoopt hrm-diensten

De verkoop door Deloitte van alle human resources-activiteiten is afgerond. Eerder dit jaar meldde Deloitte de verkoop van HR Strategies aan de Ewycksgroep. Over de interim managementactiviteiten is nu overeenstemming bereikt met de Corgwell Group, dat deze met terugwerkende kracht per 31 mei 2004 overneemt. Daarbij is overeengekomen dat Deloitte in voorkomende gevallen Corgwell zal inschakelen voor interim management- en interim supportvraagstukken.

Verder worden de executive search-activiteiten in onderwijs en gezondheidszorg zelfstandig voortgezet door twee voormalige Deloitte-partners, gaan de executive search-activiteiten binnen de overheid en zakelijke dienstverlening naar Ebbinge & Company, en de graduate search-activiteiten naar YER.

NIVRA en NOvAA accrediteren toetsingssystemen

NIVRA en NOvAA hebben ieder een eigen stelsel voor de periodieke toetsing van de kwaliteit van accountantswerkzaamheden. Om te voorkomen dat ‘gemengde’ kantoren (met zowel AA’s als RA’s) door beide toetsingsorganisaties worden bezocht, is onderzocht in hoeverre beide toetsingssystemen als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd. NIVRA en NOvAA zijn tot de conclusie gekomen dat de toetsingssystemen gelijkwaardig zijn en dus geaccrediteerd kunnen worden. Voor gemengde kantoren betekent dit dat alle accountantswerkzaamheden binnen dat kantoor door één organisatie zullen worden getoetst. Door welke, is afhankelijk van of de AA’s of RA’s er in de meerderheid zijn. Bij een gelijk totaal aantal AA’s en RA’s geeft de getalsverhouding tussen AA’s en RA’s die eigenaar zijn van het kantoor de doorslag. Door de accreditatie zullen de toetsingskosten voor gemengde kantoren aanmerkelijk dalen.

Cijfermanipulatie: alleen bij de buurman

Beursgenoteerde ondernemingen vinden dat zij voldoende interne maatregelen nemen om manipulatie met de financiële cijfers tegen te gaan. Ruim tachtig procent is er zeker van dat jaarrekening en jaarverslag geen gemanipuleerde gegevens bevatten. Toch verwacht bijna zestig procent dat zich de komende twaalf maanden bij een Nederlandse beursgenoteerde onderneming een geval van fraude zal openbaren. Zelf de zaak op orde dus, maar twijfel over de situatie bij anderen. Dit blijkt uit onderzoek van KPMG onder veertig Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen.

Bedrijven beroepen zich vooral op de externe accountant en interne controlemaatregelen voor het openbaren van fraude. Daarnaast spelen het hogere management, de interne accountant en de compliance officer een belangrijke rol. “Hoewel de bedrijven aangeven voldoende maatregelen te nemen, beschikt niet meer dan zeventig procent over een fraude- en integriteitbeleid waarin vastgelegd is welke risico’s de onderneming loopt en welke acties moeten worden ondernomen om de schade beperkt te houden”, constateert Rens Rozekrans, partner bij KPMG’s Integrity & Investigation Services. “Opvallend is bovendien dat ruim 25 procent geen verdere invulling geeft aan de Sarbanes-Oxley regelgeving in de Verenigde Staten en de code Tabaksblat.”

Nieuw: elektronisch gewaarmerkt uittreksel

De Kamer van Koophandel heeft de digitale variant van het papieren uittreksel ontwikkeld: het elektronisch gewaarmerkt uittreksel. Inhoudelijk is dit uittreksel gelijk aan de papieren versie. Beide zijn rechtsgeldig. Het elektronisch gewaarmerkt uittreksel is echter voorzien van een elektronische handtekening. Zeker voor ondernemers die te maken hebben met de WID (Wet identificatie dienstverlening) biedt het elektronisch gewaarmerkte uittreksel volgens de Kamer van Koophandel aanzienlijke voordelen:

  • Minder kosten. Een papieren uittreksel kost € 11,00, de digitale variant € 7,50.
  • Sneller. Enkele seconden na bestelling via website van de Kamer van Koophandel wordt het elektronisch gewaarmerkte uittreksel per e-mail verzonden.
  • Geen opslag. Het digitale exemplaar neemt alleen digitale ruimte in beslag en geeft sneller en eenvoudiger toegang tot de gegevens.
  • Gemak. Elektronisch gewaarmerkte uittreksels zijn gemakkelijk in grote aantallen te bestellen. Deze worden op cd-rom gezet.

