Opinie

Aanscherping winstbegrippen geeft niet automatisch beter inzicht in bedrijfsprestaties

De IASB, de internationale instelling die de boekhoudregels opstelt, wil orde scheppen in de rapportage van winstbegrippen en heeft besloten twee extra tussentellingen in de winst-en-verliesrekening voor te schrijven.

Dat zou de vergelijkbaarheid van gerapporteerde winsten ten goede komen, zo blijkt uit het artikel 'Boekhoudbaas wil orde scheppen in weergave winstcijfers' (FD, 18 maart). Uit dit interview met IASB-voorzitter Hans Hoogervorst blijkt echter ook dat er niet alleen de wens is om het aantal voorgeschreven, vergelijkbare, winstbegrippen te laten toenemen, maar ook om het aantal andere gerapporteerde winstbegrippen terug te dringen. Of dat een goede ontwikkeling is, is maar zeer de vraag.

De winst-en-verliesrekening geeft inzicht in de prestaties van een onderneming. Het begrip prestatie kent echter vele dimensies en het is een illusie dat een goed beeld hiervan kan worden gevat in één getal. Zowel een eenzijdige focus op de door de IASB gedefinieerde winstbegrippen als een eenzijdige focus op de door een onderneming zelf gedefinieerde winstbegrippen, kan leiden tot verkeerde besluitvorming.

Neem bijvoorbeeld een Nederlandse onderneming met belangrijke activiteiten in de Verenigde Staten. Als de dollarkoers daalt dan zal dat een negatief effect hebben op de in euro's uitgedrukte resultaten. Dat effect kan niet worden ontkend, is negatief voor de Nederlandse aandeelhouder en is zichtbaar in het door de IASB gedefinieerde resultaat. Voor een goed begrip van de prestaties is het voor de aandeelhouder echter wel van belang om te begrijpen welk deel van de resultaatontwikkeling is toe te rekenen aan deze koersdaling, en welk deel aan de onderliggende prestaties in de VS. En dus heeft een aandeelhouder behoefte aan aanvullende informatieverschaffing over de resultaatontwikkeling tegen constante wisselkoersen.

Ook zijn bijvoorbeeld een winst uit de verkoop van een deelneming, kosten van een reorganisatie, of een afwaardering van goodwill echte resultaten. Om een goed begrip te krijgen van de mate waarin het resultaat van dit jaar iets zegt over de onderliggende trend en kan dienen als basis voor een inschatting van de toekomstige winstgevendheid, is het echter zinvol om dergelijke bijzondere posten apart te tonen. Zie hier het nut van een resultaat vóór bijzondere posten.

Dat ondernemingen vaker verliezen als bijzonder aanmerken dan winsten heeft een aantal redenen, maar onderzoek laat ook zien dat opportunisme er één van is. Het is daarom terecht dat de IASB regels invoert om cherry picking aan banden te leggen. Belangrijk is wel dat die regels niet leiden tot een reductie van informatie over bijzondere posten, maar juist tot een toename. Laat gebruikers, zoals aandeelhouders en kredietverstrekkers, daar vervolgens zelf hun oordeel over vormen.

Ten slotte zijn afschrijvingskosten echte kosten van het gebruik van in het verleden aangeschafte activa. Een winstbegrip waarbij die kosten buiten beschouwing wordt gelaten, zoals bij ebitda, blijkt in de praktijk voor veel gebruikers echter relevant voor het beoordelen van de mate waarin de onderneming in staat is om te voldoen aan haar aflossings- en renteverplichtingen. Kijk naar de vele leningconvenanten waarin een op ebitda gebaseerde ratio is opgenomen.

Er zijn verschillende manieren om naar het resultaat van een onderneming te kijken en er is niet één manier die op zichzelf het hele verhaal vertelt. Juist de combinatie en confrontatie van de verschillende begrippen zorgt voor een compleet beeld. Het is niet voor niets dat wetenschappelijk onderzoek laat zien dat door ondernemingen zelf gedefinieerde aanvullende winstbegrippen vaak relevant zijn voor de gebruikers. Er is dus geen reden om deze informatieverschaffing te ontmoedigen.

Een rijk pallet aan inzichten in de prestaties draagt bij aan betere besluitvorming. Het stopt daarbij zelfs niet bij de door de IASB en de onderneming gedefinieerde winstbegrippen. Welke betekenis kun je bijvoorbeeld toekennen aan de winst van een jaar, zonder inzicht in de ontwikkeling van de werknemers(tevredenheid), de klanttevredenheid, de prestaties op het gebied van onderzoek en ontwikkeling of de impact op het milieu?

Toevoeging van niet-financiële perspectieven aan de financiële perspectieven zorgt weliswaar voor extra uitdagingen op het vlak van definities en vergelijkbaarheid, maar is belangrijk voor het totaalbeeld. Net zoals het kwalitatieve verhaal achter die cijfers. Laten we niet proberen een complex verhaal te vatten in een paar voorgedefinieerde getallen.

Deze opinie is ook gepubliceerd in Het Financieel Dagblad van 22 maart 2019.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Arjan Brouwer is partner bij PwC en hoogleraar externe verslaggeving aan de VU Amsterdam. Hij maakte deel uit van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep (2014).

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.