Marcel Pheijffer

De 'olifant in de kamer' is het beroep dat accountants doen op de geheimhoudingsplicht ten opzichte van derden, aldus Marcel Pheijffer in reactie op een recente column van Arjan Brouwer.

Discussie Column

Psssst Arjan: er staat een olifant in je kamer…

Waarde Arjan,

Afgelopen week verscheen een column van jouw hand, over de geheimhoudingsplicht en fraude. Het wekte direct mijn interesse. Maar na lezing (en herlezing) ben ik eerlijk gezegd nogal teleurgesteld. Waarom? Omdat je aanpak van de geheimhoudingsplicht vooral intern is gericht. Over het 'leed' onder accountants, die volgens jou geen informatie mogen uitwisselen. Maar de 'olifant in de kamer' lijk je niet te willen zien of bespreken.

Het eerste punt dat je aanraakt betreft de communicatie tussen twee accountants binnen dezelfde accountantsorganisatie. Het tweede punt betreft de communicatie tussen accountants van verschillende accountantsorganisaties.
Je lardeert dit met het volgende voorbeeld: (1) medewerker van onderneming A koopt ambtenaar van gemeente B om, waarbij A en B beiden door accountantsorganisatie X worden gecontroleerd. En (2) de accountants zijn van verschillende accountantsorganisaties.

Jouw eerste punt werd uitstekend geadresseerd in de voorganger van de huidige Verordening Gedrags- en Beroepsregels Accountants (VGBA), namelijk in de Verordening Gedragscode Accountants (VGA). In artikel A-140.4 staat namelijk: "De registeraccountant overweegt de noodzaak de geheimhoudingsplicht in acht te nemen binnen de accountantspraktijk waaraan hij is verbonden of waarbij hij werkzaam is of binnen de organisatie waarbij of ten behoeve waarvan hij werkzaam is." Dit artikel bood alle mogelijkheden om jouw eerste voorbeeld te adresseren. Het artikel is echter door het accountantsgilde zelf afgeschaft.

Nog niet zo lang geleden hadden we dus een prima bepaling voor de problematiek die jij schetst. In de Verordening Gedragscode stond in het hoofdstuk over de geheimhouding (A-140) bovendien nog een in casu uiterst relevante bepaling. Ook die is door het accountantsgilde zelf de nek omgedraaid. Het gaat namelijk om artikel A-140.7, dat als volgt aanvangt: "De registeraccountant kan in een situatie komen te verkeren waarin hij verplicht is of waarin het maatschappelijk juist is vertrouwelijke informatie bekend te maken." Na die zinsnede volgden enkele voorbeelden. Weliswaar staat jouw eerste voorbeeld daar niet bij. Maar dat voorbeeld past naadloos in het rijtje wel genoemde voorbeelden. Omdat dat 'maatschappelijk juist' en wenselijk is om in de beschreven situatie informatie uit te wisselen.

Ik mis in jouw analyse de link met de goede regels die we hadden en die het gilde zelf heeft geschrapt. Dat laatste is een relevant feit. Daarmee stel je een oplossingsrichting voor, in het kader van een probleem dat door accountants zelf is gecreëerd. Hetgeen je best op had mogen merken. Voorts: als de accountant van onderneming A diens cliënt om ontheffing van de geheimhoudingsplicht had gevraagd, zou deze wellicht ook verkregen zijn. Is het niet door het bestuur, dan toch wel van de Raad van Commissarissen. En wordt die toestemming niet verkregen, zou het dan niet zo kunnen of wellicht zelfs moeten zijn dat de accountant van onderneming A dan diens opdracht teruggeeft?

De mogelijkheid tot ontheffing volgt uit het (huidige) VGBA artikel 16 sub d: de verplichting tot geheimhouding is van toepassing behoudens voor zover de accountant "van de organisatie waarvoor hij een professionele dienst uitvoert of heeft geleverd, in het kader van een specifiek doel schriftelijke toestemming tot het verstrekken van de gegevens of inlichtingen heeft verkregen en dit doel wordt vastgelegd". Daarbij dient de accountant ingevolge artikel 17 sub a VGBA te betrekken "de belangen van betrokken partijen en derden, waaronder het algemeen belang". Merk op dat de laatste twee woorden hier niet voor niets staan en naadloos passen in jouw eerste voorbeeld.

