AFM pleit voor aanscherping intern kwaliteitsonderzoek bij accountantskantoren
Zes door de AFM onderzochte oob-accountantsorganisaties voeren hun intern kwaliteitsonderzoek uit volgens de wet- en regelgeving. Dat vindt de toezichthouder positief, maar verbetering is nog wel nodig.
Intern kwaliteitsonderzoek geeft een accountantsorganisatie inzicht in de kwaliteit van afgeronde wettelijke controles en ondersteunt bij het tijdig identificeren van tekortkomingen. Ook draagt het bij aan het structureel verbeteren van het interne kwaliteitsniveau, zo stelt de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Daarnaast is het IKO een belangrijk instrument binnen de nieuwe Standaard voor Kwaliteitsmanagement (SKM1), vooral voor monitoring en herstel, benadrukt de AFM. Voor het IKO selecteren accountantsorganisaties jaarlijks een aantal opdrachtpartners en controledossiers. Daarbij wordt getoetst of deze wettelijke controles zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wet- en regelgeving, volgens professionele standaarden en interne richtlijnen.
Uit eerder onderzoek in 2021 bleek dat accountantskantoren bij drie van in totaal achttien onderzochte wettelijke controles tot een ander IKO-oordeel kwamen dan de AFM, zo memoreert de toezichthouder. Ook internationaal hadden toezichthouders zorg over het intern kwaliteitsonderzoek; reden voor de nieuwe analyse van de AFM.
Doel IKO-beleid is helder, maar selectie kan beter
Het IKO wordt volgens de AFM bij de zes onderzochte Nederlandse oob-kantoren breed ingezet om tekortkomingen en risico's te identificeren in de uitvoering van wettelijke controles.
De uitkomsten dragen bij aan het versterken van het lerend vermogen van de accountantsorganisatie en daarmee aan continue verbetering van de controlekwaliteit. "Dat vinden we positief", zo stelt de AFM. Maar bij de selectie van IKO-dossiers schieten kantoren te kort op de elementen 'niet-voorspelbaarheid' en 'representativiteit', aldus de toezichthouder.
Vaste selectieroutines, vroegtijdige communicatie, focus op grote of risicovolle dossiers en een zeer kleine IKO-toetsingsomvang beperken het zicht op de dagelijkse praktijk, blijkt uit het onderzoek. Daardoor worden tekortkomingen in wettelijke controles niet tijdig gesignaleerd of blijven die "structureel buiten beeld".
Representatief
Bij de zes onderzochte accountantsorganisaties resulteert de IKO‑selectie in een gemiddelde toetsingsomvang van anderhalf procent van de totale portefeuille wettelijke controles. De selectie voor het IKO is slechts in beperkte mate representatief, aldus de AFM, hoewel in het beleid bij een aantal accountantsorganisaties wordt gesteld dat een evenwichtige selectie het uitgangspunt is.
Aandacht voor 'niet-voorspelbaarheid' en 'representativiteit' kan wel, ziet de AFM; bijvoorbeeld door het toepassen van willekeur in de selectie van controledossiers en een element van onvoorspelbaarheid.
IKO verbeteren als instrument voor monitoring
Verbetering van het IKO als instrument voor monitoring door de sector is nodig, stelt de AFM op basis van het onderzoek. "De selectie moet onvoorspelbaarder en een representatievere weerspiegeling zijn van de wettelijke controleportefeuille om gerichter en effectiever ingezet te kunnen worden voor het beoogde doel: het verkrijgen van diepgaande inzichten in de kwaliteit van afgeronde wettelijke controles, zodat organisaties beter kunnen vaststellen of monitoren of hun kwaliteitssysteem werkt en effectiever kunnen inspelen op risico’s en tekortkomingen."
Ook moedigt de AFM de sector aan om het intern kwaliteitsonderzoek in te zetten als instrument om te leren. Die meerwaarde maakt dat accountantsorganisaties "gerichter kunnen werken aan continue kwaliteitsverbetering".
Inzichten delen met de sector
De maatschappij moet erop kunnen vertrouwen dat accountantsorganisaties de kwaliteit van hun controlewerkzaamheden structureel borgen, risico's tijdig onderkennen en tekortkomingen adequaat herstellen, benadrukt de AFM. "Het is belangrijk dat het IKO als instrument voldoende effectiviteit en scherpte biedt voor deze doelstellingen."
De AFM moedigt de sector dan ook aan om het intern kwaliteitsonderzoek aan te scherpen en bewust in te zetten als monitorings- en lerend instrument. Het rapport van de AFM biedt daarvoor praktijkvoorbeelden.
De toezichthouder deelt de uitkomsten van het IKO-onderzoek met accountantsorganisaties en betrekt de aanpassingen in het toezicht.
Gerelateerd
PwC UK opnieuw beboet om controle Babcock
De Britse toezichthouder Financial Reporting Council (FRC) heeft PwC UK en verantwoordelijk accountant John Waters een boete opgelegd van in totaal ruim £3,2 miljoen,...
Toezichthouder PCAOB volgt bij nieuwe koers meer de wens van accountantskantoren
De Amerikaanse toezichthouder op het accountantsberoep, de PCAOB, slaat onder de nieuwe voorzitter Jim Logothetis een duidelijk andere koers in. De voormalig EY-partner...
Ministerie gebruikt de zomer voor consultatie kwaliteitsindicatoren
Het ministerie van Financiën heeft op 6 juli jl. de consultatie gestart van de Regeling kwaliteitsindicatoren accountancysector, ook wel bekend als Audit Quality...
Stappenplan helpt mkb-kantoren om nieuwe NVKM te vertalen naar eigen praktijk
Vanaf 1 januari 2027 zijn ook kleinere accountantskantoren verplicht om een kwaliteitsmanagementsysteem in te richten. De NBA organiseerde samen met de afdelingen...
AFM benadrukt bepalende invloed van accountants binnen accountantsorganisatie
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) benadrukt in een nieuwe interpretatie het belang van de centrale positie van accountants in een accountantsorganisatie. Die...
