Tuchtrecht

Kostprijshedge-accounting te gemakkelijk aanvaard

Een registeraccountant van Deloitte heeft ten onrechte een goedkeurende verklaring afgegeven bij de jaarrekening 2009 van Vestia. Hij heeft onvoldoende onderzocht of kostprijshedge-accounting voor de derivaten was toegestaan.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
AWB 13/733
Datum uitspraak:
25 februari 2016
Oordeel:
beroep en klacht alsnog deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing (in plaats van geen maatregel)
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2016:35

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant van Deloitte geeft goedkeurende accountantsverklaringen af bij de jaarrekeningen 2006 tot en met 2009 van de Rotterdamse woningcorporatie Vestia.

De corporatie heeft een enorme derivatenportefeuille, die niet op de balans staat. Wel wordt naar de derivaten verwezen in de toelichting op de balanspost ‘liquide middelen’. De derivaten zijn gewaardeerd op basis van (historische) kostprijs in plaats van actuele marktwaarde. De marktwaarde van de derivatenportefeuille was ultimo 2008 762 miljoen euro negatief en een jaar later 149 miljoen euro negatief.

In de tweede helft van 2011 roepen meerdere banken zogenoemde margin calls in vanwege de dalende marktrente. Vestia moet 1,3 miljard euro aan zekerheid storten. In het voorjaar van 2012 blijkt de corporatie door liquiditeitsproblemen niet meer in staat genoeg te storten.

De Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) en het nieuwe bestuur van Vestia dienen ieder een klacht in tegen de registeraccountant. De Accountantskamer verklaart de klachten over de jaarrekeningen 2007 en 2008 niet-ontvankelijk en verklaart de klachten over de  jaarrekening 2009 ongegrond. SOBI laat het erbij zitten; het Vestia-bestuur gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft:

  • de klacht ten onrechte deels niet-ontvankelijk verklaard;
  • de rest van de klacht ten onrechte ongegrond verklaard.

Oordeel

Het beroep is deels gegrond.

Ontvankelijkheid

Het Vestia-bestuur was weliswaar niet in detail op de hoogte van de verweten gedragingen, maar kende wel steeds meteen na de afgifte van de goedkeurende verklaringen de feiten, waarop de klacht was gebaseerd. De klacht hierover is dus inderdaad te laat ingediend en terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Waarschuwen hoefde niet

De accountant heeft de derivatenportefeuille gegevensgericht gecontroleerd en de (nieuwe) derivatencontracten bekeken. Daarbij heeft hij zich onder meer gebaseerd op gegevens uit het administratieve systeem van Vestia en een spreadsheet van de treasurer. Verder heeft hij saldobevestigingen opgevraagd en de functiescheiding getoetst. Dat het systeem en de spreadsheet ongeschikt waren om de bedrijfsrisico’s te monitoren doet er niet toe. De bedrijfsrisico’s worden pas van belang in het kader van de jaarrekeningcontrole als de continuïteit in het geding is, maar daarvan was in 2009 geen sprake. Bovendien heeft de accountant er terecht op gewezen dat hij niet hoefde te waarschuwen voor de risico’s omdat het bestuur van de entiteit verantwoordelijk is voor het signaleren van bedrijfsrisico’s en voor het treffen van maatregelen daartegen.

Controle-informatie van deskundige

De vraag of kostprijshedge-accounting gebruikt mocht worden als waarderings- en verslaggevingsgrondslag voor de derivatenportefeuille is zo ingewikkeld dat de accountant terecht een deskundige heeft ingeschakeld om hiervoor controle-informatie te verkrijgen. De accountant kan de bevindingen of conclusies van die deskundige aanvaarden als geschikte controle-informatie als hij de werkzaamheden van de deskundige evalueert en adequaat vindt. De inzet van een deskundige vermindert de verantwoordelijkheid van de accountant voor zijn controleoordeel niet, zeker niet nu het om een kerntaak van de accountant gaat, te weten: financiële verslaggeving.

De accountant moet niet alleen hebben geweten dat in de portefeuille van Vestia ook geschreven opties zaten, maar ook dat RJ 290 uitdrukkelijk bepaalt dat zulke opties niet als hedge-instrument kunnen worden gebruikt. Omdat deze opties risico’s niet verkleinen mag hedge-accounting niet worden gehanteerd. Toen de deskundige zonder toelichting concludeerde dat de kostprijshedge-accounting past binnen RJ 290 had de accountant moeten vragen of, en zo ja waarom, die conclusie ook gold voor de geschreven opties. De accountant heeft echter ten onrechte genoegen genomen met de verklaring van de deskundige.

