Aannemen contante betaling 20k niet aangetoond
Een accountant-administratieconsulent wordt er onder meer van beticht een contante betaling van € 20.000 te hebben aangenomen. De klaagster onderbouwt deze aantijging op geen enkele manier.
Accountantskamer
- Zaaknummers:
- 24/3458 Wtra AK
- Datum uitspraak:
- 09 februari 2026
- Oordeel:
- niet-ontvankelijk / ongegrond
- Maatregel:
- geen
- Status:
- nog niet definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:TACAKN:2026:5
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Een accountant-administratieconsulent wordt in 2025 tijdelijk doorgehaald in het accountantsregister. De maatregel is nog niet definitief, want de accountant heeft hoger beroep aangetekend. De accountant is werkzaam geweest als advocaat en is met ingang van 26 april 2021 geschrapt van het advocatentableau. Een vrouw en haar ex-partner hebben een geschil over de verdeling van hun gemeenschap. In september 2022 heeft zij een overleg met de accountant en zijn dochter, die advocaat is en van september 2022 tot medio januari 2023 werkzaamheden uitvoert voor de vrouw.
Medio januari 2023 mailt de advocate aan de vrouw dat is afgesproken dat:
- de vrouw voor de afwikkeling van de gemeenschap haar vader, de accountant, als financieel adviseur "in de hand wenst te nemen";
- de dochter de advocaat van de ex-partner van de vrouw zal informeren en vragen contact op te nemen met de accountant;
- de accountant de vrouw zal begeleiden bij de financiële afwikkeling van de gemeenschap;
- voor een eventuele gerechtelijke procederen een advocaat nodig zal zijn;
- de advocate in dat geval tot haar beschikking staat.
In februari 2023 stapt de advocate over naar een ander advocatenkantoor. Eind februari 2023 mailt haar vader, de accountant, aan de vrouw de concept-tekst van een onvolledig tegenvoorstel over de toedeling van de voormalige echtelijke woning en de gezamenlijke ondernemingen.
Medio maart 2023 mailt de vrouw aan de advocate dat zij een nieuwe juridische adviseur heeft gevonden en het dossier per 16 maart 2023 bij de advocate wil afsluiten. Zij bedankt de advocate voor de bijstand.
In april 2023 stuurt de advocate een factuur van € 854,26 voor de werkzaamheden van september 2022 tot januari 2023, In de urenspecificatie staat "40,40 uur x uurtarief € 250 + bureaukosten € 606 – voorschot € 10.000 x 21% btw". Daarin zijn ook de zeventien uur werk van de accountant begrepen.
De vrouw dient een klacht tegen de advocate in bij de Orde van Advocaten en tegen haar vader, de accountant, bij de Accountantskamer.
Klacht
De accountant heeft:
- zich als advocaat voorgedaan, wat misleidend is;
- zich niet gehouden aan mondelinge afspraken, zoals het adequaat regelen van belastingzaken;
- uren gefactureerd die niet overeenkomen met de daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden;
- geen schriftelijke opdracht verstrekt, gebrekkig gecommuniceerd en geen transparantie betracht over de aard van de dienstverlening, de kosten en de voorwaarden, terwijl binnen het kantoor sprake was van belangenverstrengeling;
- een contante betaling van € 20.000 aangenomen zonder daarvoor een kwitantie te willen verstrekken.
Oordeel
De klachtonderdelen 1, 2, 4 en 5 zijn ontvankelijk en ongegrond; klachtonderdeel 3 is niet-ontvankelijk.
Ontvankelijkheid
Ook wanneer de dochter als opdrachtnemer van de vrouw eindverantwoordelijk is, kan de accountant nog steeds tuchtrechtelijk worden aangesproken op zijn eigen handelen of nalaten (zie bijvoorbeeld deze uitspraak). Of de vrouw opdrachtgever is van de accountant is voor het indienen van een klacht bij de Accountantskamer overigens niet relevant, want iedereen kan een klacht indienen tegen een accountant (zie artikel 22 Wtra). De kla(a)g(st)er hoeft geen (persoonlijk) belang te hebben of opdrachtgever te zijn.
