Magazine

Niet over één kam scheren

De rapportages van accountants over de kernpunten van de controle worden welwillend ontvangen. Maar niet meer dan dat. Want terwijl dit onderdeel van de uitgebreide controleverklaring durf nodig heeft, dreigt eerder kopieergedrag.

Dit artikel is verschenen in Accountant Q4, 2019

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Is het genoeg? De vraag stellen is vaak de vraag beantwoorden. In Nederland is de accountant van organisaties van openbaar belang (oob’s) sinds 2014 verplicht in de controleverklaring een toelichting te geven op wat hij beschouwt als de kernpunten van de controle, in goed Engels de key audit matters (KAM). Deze extra informatie over de controle moet het vertrouwen in het werk van de accountant bevorderen, en in de kwaliteit van de verslaggeving. Na een paar jaar is de vraag aan de orde of dat ook is gebeurd. Is het uitbreiden van de controleverklaring met deze kernpunten ‘genoeg’ om dat vertrouwen inderdaad te versterken?

Het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie (MAB) wijdde begin dit jaar vrijwel een gehele editie aan dat vraagstuk. Stof genoeg, want sinds de kernpunten hun intrede deden, zijn ze een geliefd onderzoeksobject. Dick de Waard, hoogleraar auditing aan de Rijksuniversiteit Groningen en medeauteur van een van de MAB-artikelen, verzamelt ze in grote aantallen. “We begonnen in 2013 met de top 250 van de Britse beurs, daarna volgden de 75 Nederlandse beursgenoteerde bedrijven, toen Duitsland en we zijn nu bezig daar een nog grotere groep landen aan toe te voegen. We bouwen een gigantische database.” Ook de hoogleraren Arjan Brouwer en Peter Eimers (VU) doen geregeld onderzoek naar de kernpunten van de controle. Op grond van hun werk publiceerde de NBA onlangs op het online Dashboard een overzicht van de desbetreffende rapportages van accountants van AEX- en AMX-fondsen over 2018.

Hoopvol

Zoals het accountants betaamt is het beeld dat uit de onderzoeken en rapportages opstijgt gemengd. Aan de ene kant wordt hoopvol geconstateerd dat de uitgebreide controleverklaring zich verder ontwikkelt. Zo komt er bijvoorbeeld meer informatie over fraudesignalen in de controleverklaring terecht en is het onderwerp interne beheersing bezig aan een (voorzichtige) opmars als kernpunt. Het zijn issues waar met name beleggersorganisaties VEB en Eumedion aandacht voor vragen.

Aan de andere kant zijn er de kritische noten. De Waard signaleert isomorfisme - wat ‘de dood in de pot’ zou zijn. “Ik heb eerder uitgebreid onderzoek gedaan naar duurzaamheidsverslaggeving en daar zag je de trend ontstaan dat ondernemingen binnen een branche naar elkaar gaan kijken. Wat schrijf jij op? O, dan kan ik dat ook wel opschrijven. Ik vrees dat we hier hetzelfde zien gebeuren. In ieder geval blijkt dat uit de eerste masterscripties op grond van onze database: er is kopieergedrag. Op de langere termijn zien wij een risico dat deze verklaringen in grote lijnen allemaal hetzelfde zullen zijn.”

Koersreactie

Een onderzoek van Niels van Nieuw Amerongen, associate professor auditing & assurance aan Nyenrode Business Universiteit en partner bij V&A, brengt daarnaast aan het licht dat de effecten van de uitgebreide controleverklaringen op de besluitvorming van beleggers moeilijk kunnen worden aangetoond. “We hebben onderzocht wat de impact van de publicatie van de uitgebreide controleverklaring is op de koers van de desbetreffende onderneming. Met andere woorden: wat de waarderelevantie is van de verklaring nieuwe stijl. Dat leverde echter nauwelijks resultaten op.” Wat overigens niet hoeft te zeggen dat die ‘waarde’ er niet is, zegt Van Nieuw Amerongen daar meteen bij. Want naast de koersreactie zijn er uiteraard andere grootheden te bedenken waarin die waarde wél tot uitdrukking zou komen. Immers: is het sowieso wel de bedoeling dat de rapportage over de kernpunten van de controle ‘nieuws’ bevat? Een en ander moet toch vooral meer informatie verschaffen over de werkzaamheden van de accountant?

Dat is ook een van de redenen dat De Waard het “helemaal niet onlogisch” vindt dat de teksten op elkaar gaan lijken. “Accountants willen best meer vertellen over wat ze in het kader van de controle hebben gedaan. Maar dat is wat anders dan de vuile was buiten hangen. Bovendien komt de problematiek ook vaak overeen. Zeker als wordt gekozen voor key audit matters die ingaan op waarderingsvraagstukken.” Van Nieuw Amerongen: “Dus is het niet gek dat de teksten worden ‘afgepast’. Eerst langs vaktechniek, dan gaat de juridische afdeling er wat van vinden, dan naar de communicatieafdeling... Het resultaat zal dan niet erg opwindend zijn.”

Aan het hart

De vraag blijft dan of op deze manier vertrouwen wordt teruggewonnen, of ‘de verwachtingskloof’ tussen maatschappij en accountant met de uitgebreide controleverklaringen minder breed of minder diep wordt. Als die vraag één persoon aan het hart gaat, dan is dat hoogstwaarschijnlijk Arnold Schilder. Als voorzitter van de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB) gaf Schilder namelijk leiding aan de totstandkoming van de (nieuwe) controlestandaarden waarin de regels rond de kernpunten omschreven staan. Tien jaar, van 2009 tot afgelopen zomer, vervulde de voormalig DNB-bestuurder en oud-NIVRA-voorzitter deze functie. “De key audit matters zijn wat mij betreft het mooiste dat daaruit is voortgekomen”, zegt hij.

