Tuchtrecht

Klachten bundelen is wenselijk, maar niet verplicht

Klagers kunnen over hetzelfde feitencomplex meerdere klachten indienen en hoeven dat niet per se in één keer te doen. Een nieuwe klacht is echter niet-ontvankelijk als er al eerder een oordeel over is geveld of wanneer die te laat is ingediend.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
18/641
Datum uitspraak:
16 juli 2019
Oordeel:
hoger beroep gegrond / zaak deels terugverwezen
Maatregel:
n.v.t.
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2019:286

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een octrooigemachtigde maakt een potje van zijn boekhouding en belastingen. Hij heeft al tien jaar geen jaarrekening meer samengesteld, geen aangifte vennootschapsbelasting meer gedaan en niet meer voldaan aan de publicatieplicht. Vanaf 2009 wil hij weer reguliere aangiften indienen. De Belastingdienst gaat hiermee akkoord, onder de voorwaarde dat de octrooigemachtigde een accountant inschakelt die de goedkeuring van de Belastingdienst krijgt.

Een accountant-administratieconsulent doet verschillende werkzaamheden voor de ondernemer, waaronder enkele klussen die samenhangen met het pensioen. De accountant en de octrooigemachtigde krijgen echter ruzie over de pensioenkwestie en schakelen vergeefs een mediator in. De accountant beëindigt de werkrelatie en stuurt op 20 september 2012 nog een brief.

De octrooigemachtigde dient op 21 september 2015 een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer, waarin hij de accountant verwijt dat deze:

  1. in de brief ten onrechte schrijft dat de Belastingdienst de balansposten die hij gebruikte vanaf het fiscaal jaar 2003, waaronder de pensioenvoorziening, had aangeleverd en met de Belastingdienst was afgesproken de ambtshalve aanslagen tot en met 2002 in stand te laten;
  2. opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven over de mediator, die helemaal niet onpartijdig was en niet onafhankelijk van de verzekeraar;
  3. zich achter de rug van klager om schriftelijk bij de mediator heeft beroepen op een bejegeningsconflict, terwijl hij de octrooigemachtigde nooit te kennen heeft gegeven dat hij zich geïntimideerd en bedreigd voelde en verder op een accountant-onwaardige wijze heeft gereageerd op kritiek.

De Accountantskamer verklaart klachtonderdeel 2 in 2016 niet-ontvankelijk en de rest van klacht ongegrond. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het hoger beroep van de klager in 2017 ongegrond. Op 8 juni 2017 dient de octrooigemachtigde weer een klacht in tegen de accountant, die volgens hem:

a. na beëindiging van de cliëntrelatie het procesbelang van de octrooigemachtigde in een procedure over de pensioenkwestie heeft geschaad door op 11 juni 2014 de conceptjaarrekening 2002 van de octrooigemachtigde te sturen naar de Belastingdienst, zonder daarbij te vermelden dat dit een concept betrof, terwijl de Belastingdienst deze jaarrekening zonder toestemming van de klager zou sturen naar het gerechtshof;

b. in een brief van 13 september 2012 heeft geschreven dat de octrooigemachtigde in februari 2011 een nieuwe adviseur aan hem had voorgesteld, terwijl deze nieuwe adviseur door hemzelf naar voren was geschoven, en daarmee de indruk gewekt dat hij wilde breken met de klant in plaats van diens fiscale problemen op te lossen.

De Accountantskamer verklaart de klacht niet-ontvankelijk, omdat:

  • het concentratie-van-klachtenbeginsel vaste rechtspraak is;
  • de eisen van een goede tuchtprocesorde met zich meebrengen dat een klager zijn klachten tegen een accountant zoveel mogelijk tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig maakt;
  • dit des te meer verplicht is als alle klachten zijn gebaseerd op hetzelfde feitencomplex.

Volgens de Accountantskamer had de octrooigemachtigde de nieuwe verwijten al aan de orde kunnen stellen bij de eerste klacht. Bovendien is de nieuwe klacht gebaseerd op hetzelfde feitencomplex als de eerste. Daarom is de nieuwe klacht in strijd met het concentratie-van-klachtenbeginsel. De octrooigemachtigde gaat in hoger beroep tegen dit oordeel.

