Discussie | Debat

Jere Francis: 'Niet alleen groot denken!'

Het is veel economen met de paplepel ingegoten om fenomenen op hoog niveau te analyseren en niet op individueel niveau. Dat was ook lange tijd de aanpak van de gelauwerde prof. dr. Jere Francis, die op 15 september 2022 zijn inaugurele rede uitsprak aan Maastricht University. Maar van die opvatting is hij inmiddels teruggekomen. Francis is er nu vol van overtuigd dat met name individuele partners en teams binnen accountantskantoren de kwaliteit van de accountantscontrole bepalen.

Luc Quadackers

Jere Francis - inmiddels bijna 35.000 keer geciteerd in wetenschappelijke publicaties - is sinds enkele jaren Research Chair van de Foundation for Auditing Research (FAR). Hij werkt vanuit Maastricht University, die zijn plek samen met de FAR sponsort. Tijdens zijn oratie gaf Francis in vogelvlucht inzicht in de ontwikkeling van zijn onderzoeksaanpak van 'groot naar klein'.

JereFrancis_900x590.jpg

Zo bleek uit vroeg onderzoek op hoger niveau dat big four-kantoren een hogere kwaliteit accountantscontrole leveren dan non-big four-kantoren. Ook branche-expertise van kantoren heeft een positieve invloed.

Vervolgonderzoek liet echter zien dat de big four-resultaten niet in ieder land gelden en dat branche-expertise en kwaliteit samenhangen met het vestigingsniveau van een kantoor. De eerder veronderstelde superioriteit van big four-controles lijkt (in de Verenigde Staten) vooral te worden veroorzaakt door de grootste vestigingen. Die bevinding zette onderzoek in gang naar hoe cultuur en human capital van grote kantoorvestigingen leiden tot betere controlekwaliteit. Partnereffecten blijken belangrijk te zijn bij het verklaren van verschillen in controlekwaliteit. Partnergeleide teams verklaren controlekwaliteit beter dan verschillen tussen kantoren of verschillen tussen kantoorvestigingen.

'De eerder veronderstelde superioriteit van big four-controles lijkt (in de Verenigde Staten) vooral te worden veroorzaakt door de grootste vestigingen.'

Er is echter nog onvoldoende bekend hoe partners en hun controleteams invloed hebben op controlekwaliteit. Die vraag vormt de kern van het onderzoek dat Francis op dit moment als FAR Research Chair uitvoert. "Accountantskantoren zijn nog steeds een soort zwarte doos en onze kennis is tot nu toe beperkt tot wat we publiekelijk kunnen waarnemen over hun organisatiestructuren", aldus Francis. "We kunnen accountants en opdrachtteams niet observeren, althans niet aan de hand van openbaar beschikbare gegevens. Meer leren betekent dus dat we de zwarte doos van accountantskantoren moeten betreden. Daarvoor is de medewerking van accountantskantoren nodig en die krijgen we nu gelukkig volop via FAR."

Voorafgaand FAR-seminar 'Audit Culture and Beyond'

De oratie van Francis werd voorafgegaan door een FAR-symposium met als thema Audit Culture and Beyond, gehouden in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Sprekers waren Lena Pieper (PhD-student aan Maastricht University), Steven Maijoor (directielid De Nederlandsche Bank) en Eddy Cardinaels (hoogleraar Accounting aan Tilburg University en KU Leuven).

Invloed van teamsamenstelling en -aansturing op kwaliteit

Lena Pieper doet als PhD-student (van Jere Francis en Ann Vanstraelen) onderzoek naar de invloed van teamsamenstelling en -aansturing op de kwaliteit van de accountantscontrole.

Pieper presenteerde recente bevindingen van haar onderzoek naar de relatie tussen partner-manager-koppeling (dyads) en het functioneren van hun teams die de controleopdrachten uitvoeren. Het idee is dat partner-manager-koppels die het team aansturen waarschijnlijk meer overeenkomsten vertonen dan willekeurig samengestelde partner-manager-koppels. Als de partner en manager meer op elkaar lijken zal de communicatie en samenwerking beter verlopen, is de gedachte: likes like likes. De tweede verwachting is dat de fit tussen partner en manager invloed heeft op het functioneren van het team en daarmee op controlekwaliteit. Hierbij is met name gekeken naar het effect op omstandigheden die van een groep individuen een samenhangend team maken: psychologische veiligheid, teamidentiteit en teambetrokkenheid.

'De resultaten geven aan dat een sterke manager of partner een zwakke wederhelft kan compenseren.'

Op basis van gegevens uit vierhonderd controleopdrachten blijkt dat partner-manager-koppels inderdaad eerder worden gevormd wanneer de partners en managers vergelijkbaar zijn (in termen van commerciële vaardigheden, technische vaardigheden en leiderschap). Partner-manager-koppels met vergelijkbare sterke vaardigheden en leiderschapsgedrag hebben de meest gunstige invloed op de dynamiek van het auditteam (psychologische veiligheid, teamidentiteit en teambetrokkenheid) en op de teamprestaties. De resultaten geven aan dat een sterke manager of partner een zwakke wederhelft kan compenseren.

