Magazine

Frisse start op latere leeftijd

‘Ruime werkervaring, affiniteit met ontwikkelingslanden en/of opkomende markten, binnen twee maanden een missie uit kunnen voeren, vloeiend in Engels en Nederlands, minimaal tweemaal per jaar beschikbaar, avontuurlijk en flexibel.’ Dat klinkt als een vacature voor een spionagemissie.

Dit artikel is verschenen in Accountant Q4, 2017

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Toch niet. Het gaat om projecten van vrijwilligers organisatie PUM en de NBA, die samen accountants inzetten voor duurzaam ontwikkelingswerk voor het accountantsberoep. Kennis delen en expertise doorgeven aan mensen die het nodig hebben, maar niet in hun omgeving kunnen vinden. Dat is de kern van het werk van PUM en de reden waarom deze organisatie eind jaren zeventig werd opgericht. Toen nog met de naam ‘Programma Uitzending Managers’. PUM ontstond in de tijd dat de oudere generatie vaak al met 57,5 jaar met pensioen ging. Zonde om niet iets met de kennis van die mensen te doen dachten de oprichters. Zo werd het idee geboren om gepensioneerde experts uit te zenden naar ontwikkelingslanden.

PUM is sindsdien uitgegroeid tot vrijwilligersorganisatie van formaat en draait sinds 2009 samen met de NBA accountancyprojecten in Suriname, Macedonië, Kosovo, Moldavië, Albanië, Servië, de Filippijnen, Indonesië, Cambodja en Mongolië. Arend Knol, sectorcoördinator Accountancy en Financial Management bij PUM en vroeger zelf RA, en Paul Hurks, RA en hoofd International Affairs bij de NBA, begeleiden en coördineren samen de missies van NBA-PUM.

Hoe is de samenwerking tussen PUM en de NBA tot stand gekomen?

Hurks: “In 2007 kreeg ik bij het NIVRA de rol om het internationale ontwikkelingswerk van onze beroepsorganisatie te coördineren en te ontwikkelen. Ik deed destijds ook de bijeenkomsten voor de ‘postactieven’ bij de NBA. Daar heb ik een keer verteld over het ontwikkelingswerk dat wij deden. Wim Boone, de voorganger van Arend bij PUM, was daarbij ook aanwezig en vertelde mij over PUM. Zo is het contact ontstaan en toen ging het snel. Vanaf 2009 zijn we met PUM projecten gaan draaien, aanvankelijk eerst in Kosovo en Moldavië.”

Wat voor soort missies doen PUM en de NBA?

Hurks: “Wij richten ons in deze samenwerking voornamelijk op beroepsorganisaties voor accountants die nog geen lid zijn van de International Federation of Accountants (IFAC), of nog in de associate membership-fase zitten en ontwikkelingswerk nodig hebben om volwaardig en goed functionerend lid te worden.”

Knol: “Advies op kleinere schaal doen we ook nog wel in deze sector, waarbij we individuele accountants bijvoorbeeld een klein accountantskantoor laten adviseren. Maar dat staat buiten het NBA-PUM samenwerkingsverband. NBA-PUM richt zich alleen op beroepsorganisaties.”

Waar komt de financiering vandaan?

Knol: “In de eerste jaren kregen wij voor het werk van NBA-PUM voornamelijk financiering van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Later kwam daar de Wereldbank bij, maar ook andere ontwikkelingsbanken dragen soms bij. We hebben met de Wereldbank een aantal contracten gehad en nog lopende contracten, voor onder meer werk in de Filippijnen, Cambodja, Kosovo en Mongolië. Experts van de Wereldbank zijn ook vaak nauw betrokken bij het werk dat we ter plaatse doen.”

Is er weleens een spanningsveld doordat jullie bepaald werk vrijwillig doen, terwijl commerciële partijen dat willen doen?

Knol: “Je moet voorzichtig zijn en nauwkeurig selecteren. Wat doe je bijvoorbeeld als er wel geld beschikbaar is bij een organisatie die toch ontwikkelingswerk nodig heeft; in dat soort gevallen zeggen we ‘nee’, omdat je anders oneerlijke concurrentie krijgt. Je moet oppassen dat je niet als een soort McKinsey gaat functioneren. Want dat zijn wij niet, dus aan tenders van de Wereldbank doen we bijvoorbeeld niet mee. Wij moeten het vooral hebben van mond-tot-mond-reclame.”

Zijn de projecten vaak langlopend?

Knol: “Ja. De financiële sector is ook heel anders dan andere sectoren. We hebben bijvoorbeeld ook voedselexperts bij PUM. Experts kunnen in die sector een recept aanpassen bij bijvoorbeeld een koekjesfabriek, waardoor de koekjes voortaan beter smaken of langer vers blijven. En dan is het werk klaar. Dat geldt voor financieel management niet. Dat is niet met één recept aan te pakken. Het zijn veel langere processen, waar je vaak nog veel moet bijsturen, en waar zich onverwacht allerlei problemen kunnen voordoen.”

