Frauderisico voorraad bij controle niet nader onderzocht
Een registeraccountant keurt de jaarrekening goed van Gameworld* dat factoringfraude blijkt te plegen. De accountant had de voorraadcontrole moeten (laten) bijwonen en opmerkelijke transacties nader moeten onderzoeken.
Accountantskamer
- Zaaknummers:
- 25/3581 Wtra AK
- Datum uitspraak:
- 25 september 2026
- Oordeel:
- deels gegrond
- Maatregel:
- tijdelijke doorhaling voor 1 maand
- Status:
- nog niet definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:TACAKN:2026:74
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Een registeraccountant controleert de jaarrekeningen van Gameworld over 2019-2020 en 2020-2021. De vennootschap is onderdeel van de JeffCommerce Group, die zich onder meer bezighoudt met de in- en verkoop van computergames. De accountant geeft in september 2021 een controleverklaring af bij de jaarrekening 2020-2021 van Gameworld. De materialiteit heeft hij gesteld op € 400.000 en hij heeft als significante frauderisico's onderkend dat:
- het management de interne beheersingsmaatregelen doorbreekt;
- de opbrengstverantwoording niet juist en volledig in de jaarrekening is verwerkt.
Medio 2022 sluit factoringmaatschappij Svea met groepsvennootschap Healthy Concepts BV (HC) een factoringovereenkomst, waarbij Svea de handelsvorderingen van HC op Gameworld en Frank BV overneemt tegen een nominale waarde van € 750.000 respectievelijk € 250.000. Bij de overname baseert de factoringmaatschappij zich onder meer op de jaarrekeningen 2019-2020 en 2020-2021 van Gameworld.
Bestuurder van Healthy Concepts is de heer S. Ajodhia, wiens halfbroer Rishi Kartaram bestuurder is van Gameworld. Eind 2022 worden Gameworld (dat inmiddels Liberty Trading Europe is gaan heten) en Frank BV in staat van faillissement verklaard. Zij betalen de vorderingen van de factoringmaatschappij niet. De Rechtbank Den Haag veroordeelt HC en Ajodhia hoofdelijk tot betaling van een hoofdsom ad € 998.250 en een contractuele boete ad € 1.996.500 aan Svea.
De rechtbank stelt vast dat HC de computerspellen niet aan Frank BV en Gameworld heeft geleverd en dus ook geen vorderingen had op deze vennootschappen. "Het ter factoring aanbieden van facturen voor vorderingen waarvan men behoort te weten dat die niet bestaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden geduid dan als fraude." Tegen dit vonnis hebben HC en Ajodhia hoger beroep ingesteld.
In oktober 2024 stelt Svea de accountant aansprakelijk voor de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van diens beroepsfouten bij de controle van Gameworld. De accountant bestrijdt iedere aansprakelijkheid. In december 2025 dient Svea een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.
Klacht
De accountant heeft een goedkeurende controleverklaring afgegeven bij de jaarrekening 2020-2021 zonder dat hij daarvoor voldoende en geschikte controle-informatie had. De accountant heeft namelijk nagelaten:
- navraag en onderzoek te doen naar het verschil in de twee uiteenlopende voorraadadministraties in verschillende systemen;
- het bestaan van de fysieke of digitale voorraad te onderzoeken (door onder andere een voorraadtelling bij te wonen);
- onderzoek te doen naar de (schijnbaar willekeurige) transacties tussen twee ondernemingen in Dubai en Gameworld en vraagtekens te plaatsen bij de (ontbrekende) ratio achter de transacties over en weer;
- onderzoek te doen naar de transacties, facturen en zogenaamde leveringen;
- onderzoek te doen naar het gebruik van CMR-vrachtbrieven en de beweerdelijke vervoerder.
Oordeel
De klachtonderdelen c en d zijn gegrond, klachtonderdeel b is deels gegrond, de klachtonderdelen a en e zijn onvoldoende onderbouwd en dus ongegrond.
De Accountantskamer toetst het handelen of nalaten van de accountant aan de VGBA en de Standaarden 200, 240, 315, 330, 500 en 501 zoals die golden voor het boekjaar 2020-2021. De belangrijkste onderdelen van het relevante toetsingskader komen hierna aan de orde.