Er was alle aanleiding voor kritische vragen, omdat de deskundige al voor aanvang van zijn werkzaamheden had gesignaleerd dat Vestia derivaten gebruikte die ongebruikelijk zijn voor een woningbouwcorporatie. Bovendien vroeg hij zich af of Vestia de risico’s van haar derivatenbeleid wel voldoende kon monitoren. Later komt de deskundige hier echter niet meer op terug. De accountant heeft niet afdoende geverifieerd of de deskundige kon concluderen dat kostprijshedge-accounting was toegestaan bij Vestia’s derivaten en met name bij de geschreven opties.

Ook tegen de derivatendeskundige is een klacht ingediend bij de Accountantskamer. De uitkomst van die procedure was nog niet bekend toen de Accountantskamer de klacht tegen de controlerend accountant onderzocht. Die(inmiddels bekende) uitkomst maakt voor het oordeel over het verifiëren van de controle informatie echter geen verschil. De accountant heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een goedkeurende verklaring af te geven bij de jaarrekening 2009 terwijl hij daarvoor geen deugdelijke grondslag had.

Ook met de gegevens die nu beschikbaar zijn, kun je over de geschreven opties niet met voldoende zekerheid zeggen of deze bij de gehanteerde portefeuillebenadering de risico’s zo verkleinden dat hedge-accounting hiervoor aanvaardbaar was. Of de derivaten en de daaraan verbonden resultaten en risico’s onjuist en in strijd met de regels zijn verwerkt in de jaarrekening kun je pas zeggen als je die controle alsnog uitvoert. Maar dat is niet de taak van de tuchtrechter.

Communiceren met de raad van commissarissen

Had de accountant moeten twijfelen aan de bedrijfsrisico’s en de raad van commissarissen moeten waarschuwen, zoals het Vestia-bestuur beweert?  Nee.

In NVCOS 260 (‘Communicatie over controle-aangelegenheden met organen belast met governance’) staat onder punt 11 dat de accountant communiceert met de verantwoordelijke organen over de controle-aangelegenheden die van belang zijn in het kader van governance. Daarbij gaat het om onzekerheden van materieel belang die twijfels (kunnen) oproepen aan de continuïteit, zoals belangrijke tekortkomingen in de interne beheersing. De accountant moet dit ook doen als de verantwoordelijke organen daarvan op de hoogte (kunnen) zijn.

Volgens het Financieel Statuut van Vestia was het gebruik van zowel ‘on balance’- als ‘off balance’-instrumenten toegestaan om het renterisico te spreiden of af te dekken. Vestia heeft onderkend dat het karakter van ‘off balance’-instrumenten niet risicospreidend is en dat deze methoden worden ingezet om het renteniveau van de jaarlijkse exposure te optimaliseren. Volgens het statuut mochten derivaten alleen gebruikt worden als verzekeringsinstrument of om de rentetypische looptijden van de leningenportefeuille te herstructureren binnen de geformuleerde risicokaders. Geoorloofd zijn volgens het statuut onder meer opties, caps, floors, collars, futures, future rate agreements (FRA’s) swaps en combinaties daarvan. Zij het onder drie voorwaarden:

  • de instrumenten mogen het risicoprofiel niet vergroten;
  • de instrumenten mogen pas worden gebruikt als de organisatie de werking en de risico’s volledig overziet;
  • de treasurycommissie moet vooraf toestemming geven.

Gezien dit statuut kon de accountant ervan uitgaan dat gestructureerde derivaten en opties op swaps in het beleid pasten. In zijn managementletter van 2010 heeft de accountant de voorzitter van de raad van bestuur laten weten dat Vestia door haar actieve beleid enerzijds voordelen had – lage rente, flexibiliteit in de financiering, voldoende liquiditeit en beperking van risico’s – maar dat zij anderzijds meer risico’s liep.

Naar aanleiding van de internationale financieel economische omstandigheden in 2008 heeft de accountant de derivaten en het hedgingbeleid intensiever bekeken, mede in het licht van de taak en doelstellingen van de corporatie. De accountant heeft de opzet en werking van de AO/IB van de Treasury gecontroleerd en daarover gerapporteerd aan de verantwoordelijke organen. Daarvoor heeft hij uitgebreid de risico’s en genomen maatregelen in kaart gebracht en de opzet en werking van de AO/IB gewaardeerd. Hij heeft enkele verbeterpunten aangedragen en gewezen op de functiescheiding en de kwetsbaarheid van de opzet en werking gezien de rol en positie van de treasurer.

Er is niet gebleken dat de derivatenposities in het systeem en de spreadsheet van de treasurer onjuist waren en dat de spreadsheet onvoldoende mogelijkheden bood om de risico’s inzichtelijk te maken. De accountant heeft ook informatie van de financiële instellingen betrokken bij zijn controle.

Maatregel

Waarschuwing.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.