Dat de toepassing van de standaarden nu aan kritiek onderhevig is, is hem natuurlijk niet onbekend. “Ik zet daar tegenover dat er ook al mooie resultaten mee geboekt zijn. Met name in het Verenigd Koninkrijk en in Zuid-Afrika gebruiken accountants dit instrument als een steun in de rug om in het openbaar meer uitspraken te doen over hun controlebevindingen bij ondernemingen. Bijvoorbeeld over waarderingen en de veronderstellingen die daarbij worden gebruikt. Dat gaat dan in termen als fairly optimistic en mildly cautious, maar de boodschap komt wel degelijk over.”

Onzekerheden

Schilders stelling is derhalve dat de middelen er nu zijn om meer en betere informatie te geven over de controlewerkzaamheden en dat het nu aan accountants is daar op zo’n manier gebruik van te maken dat de gebruiker van de jaarrekening daar de meerwaarde van ervaart. “Natuurlijk moet je rekening houden met je verantwoordelijkheid ten opzichte van de onderneming. Maar dat is geen reden je verantwoordelijkheid ten opzichte van het maatschappelijk verkeer te verwaarlozen. De gebruikers van de jaarrekening hebben recht op meer informatie. Investeerders zeggen: we realiseren ons dat we beleggen in onzekerheden, maar help ons die onzekerheden beter te begrijpen. Dan kun jij als accountant niet zeggen: dat durf ik niet.”

Zeker niet, zo vindt Schilder, omdat het instrument ‘evenwichtig’ is. Oorspronkelijk was de opzet wat ruimer. “Toen de eerste ideeën hierover werden gelanceerd, was het plan de accountant te vragen een soort analyse te maken, een commentaar te schrijven op de jaarrekening. In de voorstellen en de consultaties van de jaren daarna werd dat enigszins omgebogen. We hebben verhelderd dat het gaat om wat voor de accountant de belangrijkste aandachtspunten tijdens de controle zijn geweest. Sommige zeggen: wat de accountant wakker hield. In 2012 gingen de grote kantoren, die eerst tegensputterden, toch akkoord.” Voorafgaand aan het hele traject had de IAASB vier internationale researchgroepen opdracht gegeven na te gaan wat de gebruikers van de jaarrekening nodig hadden van de accountant. “Het antwoord was kort door de bocht: we willen meer”, aldus Schilder. Daar hebben de kantoren zich uiteindelijk door laten overtuigen. “Intussen heerst ook het besef dat de accountant weliswaar neutraal is, maar dat dat niet hoeft te betekenen dat de accountant ook passief is.”

Dat er echter werk aan de winkel is, zal Schilder niet ontkennen. “Dit is van het grootste belang, zó vitaal voor het beroep. Ik denk dat het de kans van de eeuw is om vertrouwen terug te winnen. Als accountants deze kans niet pakken... Dat zou een enorme misser zijn.”

Wat wil de gebruiker?

“Als je er somber naar kijkt, vraag je je af: wie leest de controleverklaring eigenlijk?” Dick de Waard (RUG) ontdekte in zijn onderzoek naar de uitgebreide controleverklaring dat particuliere beleggers dat in ieder geval niet doen. “De doorsnee particuliere belegger weet niet eens dat die uitgebreide controleverklaring er is, zo blijkt uit cijfers van vorig jaar.” Wat een “best ingewikkelde situatie” oplevert. “Men stelt dat ‘het maatschappelijk verkeer’ vindt dat accountants onvoldoende communiceren. Vervolgens gaan accountants meer communiceren, maar dan merkt niemand dat op, omdat men helemaal niet geïnteresseerd blijkt in die communicatie... .” Waar zijn die beleggers dan wel in geïnteresseerd? “Dat hebben we ook gevraagd en ze willen vooral meer weten over de kwaliteit van de interne beheersing, over de risico’s van digitalisering en dergelijke. Maar dat is een lastige, hoor. Schrijf daar maar eens wat over op in de controleverklaring!” Reden om het kind met het badwater weg te gooien is dat overigens niet. Dergelijke onderwerpen komen immers wel al aan de orde als kernpunt, zij het mondjesmaat.

Niels van Nieuw Amerongen (Nyenrode en V&A) heeft een verklaring voor de verwarring rond ‘de gebruiker’. “Het ligt voor de hand dat de informatiebehoeften binnen gebruikersgroepen helemaal niet uniform zijn”, zegt hij. “Bovendien worden vaak gebruikersgroepen op één hoop gegooid en dat is wat dit betreft dan helemaal niet terecht.” Uiteraard is het vervolgens problematisch teksten te fabriceren die wel voor alle gebruikersgroepen relevant zijn. Zeker omdat de accountant wel is ‘opgevoed’ met een homogene gebruikersgroep. “In de Controlestandaarden 320 wordt wel uitgegaan van homogeniteit”, aldus Van Nieuw Amerongen. “En wat voor gebruiker is dat? Iemand die redelijke kennis heeft van bedrijfseconomische activiteiten en een redelijke kennis van de jaarrekening, iemand die weet dat die jaarrekening is opgesteld met materialiteitsniveaus en die weet dat er onzekerheden zitten in schattingsposten. Deze omschrijvingen kom je tegen in de standaarden. Van de accountant wordt dus helemaal niet verwacht dat hij gedifferentieerd naar ‘de gebruiker’ kijkt.”

Geert Dekker is journalist.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.