Voldoende en geschikte controle-informatie
Voor een redelijke mate van zekerheid moet de accountant voldoende en geschikte controle-informatie verzamelen om het controlerisico terug te brengen naar een aanvaardbaar laag niveau en in staat te zijn redelijke conclusies te trekken voor een oordeel (Standaard 200.17). Zulke controle-informatie kan de accountant vergaren door het uitvoeren van:
- risico-inschattingswerkzaamheden; en
- verdere controlewerkzaamheden, die bestaan uit:
- interne beheersingsmaatregelen toetsen als de Standaarden die voorschrijven of als de accountant heeft gekozen deze uit te voeren; en
- gegevensgericht controleren met inbegrip van detailcontroles en gegevensgerichte cijferanalyses (Standaard 500.6 en A10, Standaard 315 en Standaard 330).
Frauderisico's
Volgens Standaard 240 zijn de doelstellingen van de accountantscontrole ten aanzien van fraude:
- de risico's op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude identificeren en inschatten;
- voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen over de ingeschatte risico's op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude, door geschikte manieren op te zetten en te implementeren om op die risico's in te spelen; en
- op passende wijze inspelen op fraude of vermoede fraude die tijdens de controle is geïdentificeerd (Standaard 2401.11).
Volgens Standaard 240 moet de accountant de ingeschatte risico's op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude, beschouwen als significante risico's. Volgens Standaard 240.28 is een significant risico een geïdentificeerd en ingeschat risico op een afwijking van materieel belang waaraan, op grond van de oordeelsvorming van de accountant, tijdens de controle bijzondere aandacht moet worden besteed (Standaard 315.4e). Die 'bijzondere aandacht' is vereist omdat fraude met geraffineerde en zorgvuldige plannen kan worden verhuld, zoals valsheid in geschrifte, transacties met opzet niet vastleggen of de accountant opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken geven (Standaard 240.6).
Controle-informatie voorraad
Als de voorraad van materieel belang is voor de financiële overzichten vereist Standaard 501 onder meer dat de accountant voldoende en geschikte controle-informatie verzamelt over het bestaan en de conditie van de voorraad door:
- de fysieke voorraadopname bij te wonen, tenzij dit praktisch onuitvoerbaar is;
- controlewerkzaamheden uit te voeren op de definitieve voorraadregistraties van de entiteit om te bepalen of zij een accurate weergave zijn van de werkelijke resultaten van de voorraadopname (Standaard 501.4).
Ad a Voorraadadministraties
Dit onderdeel van de klacht betreft een verschil tussen de aantallen voorradige games en de waarde daarvan in Excel respectievelijk Exact. Svea beroept zich op het verschil per 31 augustus 2022. Dat is ruimschoots na het einde van het boekjaar (31 maart 2021) en de datum waarop de controleverklaring is afgegeven (17 september 2021). Verder heeft Svea niet aannemelijk gemaakt dat de accountant tijdens de controle bekend was of bekend behoorde te zijn met de geadministreerde aantallen voorradige games en de waarde daarvan in Excel.
Ad b Het bestaan van de digitale en de fysieke voorraad.
Volgens Svea was op 1 april 2021 een groot deel van de computergames, die zij aan de hand van de titels heeft gespecificeerd, nog niet uitgebracht. In de voorraad waren echter 295.000 stuks ter waarde van in totaal € 11.185.650 opgenomen. De accountant heeft deze voorraad tijdens de controle onmogelijk kunnen waarnemen, omdat die voorraad toen niet bestond.
Met een gespecificeerde uitdraai uit Exact betoogt de accountant dat de voorraad digitale gamecodes op vrijwel op dezelfde datum € 6.896.791,76 bedroeg.
Svea zegt dat zij de opgave van de aantallen heeft ontvangen van de curator. Svea veronderstelt dat de afwijking kan worden verklaard door het tijdsverschil. Dit strookt met de stelling van de accountant dat hij niet bekend was met de opgave van de curator. Volgens de Accountantskamer heeft de factoringmaatschappij niet aannemelijk gemaakt dat:
- haar opgave van aantallen en titels aan het einde van het boekjaar 2020/2021 juist is en die van de accountant onjuist;
- de accountant op dit onderdeel dus onvoldoende controlewerkzaamheden heeft verricht.
