Discussie Opinie

De spiegel voor de wetenschap

De wetenschap heeft voor het accountantsberoep vast de beste intenties, maar is misschien wel te netjes gebleven.

Harold Aretz

'Academici laten zich te weinig horen in het publieke debat rondom het accountantsberoep.' Dat was recent de stelling in een discussie op deze site. Volgens academici zelf klopt deze stelling niet. De wetenschap laat zich volgens hen wel voldoende horen, maar het is de politiek die de aanbevelingen niet of niet voldoende oppakt. Mij lijkt dit niet het volledige verhaal. Er zijn voorbeelden waarin de wetenschap meer zichtbaar had kunnen zijn, ik noem er hier drie.

Als eerste de kernvraag, de rol en taak van de financial auditor in de 21ste eeuw. De 'meta'-vraag die boven alles uitstijgt. Niemand betwist dat de certificering van jaarrekeningen de afgelopen honderd jaar heeft bijgedragen aan een gezond zakelijk verkeer en dat daarmee indirect ook het publiek belang is gediend. Maar tijden veranderen en daarmee ook de maatschappelijke opgaven. Van ondernemingen wordt een positieve bijdrage verwacht bij de transitie naar duurzaamheid, een bijdrage aan sociale doelen en vooral aan rentmeesterschap - het fatsoenlijk overdragen van verworvenheden aan volgende generaties. Dat kàn ook, want ondernemingen hebben natuurlijk niet stil gestaan en hun governance ontwikkeld, ondersteund door technologische mogelijkheden. Financieel beheer zelf is - door diezelfde technologie - ook steeds meer een commodity geworden.

En met die verandering van het speelveld komt dan de vraag naar rol van de financial auditor (of accountant zo u wilt). Tenminste, als het beroep dezelfde waarde voor het publiek belang wil behouden. Of niet natuurlijk, maar dan treedt de auditor steeds meer op voor met name private belangen (de aandeelhouder, de crediteur, de bank). De reikwijdte van een controle wordt dan vergelijkbaar met pakweg die van een ISO-certificering. Maar kijk dan niet raar op, wanneer op zekere dag de beschermde status van het beroep wordt bevraagd.

Het zijn deze fundamentele vragen over veranderingen in de maatschappij die je niet in een accountancyboek terugvindt, maar wel in sociologie, antropologie, politicologie, economie en filosofie. Wetenschappen die de tijdgeest wèl weten te vangen en ons een spiegel voorhouden. En tonen dat 2022 heel iets anders vraagt dan 1990 (vòòr het internet!), laat staan 1960 of 1932. Dàar zou ik nu graag eens iets over lezen in de huidige discussies. En dan kunnen en passant de versteende dogma’s over vertrouwensleer, principaal/agent theorieën en vuistdikke jaarverslagen worden losgewrikt of overboord gezet.

Kwalitatief onderzoek naar de fundamenten krijgt vandaag de dag dus niet voldoende aandacht (dat geldt overigens niet alleen de accountancy). Daarvoor in de plaats hebben we kwantitatief onderzoek gekregen. Het kan daarbij zo gek niet zijn, of de meest exotische niches worden onderzocht. Op het FAR-congres, de jaarlijkse bijeenkomst van wetenschappers uit de hele wereld (ik was zelf nog aanwezig bij de fysieke bijeenkomsten) zoekt men de 'verbinding tussen theorie en praktijk'. Als gezegd komen daar allerlei onderwerpen voorbij. Erg in trek was toen (en nog steeds) de relatie tussen samenstelling van auditteams en de effecten daarvan op de uitkomsten van de controle. Best aardig om hier eens kennis van te nemen, deze gedragswetenschappelijke inzichten komen toch al te weinig aan bod. Maar wat is op dit moment de praktische waarde? Door de grote tekorten is men überhaupt al blij als er een team kan worden geformeerd; medewerkers die door de werkdruk uitvallen en notabene de Arbeidsinspectie die is ingeschakeld om onderzoek te doen. Dààr hoor je dan weer niemand over.

En tot slot - en niet in het minst - de hele riedel aan onderzoeken, begonnen bij AFM, CTA, MCA en culminerend in het onderzoek van de kwartiermakers. Hier is natuurlijk al (veel) te veel over gezegd en ik ga dat hier zeker niet herhalen. Wat wel opvallend is, is dat in deze commissies veel mensen van buiten het vakgebied zitten en weinig academici. En de onbevredigende conclusie is dat het beroep nu is overspoeld met wet- en regelgeving, enorme controlelasten voor organisaties en een accountant die kostbare tijd aan het dossier moet besteden, die eigenlijk voor de klant bestemd zou moeten zijn. Wie heeft bedacht dat dit tot betere besluitvorming zou leiden - Joost mag het weten. Hier had wetenschappelijk gehakt van moeten worden gemaakt.

De conclusie mag zijn dat de wetenschap hier en daar wat speldenprikken en schouderduwtjes heeft uitgedeeld en de beste intenties heeft, maar wellicht wel te netjes is gebleven. Misschien was een stevige tackle of zelfs een gestrekt been beter op zijn plaats  geweest. Dat laatste mag niet, maar de wijze waarop het beroep verder is uitgekleed vraagt om onorthodoxe middelen. Sterker nog, het lijkt gezien de urgentie geen kwestie van willen maar moeten en alle hulp is welkom. Ik steun dan ook een initiatief om voor bijdragen die het publiek belang onderstrepen op deze site een aparte rubriek in het leven te roepen.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Harold Aretz is econoom en auditor, met belangstelling voor filosofie, geschiedenis en literatuur. Initiatiefnemer van het thema ‘Hoogbegaafdheid op de Werkvloer’ binnen de Rijksoverheid.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.