Tuchtrecht

Compliancerapport met ondeugdelijke conclusie

Een registeraccountant verklaart in een non-assurance compliancerapport ten behoeve van een procedure bij de Ondernemingskamer dat het beloningsbeleid van haar klant voldoet aan de Wet financieel toezicht, maar heeft voor die conclusie onvoldoende werkzaamheden verricht.

Accountantskamer

Zaaknummers:
25/3556 Wtra AK
Datum uitspraak:
25 september 2026
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2026:73

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant werkt als accountant in business bij een compliancekantoor en treedt sinds 2017 voor een vermogensbeheerder op als externe compliance officer op basis van een service level agreement (SLA), waarin staat dat het kantoor:

  • specifieke monitoringtaken en -activiteiten uitoefent op een doorlopende basis;
  • de vermogensbeheerder elk kwartaal updates verstrekt over de compliancemonitoringstaken conform de compliancekalender;
  • na afsluiting van het boekjaar van de vermogensbeheerder een jaarlijks compliancerapport verstrekt;
  • alle bevindingen, adviezen en updates van getroffen maatregelen inzake de compliancewerkzaamheden zal rapporteren in het kwartaal- en het jaarcompliancerapport;
  • bevindingen die de onmiddellijke aandacht en/of maatregelen van de vermogensbeheerder vergen onverwijld zal rapporteren.

In haar compliancerapportage van juni 2025 heeft de accountant onder meer het beloningsbeleid "beoordeeld" en geconcludeerd dat het voldoet aan de wettelijke vereisten. In het rapport staat dat:

  • er geen sprake is van een derde;
  • de ingehuurde zzp'er een vast maandelijks bedrag als ingehuurde ontvangt conform het beloningsbeleid;
  • er op basis van deze beoordeling geen sprake is van verboden provisies.

Een medeaandeelhouder van de vermogensbeheerder dient een klacht tegen de registeraccountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft in haar compliancerapport – in strijd met de waarheid en ongefundeerd –verklaard dat er voor de vermogensbeheerder aan derden (zzp'ers) uitsluitend vaste vergoedingen worden betaald en uitdrukkelijk geen omzetgerelateerde aanbrengprovisies.

Oordeel

De klacht is deels gegrond.

De Wet op het financieel toezicht (Wft) eist in artikel 4:14 dat een beheerder van een beleggingsinstelling de bedrijfsvoering zo inricht dat deze een beheerste en integere uitoefening van het bedrijf waarborgt. Artikel 31c van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo) schrijft daarom voor dat de vermogensbeheerder een tweedelijnscontrole heeft in het three lines of defense-model, die op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. De taak van dit organisatieonderdeel bestaat uit:

  • het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de beheerder heeft opgesteld;
  • het (minstens jaarlijks) rapporteren aan de directie van de vermogensbeheerder en het toezichthoudend orgaan (indien aanwezig) over aangelegenheden inzake de naleving van wettelijke regels en interne regels; met name of maatregelen zijn getroffen in het geval van gesignaleerde tekortkomingen.

De compliance officer moet beschikken over de nodige autoriteit, middelen, deskundigheid en toegang tot alle noodzakelijke informatie om haar taken onafhankelijk en effectief te kunnen uitoefenen.

Volgens de externe compliance officer had zij geen accountantsopdracht en verplichten de wet- en regelgeving ook niet dat deze functie wordt uitgeoefend door een accountant. De Accountantskamer vindt dat handelingen van een accountant in het kader van werkzaamheden als externe compliance officer vallen onder het bereik van het tuchtrecht. De tuchtrechter  verwijst in dit verband ook naar deze uitspraak uit 2019. Bij haar werkzaamheden heeft de externe compliance officer haar vakbekwaamheid als accountant toegepast en dus een professionele dienst verleend. Daarom toetst de Accountantskamer aan alle beginselen uit de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

In de compliancerapportage schrijft de accountant dat zij het beloningsbeleid van vermogensbeheerder en de naleving van het provisieverbod heeft "gecontroleerd aan de wettelijke vereisten". Volgens haar voldoet het beleid – net als in Q1 2022 en Q2 2023 – nog steeds aan deze eisen. De ingehuurde zzp'er ontvangt een vast maandelijks bedrag conform het beloningsbeleid. Zij concludeert daarom dat:

  • het beloningsbeleid in overeenstemming is met de Wft, het Bfgo en de vereisten uit de lnvestment Firms Directive (IFD);
  • het beloningsbeleid is gebaseerd op vaste vooraf vastgelegde vergoedingen, die gerelateerd zijn aan de structurele werklast, portefeuilleomvang en verantwoordelijkheid van de vermogensbeheerder;
  • er geen sprake is van perverse prikkels of provisies.

