Marcel Pheijffer

De zaak rondom Theranos-oprichtster Elizabeth Holmes geeft voor Marcel Pheijffer nieuwe betekenis aan de term 'bloedgeld'.

Discussie Column

Bloedgeld, een spannende casus

In de middeleeuwen stond 'bloedgeld' voor geld dat moordenaars betaalden aan de familie van hun slachtoffer(s), om zo wraak en vergelding ('bloedwraak') te voorkomen. Later kreeg het een ruimere betekenis en werd het ook gebruikt om het 'karige loon voor zware handenarbeid' te duiden. In de bijbel, de Islam en in Aziatische landen zoals Japan en Korea kent het begrip een eigen invulling.

In de moderne maatschappij is ook de betekenis van bloedgeld gemoderniseerd. Zo worden de winsten die banken en verzekeringsmaatschappijen realiseerden met woekerpolissen, winstverdriedubbelaars en aanverwante producten ook als bloedgeld gezien. Op beloningen die ondernemingsbestuurders verkrijgen en die in een wanverhouding staan tot het loon van de gemiddelde werknemer, past de kwalificatie ook.

In deze bijdrage plaats ik het de kwalificatie 'bloedgeld' in een andere context. Dat doe ik naar aanleiding van het Amerikaanse bedrijf Theranos, dat op oneigenlijke gronden 'groot' is gemaakt door oprichtster Elizabeth Holmes. Als vrouw was zij een rolmodel in Silicon Valley, naast mannen als Tesla's Elon Musk en Amazon's Jeff Bezos. Ze brak haar studie aan Stanford University op negentienjarige leeftijd af, om in 2003 Theranos te starten. Het bedrijf zou staan voor een revolutionaire techniek, waarbij met slechts één druppel bloed meer dan honderd medische testen kunnen worden gedaan. Zo zouden onder meer virussen, kanker en hart- en vaatziekten snel kunnen worden gesignaleerd en zouden allerhande bloedwaardes worden getest.

Theranos werd privaat gefinancierd, veelal door andere ondernemers die honderden miljoenen dollars investeerden. De onderneming ging partnerships aan met onder meer Walgreen, ziekenhuizen en de Amerikaanse krijgsmacht. De waarde van Theranos steeg in 2014 tot ongeveer negen miljard dollar, waarvan meer dan de helft aan Elizabeth Holmes werd toegerekend. Zij verscheen op de cover van het befaamde Fortune Magazine.

Vanaf 2015 kwam Theranos onder een vergrootglas te liggen. Met name van John Carreyrou, onderzoeksjournalist van The Wallstreet Journal. Hij beet zich vast in tips die hij kreeg over onethische en schadelijke praktijken binnen Theranos. Dat die tips er kwamen was niet verwonderlijk: diverse medewerkers hadden de onderneming de tien jaar daarvoor reeds verlaten vanwege die praktijken. In 2018 publiceerde de journalist er een onthullend boek over: Bad blood. Secrets and lies in a Silicon Valley startup.

Toezichthouders waren inmiddels begonnen aan onderzoeken naar Theranos. In juni 2018 werd (onder andere) Holmes door justitie aangeklaagd voor het jarenlang plegen van fraude, waarna zij terugtrad als ceo van Theranos. Niet veel later ging het bedrijf ter ziele. Simpel uitgelegd zou de fraude erin hebben bestaan dat zowel de mensen die gebruikmaakten van de diensten van Theranos als de investeerders door (onder andere) Holmes zouden zijn misleid. Gebleken is dat de bloedtesten die Theranos uitvoerde niet adequaat met de zelf ontwikkelde technologie konden worden uitgevoerd en dat daarvoor achter de schermen traditionele apparatuur van andere, gereputeerde ondernemingen werd gebruikt.

Op 3 januari 2022 is Holmes door een jury schuldig bevonden aan het plegen van fraude. Vier aanklachten inzake de misleiding van investeerders zijn gegrond verklaard. Opvallend is echter dat de zeven andere aanklachten inzake de kern van de zaak - namelijk of patiënten zijn misleid, die bloed af hebben gestaan om door Theranos te laten testen - niet bewezen zijn verklaard dan wel dat de jury daarover niet eensluidend kon beslissen.

So far so good. Geen accountantsverhaal zult u denken. Mispoes! Want aan de Theranos-casus kleven wel degelijk accountancy-aspecten. Voor een reconstructie verwijs ik naar de Amerikaanse accountancy-watcher Francine McKenna, die er een lezenswaardige bijdrage over schreef op haar website The Dig. Ik ben hierna schatplichtig aan McKenna en bespreek enkele van haar observaties.

Ten eerste het feit dat Theranos een private, niet-beursgenoteerde onderneming betrof die geen door accountants gecontroleerde jaarrekeningen liet opmaken en publiceerde. Ten tweede het feit dat de investeerders, die zo’n 700 miljoen dollar in Theranos staken, geen deugdelijke due diligence uitvoerden en zij evenmin zelf om door accountants gecontroleerde jaarrekeningen hebben gevraagd.

