Jan Bouwens

Om grensoverschrijdend gedrag effectief te bestrijden moet ook het wegkijken worden bestraft, meent Jan Bouwens.

Discussie Column

Bestraffen van wegkijken

In het kielzog van wat we bij The Voice of Holland ontwaarden, zien we meer schandalen waarbij ook bekende Nederlanders betrokken zijn langskomen, met Ajax-directeur Marc Overmars en VI-boegbeeld Johan Derksen als recente dieptepunten. Nu zijn dit gebeurtenissen bij gezichtsbepalende bedrijven, maar het gedrag blijft niet beperkt tot alleen deze bedrijven.

Al in 2012 schreef het Tijdschrift voor Seksuologie dat bijna veertig procent van de Nederlandse vrouwen (boven de 25) mannen tegenover zich vonden die bleven aandringen, ook nadat zij waren afgewezen. En 34 procent van de vrouwen werd op een plek aangeraakt waar dat niet aan de orde was. Binnen bedrijven moet zulk gedrag als sterk ongewenst worden aangeduid, maar hoe kun je de kans op dat gedrag verkleinen?

John de Mol sprak van handboeken waarin (on)gepast gedrag werd besproken en van loketten waar een slachtoffer altijd een gewillig oor zou vinden. Een handboek of een loket vormt echter een onvoldoende hoge barrière tegen ongewenst gedrag jegens mensen die lager op de hiërarchische ladder staan. Om serieus een veilige omgeving te creëren moet, naast andere maatregelen en kanalen, nagenoeg elke medewerker zich zeer sterk geroepen voelen om collega's aan te spreken als zij anderen schade toebrengen.

In het concrete geval van The Voice zou het in dat kader zeer geholpen hebben, als de collega-bandleden van Jeroen Rietbergen hem hadden aangesproken op zijn gedrag. Als hij zulke signalen zou negeren, zouden dezelfde bandleden zich verplicht moeten voelen de baas van Rietbergen op de hoogte te stellen van misdragingen. In het geval van Ajax kun je je voorstellen dat de betrokken vrouw geen actie durfde te ondernemen, maar dat haar collega's dat wel hadden gedaan als zij van de abjecte picture kennis hadden genomen. Maar hoe krijg je ze zover?

Een sterke stimulans bestaat er uit een regel in te stellen, die bepaalt dat een omstander die ongewenst gedrag observeert, de plicht heeft de baas van de overtreder of een breed vertrouwde onafhankelijke vertrouwenspersoon op de hoogte te stellen van wangedrag. Mocht op een later tijdstip blijken dat laakbaar gedrag werd gezien door een medewerker, maar dat deze ervoor koos weg te kijken, dan zou die medewerker bestraft moeten worden voor het achterhouden van informatie.

Verder moet de omstander niet worden beloond voor zijn actie, maar moet deze juist worden gestraft als hij informatie achterhoudt. Zo gauw als wangedrag zich openbaart, moet de pleger worden aangesproken door de baas van de pleger.

Deze wijze van organiseren komt niet uit de lucht vallen, want uit onderzoek blijkt dat straffen voor slecht gedrag - zoals het achterhouden van informatie over strafbaar gedrag – veel effectiever is dan het belonen van goed gedrag. In psychologische zin is dat ook goed te verklaren. Want daar waar belonen werkt om goed gedrag te bevorderen, hebben we het hier over het helpen voorkomen van slecht gedrag: het achterhouden van informatie. Bovendien verleent bestraffing de informant de rechtvaardiging naar collega's om wangedrag kenbaar te maken; het verwijt van 'klikken' wordt moeilijk, want zij/hij moet wangedrag immers aan de kaak stellen.

Toch zit in het klikken ook de zwakte van mijn voorstel. Want zelfs bij uitvoering van het straffen-voor-achterhouden-van-informatie-idee zal de melder toch als klikspaan worden gezien, tenzij het gedrag voldoende negatief opzien baart. De melder moet dan wel heel zeker in haar/zijn schoenen staan. Een tweede probleem is dat er mogelijk een 'kliktraditie' ontstaat, waar niemand zich nog comfortabel of veilig bij voelt. Wat wellicht helpt in dit verband is dat de impactvolle onwenselijke gedragingen zich laten omschrijven (pesten, onoorbare voorstellen, handtastelijkheden). Daardoor staat het gelijk aangaande de impact zonder meer aan de kant van de melder.

Natuurlijk moet de mededeling van de melder leiden tot een onderzoek, alvorens de dader wordt aangesproken. Je zou willen dat alle ongefundeerde beklaagden hetzelfde overkomt als Humberto Tan, die na de valse aantijgingen van Albert Verlinde werd geholpen door veel mensen die onmiddellijk de valse getuigenis van Verlinde koud stelden.

Er is geen eenvoudige oplossing, maar handboeken en loketten lossen het probleem niet op. Binnen organisaties een hele grote meerderheid creëren die abject gedrag actief (!) afkeurt, geeft uiteindelijk de echte oplossing. Wellicht wordt een begin gemaakt door ook wegkijken bij seksueel laakbaar gedrag binnen de organisatie te bestraffen.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Jan Bouwens is hoogleraar accounting UvA en research fellow University of Cambridge.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.