IASB-discussienota over MKB

Op 24 juni 2004 publiceerde de International Accounting Standards Board een discussienota over accountingstandaarden voor middelgrote en kleine bedrijven. Een groottecriterium ontbreekt vooralsnog: het gaat in de nota om ondernemingen die geen ‘openbare rekenschap’ (public accountability) hoeven af te leggen (ondernemingen met derden-aandeelhouders, financiële instellingen, vitale nutsbedrijven en bedrijven die in hun land een overheersende positie innemen, moeten
dat wel). Vermoedelijk zullen de meeste andere grote bedrijven dus onder de IASB-definitie van MKB vallen.

Uit de nota is af te leiden dat de IASB vereenvoudiging in principe wil beperken tot de toelichting en in beginsel geen vereenvoudiging wil in recognitie en waardering van posten. Wel laat ze de mogelijkheid open om op basis van kosten/batenanalyse ook daarbij vereenvoudiging toe te passen. Zeer beperkt overigens, want de board laat al weten betrekkelijk weinig verschillen met de reguliere standaarden te verwachten.

De nota is te vinden op www.iasb.org/current/de_pv.asp. Commentaar uiterlijk tot 24 september 2004. Het conceptcommentaar van de EFRAG, het technische comité dat de Europese Commissie moet adviseren over aanvaarding van IASB-standaarden, is te vinden op www.efrag.org. (JA)

Bedrijvenloket succes

Dagelijks maken 1.500 ondernemers gebruik van het elektronisch bedrijvenloket. Ze kunnen daar antwoord krijgen op zeshonderd veelgestelde vragen aan de belastingdienst en de kamer van koophandel. Er wordt aan gewerkt om meer participanten hun informatie via het bedrijvenloket te laten aanbieden, zoals gemeenten en ministeries. Ook moet het in de toekomst mogelijk worden om formulieren te downloaden en te versturen. Dit staat in de voortgangsrapportage over het programma ICT en Administratieve Lastenverlichting (ICTAL) van staatssecretaris van Economische Zaken, Karien van Gennip.

Nieuwe voorbeeldverklaringen notarissen

Op grond van artikel 18 (derde lid) van de Wet op het notarisambt (Wna) moet de notaris aan het bureau Financieel Toezicht (BFT) een verklaring van een extern deskundige overleggen, waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan de voorschriften van de Verordening interdisciplinaire samenwerking 2003. Op grond van artikel 112 (eerste lid) moet de notaris tevens elk jaar de balans en staat van baten en lasten bij het BFT indienen, vergezeld van - ten minste - een beoordelingsverklaring van de accountant. Van beide verklaringen zijn voorbeelden beschikbaar. Deze voorbeeldverklaringen zijn onlangs aangepast, in overleg met de BFT.

Eerste elektronische aangifte BTW

Begin juni 2004 is de eerste elektronische aangifte omzetbelasting gedaan met een door een softwareleverancier ontwikkeld pakket. Staatssecretaris Joop Wijn van Financiën is verheugd dat in samenwerking met de markt deze stap in aanloop naar de verplichte elektronische aangifte is gezet. De aangifte wordt via een beveiligde communicatiemodule verstuurd naar de Belastingdienst. De benodigde gegevens komen rechtstreeks uit het softwarepakket, zodat overnemen niet meer nodig is. Alle ondernemers en fiscale intermediairs kunnen op deze manier aangifte doen, mits zij beschikken over de juiste commerciële software. De Nederlandse Belastingdienst is de eerste in Europa die het mogelijk maakt om met commerciële pakketten elektronisch aangifte te doen, naast het aanbieden van internetfaciliteiten voor verschillende belastingaangiften.