Verschillende niveaus van toezicht

Via een internetverbinding met de Europese Central Bank in Frankfurt sprak Steven Maijoor (bij DNB verantwoordelijk voor het bankentoezicht) over diverse niveaus van toezicht. Volgens Maijoor zijn bij het toezicht op banken drie niveaus van belang. Ten eerste het macroniveau, onder andere met betrekking tot inflatie en veranderend monetair beleid. DNB houdt nauw in de gaten hoe dit de bancaire sector beïnvloedt.

Het tweede niveau is het microperspectief en heeft bijvoorbeeld betrekking op het eigen vermogen van banken, op de leverage en op de return on equity; allemaal elementen die impact hebben op het voldoen aan eisen vanuit de regelgeving. Het derde niveau is de interne omgeving van banken, waarbij governance, organisatiecultuur en individuen in ogenschouw worden genomen.

'De combinatie van de drie toezichtniveaus maakt regulering en toezicht effectief.'

In zijn speech ging Maijoor vooral in op dit derde, laagste niveau. In de afgelopen tien jaar heeft DNB toezicht op gedrag en organisatiecultuur geïntroduceerd. Dat toezicht is gebaseerd op de gedachte dat menselijk gedrag in belangrijke mate van invloed is op de degelijkheid en integriteit van financiële instellingen. Gedrag wordt gedreven door de organisatiecultuur en begint bij het gedrag van de leidinggevenden aan de top. Gedragspatronen kunnen dienen als indicatoren voor toekomstige problemen. En aanwezige problemen kunnen ook door gedrag en cultuur worden verklaard. Dit geldt ook voor accountantskantoren, waar inmiddels veel is geïnvesteerd en verbeterd op het gebied van cultuur. Maar er bestaat nog steeds een quality gap, bijvoorbeeld op het gebied van de inrichting van systemen voor het tijdig signaleren van problemen.

Voor cultuur geldt de bekende ijsberg-metafoor: de top van de ijsberg representeert het zichtbare gedrag (zoals genomen beslissingen, leiderschapsstijl en communicatie) en onder water bevinden zich de groepsdynamiek en de overall mindset, die de fundamentele drivers van gedrag vormen. Met deze factoren houdt DNB rekening om de kwaliteit en effectiviteit van governance te verbeteren, bijvoorbeeld door te focussen op risicocultuur en risicoaanpak. Maijoor: "De combinatie van de drie toezichtniveaus maakt regulering en toezicht effectief. Voor het macro- en microniveau is al veel kennis beschikbaar op basis van onderzoek. Het laagste niveau kan echter zeker baat hebben bij de onderzoeksagenda die Jere Francis via de FAR uitvoert."

Nieuwe inzichten over auditkwaliteit

Aan de hand van praktische vraagstukken leidde Eddy Cardinaels de deelnemers door enkele van zijn onderzoeken. Die onderzoeken hebben allemaal te maken met social dynamics, dat uitgaat van de gedachte dat individuen worden beïnvloed door gedrag van anderen. Hij besprak allereerst een onderzoek naar vriendschappelijke connecties tussen leden van audit committees en de ceo en de invloed daarvan op het interne toezicht binnen ondernemingen. Conclusie: Vriendschappelijke connecties hebben een negatieve impact op intern toezicht. Een probleem dat Cardinaels aanhaalt is dat de audit committee vaak pas wordt benoemd nadat de ceo is aangesteld.

Het tweede onderzoek betrof het al dan niet imiteren van (goede of minder goede) senior auditors door junior auditors, bij het uitvoeren van een fair value inschatting. Junior auditors imiteren de goede senior auditors gelukkig meer dan de minder goede. Die relatie is sterker wanneer de senior ook degene is die de promotiebeslissingen neemt.

'Vrouwelijke partners hebben een meer gespecialiseerde portefeuille.'

Het derde onderzoek dat Cardinaels toelichtte ging over inclusiviteit: conformeren accountants zich meer aan de groepsconsensus, als die groep hiërarchisch hoger geplaatste personen bevat? Uit het experiment blijkt dat deelnemers signalen van mogelijke fraude in een casus minder snel delen als de groep met accountants met een hoger functieniveau een andere mening is toegedaan. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat iemand zich eerst onderdeel moet voelen van de groep (belonging) voordat die persoon zich durft uit te spreken (althans op junior niveau). Het benadrukken van het belang van authenticiteit leidt juist tot meer conformeren.

Cardinaels sloot of met een presentatie van de eerste analyses van een onderzoek naar gender en werklast en de samenhang met controlekwaliteit, op basis van Belgische data. Mannelijke partners bedienen gemiddeld 44 cliënten en vrouwen 34 cliënten. Vrouwelijke partners hebben een meer gespecialiseerde portefeuille. De eerste resultaten suggereren dat een verhoging van de werklast vanaf een bepaald punt leidt tot lagere controlekwaliteit. De lagere hoeveelheid cliënten van vrouwelijke partners heeft een positief effect op de controlekwaliteit.

Samenvattend stelt Cardinaels: "Gedrag van accountants kan beter worden geduid als we gedrag herkennen dat is geworteld in de menselijke geest. Sociale dynamiek kan daarvan veel verklaren."

 

Luc Quadackers is eigenaar van Margila.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.