Discussie Opinie

Houd de accountantsopleiding bereikbaar voor kleine praktijken

De Nederlandse Organisatie van Accountant Adviseurs (Novaa) verwelkomt de richting van de nieuwe CEA-eindtermen. Theorie en praktijk sterker verbinden, de mkb-ondernemer centraal stellen en aansluiten bij de levenscyclus van diens onderneming: dat past bij het werk van de accountant-adviseur. Maar een opleiding is pas toekomstbestendig als zij ook uitvoerbaar is bij kleine praktijken.

Marco Moling

Daar wringt dit concept. Veel kleine kantoren richten zich op samenstellen, fiscale aangiften en ondernemersadvisering. Beoordelingsopdrachten, andere assurance en vrijwillige jaarrekeningcontroles ontbreken vaak. Toch moet iedere eindterm minimaal eenmaal op startbekwaam niveau worden uitgevoerd en bieden simulaties beperkte ruimte. Waar moeten trainees hun opdrachten en deskundige begeleiding vinden?

Ook de adviesbreedte vraagt begrenzing. Herstructureringen, fusies en bedrijfsoverdrachten verbinden met financiële, fiscale en juridische vraagstukken. Ervaren accountants schakelen daarvoor fiscalisten, juristen, notarissen en register valuators in. Het concept erkent die samenwerking en verlangt bij waarderingsvraagstukken begrip van beschikbare methoden. Terecht. Maar maak vervolgens toetsbaar waar de verantwoordelijkheid van de startbekwame accountant eindigt en specialistische expertise begint. Brede adviesformuleringen mogen geen sluiproute worden naar onhaalbare verwachtingen.

Hetzelfde geldt voor niet-wettelijke jaarrekeningcontroles van minder complexe objecten. CEA geeft kenmerken en voorbeelden. Een verdere uitwerking van de grenzen en opleidingsgevolgen zou kleine opleidingspraktijken helpen. Een audit is een audit: de vereiste redelijke mate van zekerheid blijft staan. Schaalbare werkzaamheden betekenen geen lager zekerheidsniveau. Ook een kleine onderneming kan lastige fraude-, continuïteits- of IT-vraagstukken opleveren.

Zonder toegankelijke aanvullende leerplaatsen en begeleiding krijgen grotere kantoren een structureel opleidingsvoordeel. Kleine praktijken dreigen toekomstige accountants en opvolgers te verliezen. Uiteindelijk kan daardoor ook de keuze voor een nabije, vertrouwde adviseur voor kleine ondernemers verschralen. Dat risico raakt de continuïteit van de mkb-dienstverlening van vooral de kleinere praktijken die regionaal actief zijn.

Novaa ziet daarom graag dat kleine praktijken nadrukkelijk worden betrokken bij de verdere uitwerking van de eindtermen. In het voortraject van dit conceptrapport heeft geen rechtstreeks contact met Novaa, als vertegenwoordiger van accountant-adviseurs (AA/RA) die veelal werkzaam zijn binnen kleine praktijken, plaatsgevonden. Juist omdat kantoren met maximaal vijf accountants een groot deel van de sector vormen, kan hun praktijkervaring waardevolle input bieden voor een goed uitvoerbaar opleidingsmodel.

Onze oproep is daarom constructief: maak de vereiste diepgang concreet, faciliteer betaalbare gezamenlijke leerplaatsen en specialistische begeleiding en toets de praktische uitwerking bij kleine kantoren zonder assuranceportefeuille. Zo kunnen kwaliteit én toegankelijkheid hand in hand gaan. Een vernieuwing die de kleine opleidingspraktijk buitenspel zet, brengt de accountantsopleiding geen stap vooruit.

De reactie van de Novaa op het conceptrapport van de CEA is hier te lezen.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Drs. Marco Moling AA/RA is voorzitter Nederlandse Organisatie van Accountant Adviseurs (Novaa).

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.