'Kritiek op kwaliteitsmeting overheid ongenuanceerd'
De kritiek van de voorzitter van de Raad van State op het sterke accent op kwantitatieve verantwoording van beleid, is ongenuanceerd. Dat zegt Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft. "Hij vergroot de nadelen van het meten van kwaliteit enorm uit."
Herman Tjeenk Willink, voorzitter van de Raad van State, hekelde in de Algemene Beschouwingen de "de bijna dwangmatige behoefte de kwaliteit van het openbaar bestuur kwantitatief te meten". Hij heeft hiermee wel een punt, aldus De Bruijn. "Je krijgt met dat sterke accent op kwantitatief verantwoorden zaken als agenten die bonnen schrijven, zonder dat de veiligheid toeneemt."
"Maar het is flauw van Tjeenk Willink om het meten van prestaties buiten haken te zetten. Prestaties meten is een heel zinnig instrument, ook al geef ik toe dat je hierin kunt doorschieten. Door kwantitatieve meetbaarheid krijgen we meer inzicht in de kwalitatieve prestaties van het openbaar bestuur. Door hier ongenuanceerd over te praten, schieten we gelijk in goed-fout schema's."
"Neem het meten van de doorlooptijd van rechterlijke vonnissen, dat zegt wel degelijk iets over de kwaliteit van de rechtspraak. Onderdeel van kwaliteit is ook beperking van de doorlooptijd. Daardoor open je de black box die het openbaar bestuur vaak is. Bovendien, als je dienstverlening massificeert moet je managementinstrumenten hebben om geld te alloceren."
"Het zou veel beter zijn om aan te geven hoe wij zinnig van het instrument gebruik kunnen maken. Dan krijg een discussie over condities van meten. Dat is de discussie waar het om zou moeten gaan en die tot in de haarvaten van het openbaar bestuur wordt gevoerd. Als ik praat met bestuurders van universiteiten en ziekenhuizen en met rechtbanken, dan merk ik dat men daarmee al lang bezig is. Ook al komen er niet altijd de goede antwoorden uit, het betekent wel dat dit onderwerp veel genuanceerder ligt dan nu is voorgesteld."
Gerelateerd
Visser: Kamer moet kasstelsel loslaten
Oud-Rekenkamerpresident Arno Visser roept de Tweede Kamer op deze week bij de algemene financiële beschouwingen te kiezen voor een baten-lastenstelsel voor de rijksoverheid.
Rekenkamer vindt begrotingen ministeries vaak nog onduidelijk over doelen kabinet
De departementale ontwerpbegrotingen omvatten dit jaar € 516,8 miljard aan uitgaven en € 481,2 miljard aan ontvangsten. Maar van veel begrotingen van de ministeries...
Discussie over 'middeleeuwse' boekhouding overheid laait opnieuw op
De discussie over de wijze waarop de Nederlandse overheid haar financiën verantwoordt, is opnieuw opgelaaid. Critici van het gehanteerde kasstelsel menen dat de...
Begrotingstekort in eerste halfjaar hoogste sinds 2021
Het begrotingstekort van de overheid is in de eerste helft van dit jaar gestegen tot 8 miljard euro. Dat is het grootste tekort in een eerste jaarhelft sinds 2021,...
Toezichthouders groeiden in vijftien jaar met 60 procent
Het personeelsbestand van Nederlandse toezichthouders en inspectiediensten is sinds 2010 met ongeveer 60 procent gegroeid. Vorig jaar werkten ruim achttienduizend...