Accountants hoogste IQ

Accountants zijn de beroepsgroep met gemiddeld het hoogste IQ. Dat blijkt volgens het zakenblad Management Team uit ‘Amerikaans onderzoek’. Het lijstje figureert in een special over de intelligentie van Nederlandse managers. Dat blijken overigens bepaald geen Einsteins, blijkt uit een online-peiling onder ruim vijfhonderd exemplaren. Gemiddeld scoren ze 107 punten, nauwelijks beter dan de gemiddelde werknemer. Het IQ neemt zelfs licht af naarmate een manager hoger in de organisatie zit. Wel scoren managers bovengemiddeld op ‘verbale kwaliteiten’. Maar de conclusie ‘oppervlakkige babbelaars’ is vermoedelijk iets te kort door de bocht.

Het interessantst voor accountants is natuurlijk het vergelijkende Amerikaanse lijstje. Ook journalisten en pr-mensen scoren daarop goed. Een kniesoor die opmerkt dat astronomen en kernfysici in de vergelijking ontbreken. Om welk ‘Amerikaans onderzoek’ het gaat en hoe dat er precies uitzag, vermeldt MT evenmin. En wij gaan er niet naar vragen.

Productiecapaciteit emigreert sneller dan verwacht

Eenderde van alle Nederlandse productiebedrijven bracht de afgelopen twee jaar productiecapaciteit over naar het buitenland. Vorig jaar was dit nog ‘slechts’ twintig procent. Nog eens een derde zegt binnen twee jaar substantiële capaciteit over de grens te zullen hevelen. Aldus de voornaamste uitkomsten uit de derde editie van het jaarlijkse Deloitte-onderzoek Made in Holland.

Twee jaar geleden zei twintig procent van de industriële ondernemingen van plan te zijn om de komende twee jaar substantiële productiecapaciteit naar het buitenland te verhuizen. Achteraf blijkt deze prognose dus redelijk conservatief. Favoriete ‘bestemmingen’ zijn China, Polen en Tsjechië. Slechts zeven procent van de ondernemingen verplaatste in de afgelopen twee jaar productie van het buitenland naar Nederland.

Snelgroeiers

Snelle groeiers - gedefinieerd als bedrijven met vijftig tot duizend medewerkers en de afgelopen drie jaar een banengroei met minstens zestig procent - zorgden in de periode 1997-2001 voor eenderde van de netto banen- en economische groei. Dat blijkt uit een door Deloitte in opdracht van het ministerie van Economische Zaken uitgevoerd onderzoek naar snelgroeiende bedrijven in Nederland. Snelle groeiers zijn verder interessant omdat ze innovatiever zijn dan andere bedrijven: ze hebben een agressiever vernieuwingsstrategie en besteden een hoger percentage van de omzet aan het ontwikkelen van nieuwe producten. Nederland telt in vergelijking met andere landen weinig snelle groeiers. Uit het onderzoek blijkt dat deze categorie bedrijven vaker dan gewone bedrijven aanloopt tegen knelpunten rond personeel, management en organisatie en financiering: banken zijn terughoudend.

Onzekerheid betalingen belemmert handelsgroei

Onzekerheid over late of geheel uitblijvende betalingen zorgen ervoor dat veel bedrijven liever geen internationale zaken doen. Dat blijkt uit een enquête onder ruim negenduizend bedrijven door Intrum Justitia, Europees marktleider op het gebied van credit management. Volgens CEO Jan Roxendal zou een betere implementatie van de in 2002 aangenomen EU-richtlijn over late betalingen (2000/35/EC) prioriteit moeten krijgen. Deze formuleert onder meer vaste betalingstermijnen en het wettelijk recht op een vaste rentevoet bij late betalingen, maar de lidstaten hebben deze maatregelen nog niet op effectieve wijze ingevoerd.

Bedrijven maken zich onder meer zorgen over de administratieve en financiële kosten van late betalingen. Vooral het midden- en kleinbedrijf, dat gevoeliger is voor variaties in cash flow en vaak afhankelijk is van een beperkt aantal klanten, wordt zwaar getroffen. Tussen de dertig en zestig procent denkt dat de late betalingen een bedreiging vormen voor het voortbestaan van het bedrijf.

De betalingscultuur varieert enorm tussen landen. Het risico op late betalingen neemt grofweg toe van noord naar zuid en van west naar oost. Behalve ‘cultuur’ spelen volgens Intrum Justitia nog twee andere factoren een rol: de kwaliteit van het credit managementsysteem van bedrijven en de wettelijke handhaving ter plaatse.