Hoger-beroepsgronden

  1. De Accountantskamer heeft de nieuwe klacht ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De verplichting om de klachten zoveel mogelijk tegelijk in één klacht naar voren te brengen volgt niet uit de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) en vloeit niet voort uit de beginselen van een behoorlijke (tucht)procedure of enig ander algemeen rechtsbeginsel.
  2. De accountant heeft bij de Belastingdienst een pensioenvoorziening opgegeven zonder vooraf na te gaan dat die in het verleden niet geheel ten laste van de winst was gebracht en zonder de octrooigemachtigde in te lichten, terwijl de accountant wist dat er problemen waren met de pensioenvoorziening.

Oordeel

Het hoger beroep is deels gegrond.

Volgens de accountant zijn beide klachten hetzelfde, zodat de tweede klacht terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Maar dat ziet het college anders. Het college heeft in 2018 gezegd dat iedereen op grond van de Wtra een tuchtklacht kan indienen, zo lang dat maar gebeurt binnen de verjaringstermijnen van drie en zes jaar. Verder wordt het klachtrecht niet beperkt.

Onder bepaalde omstandigheden kan er echter aanleiding zijn om toch beperkingen te stellen, bijvoorbeeld omdat een inhoudelijke behandeling in strijd zou komen met enig algemeen rechtsbeginsel. Dat zijn bijvoorbeeld de beginselen van een behoorlijke (tucht)procesorde en het daaruit voortvloeiende beginsel van ‘ne bis in idem’. (zie onder meer deze, deze, deze en deze uitspraak van het college).  

Verder heeft het college in deze uitspraak gezegd dat de beginselen van een behoorlijke (tucht)procesorde niet per se inhouden dat een klager zijn klachten steeds zoveel mogelijk in één keer naar voren moet brengen. Dat is doorgaans weliswaar wenselijk, maar die verplichting staat niet de Wtra en vloeit evenmin voort uit de beginselen van een behoorlijke (tucht)procesorde of een ander algemeen rechtsbeginsel (zie ook deze uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg). Voor zover eerdere uitspraken suggereren dat het college heeft aangenomen dat die verplichting wel bestaat, heeft het college daarvan afstand genomen.

Niettemin kunnen zich specifieke omstandigheden voordoen, die het indienen van een nieuwe klacht verhinderen, omdat de indiening indruist tegen de eerder genoemde rechtsbeginselen, zoals het beginsel van ne bis in idem. Maar het is niet juist om klachten niet-ontvankelijk te verklaren, omdat die eerder hadden kunnen worden ingediend. De Accountantskamer heeft namelijk nog geen inhoudelijk oordeel geveld over de verwijten uit klachtonderdeel a.

De Accountantskamer heeft klachtonderdeel a dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, maar klachtonderdeel b terecht niet-ontvankelijk; zij het om de verkeerde reden. Onderdeel b is namelijk gewoon te laat ingediend. Klachtonderdeel a moet dus alsnog inhoudelijk worden behandeld. Omdat de adviseur van de octrooigemachtigde een uitgesproken voorkeur heeft voor een inhoudelijk behandeling in twee instanties, doet het college de zaak niet zelf af, maar wijst deze terug naar de Accountantskamer, die klachtonderdeel a dus alsnog moet behandelen.

Maatregel

Niet van toepassing.

Annotatie Lex van Almelo

De Accountantskamer vindt het soms lastig voor zichzelf en de accountant als er meerdere keren wordt geklaagd over hetzelfde feitencomplex. De wet gaat echter uit van een vrijwel onbeperkt klachtrecht, met als enige verplichting om bijtijds te klagen, zo onderstreept het College van Beroep weer eens in hoger beroep.

Het college vindt het indienen van een nieuwe klacht over hetzelfde feitencomplex toegestaan, maar onder bepaalde omstandigheden taboe. Met name als de tuchtrechter al een oordeel heeft geveld over de feiten.

Vóór de ruime opvatting van het college spreekt dat klagers soms alvast een deel van de klacht indienen om niet te laat te zijn. De rest van de klacht dienen zij dan later in. Dat moet uiteraard wel tijdig gebeuren. De Accountantskamer had het tweede deel van de klacht om díe reden niet-ontvankelijk moeten verklaren en niet vanwege het concentratie-van-klachtenbeginsel. Dat beginsel is een uitvinding van de Accountantskamer, die in de ogen van het college geen wettelijke basis heeft. Die zienswijze maakt het de accountant niet gemakkelijker om zich te verweren tegen meerdere klachten.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.