Dat is anders bij de fysieke voorraad van andere goederen dan computergames. Die voorraad was van materieel belang voor de jaarrekening. Volgens Standaard 501 had de accountant de opname van deze voorraad moeten (laten) bijwonen. Dat is niet gebeurd. Twee medewerkers van Gameworld hebben de telling in het magazijn uitgevoerd zonder dat de accountant of iemand anders uit het controleteam aanwezig was.
Het is niet duidelijk of de accountant dan wel een medewerker van de onderneming de goederen (de EAN-nummers) heeft geselecteerd die moesten worden geteld. De tellijst is alleen ondertekend door de twee medewerkers. Gezien deze gebreken levert de telling geen voldoende en geschikte controle-informatie op over het bestaan en de conditie van de voorraad fysieke goederen.
Volgens de accountant konden hij en het controleteam door Covid-19 niet aanwezig zijn bij de voorraadopname. De Accountantskamer wuift dit argument weg omdat de twee medewerkers van het bedrijf ondanks Covid-19 kennelijk wel in staat bleken de telling uit te voeren. En als het vanwege Covid-19 inderdaad niet mogelijk was de fysieke voorraadopname bij te wonen, dan had de accountant op grond van Standaard 501.7 alternatieve controlewerkzaamheden moeten uitvoeren om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen.
Uit niets blijkt dat de accountant de telling door de Gameworld-medewerkers zodanig heeft geverifieerd dat de voorraadopname voldoende en geschikte controle-informatie opleverde of dat hij alternatieve controlewerkzaamheden heeft uitgevoerd. Bovendien had hij – als alternatieve werkzaamheden ook niet mogelijk waren – zijn oordeel in de controleverklaring conform Standaard 705 moeten aanpassen. Ook dat heeft hij niet gedaan.
Aan het bestaan en de conditie van de voorraad digitale gamecodes heeft de accountant ook onvoldoende aandacht besteed. Hij had bijvoorbeeld de werking van een beperkt aantal digitale gamecodes moeten testen of een IT-audit moeten laten uitvoeren. In plaats daarvan heeft hij een controle uitgevoerd op basis van veronderstelde leveringen door de leveranciers van de codes. Aan de hand van de inkoop- en verkoopfacturen heeft hij vastgesteld welke voorraad aan digitale gamecodes op de balansdatum aanwezig moest zijn. Dit levert echter geen voldoende en geschikte controle-informatie op, aangezien hij hiermee niet de daadwerkelijke levering en dus ook niet het bestaan en de conditie van de digitale voorraad gamecodes kon vaststellen.
Ad c en d Onderzoek transacties, facturen en zogenaamde leveringen
Ten aanzien van de juistheid en volledigheid van de opbrengstverantwoording heeft de accountant een frauderisico onderkend. Daar had hij de controlewerkzaamheden op moeten afstemmen (Standaard 240). Vaststaat dat Gameworld, HC en twee ondernemingen in Dubai over en weer transacties met digitale games deden waarmee materiële bedragen waren gemoeid. Deze ondernemingen waren grote klanten van Gameworld. Svea spreekt van 'round tripping': de goederen werden ingekocht bij en verkocht aan dezelfde partij, waarbij orders en tegenorders werden geplaatst voor identieke games.
Volgens de accountant heeft hij de ratio van de transacties met de Dubaiaanse ondernemingen onderzocht en daarover gesproken met de ceo van Gameworld, die met een verbandscontrole heeft vastgesteld dat er was geleverd aan deze ondernemingen. De accountant heeft dit niet zelf onderzocht, omdat hij daarvoor geen aanleiding zag. De accountant heeft een document overgelegd waarboven staat 'Digitale games'. Hij vermoedt dat hij dit document bij de controle in 2020 heeft gekregen van het management van Gameworld. Hierin staat volgens hem wat de achtergrond van de transacties is.