De klagende aandeelhouder gaat er in zijn klacht van uit dat de vermogensbeheerder het provisieverbod heeft overtreden, omdat zij de zzp'ers een omzetgerelateerde aanbrengprovisie betaalt. De Accountantskamer is niet de aangewezen instantie is om zo'n overtreding te constateren en doet daar dan ook geen uitspraak over. Volgens de accountant heeft de AFM gezegd dat van overtreding van het provisieverbod geen sprake is. De Accountantskamer kan daar niet van uitgaan, omdat het niet duidelijk op welke, door klager aangevoerde feiten, de AFM zich heeft gebaseerd. Het aangevoerde AFM-antwoord lijkt eerder verband te houden met de vraag van de klager of sprake is van buitensporige directiebeloningen zonder besluit van de AVA.

Dat de vermogensbeheerder omzetafhankelijke provisies betaalt aan haar zzp'ers heeft de accountant gemotiveerd bestreden. De tuchtrechter kan zo'n overtreding ook niet constateren, maar overweegt desondanks dat een intern beloningsbeleid niet zonder meer in strijd hoeft te komen met het provisieverbod als dat is gebaseerd op de aard en omvang van de werkzaamheden van de zzp'ers en mede afhankelijk is van de hoeveelheid klanten en de omvang van het beheerd vermogen. De klager had gemotiveerd moeten stellen en onderbouwen waarom dat in dit geval wel strijdig is, maar heeft dat niet gedaan.

Grondslag conclusie

De accountant heeft haar rapport opgesteld als externe compliance officer op briefpapier van het compliancekantoor. Het is daarom aan te merken als een rapportage van de accountant aan een externe opdrachtgever. Op de zitting heeft de accountant verklaard dat zij destijds vermoedde dat haar rapportage ook aan de Ondernemingskamer zou worden overgelegd in het kader van een enquêteprocedure die de klager had aangespannen over het beloningsbeleid.

Volgens de Accountantskamer is dit te vergelijken met de situatie waarin de AFM of DNB een rapport van de externe compliance officer opvraagt bij de vermogensbeheerder. De vermogensbeheerder was dus de beoogde gebruiker van het rapport in de zin van het Stramien voor assurance-opdrachten en niet de Ondernemingskamer. Bij een assurance-opdracht moeten er drie partijen zijn: de verantwoordelijke partij, de beoogde gebruiker en de accountant. In dit geval zijn de beoogde gebruiker en de verantwoordelijke partij dezelfde, namelijk het management van de vermogensbeheerder.

De opdracht is daarom geen assurance-opdracht en Standaard 3000D (Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie) is niet van toepassing. De Accountantskamer ziet het als een opdracht, waarop NBA-handreiking 1111 voor overige opdrachten van toepassing is.

De accountant gebruikt in haar rapportage bewoordingen die naar hun aard concluderend zijn ("Er zijn geen perverse prikkels" en "de ingehuurde ZZP'er ontvangt een vast maandelijks bedrag") en woorden waaraan een aspect van assurance niet kan worden ontzegd, zoals "Conclusie", "Beoordeling beloningsbeleid" en het beleid is "gecontroleerd aan de wettelijke eisen". De accountant heeft in haar rapport echter nergens vermeld dat zij geen enkele mate van assurance geeft. Bij de gebruiker kan daardoor de indruk ontstaan dat zij een bepaalde mate van zekerheid verschaft.

Aan de deugdelijke grondslag van een rapport worden in het geval van assurance zwaardere eisen gesteld (zie bijvoorbeeld hier bij punt 4.5.1), ook als een rapport aspecten van assurance heeft, zoals het onderhavige rapport.

