Magazine

Wat kun je missen?

“In mijn kantoor op de Zuidas was me dit niet overkomen”, dacht accountant Remko Veenstra in 2014. De kogels floten hem om de oren in het Ethiopische dorpje waar hij werkte voor een hulporganisatie. Toch bleef hij. Accountants over hun inzet voor goede doelen. “Ik wil mensen helpen die het minder hebben dan wij.”

Dit artikel is verschenen in Accountant Q4, 2018

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Het is de tijd van het jaar waarin goede doelen hun best doen om iedereen over te halen een extra gift te doen. Ze spelen in op de kerstgedachte, maar ook op het gegeven dat het boekjaar 2018 bijna sluit.

Accountant Frits Petit heeft zo’n stimulans niet nodig. Hij kwam in mei in het nieuws met een interview in NRC Handelsblad, waarin hij vertelde jaarlijks 50.000 euro weg te geven. Petit, zelfstandig accountant, vertelde in NRC: “Hoe meer ik me erin verdiep, hoe onrechtvaardiger ik het vind. Er zijn veel mensen die net zo hard werken als ik. Waarom zou ik dan zoveel meer verdienen dan zij?” Petit besloot jaarlijks een halve ton over te maken aan goede doelen.

“Goed dat er mensen zoals hij opstaan en hiermee in het nieuws komen”, reageert accountant Remko Veenstra vanuit Jordanië. “Het motiveert anderen denk ik, want er zijn er veel die dit niet op deze manier doen. Ik vind het mooi dat hij bij zichzelf nagaat: wat kan ik missen?”

De helft minder salaris

Veenstra nam zelf zes jaar geleden ook een ingrijpend besluit. Hij was acht jaar extern accountant bij EY op de Zuidas in Amsterdam. Uitdagend werk met een comfortabel salaris. Toch gaf hij allemaal op toen hij in dienst trad bij ontwikkelingsorganisatie ZOA. “Ik wilde mijn kwaliteiten gebruiken om mensen te helpen die het minder hebben getroffen dan wij in Nederland”, zegt hij.

Zijn collega’s reageerden verbaasd op zijn overstap. “Meestal ga je weg om ergens financieel directeur of intern accountant te worden”, aldus Remko. “Ik ging 35 procent minder verdienen. Daar heb ik het vooraf wel even over gehad met mijn echtgenote.”

Na twee jaar op het Nederlandse kantoor vertrok hij in 2014 met zijn gezin naar Gambella in Ethiopië, een van de zestien landen waar ZOA werkt. Toen door een oplaaiende burgeroorlog de kogels de Veenstra’s om de oren floten, verlieten zijn vrouw en kinderen halsoverkop het land.

Het gezin verhuisde naar Myanmar. Inmiddels wonen ze in Amman, Jordanië. Daar is Remko landendirecteur voor ontwikkelingswerk in Irak en Jordanië. Zijn salaris is iets omhooggegaan, maar Veenstra vermoedt dat hij minder dan de helft verdient van wat zijn jaargenoten bij EY nu krijgen. Toch hoopt hij dat meer accountants zijn voorbeeld volgen. “Er is een groot tekort aan mensen die hun financiële kennis en ervaring in het bedrijfsleven in willen zetten in de ontwikkelingssector.”

Elke avond patat

Accountant Stephen van Kempen (66), oud-partner van PwC, deelt het appèl van Remko. Van Kempen stopte ruim vier jaar geleden met werken en is sindsdien soms wel veertien weken per jaar in landen als Zimbabwe, Madagaskar, Cambodja en Mongolië. Hij geeft adviezen aan de overheid en probeert de accountancy op een hoger plan te brengen. “Ik wilde graag iets heel anders gaan doen en ik houd van reizen. Het is nuttig werk, je ziet de situatie langzaam verbeteren.”

Van Kempen doet het werk via het Programma Uitzending Managers PUM, deels in samenwerking met de NBA. Hij komt daarbij een klein aantal andere gepensioneerde accountants tegen. “Ik snap niet waarom niet meer vakgenoten zich hiervoor in willen zetten. Je hoort soms dat mensen bang zijn voor ziektes, of vinden dat hun Engels niet goed genoeg is. Ik laat me daar niet door weerhouden. Je moet wel accepteren dat de levensomstandigheden tijdens je verblijf anders zijn. Soms slaap je in een logeerkamer van een familie en krijg je iedere avond patat met wat vlees. Soms heeft je hotelkamer weinig comfort. Ik werd in Madagaskar ondergebracht in een primitieve hotelkamer van vier euro per nacht. Ik heb een beter hotel gezocht en het verschil zelf bijgelegd.”