Wat voor soort problemen?

Hurks: “Neem bijvoorbeeld Suriname, daar zitten veertig accountants, Kosovo misschien tweehonderd, Moldavië ook zoiets. Als je een systeem van toetsingen wilt opzetten, dan is dat met zo’n kleine groep lastig. Elkaar toetsen werkt veelal niet. Ze zijn achterdochtig dat toetsers het systeem misschien gebruiken om in contact te komen met mogelijk nieuwe klanten, of zelfontwikkelde tools en dossiersystematiek afkijken tijdens een toetsing. Daarnaast is de ontwikkeling van de lokale economie en de corruptie in die landen ook iets waar je vaak tegenaan loopt. De verandering moet daarom heel geleidelijk gaan.”

Knol: “Je maakt ook opmerkelijke dingen mee. Zo bleken er in Mongolië ineens duizenden accountants te zijn. Dan denk je hè, heeft iedere boer hier dan een eigen accountant?! Dat kwam ten dele omdat de beroepseisen niet helemaal in de haak bleken te zijn. Ook opmerkelijk was dat je in de Filippijnen al vanaf duizend euro een accountantsverklaring nodig had. Maar je kunt nooit met duizend euro omzet een goeie accountant inhuren. Dus dat moest flink omhoog, die grens. Dat is een goed voorbeeld van de vaak hele praktische, simpele adviezen die we kunnen geven.”

Hurks: “Ook zoiets: in Kosovo is er elk jaar een verplicht tenderproces voor accountants. En dat gebeurt pas in het voorjaar. Daardoor vinden de benoemingen plaats zo rond 1 april. Maar op 30 april moet de jaarrekening gedeponeerd zijn, inclusief accountantsverklaring. Dat is natuurlijk vragen om problemen.”

En een mooi voorbeeld van een succesverhaal?

Knol: “Cambodja, dat is echt een succesvol afgerond project. De toetsingen lopen daar nu. We hebben samen met de beroepsorganisatie en de toezichthouder criteria voor reviewers gemaakt, documentatie voor bij de toetsingen enzovoort. En daarmee is de toezichthouder ook heel blij.”

Hurks: “Een ander succesverhaal is de driedaagse cursus auditstandaarden die een van onze experts ontwikkelde. Deze cursus is in diverse landen gegeven en enthousiast ontvangen. We hanteren daarbij een train-the-trainers methodiek, zodat de lokale beroepsorganisaties het daarna ook zelf kunnen oppakken.”

Wat voor soort accountants doen er mee aan deze projecten?

Knol: “Dat is heel verschillend, maar er moet wel een interesse zijn in het professionaliseren van het beroep als geheel, in het publieke belang. Het vergt ook een bepaald kennisniveau van hoe beroepsorganisaties functioneren. Verder heb je een beetje ‘grijze haren’ nodig, niet alleen vanwege de geloofwaardigheid in de landen waar we actief zijn, maar ook vanwege de werkervaring.”

Hurks: “Bij projecten in dit soort landen zit je ook vaak al snel aan tafel met de toezichthouder en zelfs ministers. Dat moet je leuk vinden en kunnen. Soms gaat dat ook heel ad hoc. Ik heb dat meegemaakt in Moldavië. Dan zit je ’s morgens bij de beroepsorganisatie en hadden ze bedacht dat we ’s middags naar de minister gingen, daar wist ik niets van. Toen heb ik toch maar even mijn stropdas opgehaald in mijn hotel.”

Knol: “Het soort accountant dat zich aanmeldt is vaak toch iemand die ook veel reisde voor zijn werk, of mensen die graag op vakantie gaan naar wat avontuurlijker gebieden. De omstandigheden ter plaatse kunnen ook nog weleens onverwachts uitdagend zijn. Er is een bepaald type mens die dat juist leuk vindt.”

Krijgen de vrijwilligers een vergoeding?

Knol: “Nee, de vrijwilligers krijgen alleen reisgeld en plaatselijke kosten en inwoning vergoed. Je verdient niks, maar het kost je ook niks.”

Is er steun vanuit grote kantoren voor NBA-PUM?

Knol: “Nee. En we hebben meer accountants nodig die dit werk willen doen. Je zou verwachten dat er vanuit kantoren interesse is om in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) tijd ter beschikking te stellen voor personeel om aan dit soort projecten mee te doen. Wanneer wij bij de kantoren langsgaan lijken de bestuurders enthousiast, maar in de praktijk komt er nog niets van terecht. De excuses die we dan later horen zijn in de trant van ‘MVO doen we al, met andere projecten en initiatieven’. Maar dit is nou juist iets in je eigen vakgebied, waarbij de skills die je opdoet ook echt een meerwaarde zijn voor het kantoor en waarmee je het beroep naar een hoger niveau tilt.”

