Tuchtrecht

Concept-jaarrekening achter rug cliënt om naar fiscus

Een accountant-administratieconsulent geeft zonder aarzeling en zonder overleg de concept-jaarrekening van een voormalig cliënt aan de belastinginspecteur.

Accountantskamer

Zaaknummers:
19/1316 Wtra AK
Datum uitspraak:
03 april 2020
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2020:33

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een octrooigemachtigde maakt een potje van zijn boekhouding en belastingen. Hij heeft al tien jaar geen jaarrekening meer samengesteld, geen aangifte vennootschapsbelasting meer gedaan en niet meer voldaan aan de publicatieplicht. Vanaf 2009 wil hij weer reguliere aangiften indienen. De Belastingdienst gaat hiermee akkoord, onder de voorwaarde dat de octrooigemachtigde een accountant inschakelt die de goedkeuring van de Belastingdienst krijgt.

Een accountant-administratieconsulent doet vervolgens verschillende werkzaamheden voor de ondernemer, waaronder enkele klussen die samenhangen met het pensioen. De accountant en de octrooigemachtigde krijgen echter ruzie over de pensioenkwestie en schakelen vergeefs een mediator in. De accountant beëindigt de werkrelatie en stuurt op 20 september 2012 nog een brief. De octrooigemachtigde dient in 2015 een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer, waarin hij de accountant verwijt dat deze:

  1. in de brief ten onrechte schrijft dat de Belastingdienst de balansposten die hij gebruikte vanaf het fiscaal jaar 2003, waaronder de pensioenvoorziening, had aangeleverd en met de Belastingdienst was afgesproken de ambtshalve aanslagen tot en met 2002 in stand te laten;
  2. opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven over de mediator, die helemaal niet onpartijdig was en niet onafhankelijk van de verzekeraar;
  3. zich achter de rug van klager om schriftelijk bij de mediator heeft beroepen op een bejegeningsconflict, terwijl hij de octrooigemachtigde nooit te kennen heeft gegeven dat hij zich geïntimideerd en bedreigd voelde en verder op een accountant-onwaardige wijze heeft gereageerd op kritiek.

De Accountantskamer verklaart klachtonderdeel 2 in 2016 niet-ontvankelijk en de rest van klacht ongegrond. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het hoger beroep van de klager in 2017 ongegrond. Op 8 juni 2017 dient de octrooigemachtigde een nieuwe klacht in tegen de accountant, die volgens hem:

a. na beëindiging van de cliëntrelatie het procesbelang van de octrooigemachtigde in een procedure over de pensioenkwestie heeft geschaad door op 11 juni 2014 de conceptjaarrekening 2002 van de octrooigemachtigde te sturen naar de Belastingdienst, zonder daarbij te vermelden dat dit een concept betrof, terwijl de Belastingdienst deze jaarrekening zonder toestemming van de klager zou sturen naar het gerechtshof;

b. in een brief van 13 september 2012 heeft geschreven dat de octrooigemachtigde in februari 2011 een nieuwe adviseur aan hem had voorgesteld, terwijl deze nieuwe adviseur door hemzelf naar voren was geschoven, en daarmee de indruk gewekt dat hij wilde breken met de klant in plaats van diens fiscale problemen op te lossen.

De Accountantskamer verklaart de klacht niet-ontvankelijk, omdat:

  • het concentratie-van-klachtenbeginsel vaste rechtspraak is;
  • de eisen van een goede tuchtprocesorde met zich meebrengen dat een klager zijn klachten tegen een accountant zoveel mogelijk tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig maakt;
  • dit des te meer verplicht is als alle klachten zijn gebaseerd op hetzelfde feitencomplex.

Volgens de Accountantskamer had de octrooigemachtigde de nieuwe verwijten al aan de orde kunnen stellen bij de eerste klacht. Bovendien is de nieuwe klacht gebaseerd op hetzelfde feitencomplex als de eerste. Daarom is de nieuwe klacht in strijd met het concentratie-van-klachtenbeginsel. De octrooigemachtigde gaat in hoger beroep tegen dit oordeel. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het hoger beroep deels gegrond: de Accountantskamer heeft klachtonderdeel a ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en moet dit klachtonderdeel alsnog inhoudelijk behandelen.

Klacht

De accountant heeft de concept-jaarrekening 2002 naar de Belastingdienst gestuurd, terwijl:

  • hij niet vermeldde dat dit een concept betrof;
  • de Belastingdienst deze jaarrekening zou sturen naar het gerechtshof Den Haag;
  • hij hiervoor geen toestemming had van de octrooigemachtigde;
  • de cliëntrelatie op dat moment al was beëindigd.