Het moge duidelijk zijn dat de investeerders door deze twee feiten zelf een (extra) risico hebben genomen. In zekere zin is er dan ook een mate van eigen schuld ten aanzien van het verlies dat zij hebben geleden. Echter, ook zonder accountantscontrole en een openbare jaarrekening bestaat er nog geen enkele reden om te frauderen. Dat Elizabeth Holmes strafrechtelijk wordt aangepakt is dan ook terecht. Zij riskeert een straf van maximaal twintig jaar per aanklacht waarvoor zij schuldig is bevonden. Het is overigens niet de jury - die Holmes schuldig heeft bevonden - maar de rechter die later dit jaar de uiteindelijke straf van Holmes zal bepalen. In de Verenigde Staten lijkt de inschatting dat die eerder maximaal tien jaar, dan tientallen jaren zal bedragen.

Mijn derde opmerking is dat accountantscontrole toen deze uiteindelijk wel werd uitgevoerd, nuttig bleek. Een divisie van SoftBank leek eind 2017 bereid om Theranos honderd miljoen dollar uit te lenen, maar onder de strikte voorwaarde dat de jaarrekening 2017 dan wel door een accountant zou worden gecontroleerd. Daarop schakelde Theranos een kleine accountantsorganisatie (OUM & Co) in. Deze kwam al snel tot de conclusie dat Theranos - ook na de lening van SoftBank - niet genoeg geld zou hebben om het bloedtestapparaat door de wettelijk vereiste keuring te krijgen. Een keurig en helder oordeel.

Vervolgens stelt McKenna in haar analyse - met als titel: Elizabeth Holmes and her Big4 audit firm buddies at Theranos - de vraag aan de orde waar de big four in deze casus in beeld komen. Volgens een voormalig controller van Theranos (Danise Yam) heeft EY een oordeel gegeven over de jaarrekeningen over 2006-2008. Maar kennelijk zijn deze nooit openbaar gemaakt.

Vervolgens nam KPMG het stokje over en dit kantoor zou de jaarrekeningen 2009-2010 controleren. Maar tot het afgeven van een accountantsverklaring is het door een verschil van inzicht tussen KPMG en Theranos nooit gekomen. Hetgeen er niet aan de weg stond dat KPMG - aldus controller Yam - tot in 2015 diverse advieswerkzaamheden voor Theranos bleef uitvoeren en ook op de hoogte werd gehouden van de financiële positie van het bedrijf. KPMG hielp Yam met zaken als het opstellen van (kennelijk interne) jaarrekeningen, betalingen aan werknemers en leveranciers, het bijhouden van toegekende opties en de relaties met financiers.
Deloitte heeft niet gereageerd op de vraag van McKenna of het kantoor werkzaamheden voor Theranos heeft uitgevoerd.

Resteert PwC, die geen controlewerkzaamheden maar adviesdiensten voor Theranos heeft uitgevoerd. Met name in de periode september 2016 tot in het voorjaar van 2019 maakte PwC meer dan tienduizend uur met het verzamelen van sms- en e-mailberichten van Holmes. Op sommige momenten werkten er wel veertig PwC-ers aan de casus. Met als doel Theranos en Holmes te helpen om te reageren op onderzoeken van de Amerikaanse autoriteiten, met name van de Securities & Exchange Commission (SEC), de Amerikaanse beurstoezichthouder, en van Justitie.

Dergelijke werkzaamheden (die van PwC) van accountantsorganisaties zijn in de Verenigde Staten noch in Nederland verboden en worden vaak uitgevoerd door de forensische afdelingen van de big four-kantoren. Er is een concurrentiestrijd gaande tussen advocaten en accountants om dergelijke opdrachten binnen te halen. Sommige accountants claimen daarbij een voorkeursrecht, omdat zij in tegenstelling tot advocaten 'onafhankelijk en betrouwbaar' onderzoek zouden doen. Echter, onderzoeken voor cliënten die uit de klauwen van de autoriteiten willen blijven kennen, ook als zij door accountants worden uitgevoerd, een inherent risico van 'meedenken met de cliënt', 'selectieve waardering van bewijsmateriaal' en 'containment' (ofwel het klein houden van het onderzoek).

Voorts past de vraag hoe het uitvoeren van dergelijke opdrachten door accountantsorganisaties zich verhoudt tot hun publieke taak en poortwachtersrol. Gaat het hier eigenlijk ook niet om het verdienen van ‘bloedgeld’ omdat de opdracht - zoals die van Theranos aan PwC - er de facto op is gericht om de schade te beperken en zo min mogelijk te vergoeden aan benadeelde partijen?

Wat daar ook van zij, Francine McKenna stelt in haar column dat Theranos-investeerders geld verloren toen de poortwachters hun werk niet goed deden: "Two audit firms, EY and KPMG were there to do audits and didn’t raise their hands to signal to the public or the regulators that something might be amiss. One more, PwC, preferred to collect millions to help the company and its executives stay out of trouble while Theranos continued to use faulty medical devices with real patients."

Dat laatste is voor mij overigens het meest wrange in de casus: Holmes wordt vooralsnog niet veroordeeld voor misleiding van patiënten, maar voor fraude jegens investeerders. Holmes verdiende geld aan hun bloed. Bloedgeld. Wat zou het mooi zijn als accountants dergelijke praktijken tijdig signaleren en stopzetten, in plaats van daaraan geld te verdienen. Bloedgeld?

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.