In dit licht bezien vindt de Accountantskamer dat de accountant onvoldoende werkzaamheden heeft uitgevoerd om een deugdelijke grondslag te verkrijgen, want:

  • onderdeel van de compliancefunctie is volgens de Wft het controleren van de naleving van wettelijke regels en interne regels die de beheerder heeft opgesteld;
  • in die taak zitten twee elementen: een toets van het interne beloningsbeleid aan de wettelijke eisen en een toets op de naleving van het interne beloningsbeleid door de vermogensbeheerder;
  • eerstgenoemde toets heeft hier onvoldoende diepgang om de conclusies uit de rapportage te kunnen dragen;
  • de accountant heeft in een interview met de directie gevraagd hoe het beloningsbeleid vorm is gegeven en in de praktijk wordt toegepast;
  • de accountant heeft de directie vervolgens gevraagd daarover een notitie te schrijven;
  • de accountant heeft die notitie aan haar rapport toegevoegd als bijlage;
  • het interview en de notitie leveren geen separate informatie op over het bestaan en de inhoud van het beloningsbeleid;
  • de notitie is namelijk de neerslag van de informatie die het management heeft verstrekt aan de accountant tijdens het interview;
  • de accountant heeft het hoofd van de administratie weliswaar gevraagd of de vermogensbeheerder variabele beloningen boven het bonusplafond uitkeert aan de zzp'ers, maar daarbij genoegen genomen met zijn ontkennend antwoord zonder kennis te nemen van de onderliggende betalingsgegevens uit de administratie;
  • terwijl de vermogensbeheerder werkt met acht zzp'ers heeft de accountant één deelwaarneming gedaan: één overeenkomst met een zzp'er bekeken en geconstateerd dat deze een vaste beloning ontvangt en geen omzetafhankelijke vergoeding;
  • de accountant heeft verklaard dat zij alleen kijkt naar de nieuw(st)e contracten;
  • het is bij een totaal van acht zzp'ers onbegrijpelijk dat de accountant heeft gekozen voor een deelwaarneming op één contract en niet op meerdere contracten;
  • de eerder bekeken contracten kunnen in de loop van de tijd gewijzigd zijn zonder dat zij daarvan weet.

De accountant had kortom geen deugdelijke grondslag voor haar conclusies dat het beloningsbeleid in overeenstemming is met de wet- en regelgeving en dat geen sprake is van verboden provisies (waarmee de Accountantskamer niet wil zeggen dat er wèl sprake is van verboden provisies).

Maatregel

Berisping. De accountant heeft in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, omdat haar compliancerapportage onvoldoende deugdelijke grondslag had. Dat is ernstig, omdat zij vermoedde dat de periodieke rapportage gebruikt zou worden in een procedure bij de Ondernemingskamer.

Bij de mondelinge behandeling van de tuchtklacht heeft de accountant niet laten blijken te beseffen dat zij haar werkzaamheden als accountant heeft uitgevoerd en dat daarop alle fundamentele beginselen van toepassing zijn.

Annotatie Lex van Almelo

Een vermogensbeheerder besteedt de compliancefunctie uit aan een extern kantoor. Een registeraccountant van dat kantoor brengt periodiek rapportages uit over de naleving van de wet- en regelgeving en het beleid. Over het beloningsbeleid van de vermogensbeheerder rapporteert zij dat dit voldoet aan de Wet op het financieel toezicht, het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen en de Investment Firm Directive. Er wordt namelijk geen omzetgerelateerde beloning betaald aan de acht zzp'ers die voor de vermogensbeheerder werken. Er zijn geen perverse prikkels en de opdrachtgever zondigt dus niet tegen het provisieverbod.

De Accountantskamer velt geen oordeel over deze mogelijke overtreding, maar wel over de basis voor deze conclusies. Aan haar stellige uitspraken kan een aspect van assurance niet worden ontzegd, maar de accountant maakt geen voorbehoud over de mate van zekerheid. Bovendien heeft zij te weinig werkzaamheden uitgevoerd om de conclusies te schragen. Zij heeft de directie gevraagd naar de naleving van de regels en dat antwoord laten opschrijven in een notitie. Zij heeft het hoofd van de administratie bevraagd, maar niet zelf in de administratie gekeken. Zij heeft slechts één zzp-contract onder de loep genomen in plaats van alle acht. Dit is opmerkelijk, omdat zij er rekening mee hield dat haar rapportage gebruikt zou worden in de procedure bij de Ondernemingskamer die een medeaandeelhouder van de vermogensbeheerder (die ook de tuchtklacht indiende) had aangespannen.

Op de zitting bij de tuchtrechter leek de accountant niet te beseffen dat zij met haar compliancerapportages een professionele dienst verleent en dus onder het accountantstuchtrecht en alle VGBA-beginselen valt.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.