Hierdoor is de octrooigemachtigde benadeeld in de procedure bij de bestuursrechter over de pensioenvoorziening in de jaarrekening 2002, vooral ook omdat de accountant in die procedure niet wilde optreden als getuige.

Oordeel

De klacht is gegrond.

De accountant heeft in juni 2014 zijn medewerkster de conceptjaarcijfers 2002 en de in december 2009 gesloten vaststellingsovereenkomst laten verstrekken aan de belastinginspecteur, die een voorganger had opgevolgd. De octrooigemachtigde had de jaarcijfers 2002 toevertrouwd aan de accountant om een aansluiting te maken van de administratie zodat de pensioentermijnen konden worden vastgesteld en er met de Belastingdienst afspraken konden worden gemaakt over belastingaangiften. Deze stukken bevatten vertrouwelijke gegevens, die in beginsel ook vertrouwelijk zijn als de belastingplichtige of de accountant deze al eerder heeft verstrekt aan de Belastingdienst.

Volgens artikel 16 van de VGBA moet de accountant de vertrouwelijkheid waarborgen van gegevens of inlichtingen waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden. De uitzonderingen hierop zijn in dit geval niet van toepassing. De accountant heeft meteen de gegevens verstrekt waarom de nieuwe inspecteur vroeg, zonder te overleggen met de octrooigemachtigde. Het verzoek werd gedaan in verband met een dreigende belastingprocedure tegen de octrooigemachtigde. De accountant had hiervoor geen toestemming.

Dat de stukken over de vaststellingsovereenkomst eerder naar de Belastingdienst waren gestuurd, wil niet zeggen dat de octrooigemachtigde impliciet toestemming had gegeven voor de tweede verstrekking. De opvolgend inspecteur kende de inhoud van de jaarrekening niet, zo blijkt uit het verzoek. Dat de octrooigemachtigde nooit bezwaren heeft geuit tegen de vaststellingsovereenkomst of toezending van stukken aan de Belastingdienst wil ook niet zeggen dat hij akkoord was met de tweede verstrekking. Het fiat valt evenmin af te leiden uit de toestemming om eerder de jaarrekening 2002 aan de fiscus te geven in het kader van een lopende discussie over de ambtshalve aanslagen.

Daar komt bij dat de cliëntrelatie tussen de accountant en de klager al bijna twee jaar was verbroken toen de accountant de concept-jaarrekening opnieuw verstrekte. Bij zijn vertrek had de octrooigemachtigde de accountant schriftelijk gevraagd de relevante informatie over te dragen aan zijn volgende adviseur. Ook daardoor lag het niet voor de hand om het verzoek van de inspecteur te honoreren achter de rug van de octrooigemachtigde om. De accountant heeft dus in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid.

Maatregel

Waarschuwing. De accountant heeft na een informeel verzoek van de belastinginspecteur meteen vertrouwelijke gegevens verstrekt over een voormalig cliënt. Daarbij heeft hij niet gelet op de belangen van die cliënt en had hij ook achteraf geen idee van de cliëntenbelangen die mogelijk speelden. Vanwege het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid had hij het verzoek van de inspecteur pas kunnen inwilligen na overleg met de voormalig cliënt.

Annotatie Lex van Almelo

Een accountant gaf bijna twee jaar na het vertrek van een cliënt vertrouwelijke informatie over die cliënt aan de belastinginspecteur, die een procedure voerde tegen die cliënt. Het ging om een concept-jaarrekening die al eerder was verstrekt aan de voorganger van de inspecteur. De accountant ging onmiddellijk in op het informele verzoek van de opvolgend inspecteur, die de inhoud van de jaarrekening niet kende en dit stuk gebruikte in de procedure bij het gerechtshof.

De accountant mocht er niet van uitgaan dat zijn voormalig cliënt hiermee akkoord was en had deze om toestemming moeten vragen. Na beëindiging van de relatie had de cliënt aan de accountant gevraagd de gegevens door te sturen naar de nieuwe adviseur. Kennelijk had de accountant de gegevens nog toen de nieuwe inspecteur erom vroeg. Dat hij destijds en achteraf geen moment heeft gedacht aan de belangen van de voormalig cliënt is verontrustend, maar leidt niet tot een zwaardere sanctie.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.