Tuchtrecht

Ongefundeerde klacht tegen onervaren lid controleteam

Een registeraccountant die lid was een controleteam valt niets te verwijten nadat de controlepartner een steekje heeft laten vallen.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
20/344
Datum uitspraak:
22 december 2020
Oordeel:
hoger beroep ongegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2020:1016

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant verstrekt een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekeningen 2015 en 2016 van een sportstichting. De stichting huurt enkele buitensportlocaties van de gemeente. Met ingang van 2015 heeft de stichting de beheerstaken overgenomen van de gemeente. Hiermee is de stichting verantwoordelijk voor de vervanging, het beheer en het dagelijks en groot onderhoud van deze buitensportlocaties. In ruil krijgt de stichting een jaarlijks subsidiebedrag voor de vervanging van sportvelden en een lagere huur van de accommodaties.

Op de balans over 2015 staat in verband met de overdracht een voorziening groot onderhoud. In de toelichting staat onder meer dat:

  • de stichting met ingang van 2015 een voorziening heeft voor de periodiek terugkerende kosten inzake de vervanging van toplagen;
  • de vervangingen worden gespreid in de tijd;
  • de voorziening zal worden ingezet ter dekking van tekorten op daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden aan toplagen;
  • de stichting zonder negatieve gevolgen voor de getoonde resultaten de gewenste egalisatie van de kosten kan bereiken met deze voorziening, een jaarlijkse dotatie van 0,7 miljoen euro en de realisatie van het vervangingsplan.

In de balans 2016 staat eenzelfde voorziening voor groot onderhoud, maar met andere grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. Volgens de toelichting betreft de voorziening een kostenegalisatiereserve voor het periodiek vervangen van toplagen van 29 buitensportvelden. De jaarlijkse dotatie bedraagt 0,7 miljoen euro voor veertien jaar. Omdat de vervangingsuitgaven worden gespreid in de tijd zal de voorziening fluctueren.

In het accountantsverslag bij de jaarrekening 2015 staat onder ‘Subsidieopbrengsten’ dat:

  • de bijdrage voor de huurlasten over 2015 lager ligt dan over 2014;
  • het verschil een bijdrage is voor zowel dagelijks onderhoud als vervanging van sportvelden.

Verderop staat dat de stichting 704 duizend euro per jaar heeft ontvangen voor de toekomstige vervanging van de sportvelden. De accountant komt met vier mogelijkheden om de transactie van de buitensportlocaties te verwerken. Hij kiest voor een voorziening groot onderhoud, omdat de stichting gebaat is bij een stabiel resultaat, waarbij afwijkingen tussen gerealiseerde en begrote uitgaven voor de buitensportlocaties in het resultaat tot uitdrukking komen en kunnen bijdragen aan de benodigde versterking van het vrij besteedbaar gedeelte van het eigen vermogen.

Bij de gekozen optie moeten de jaarlijkse dotaties worden bepaald op basis van het bestaande en aanvaarde Meerjaren Onderhoudsplan (MOP) van de gemeente. Het plan specificeert per individueel actief de toekomstige baten voor groot onderhoud.

In april 2016 wijst de financieel manager van de stichting de accountant erop dat:

  • de inkomsten van de stichting voor meer dan 50 procent bestaan uit subsidies;
  • de stichting gezien het subsidiebedrag van vijf ton voldoende reden heeft om zich te conformeren aan de Wet Normering Topinkomens (WNT).

De financieel manager dient een klacht tegen de eindverantwoordelijke accountant in. De Accountantskamer verklaart de klacht deels gegrond en legt een waarschuwing op aan deze registeraccountant, omdat hij het vormen van een voorziening voor groot onderhoud heeft goedgekeurd zonder te beschikken over het onderliggende gemeentebesluit. Vervolgens dient de financieel manager een klacht in tegen een registeraccountant die deel uitmaakte van het team dat de jaarrekeningen 2015 tot en met 2017 controleerde, omdat:

a. zij als lid van het controleteam een onduidelijke rol heeft gespeeld en dus te weinig heeft getwijfeld en te weinig vragen heeft gesteld, terwijl zij dit wel had moeten doen;

b. in de jaarrekening over 2016 ten onrechte de onjuiste post ‘Overige voorzieningen’ in het leven is geroepen ten behoeve van personeelskosten voor medewerkers die ziek zijn en waarvan wordt verwacht dat zij niet meer actief zullen worden voor de stichting;

c. in de jaarrekening over 2016 diverse fouten zitten;

d. in de jaarrekening 2017 de post ‘Egalisatierekening investeringsbijdragen’ ontbreekt;

e. enkele financiële overzichten in de jaarrekening 2017 zijn vervallen als gevolg van het implementeren van een nieuw rekeningschema en het niet gebruikelijk is om de analyse van baten en lasten - die voorheen deel uitmaakte van het directieverslag – in de jaarrekening op te nemen.

De Accountantskamer verklaart deze klacht ongegrond, waarna de financieel manager hoger beroep aantekent.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft de klacht ten onrechte ongegrond verklaard.

Oordeel

Het hoger beroep is ongegrond.

