Magazine

Wie bewaart er nog wat?

Ooit, halverwege de jaren negentig, startte ik mijn bijna tien jaar bij een Grote Vier-accountantsorganisatie met het schrijven van een jubileumboek. Veertig jaar bestond het kantoor in Nederland, honderdvijftig jaar internationaal, dat viel mooi samen.

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 5, 2021

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel (pdf)
» Download het hele nummer (pdf)

Marc Schweppe

Wat opviel was dat het verzamelen van informatie voor zo’n boek nog niet zo eenvoudig was. Het meeste verwierf ik door een reeks interviews met oud-voorzitters van het kantoor, waarvan enkele inmiddels de leeftijd der sterken hadden bereikt.

Gelukkig had een enkeling in de loop der jaren het nodige verzameld in een persoonlijk archief, waar ik voor het boek uit mocht putten. Een paar medewerkers met veel dienstjaren deden verder hun best om de laatste historische documenten te behouden voor de eeuwigheid, dapper vechtend tegen facilitair managers met opruimdrang.

Ik dacht daar weer aan, bij het lezen van een recent betoog van onze gewaardeerde scribent Luc Quadackers, die momenteel samen met Kees Camfferman werkt aan een nieuw boek over de geschiedenis van het Nederlandse accountantsberoep, dat loopt van de jaren zestig tot ongeveer 1995. Een derde historisch werk op rij, na boeken van De Vries (1895-1935) en De Hen, Berendsen en Schoonderbeek (1935 tot circa 1970).

“Een uitdagende klus, een zoektocht door het informatiemoeras”, aldus Luc. Maar er is gelukkig nog veel te vinden in archieven. Dat lijkt voor de meer recente geschiedenis lastiger te worden, hoe bizar dat anno nu met alle digitale opslagmogelijkheden ook klinkt. “Ik vraag me wel eens af of iemand die in 2070 het jaar 2020 onderzoekt op dezelfde manier georganiseerd informatie terug kan vinden als iemand die op dit moment het jaar 1970 onderzoekt. Ik heb mijn twijfels”, zo schrijft Luc ietwat bezorgd.

Die zorg deel ik met hem. Niet alleen omdat we eerder zaken digitaal opschonen “want gedateerd”. Maar ook omdat in deze razendsnelle digitale samenleving, waar alles kan worden gedeeld en bekeken, de behoefte groeit om zaken maar liever niet vast te leggen, of snel op te ruimen en te vernietigen. Met de juridisering van de samenleving neemt de neiging om zaken niet meer vindbaar te maken toe. “Doe maar geen e-mail hierover, die is wob-baar”, hoor je soms. Ook in de wandelgangen van een keurige beroepsorganisatie.

Over ongemakkelijke zaken leggen we achteraf liever geen verantwoording af. Dat zien we in de accountancy, waar de lamellen nog altijd dicht gaan als het spannend wordt. Met een beetje pech wordt ook de shredder opgestart. We zien het bij de overheid rondom dossiers als de toeslagenaffaire. De Wet openbaarheid van bestuur, die wordt vervangen door de Wet open overheid, betekent voor vasthoudende journalisten vaak eindeloos geduld hebben en genoegen moeten nemen met een document dat vooral uit dikke zwarte strepen bestaat.

Een zwartgemaakt document is één ding. Dan weet je in ieder geval zeker dat het bestaat en is het de kunst om een leesbare versie te krijgen. Maar bij private organisaties begin je niks met een wob-verzoek. Bewaarplicht of niet, als een organisatie er bewust voor kiest om informatie niet vast te leggen of snel te vernietigen, dan wordt het een uitdaging. Niet alleen voor geschiedschrijvers, maar bijvoorbeeld ook voor het verkrijgen van betrouwbare controle-informatie.

Marc Schweppe is hoofdredacteur Accountant en Accountant.nl.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.