De Accountantskamer vindt dat hij de transacties, de facturen en de leveringen met de Dubaiaanse vennootschappen en die vennootschappen zelf (vermoedelijk gaat het om Suricis en Einstein Modz) onvoldoende heeft onderzocht. Volgens het controledossier ('Integrale verbandscontrole digitale leveringen') bedroeg de omzet digitale leveringen in het controlejaar 2020/2021 afgerond € 54 miljoen bij een totaalomzet van afgerond € 66 miljoen. Die omzet werd gegenereerd door verkopen aan een beperkt aantal partijen, met name de Dubaiaanse ondernemingen.
Dat blijkt uit het document 'Digitale games', waarin onder meer staat dat:
- Onderneming 2 games (digitale codes) verkoopt aan Gameworld;
- Gameworld deze vervolgens verkoopt aan Onderneming 1;
- HC games verkoopt aan Gameworld;
- Gameworld deze daarna verkoopt aan Onderneming 2;
- door orders en tegenorders te plaatsen het risico kan worden afgedekt dat onjuiste of niet meer werkende codes worden verkocht, het zogenoemde 'regresrisico'.
De Accountantskamer ziet dat het document 'Digitale games' niet is gedateerd en ondertekend, waardoor niet vaststaat dat het management van Gameworld het document heeft opgesteld en/of verantwoordelijk is voor de inhoud ervan en wanneer het is opgesteld. Bovendien had de accountant op grond van dit document niet zonder nader onderzoek mogen aannemen dat er een aanvaardbare ratio bestond voor de onderlinge handel (orders en tegenorders) in games. Het is immers niet zonder meer begrijpelijk dat je door het plaatsen van orders en tegenorders het risico vermijdt dat digitale codes niet meer blijken te werken of onjuist zijn. De term regresrisico is in dit verband ook discutabel.
Volgens de accountant blijkt uit de eerdergenoemde integrale verbandscontrole dat er is geleverd aan de Dubaiaanse ondernemingen. Dat het plaatsen van orders en tegenorders rationeel is, volgt er volgens de Accountantskamer echter niet uit. Gegeven de frauderisico's, de omvangrijke handel met deze vennootschappen, het ontbreken van een begrijpelijke ratio voor de orders en tegenorders en het land van vestiging had de accountant nader onderzoek moeten doen.
Daarbij komt dat uit het document 'Digitale games' ook werd gehandeld tussen Gameworld en HC, dat werd bestuurd door een halfbroer van Gameworld-ceo Rishi Kartaram. De accountant had daarom ook moeten overwegen of hij Standaard 550 (Verbonden partijen) had moeten betrekken bij zijn controle.
Ad e Fraude met vrachtbrieven
Volgens Svea heeft Gameworld bij het opstellen van de facturen voor digitale leveringen van gamecodes fraude gepleegd met CMR-vrachtbrieven, die alleen voor fysieke leveringen over de weg worden gebruikt. In de vrachtbrieven wordt een niet bestaand transportbedrijf genoemd. Tijdens de controle had de accountant hiernaar navraag moeten doen bij (het management van) de controlecliënt.
De accountant voert als verweer dat de controlecliënt bij de overgang van fysieke naar digitale leveringen van gamecodes de CMR-vrachtbrieven bleef gebruiken, zodat zij gemakkelijker de geleverde aantallen gamecodes kon controleren en administreren. Haar administratieve proces bleef ongewijzigd toen de nadruk verschoof naar digitale leveringen.
Volgens de Accountantskamer heeft de accountant de vrachtbrieven gecontroleerd, terwijl de digitale leveringen op dezelfde manier werden verwerkt in de administratie als de fysieke leveringen. Dat op dit punt sprake is van fraude heeft Svea niet aannemelijk gemaakt.
Maatregel
Tijdelijke doorhaling voor één maand. De accountant heeft door meerdere verwijtbare gedragingen het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden in de context van een controle-opdracht die primair gericht is op het vertrouwen van derden. De Accountantskamer houdt er rekening mee dat de accountant na de controleverklaring van 17 september 2021 en vóór de behandeling van deze klacht een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
Hoewel de tuchtrechter het als verlichtende omstandigheid ziet dat de accountant is gestopt met controle-opdrachten spreekt in zijn nadeel dat hij op de zitting slechts in beperkte mate inzicht toonde in zijn handelen.