Ad a Geen vragen

Volgens de Accountantskamer heeft de financieel manager niet onderbouwd waarom de accountant als teamlid na de waarschuwing van haar baas ook tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor de goedkeuring van de voorziening. Ook volgens het college moet een klager met feiten en omstandigheden komen als hij stelt dat de accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De accountant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant geen vragen heeft gesteld over de voorziening voor groot onderhoud. Dat haar baas is gewaarschuwd, zegt niets over de manier waarop de accountant haar werkzaamheden heeft uitgevoerd. De accountant hoeft daarom geen stukken uit het controledossier over te leggen om het verwijt van de financieel manager te weerleggen.

Ad b Overige voorzieningen

Volgens de financieel manager zijn er voldoende argumenten om dit klachtonderdeel gegrond te verklaren. Hij kan weliswaar niet beschikken over de relevante gegevens van de stichting, zoals de verzekeringspolis en een uitkeringsnota over 2017. Maar het bestaan van de ziekteverzuimverzekering is bevestigd door een administratief medewerkster van de stichting en niet weersproken door de accountant.

Het college vindt het niet ongebruikelijk om een voorziening te vormen voor de personeelskosten van medewerkers die ziek zijn en waarschijnlijk geen bijdrage meer kunnen leveren aan de dagelijkse bedrijfsvoering. Volgens de accountant schrijft alinea 271.205 van de RJ voor middelgrote en grote rechtspersonen dit ook voor en heeft de financieel manager daar niets tegen ingebracht. De hoogte van de voorziening – 1,6 ton - is ook niet onjuist, omdat het controleteam uit de ontvangen bedragen voor ziektekosten niet kon opmaken dat er rekening moest worden gehouden met een ziekteverzuimverzekering. Deze ontvangsten waren zo veel lager dan het salaris van de desbetreffende medewerker dat de totale kosten van deze medewerker niet waren gedekt. Verder mocht het controleteam gezien het hoge ziekteverzuim bij de stichting aannemen dat de bedragen bestemd waren voor meerdere personeelsleden en viel de voorziening onder de materialiteitsgrens. Bovendien moest bij de ziekteverzuimverzekering rekening worden gehouden met het eigen risico en niet gedekte transitiekosten.

Ad c Getrouw beeld I

Volgens het college heeft de financieel manager niet aannemelijk gemaakt dat de jaarrekening 2016 geen getrouw beeld geeft van het eigen vermogen of resultaat van de stichting dan wel niet voldoet aan wet- en regelgeving. De manager heeft de punten ook in hoger beroep niet nader toegelicht, terwijl sommige zo futiel zijn dat zij buiten beschouwing kunnen blijven. Bovendien gaat het bij enkele punten meer om een boekhoudkwestie. Voor zover het daarbij zou gaan om een verificatie- of evaluatieprobleem viel dit gezien de gehanteerde materialiteitsgrens buiten de scope van de controle.

Ad d Getrouw beeld II

Naar aanleiding van het verwijt dat in de jaarrekening 2017 de post ‘Egalisatierekening investeringsbijdragen’ ontbreekt, heeft de accountant gefundeerd uiteen gezet waarom deze jaarrekening wel degelijk voldoende inzicht in en een getrouw beeld geeft van het vermogen en het resultaat. Dankzij een aanvullende subsidie voor de herstructurering had de stichting voldoende geld om de investeringen uit eigen middelen te betalen. De financieel manager heeft ook in hoger beroep niet duidelijk gemaakt waarom de jaarrekening 2017 op dit punt onjuist zou zijn.

Ad e Subjectieve analyse

Volgens de manager zijn in de jaarrekening 2017 enkele financiële overzichten ten onrechte vervangen door de subjectieve analyse van de baten en lasten. Die analyse was tot en met 2016 nog onderdeel van het directieverslag. De Accountantskamer heeft gezegd dat de directie mag kiezen  hoe zij de winst- en verliesrekening toelicht. Hoewel de gekozen toelichting niet gebruikelijk is, wil dat volgens de Accountantskamer niet zeggen dat de accountant haar werkzaamheden niet juist heeft uitgevoerd.

In hoger beroep heeft de financieel manager alleen gezegd dat de Accountantskamer met dit oordeel weer een verkeerd signaal afgeeft, terwijl de onervaren accountant juist aan het begin van haar loopbaan nog gevormd kan worden. Deze stelling is gebaseerd op een verkeerde lezing van de uitspraak en gaat niet in op de reden om dit klachtonderdeel ongegrond te verklaren.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

De financieel manager van een stichting klaagt met gedeeltelijk succes over de accountant die verantwoordelijk was voor de goedkeuring van een post in de jaarrekening. Vervolgens begint hij een nieuwe klachtprocedure tegen een betrekkelijk onervaren lid van het controleteam, die volgens hem meer had moeten doen om de goedkeuring te verhinderen. Zowel de Accountantskamer als het College van Beroep vinden dat de waarschuwing voor haar baas niets zegt over de manier waarop de onervaren accountant haar werkzaamheden heeft uitgevoerd. Daarom hoeft zij geen stukken uit het controledossier over te leggen om de aantijgingen van de financieel manager te bestrijden. Het lijkt erop dat de cfo met de tweede klacht stukken uit het controledossier in handen wilde krijgen voor een andere procedure, bijvoorbeeld om een schadeclaim tegen de controlepartner te onderbouwen. Want hij heeft kennelijk zo weinig informatie dat hij alle verwijten aan het adres van het teamlid niet aannemelijk kon maken. Het verbaast me dat het college eerst het oordeel uitspreekt dat de fout van de baas niets zegt over het teamlid, maar vervolgens wel uitvoerig alle verwijten behandelt.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.