Opinie

Het gaat niet om statistische verbanden

Een interessante 'bijvangst' van de recente discussie over het thema onafhankelijkheid op deze site zijn de verwijzingen naar wetenschappelijk onderzoek, aangereikt door Leen Paape (in zijn commentaar op Auke de Bos en Barbara Majoor) en ook door Jan Bouwens.

Beide hoogleraren menen dat de door hen genoemde onderzoeken aantonen dat de combinatie van controle en advies een non-probleem is, aangezien deze combinatie niet van invloed is op de objectiviteit van accountants. De Tweede Kamer is dus bezig haar tijd te verdoen!

Weliswaar zijn niet alle aangegeven bronnen publiek toegankelijk (want verscholen achter tariefmuren) maar een paar toch wel: een Engels rapport, gepubliceerd door de Auditing Practices Board (2009, met een update in 2010) in verband met een consultatie over aanscherping van de onafhankelijkheidsregels aldaar, en een artikel van Romano (2005) over het effect van de Sarbanes Oxley wetgeving in de VS op de kwaliteit van de accountantscontrole.

Beide publicaties betreffen inventarisaties van een groot aantal (deels dezelfde) omvangrijke onderzoeken uitgevoerd in de VS, en in mindere mate in het VK en Australië, hoofdzakelijk in de laatste twintig jaar.

Uit het APB-rapport blijkt onmiskenbaar een aanzienlijke afname in de non-audit services verleend door accountants aan hun controlecliënten, met name na de eeuwwisseling.  Dit zowel relatief (ten opzichte van controlediensten) als in absolute bedragen. In de periode 1990-2000 namen de adviesdiensten juist in rap tempo toe, om in 2000 een piek te bereiken. Daarna zette de daling in.

Bedroegen een goede tien jaar geleden de advieshonoraria nog een veelvoud van de controlehonoraria, daarvan lijkt nu geen sprake meer te zijn. Gemiddeld bedroegen in 2009 (het laatste meetjaar) de advieshonoraria zo'n zestig procent van de controlehonoraria. Dat is overigens ruim tweemaal zoveel als hier te lande gemeten ('de Accountant' komt voor 2009 op zo'n 25 procent), maar dat kan ook te maken hebben met de leemte (aangaande netwerkorganisaties) in de Nederlandse wet.

Zowel de APB als Romano trekken uit de door hen geïnventariseerde onderzoeken de conclusie dat er geen verband is aangetoond tussen de advies/controle-combinatie en de kwaliteit van de controle.

Romano is hierin stelliger dan de APB. Zij meent dat de invoering van de Sarbanes-Oxley wetgeving in de VS (na de ondergang van Enron en Worldcom) eerder uit politiek opportunisme is te verklaren dan dat er een objectieve rechtvaardiging voor bestond: politici meenden 'iets' te moeten doen, maakt niet uit wat, om hun herverkiezing veilig te stellen.

De APB is genuanceerder in de interpretatie van de onderzoeksuitkomsten. Zij merkt op dat als marktpartijen hun vertrouwen dreigen te verliezen, maatregelen gebaseerd op gemiddelde uitkomsten onvoldoende kunnen zijn.  De APB waarschuwt verder dat deze onderzoeken sterk contextafhankelijk zijn; aangezien het meeste onderzoek is uitgevoerd in de VS is de relevantie voor het VK beperkt. Dat geldt dus in nog veel sterkere mate voor continentaal Europa.

Ten slotte worden de onderzoeken geplaagd door meetproblemen: het gebruik van zogeheten proxies, benaderingen, om de kwaliteit van de accountantscontrole te meten.

Nu hebben Enron, Worldcom en andere casussen aanleiding gegeven tot de nodige literatuur, die deze onderzoeksuitkomsten lijkt te weerspreken. Hoe is deze discrepantie te verklaren?

De meest voor de hand liggende verklaring is natuurlijk dat juist door de grote omvang van de onderzoeken (tot enkele duizenden controles per onderzoek) het betrekkelijk geringe aantal probleemgevallen niet of nauwelijks invloed heeft op de statistische uitkomsten.

Dit feit, tezamen met de door de APB geuite caveats, zou ons moeten behoeden voor een al te stellige conclusie. Want de politieke noodzaak tot het zichtbaar nemen van maatregelen na ostentatief falen van controleurs, is meer dan alleen politiek opportunisme.

In dit geval wordt een generieke maatregel voorgesteld om incidenteel voorkomende misstanden te bestrijden. De politieke rechtvaardiging zit dan in de enorme impact die het falen van de controleurs heeft gehad op het vertrouwen in de controle. En niet in de gezochte statistische correlatie.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Joop Anemaet is directeur van Menon Consultants en externe compliance officer bij enkele mkb-accountantskantoren.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.