Eerste loonstrook van het jaar toont verschillen tussen sectoren
Met de uitbetaling van de eerste lonen van 2026 worden verschillen tussen sectoren zichtbaar, zowel rondom het nettoloon van werknemers als de loonkosten voor werkgevers. Bij een modaal inkomen van € 3.704 per maand varieert de stijging per sector van € 17 netto per maand in de zorg & welzijn, tot € 31 per vier weken in de bouw.
Dat blijkt uit een overzicht van loonverwerker ADP, waarin ook de zakelijke dienstverlening is opgenomen.
Werknemers die het wettelijk minimumuurloon verdienen, zien de grootste vooruitgang in 2026. Naast de belastingmaatregelen komt dat door een indexatie van het minimumuurloon, dat per 1 januari is verhoogd naar € 14,71 per uur. Bij een 36-urige werkweek loopt de netto stijging uiteen van € 46 tot € 65 per maand, afhankelijk van de sector. In de bouw bedraagt de stijging € 39 netto per vier weken.
Bij een inkomen van twee keer modaal (€ 7.407) ligt de vooruitgang in de meeste sectoren tussen de € 32 en € 37 per maand. Uitzonderingen zijn transport en bouw, waar de stijging iets lager ligt mede omdat in deze sectoren het loon waarover maximaal pensioen mag worden opgebouwd per 2026 is verhoogd. Daardoor worden over een groter deel van het inkomen pensioenpremies ingehouden, wat het netto-effect drukt.
Loonkosten werkgevers
Bij werknemers die het wettelijk minimumuurloon verdienen, nemen de loonkosten voor werkgevers toe als gevolg van de indexatie per 1 januari 2026. Deze loonstijging werkt door in sectorale premieverplichtingen, zoals pensioenpremies en bijdragen aan sociale fondsen. Het effect verschilt per sector.
Voor werknemers met een modaal inkomen leidt de daling van de inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) tot lagere loonkosten voor de werkgever; gemiddeld is de daling € 11 per maand.
Bij werknemers met een inkomen van twee keer modaal stijgen de loonkosten voor werkgevers in alle sectoren. De verschillen zijn groot: van € 35 per maand extra in de sector algemeen, € 97 per maand in transport tot € 102 per vier weken in de bouw. Deze stijgingen worden veroorzaakt door het hogere maximumpremieloon voor werknemersverzekeringen en Zvw en door hogere pensioengrondslagen in sommige sectoren.
Pensioenregelingen en werkgeverspremies
De verschillen in loonkosten en het netto voordeel tussen sectoren hangen vooral samen met sectorale afspraken over pensioen en sociale zekerheid. In elke sector geldt een eigen pensioenregeling en verschilt de mate waarin werkgevers en werknemers verplicht zijn aangesloten bij sociale fondsen waarvoor premies worden afgedragen.
Daarnaast spelen cao-afspraken een rol, waardoor de effecten per inkomensniveau en per sector uiteenlopen. De Wet toekomst pensioenen (Wtp), die op 1 juli 2023 in werking is getreden, versterkt de verschillen. Pensioenfondsen hebben tot uiterlijk 1 januari 2028 de tijd om over te stappen naar het nieuwe pensioenstelsel. Sommige fondsen hebben deze overstap al per 2026 gemaakt.
Gerelateerd
Medewerkers van banken mogen van de Tweede Kamer toch weer hogere bonussen krijgen
De Tweede Kamer heeft op 27 januari jl. ingestemd met een plan van VVD, CDA en D66 om de Nederlandse regels voor het verstrekken van bonussen bij banken weer te...
Meer werkenden leven in armoede, vooral zzp'ers
Het aantal werkenden dat in armoede leeft is gestegen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers. In 2024 ging het om 175.000...
Werkgevers bezorgd over vaak vastlopen cao-onderhandelingen
Een recordaantal cao-onderhandelingen is vorig jaar vastgelopen, meldt werkgeversvereniging AWVN. Bijna vier op de tien cao-onderhandelingen kwamen uit bij een eindbod....
Werkenden zien nettoloon volgend jaar stijgen
Het nettoloon van werkenden gaat volgend jaar omhoog, doordat belastingmaatregelen voordelig uitpakken. Een werknemer met een modaal brutosalaris van 3.704 euro...
Loonverschil mannen en vrouwen in bedrijfsleven neemt iets af
Het loonverschil tussen mannen en vrouwen in het bedrijfsleven is opnieuw iets afgenomen. Vorig jaar verdiende een vrouw gemiddeld 6,1 procent minder per uur, als...