Volgens de accountant is hij niet opgetreden als accountant maar uitsluitend als jurist. Vanwege zijn ervaring als advocaat in echtscheidingszaken heeft hij zijn dochter geassisteerd. Hij heeft geen werkzaamheden uitgevoerd waarvoor vakbekwaamheid als accountant nodig is, zodat hij geen professionele dienst heeft verleend en dient de klacht ook om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De Accountantskamer herhaalt dat sprake is van een professionele dienst als er werkzaamheden worden uitgevoerd waarvoor vakbekwaamheid als accountant wordt of kan worden aangewend. Bij het uitvoeren van een professionele dienst zijn alle fundamentele beginselen uit artikel 2 VGBA van toepassing. Verleent de accountant geen professionele dienst, dan moet deze zich bij de uitoefening van zijn werkzaamheden in ieder geval houden aan het fundamentele beginsel van professionaliteit.
De accountant heeft werkzaamheden verricht ten behoeve van de verdeling van de gemeenschap van de vrouw en haar ex-partner. Omdat deze werkzaamheden (ook) betrekking hebben op de financiële afwikkeling daarvan, gaat het om werkzaamheden waarbij hij zijn vakbekwaamheid als accountant heeft gebruikt dan wel heeft kunnen gebruiken. Daarom heeft hij zijn beroep als accountant uitgeoefend en moest hij zich houden aan alle fundamentele beginselen.
Ad 1 Zich voordoen als advocaat
Op basis van de stukken en wat is besproken op de zitting staat vast dat het tussen de partijen duidelijk was dat de dochter van de accountant de advocaat van de vrouw was en dat haar vader, vanwege zijn kennis van en ervaring met het personen- en familierecht, de dochter zou adviseren over kwesties die verband hielden met de relatiebreuk van de vrouw. Dat de accountant zich in zijn (telefonische) contacten met derden, waaronder Rabobank, zou hebben voorgedaan als de advocaat van de vrouw, heeft de vrouw niet aannemelijk gemaakt.
Ad 2 Mondelinge afspraken niet nagekomen
Er is niet komen vast te staan dat de vrouw mondelinge afspraken over haar belastingzaken heeft gemaakt met de accountant.
Ad 3 Onjuiste declaratie
De vrouw vindt de manier van factureren niet transparant en een inbreuk op de integriteit. Volgens de vrouw komen de zeventien gefactureerde uren niet overeen met de daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden. De accountant bestrijdt dat hij (als opdrachtnemer) uren heeft gefactureerd aan de vrouw. Hij heeft al zijn bestede uren intern gerapporteerd aan zijn dochter.
Volgens de Accountantskamer slaat de "inhuur derden" in de urenspecificatie op de werkzaamheden van de accountant, te weten de analyse van het dossier, het voeren van gesprekken en corresponderen. De factuur komt van (het kantoor van) zijn dochter, die onder het advocatentuchtrecht valt. Voor zover de klacht gaat over de werkzaamheden van de accountant, zegt de Accountantskamer dat de burgerlijke rechter en/of de Raad voor Geschillen van de NBA hierover moeten oordelen. Bij de Accountantskamer kan alleen met succes over declaraties worden geklaagd als een accountant bij het opstellen en indienen van de declaraties zozeer in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheid, integriteit of professionaliteit dat deze de Wet op het accountantsberoep (Wab) en daarop gebaseerde regels schendt. Dan gaat het onder meer om situaties waarin de accountant te kwader trouw bewust onjuiste of misleidende declaraties indient bij de cliënt of opdrachtgever. Dat is in deze situatie niet aan de orde, zodat dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk is (zie onder meer deze en deze uitspraak).
Ad 4 Intransparantie, communicatie en belangenverstrengeling
Het staat voldoende vast dat de accountant in opdracht van zijn dochter advies heeft gegeven over de financiële afwikkeling van het samenlevingscontract dat de vrouw met haar ex-partner had gesloten. Dit is een overige opdracht, zoals bedoeld in de NBA-handreiking 1111. Indirect gaat het om het bijstaan van een partij die een (potentieel) geschil heeft. Hoewel het aan te bevelen is zo'n opdracht schriftelijk vast te leggen, is dit niet verplicht. Dat de accountant de opdracht met zijn dochter alleen mondeling is overeengekomen, is dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Dat de accountant niet objectief heeft gehandeld, is niet gebleken. Dat hij zijn dochter heeft geadviseerd, is nog geen belangenverstrengeling; de dochter en de accountant hebben geen tegengesteld belang.