Hurks: “Twee keer twee weken op jaarbasis, dan zijn wij al heel blij. Maar dat zijn toch gederfde inkomsten voor een kantoor en kennelijk een hoge drempel. We hebben kantoren ook benaderd om mensen die op korte termijn met pensioen gaan attent te maken op NBA-PUM-werk.”

Wat doet het met accountants?

Knol: “Als je de mensen eenmaal hebt, dan zijn ze ontzettend enthousiast en willen ze zo vaak als het maar kan op missie. Dan trekken ze me bij wijze van spreken aan mijn jasje met “wanneer kan ik weer?” Laatst zei een van hen tegen me “nu pas begrijp ik het accountantsberoep”. Dus je geeft kennis door, maar leert er zelf ook weer van. Dat vindt iedereen ontzettend leuk, dat merk je echt. Kennis overdragen geeft gewoon heel veel voldoening.”

Leo Schreuders (66)

Ging voor PUM naar Indonesië (Yogjakarta, Java) en Cambodja. Achtergrond: verschillende functies in financiële sector, docent control en audit (VU), zelfstandig control- en auditexpert, hoofd processen, systemen en audit (Universiteit Utrecht), actief in het Instituut van Internal Auditors.

“Ik was op de hoogte van het bestaan van de PUM en heb me er bekendgemaakt toen het pensioen naderde. Tijdens een missie in Phnom Penh zag ik veel jonge vertegenwoordigers van toezichthouders, bij de pilot van kwaliteitsreviews op accountantsdossiers. Die jonge mensen zijn sterk gedreven door de moorddadige gebeurtenissen tijdens het regime van
de Rode Khmer en hebben veel ambitie om het land op te stoten in de vaart der volkeren. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker in deze meer traditionele maatschappijen, waar de beleving van oude tradities een grote rol speelt. Het is mooi werk om deze mensen verder te helpen.”

Jan Kalisvaart (63)

Ging voor PUM naar Suriname, Indonesië (Yogyakarta), Cambodja (vier keer) en Kosovo. Achtergrond: mkb-accountant en bedrijfskundige bij kleine en middelgrote kantoren. Vanaf begin dit jaar parttime werkzaam bij Baker Tilly Berk als hoofd Stagebureau.

“Ik ben in 2014 bij PUM terechtgekomen na een tip van mijn vrouw. Zij had een PUM’er ontmoet en die had enthousiast verteld over zijn werk in Afrika. Hierop besloot ik niet te wachten tot mijn pensioenleeftijd, maar mij direct aan te melden. In Cambodja heb ik trainingen gegeven over de risicogerichte controlebenadering en de eisen voor een kwaliteitsbeheersingssysteem (ISQC1). Na afloop vertelde een cursist mij aarzelend dat hij de Engels taal niet zo goed beheerste. Ik adviseerde hem elke dag naar de BBC te kijken en te luisteren. Toen ik een halfjaar later weer een training gaf, kwam hij enthousiast naar mij toe. Zijn uitspraak en woordenschat waren er enorm op vooruit gegaan! Het gaf hem zichtbaar meer zelfvertrouwen. Dat vind ik nou een van de mooie kanten van dit werk. Je kunt met kleine dingen veel betekenen voor een ander.”

Wim Boone (72)

Ging voor PUM naar Armenië, Senegal, Marokko, India, Mongolië, Cambodja, Burkina Faso, Oekraïne, en voor NBA-PUM naar de Filipijnen, Suriname, Mongolië en Kosovo. Achtergrond: accountant bij Deloitte en rechtsvoorgangers. Naast controlewerk ook interne functies binnen Deloitte (nationaal en internationaal), op het gebied van vaktechniek en (interne) kwaliteitscontrole.

“Door een vriend was ik geattendeerd op het bestaan van PUM. De mogelijkheid om kennis en ervaring te delen in ontwikkelingslanden sprak mij erg aan. Kort na mijn vertrek bij Deloitte heb ik mij daarom bij PUM aangemeld. Bij elke missie is het opletten dat je je niet laten verleiden in de details te duiken of zelf het werk uit te voeren. Zo gebeurde het een keer dat ik met een collega direct bij aankomst al door de opdrachtgever in een zaal werd gebracht die vol zat met accountants, die door de landelijke beroepsorganisatie waren uitgenodigd voor een week training, door PUM-NBA te verzorgen. Hiervoor zouden ze ook PE-uren krijgen. Het heeft heel wat tact, overleg en diplomatie gekost om dit af te blazen en aan de slag te gaan met de werkzaamheden waarvoor we waren gekomen.”

Björn Remmerswaal is redacteur van Accountant.nl.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.