Naast dit vrijwilligerswerk steunt Van Kempen met giften ook onderwijsprojecten in ontwikkelingslanden. “Maar als je geld hebt gegeven, is daarna uit het zicht wat er precies mee gebeurt. Door tijd te geven en zelf aan de slag te gaan houd ik er meer grip op. Dat zal mijn accountantskarakter zijn.”

Geluksgevoel

Geld maakt maar beperkt gelukkig, weet de eerdergenoemde Frits Petit uit onderzoek. “Tot een bedrag van 80.000 euro neemt het geluksgevoel aanzienlijk toe. Alles daarboven maakt niet zoveel meer uit”, vertelde hij in mei aan de NRC. Mede daarom geeft hij veel weg. Wat vinden andere accountants daar eigenlijk van?

“De vraag blijft toch: wat heb je nodig voor later?”, zegt Hanneke van Krimpen (44), eigenaar van Van Krimpen Accountants, waar vijf mensen werken. “Ik geef mijzelf een salaris uit mijn bv, maar daar blijft ook veel in zitten voor eventuele tegenslagen en voor later, want ik bouw geen pensioen op als zelfstandig ondernemer.”

Ze vindt het goed dat Petit aanzet tot nadenken: wat doe je met je geld? “Ons gezin geeft geld aan een aantal vaste doelen: hulporganisaties, de kerk waar we lid van zijn. We steunen ook de opleiding van een meisje in Rusland dat een aantal keren bij ons verbleef via een organisatie.” Maar wanneer geef je genoeg? “Een goede vraag. Het moet in ieder geval uit je hart komen. Ik ken iemand die eens per twee jaar geeft zodat alles aftrekbaar is. Zo doe ik dat niet.”

Geld geven is makkelijk

“Wat Frits Petit doet vind ik heel nobel”, reageert Rohalt Janssens van Alfa Accountants en Adviseurs. “Het past bij zijn leeftijd denk ik. Als je wat ouder bent kun je je geld makkelijker delen met mensen die het nodig hebben. Het is mooi als je naar vermogen wilt weggeven. De andere kant is: na de overboeking kun je weer doorgaan met je leven, geld doneren is eenvoudig. Het is belangrijk dat mensen het doen, maar ik zet me liever persoonlijk in voor een goed doel.”

En dus gaat Janssens volgend jaar in zijn woonplaats een ‘Kennedy-mars’ lopen: in twintig uur legt hij tachtig kilometer af. De opbrengst gaat naar een opleidingsfonds voor gehandicapten en anderen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

“Ik ontmoette in een restaurant gehandicapten die in de bediening werkten. Ik hoorde dat velen van hen best mogelijkheden hebben, maar dat het ontbreekt aan goede opleiding en werkervaringsplekken. Sindsdien steek ik veel tijd in het opzetten van een opleidingsfonds”, aldus Janssens. “Ik vind het mooi om te bewijzen dat ook deze mensen iets bij kunnen dragen in de maatschappij.”

Een aapje cadeau

Petit kiest de doelen die hij steunt zorgvuldig uit op hun effectiviteit. Dat spreekt Martina Sarris aan. Sarris, werkzaam bij Van Braak Accountants: “Aan giro 555 geef ik niet snel, hoe erg de ramp ook is. Ik twijfel of het geld goed terecht komt. Wat ik wel regelmatig doe is een aapje adopteren in een dierentuin. Dat geef ik dan als cadeau op iemands verjaardag. Zo’n dierentuin gaat daar heel serieus mee om. Kleinere goede doelen vertellen echt wat ze met je geld doen. Dat vind ik prettiger.”

Goede doelen controleren

Nederland kent duizenden fondsenwervende organisaties. Het Centraal Bureau Fondsenwerving controleert er 550. Daar komt grofweg tachtig procent van het door particulieren gegeven geld terecht.