In jouw tweede voorbeeld gaat het om informatieoverdracht tussen accountants van verschillende accountantsorganisaties. Dat maakt het niet wezenlijk anders: met de huidige regelgeving in de hand, kan de accountant van onderneming A ook dan om ontheffing geheimhouding verzoeken (en de opdracht teruggeven als deze niet wordt verkregen).

Kortom: je analyse is niet volledig. Zie in dat verband ook de reacties die je bij jouw blog kreeg van Barry van Leeuwen en Arnout van Kempen, waarbij ook het Wwft-perspectief een rol speelt. Voorts is het de vraag of aan de uitspraak inzake Mazars, waarnaar je verwijst, veel betekenis kan en moet worden toegekend. Het is een uitspraak in eerste aanleg, waartegen vermoedelijk beroep is of zal worden aangetekend. Bovendien is er kritiek mogelijk op de uitspraak van de rechter (zie bijvoorbeeld een eerdere blog van ondergetekende: 'Controle Value8 blijft wespennest', 7 mei 2021).

Maar los van al het voorgaande, wat mij het meeste stoort is het volgende. Je plaatst de geheimhoudingsproblematiek met de blik naar binnen gericht. Op de volgens jou bestaande – en door mij betwiste – belemmeringen van informatie-uitwisseling tussen accountants. Alsof daar het grootste probleem inzake de geheimhoudingsplicht (en fraude) ligt.

Je laat de 'olifant' in de geheimhoudingskamer van het gilde der accountants echter totaal onbesproken, namelijk: het beroep dat accountants telkens doen op de geheimhoudingsplicht ten opzichte van derden, participanten in het maatschappelijk verkeer. (Belangenverenigingen van) aandeelhouders, onderzoekscommissies, curatoren, overheidsinstellingen, politiek en media. Daar liggen maatschappelijke wensen aangaande de wijze waarop accountants met de geheimhouding omgaan.

Daar ligt derhalve de wáre problematiek rond de geheimhoudingsplicht; vertegenwoordigers van genoemde partijen hebben daar regelmatig op gewezen. Met recentelijk als nieuw dieptepunt de handelwijze van EY in de Wirecard-kwestie in Duitsland. Ik raad je aan het 2.026 pagina’s tellende rapport van de parlementaire onderzoekscommissie eens te lezen. De naam van het naar de mening van de commissie volledig falende EY komt daarin vaker voor – en niet op positieve wijze – dan die van de vermeende 'boeven' Markus Braun en Jan Marsalek.

Veelzeggend in dit verband is de volgende quote, opgetekend uit de mond van een Duitse parlementariër (Kizilteppe, SPD) tijdens de behandeling onlangs (25 juni 2021) van het rapport in het Duitse Parlement: "Im fall Wirecard mussten wir lernen: Die Testate von EY waren jahrelang fehlerhaft. Am Ende fehlten 1,9 Milliarden Euro auf Treuhandkonten in Asien. Das ist ein Drittel der zuletzt testierten Wirecard-Bilanzsumme, Liebe Kolleginnen und Kollegen. Doch staat einer ehrlichen und transparanten Fehlersuche sehen wir von EY bis heute vor allem eines: Rauch und Nebel. Wer aufklären möchte, versteckt sich nicht hinter Jan Marsalek, behauptet nicht, den Betrug selbst aufgeklärt zu haben, nachdem man jahrelang alles abgesegnet hat. Wer aufklären möchte, enthält der Öffentlichkeit keine Dokumente met Pseudoargumenten vor und versucht nicht, wie noch diese Woche, die Veröffentlichtung des Ausschussberichts vor dem Verwaltungsgericht zu verhindern."

Als het accountantsgilde echt stappen vooruit wil zetten op het terrein van de geheimhoudingsplicht en fraude, dan dient de 'olifant' de accountantskamer te verlaten.

Met collegiale groet,

Marcel

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.