Annotatie Lex van Almelo
Op basis van openbare bronnen wordt snel duidelijk dat het gaat om de jaarrekening van Gameworld, dat met nepfacturen, schijnleveringen, 'round tripping', niet bestaande orders en tegenorders vorderingen fingeert die worden verkocht aan factoringmaatschappij Svea. Svea is de dupe van deze factoringfraude, want zonder leveringen zijn er geen vorderingen op afnemers. Om die reden veroordeelt de Rechtbank Den Haag Healthy Concepts en haar bestuurder S. Ajoudhia om bijna 1 miljoen euro terug te betalen en een contractuele boete van bijna 2 miljoen. De veroordeelden hebben hiertegen hoger beroep aangetekend.
In de tuchtzaak richt Svea haar pijlen op de accountant die de jaarrekening 2020-2021 van Gameworld goedkeurde, waarop de factoringmaatschappij haar contractvoorwaarden baseerde. Gameworld heeft haar naam veranderd in Liberty Trading Europe (LTE), dat op 8 november 2022 failliet wordt verklaard. Anderhalve maand c.q. vierenhalve maand later gaan groepsvennootschap Frank BV respectievelijk de JeffCommerce Groep failliet. Alle genoemde vennootschappen behoren tot deze groep van ceo Rishi Kartaram.
Van hem of zijn bedrijven heeft Svea door het faillissement waarschijnlijk niet veel geld te verwachten. De klacht tegen de controlerend accountant zou daarom wel eens een opmaat kunnen zijn voor een schadeclaim.
Bij de controle onderkent de accountant als significant frauderisico dat het management de interne beheersingsmaatregelen doorbreekt en dat de opbrengstverantwoording niet juist en volledig in de jaarrekening is verwerkt. De onderkenning vertaalt zich niet in de benodigde scherpte. Zo is de fysieke voorraad van andere goederen dan computergames van materieel belang. De accountant heeft de inspectie hiervan overgelaten aan twee medewerkers van Gameworld en die telling bijgewoond noch geverifieerd. Als dat inderdaad niet mogelijk was wegens Covid, zoals de accountant beweert – (maar waarom konden die medewerkers het dan wel?) – had de accountant alternatieve werkzaamheden moeten uitvoeren en als ook dat onmogelijk was zijn oordeel in de controleverklaring moeten aanpassen.
Het bestaan en de conditie van de voorraad digitale gamecodes heeft de accountant ook onvoldoende gecontroleerd. In plaats van een beperkte test of een IT-audit is hij er bij de controle van uitgegaan dat de codes inderdaad waren geleverd en heeft hij vastgesteld welke voorraad aan digitale gamecodes op de balansdatum aanwezig moest zijn. Op deze manier heeft hij niet het bestaan en de conditie van de digitale voorraad gamecodes kunnen vaststellen.
De accountant heeft zich door het management met een kluitje in het riet laten sturen toen hij vroeg naar de ratio van de transacties met twee Dubaiaanse ondernemingen. De grootschalige orders en tegenorders zouden het risico vermijden dat digitale codes niet meer bleken te werken of onjuist waren. De Accountantskamer vindt dat geen rationele verklaring en meent dat de accountant de transacties nader had moeten onderzoeken en zich niet moeten verlaten op een document dat de ceo hem aanreikte. Uit dat document komt naar voren dat Gameworld en HC met elkaar handel dreven, ofwel: Kartaram met zijn halfbroer S. Ajoudhia. De accountant had daarom Standaard 550 over transacties met verbonden partijen in ogenschouw moeten nemen.
De accountant wordt een maand geschorst. Dat werd hij ook al in 2023. Onder meer omdat hij bij een samenstelopdracht een opzet bedacht om in het zicht van het faillissement de inventaris van een groepsonderdeel buiten de boedel te houden. Bij de tweede tijdelijke doorhaling weegt de Accountantskamer in zijn voordeel mee dat hij gestopt is met controle-opdrachten. Met samenstellingsopdrachten is het nog geen 'Game over'.
*) De heer S. Ajodhia wordt met name genoemd in de uitspraak van de Accountantskamer. Uit het daarin aangehaalde vonnis van de Rechtbank Den Haag, via het centraal insolventieregister en uit de media zijn de namen van de controlecliënt en de groepsvennootschappen eenvoudig te traceren. Omwille van de duidelijkheid hanteren wij de bedrijfsnamen.