Het CBF checkt bij de aangesloten organisaties of hun financiële verslaggeving aan de eisen voldoet. “We doen het werk van de controlerend accountant niet over, we kijken naar de governance-structuur, eventuele belangenverstrengeling, de doelrealisatie en de wijze van fondsenwerving”, vertelt CBF-manager Toezicht Dick Koopmans. De normen die het CBF hanteert worden opgesteld door een onafhankelijke commissie Normstelling, onder voorzitterschap van hoogleraar accountancy Hans Gortemaker. Een van de eerste acties van die commissie was om de normen te harmoniseren met de eisen die de overheid stelt aan toekenning van de Anbi-status.

Nederland telt dertigduizend Anbi-instellingen, daarvan doen er ongeveer 14.000 aan fondsenwerving. Omdat het CBF haar erkenningsregeling in 2016 aanpaste, kunnen ook kleinere fondsenwervers nu het keurmerk ‘Erkend Goed Doel’ krijgen. “Ook zij denken nu beter na over bijvoorbeeld de verdeling van bevoegdheden en hoe ze hun doelen bereiken”, merkt Koopmans. “Verbeterpunten zijn nog steeds de administratieve organisatie en de verantwoording van uitgaven.”

Gratis accountant?

Kleine goede doelen zien vaak op tegen de kosten van een accountantscontrole, weet Koopmans. “Accountants doen dit werk vaak al tegen een gereduceerd tarief. Misschien zouden ze de controle gratis moeten doen”, oppert hij. “Het zou voor de sector heel mooi zijn als de kwaliteit van de controle daardoor omhoog zou gaan.”

Volgens Pieter Alblas van accountantskantoor WiTh is dat echter “een slecht idee”. Het kantoor (vijf vestigingen) is volgens eigen zeggen “het eerste accountantskantoor in Nederland dat zich uitsluitend richt op ideële organisaties”. Alblas verdient zijn geld dus met het controleren van goede doelen, maar gratis controleren wijst hij vooral af omdat het volgens hem de onafhankelijkheid van de accountant aantast. “Er moet een gezonde zakelijke verhouding zijn”, vindt hij. Wat niet wegneemt dat WiTh regelmatig startende goede doelen gratis adviseert over geldende regelgeving. Zijn kantoor hanteert een fee die “vijftien tot twintig procent” lager ligt dan bij vergelijkbare mkb-kantoren gebruikelijk is, aldus Alblas. “Wij hebben ons sinds 2006 gespecialiseerd in goede doelen. Er werden in die tijd steeds meer eisen gesteld aan de verslaglegging. We vinden het ook een leuke sector, we werken voor organisaties op het gebied van gezondheid, natuur en milieu en ontwikkelingssamenwerking.” Aan marketing doet het kantoor weinig, zegt Alblas. “Ze komen vanzelf naar ons toe.”

Veelgemaakte fouten

Voor kantoren die maar een of twee goede doelen als klant hebben, heeft Alblas een helder advies: stop ermee. “Je loopt risico’s omdat de regelgeving in deze sector ingewikkeld is. We komen veel fouten tegen in het werk van anderen.”

Acht veelgemaakte fouten die niet altijd worden opgemerkt door controlerende accountants van goede doelen:

  1. Wel een risicoanalyse in het bestuursverslag, maar geen bijbehorende maatregelen en een beschrijving van hun impact.
  2. In de grondslag van de jaarrekening wordt BW2 Titel 9 genoemd, dat moet Richtlijn 650 van de Raad voor de Jaarverslaggeving zijn.
  3. Toegekende maar nog niet uitgekeerde nalatenschappen of loterijbaten worden niet opgenomen als vordering.
  4. Ontbrekende of onvolledige onderbouwing bij onderwerpen als het directiesalaris en de continuïteitsreserve.
  5. Vooruitontvangen bedragen die moeten worden terugbetaald als ze niet worden besteed, worden opgenomen in de resultaten terwijl dat niet moet. Bestemmingsfondsen worden niet in de resultaten opgenomen terwijl dat juist wel moet.
  6. Accepteren van onvoldoende toezicht op functiescheiding bij transactiestromen waabij vrijwilligers betrokken zijn.
  7. Onjuiste opstelling van de lastenverdeelstaat: kosten voor voorlichting en bewustwording en voor werving van donateurs worden onvoldoende onderscheiden.
  8. Ontbreken begroting volgend verslagjaar.

De NBA publiceerde enkele jaren geleden een publieke management letter over risico’s in de goede doelen sector (‘Goed doel, goed verhaal’, als pdf beschikbaar via nba.nl).

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.