Wat betreft het onduidelijk communiceren over de aard van de dienstverlening, de kosten en de voorwaarden: dit gaat over de overeenkomst met de advocate, die de vrouw zelf heeft beëindigd. De werkzaamheden die de accountant na 13 januari 2023 heeft uitgevoerd, maken deel uit van de eerdergenoemde factuur. Als de vrouw de overeenkomst met de advocate op dit punt niet duidelijk vindt dan kan de accountant daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
Ad 5 Contante betaling
Volgens de vrouw heeft de accountant gezegd dat de opdracht in totaal € 30.000 zou kosten, waarvan zij via de bank een voorschot van € 10.000 heeft betaald en het restant van € 20.000 contant aan de accountant heeft overhandigd. Ondanks herhaalde verzoeken heeft de accountant geweigerd daarvoor een kwitantie te verstrekken. Volgens de klaagster heeft de accountant daardoor niet transparant en niet integer gehandeld.
De accountant bestrijdt uitdrukkelijk dat hij een contante betaling van € 20.000 heeft ontvangen. Omdat zij deze aantijging op geen enkele manier heeft onderbouwd, heeft de accountant aangifte van smaad en laster tegen haar gedaan. Hij kan deze aangifte desgewenst laten zien.
Volgens de Accountantskamer heeft de vrouw dit verwijt onvoldoende onderbouwd. Zo kon zij op de zitting niet concreet aangeven wanneer zij dat bedrag zou hebben betaald; "na 13 januari 2023" is niet concreet genoeg. Haar verklaring over de herkomst van dit bedrag was onduidelijk. Eerst verklaarde zij dat dit haar volledige spaargeld zou zijn en later dat zij haar woning had verkocht en een deel van de overwaarde had gepind. Zij heeft deze stellingen op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Omdat de omstandigheden waarop de vrouw zich beroept onvoldoende helder en eenduidig zijn doet de Accountantskamer op dit punt geen onderzoek en hoort zij geen getuigen.
Maatregel
Geen.
Annotatie Lex van Almelo
Een jurist is jarenlang zowel advocaat als accountant. Als advocaat wordt hij in 2021 van het tableau geschrapt. Als accountant wordt hij doorgehaald en, na herinschrijving, in 2025 tijdelijk doorgehaald, een maatregel die hangende het hoger beroep nog niet vaststaat. De bungelende accountant staat ondertussen zijn dochter bij, die als advocate de boedelscheiding van een vrouw moet afwikkelen na de ontbinding van het samenlevingscontract met haar ex. De dochter schakelt haar vader als financieel adviseur in vanwege zijn ervaring in echtscheidingszaken. De accountant komt onder meer met een voorstel voor de toedeling van de voormalige woning en de gezamenlijke ondernemingen van de exen. De advocate mailt na overleg met haar cliënte dat zij zelf in actie komt als er geprocedeerd moet worden. De accountant legt de afspraken met zijn dochter niet schriftelijk vast. Omdat het hier gaat om het bijstaan van een partij die een (potentieel) geschil heeft, is dat weliswaar raadzaam, maar niet verplicht. Omdat de accountant zijn vakbekwaamheid als accountant heeft gebruikt dan wel heeft kunnen gebruiken, heeft hij een professionele dienst verleend en moest hij zich houden aan alle fundamentele VGBA-beginselen. Wanneer een accountant géén professionele dienst verleent, worden zijn handelen en nalaten alleen langs de lat van het professionaliteitsbeginsel gelegd.
De cliënte heeft niet aangetoond dat de accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ook de zwaarste aantijging onderbouwt zij onvoldoende: de accountant zou een contante betaling van € 20.000 hebben aangenomen. De vrouw zou dit bedrag na verkoop van de woning hebben gepind en de biljetten hebben overhandigd. Maar voor het pinnen bestaat geen enkel bewijs, terwijl daarvan toch een bon of afschrift zou moeten bestaan. Desgevraagd kan de klaagster ook niet aangeven wanneer zij de contante betaling zou hebben gedaan. De accountant heeft aangifte tegen de vrouw gedaan wegens smaad. Dat is begrijpelijk, maar of politie en OM prioriteit geven aan deze aangifte, gezien de tuchtrechtelijke kerfstok van deze jurist…?