Duur Amsterdam

Amsterdam stijgt een imposante 26 plaatsen op de lijst van duurste steden ter wereld: van 52 vorig jaar naar nummer 26 in 2004. De sterke positie van de euro stuwt ook de kosten van levensonderhoud in andere Europese steden omhoog, maar minder sterk dan in Amsterdam. Dit blijkt uit een jaarlijks onderzoek in 144 wereldsteden door Mercer Human Resource Consulting.

In Europa is Limassol in Cyprus de minst dure stad (97e plaats), gevolgd door Vilnius in Litouwen (93) en Ljubljana in Slovenië (83). Tokio blijft de duurste stad ter wereld. Londen stijgt met vier plaatsen naar de tweede plaats, gevolgd door Moskou, dat juist één plaats daalde. Asunción in Paraguay is het goedkoopst.

Wettelijke eis RJ-referentie van de baan

Volgens een wetsontwerp uit 2002 zouden ondernemingen moeten kunnen opteren voor de internationale jaarrekeningstandaarden van de IASB, mits zij deze integraal toepassen. Deze faciliteit is met name van belang voor beursgenoteerde ondernemingen, die de IASB-standaarden vanaf 2005 toch al moeten toepassen in hun geconsolideerde jaarrekening en dit dan ook zouden kunnen doen voor de vennootschappelijke jaarrekening.

Ondernemingen die niet integraal opteren voor IAS/IFRS, zouden moeten gaan vermelden in hoeverre de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving zijn toegepast. Op 21 juli 2004 liet minister Donner van Justitie de Tweede-Kamercommissie weten deze laatste eis uit het wetsontwerp te halen, teneinde ondernemingen niet onnodig met administratieve lasten op te zadelen. (JA)

Gekortwiekte IAS/IFRSsen

Het dossier ‘internationale verslaggevingstandaarden voor financiële instrumenten’ blijft sudderen. Volgens eurocommissaris Bolkestein zijn de problemen met IAS 32 na de conferentie van de Eurogroep en de Ecofin Raad (ministers van financiën van de EU) op 5 juli 2004 in Brussel opgelost en kan deze ter goedkeuring worden voorgelegd. Voor IAS 39 is in de huidige vorm echter geen voldoende Europese meerderheid te krijgen. Bolkestein noemde een carve out de enige mogelijkheid om de streefdatum van 1 januari 2005 voor invoering te halen. Het bediscussieerde onderdeel, interest-rate hedging, zou daarbij uit IAS 39 worden gehaald, waarna de commissie een gekortwiekte IAS 39 zou aanvaarden, in de hoop het uitgezonderde deel later - na aanpassing - wel aan te kunnen nemen. Niet alle lidstaten zijn daarmee eens. Sommige hebben liever uitstel van invoering van de standaarden. Waarschijnlijk worden in september 2004 knopen doorgehakt. (JA)

BDO Den Bosch finalist

BDO Accountants en Adviseurs in Den Bosch is doorgedrongen tot de finale van de verkiezing Leerbedrijf van het jaar 2004 in de sector bedrijfsadministratie. Na een werkbezoek deze zomer bepaalt de vakjury wie van de vier finalisten - gekozen uit 107 nominaties - zich de ‘beste kweekvijver voor bedrijfsadministratief talent’ mag noemen.

De uiteindelijke winnaar wordt bekendgemaakt tijdens de Nationale Administrateursdag 2004 op 14 oktober 2004. De verkiezing wordt dit jaar voor het eerst gehouden en is een initiatief van ECABO, kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voor de economisch/administratieve, ICT- en veiligheidsberoepen.

Digitale verslaggeving

Ernst & Young heeft een boekje uitgebracht over Web Enabled Business Reporting: de invloed van XBRL op het verslaggevingsproces. Het is met name geschreven voor de (toekomstige) gebruikers van digitale verslaggeving zoals controllers, interne en externe accountants en EDP-auditors. De publicatie bevat ook een toekomstvisie. De auteurs willen hiermee bijdragen aan de discussie over het onderwerp.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.