Wie wordt er nou gelukkig van het 'saaie' accountantswerk: dossiervorming, vastleggingen, uitzoekwerk? Marjan Heemskerk niet, in ieder geval. Maar wat als niemand dat saaie werk nog wil doen?
Discussie ColumnWat gebeurt er als niemand het saaie werk meer wil doen?
Dossiervorming, vastleggen en uitzoeken: zulk werk vormt nog altijd de basis van het accountantsvak. Alleen wordt die basis steeds minder vanzelfsprekend.
De reflex van de sector is inmiddels bekend. Automatiseren, standaardiseren, efficiënter werken. Logisch ook, want de druk is hoog en capaciteit schaars. En ja, veel werk kan slimmer. Maar wat daarbij vaak wordt onderschat, is dat het werk niet verdwijnt. Het verschuift.
Waar vroeger veel tijd zat in invoer, verwerking en steekproeven, zit het werk nu steeds vaker in controle, interpretatie en uitzonderingen. Systemen nemen het voorspelbare deel over, waardoor juist het onvoorspelbare overblijft. En dat vraagt niet minder van accountants, maar iets anders. Meer context, meer inzicht, meer beoordelingsvermogen. En precies daar zit iets interessants.
Hoe je het vak leert (of hebt geleerd)
Want het zijn juist die uitzonderingen, die moeilijk aan te leren zijn zonder een stevige basis. Veel accountants hebben het vak geleerd door herhaling. Door dossiers op te bouwen, fouten te zien, verbanden te leggen. Niet het meest spectaculaire werk, maar wel het werk waardoor je gevoel ontwikkelt voor wat klopt en wat niet.
Als dat proces verandert of wordt ingekort, verandert ook hoe vakmanschap ontstaat.
Dat zie je nu langzaam gebeuren. Minder leren door te doen, meer vertrouwen op systemen. Efficiënt, maar ook kwetsbaar. Want systemen signaleren veel, maar begrijpen niet alles. En als iets buiten de standaard valt, komt het alsnog neer op professioneel oordeel. Alleen is de vraag steeds vaker: wie heeft dat oordeel nog voldoende ontwikkeld?
Dossiers die 'kloppen'
Juist in dat ogenschijnlijk saaie werk zit waar het vaak echt om draait. Niet in de grote lijnen, maar in het moment waarop je nét iets langer kijkt en een afwijking niet wegklikt, maar uitzoekt.
Dat is geen spectaculair werk, maar wel het verschil tussen een dossier dat 'af' is en een dossier dat echt klopt. En precies dat werk komt onder druk te staan. Niet omdat het verdwijnt, maar omdat er steeds minder tijd en aandacht voor is. Terwijl het zich juist niet laat versnellen en essentieel blijft voor de kwaliteit van het vak.
Niet dat het werk verdwijnt, maar de bereidheid om het te doen neemt af, terwijl het belang blijft. En dat dwingt tot een verandering die verder gaat dan alleen technologie.
Want als niemand dit werk nog wil doen, kun je het niet blijven organiseren zoals je dat altijd hebt gedaan.
Dan moet je anders kijken naar hoe je teams inricht, hoe je mensen opleidt en hoe je technologie inzet. Niet als doel op zich, maar als onderdeel van een andere manier van werken. En daar wringt het misschien nog wel het meest.
De welbekende olietanker
De accountancy staat niet bekend als een sector die snel verandert. Eerder als een olietanker: betrouwbaar, degelijk, maar traag als het aankomt op koerswijzigingen. Terwijl dit precies zo’n ontwikkeling is die vraagt om vooruitdenken.
In die zin voelt het alsof deze beweging al tien jaar geleden had moeten beginnen.
Niet omdat de problemen toen al zo zichtbaar waren als nu, maar omdat de richting al duidelijk was. Automatisering, veranderende verwachtingen van nieuwe generaties, de verschuiving naar advies: het zijn geen nieuwe thema's. Alleen wordt nu pas echt zichtbaar wat dat betekent voor de basis van het vak.
En misschien is dat ook waarom het schuurt. Omdat het niet alleen gaat over efficiëntie of capaciteit, maar over de vraag hoe het vak zich ontwikkelt. Wie doet welk werk nog? Hoe leer je het vak als een deel van de leercurve verdwijnt? En wat gebeurt er als het fundament steeds minder aantrekkelijk wordt, maar wel noodzakelijk blijft?
Misschien vraagt dat om een andere manier van kijken. Niet door het werk te labelen als saai of interessant, maar door te erkennen dat beide onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat advies alleen waarde heeft als de basis klopt. En dat die basis niet vanzelf blijft bestaan.
Want uiteindelijk is de vraag niet hoe we het saaie werk wegkrijgen. Maar wat er gebeurt als niemand het meer wil doen.
