Magazine

Belastingnieuws - juni 2014

Crisisheffing wint eerste ronde - Voordeel personeelslening alleen nog in vrije ruimte - Weg met hybride leningen - 'Sterke twijfels' bij werkkostenregeling - Aftrek buitenlandse boetes afgeschaft - Vpb-plicht overheidsbedrijven ingeperkt.

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 6, 2014

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Crisisheffing wint eerste ronde

De Haagse rechtbank heeft de bezwaren van een aantal werkgevers tegen de crisisheffing over 2012 verworpen. Toch heeft bezwaar maken tegen de heffing over 2013 zin.

Fiscalisten likken hun vingers af bij de pseudo-eindheffing hoog loon, oftewel de crisisheffing, die april 2012 door de zogeheten Kunduz-coalitie werd bedacht. Om de begrotingseindjes aan elkaar te knopen werd werkgevers een extra zestien procent heffing opgelegd over loon hoger dan 150.000 euro per werknemer. Voor sommige grote bedrijven en met name betaaldvoetbalorganisaties kwam dat neer op een miljoenenlast. Vorig jaar werd de 'eenmalige' crisisheffing, die over 2012 ruim 600 miljoen euro opbracht, met een jaar verlengd.

Meer dan tienduizend bedrijven en organisaties hebben in 2013 bij de Belastingdienst bezwaarschriften ingediend. Over een groot deel daarvan zal in proefprocedures door de rechter een oordeel worden geveld, waarschijnlijk tot aan de Hoge Raad en Europese rechters toe. Daarnaast koos een aantal werkgevers het individuele pad en de rechtbank in Den Haag heeft in het voorjaar in die eerste zaken uitspraak gedaan. De strekking daarvan is dat de crisisheffing niet in strijd is met de wet, noch met internationale verdragen. Ook het argument dat de heffing voor sommige bedrijven neerkomt op een individual excessive burden - een term uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens - maakte op de Haagse rechtbank geen indruk. De wetgever is binnen de hem toekomende ruime beleidsvrijheid gebleven, zo heet het dan.

Strijd gestreden? Niet volgens veel fiscalisten en ook de Belastingdienst lijkt daar niet vanuit te gaan. Die instantie maakte recent bekend veel bezwaren te verwachten tegen de crisisheffing over 2013 en stelde daarvoor een centraal adres in: de Belastingdienst Heerlen. Adviseurs raden aan bezwaar te maken 'om de rechten veilig te stellen'. Dat kan tot zes weken na voldoening van de heffing. Bij maandaangifte was 30 april 2014 de uiterste betaaldatum, dus zijn bezwaren nog te versturen tot ongeveer half juni.

Voordeel personeelslening alleen nog in vrije ruimte

De maximering van de hypotheekrenteaftrek krijgt gevolgen voor werkgevers die hun personeel voordelige leningen verstrekken voor de eigen woning. Het rentevoordeel kan alleen nog onbelast blijven als dit wordt ondergebracht in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Minister Dijsselbloem van Financiën heeft aangekondigd in het Belastingplan 2015 een voorstel op te nemen dat erop neerkomt dat het rentevoordeel van personeelsleningen voortaan wordt belast, mits het wordt ondergebracht in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Dat voordeel was altijd onbelast, omdat een eventuele belasting altijd volledig gecompenseerd kon worden via de aangifte inkomstenbelasting van de werknemer. Het inperken van de hypotheekrenteaftrek, dit jaar van start gegaan, brengt verandering in die situatie. Zoals bekend wordt het percentage van de maximale aftrek in 28 jaarlijkse stappen van een half procent teruggebracht van 52 naar 38. Daarom wil Dijsselbloem het rentevoordeel gaan belasten: dat levert inkomsten op voor de schatkist, omdat daar niet meer in alle gevallen een even grote aftrek tegenover zal staan.

Weg met hybride leningen

Het Europees Parlement schaart zich achter het commissievoorstel om dubbele niet-heffing door gebruikmaking van hybride leningen onmogelijk te maken.

Met de goedkeuring door het EP van het voorstel van de Europese Commissie om de moeder-dochterrichtlijn zodanig aan te passen dat hybride leningen niet meer tot dubbele niet-heffing kunnen leiden, zal naar verwachting de toepassing van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling belangrijke wijzigingen ondergaan. De vraag of een betaling belast of onbelast is in het 'ontvangende' land, zal dan afhangen van de vraag of de betaling belast is in het 'bronland'. De praktijk is nu dat heffing afhangt van de wijze waarop de betaling wordt gekwalificeerd: als dividend of als rente. Met hybride leningen wordt gebruikgemaakt van de situatie dat verschillende landen verschillende kwalificaties hanteren, wat ertoe kan leiden dat betalingen in zijn geheel niet belast worden. De blokkade op (de economische zin van) hybride leningen gaat mogelijk al in 2015 in. Daar streeft de Europese Commissie in ieder geval naar. Daarvoor moet het voorstel alleen nog worden aangenomen door de Europese Raad, de regeringsleiders. De verwachting is dat dit niet zonder slag of stoot zal gebeuren. Nederland is en blijft in ieder geval tegenstander van de algemene anti-misbruikregeling die ook in het voorstel is opgenomen.

'Sterke twijfels' bij werkkostenregeling

De werkkostenregeling (wkr) is in zijn huidige hoedanigheid geen verbetering ten opzichte van het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen.

'Reparatie' van de talrijke problemen leidt wellicht tot het doorschuiven van de verplichte invoering naar 1 januari 2016.

In opdracht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en de NBA heeft het Fiscaal Economisch Instituut onderzoek gedaan naar de knelpunten in de wkr. De rapporteurs laten in hun conclusies weinig heel van de regeling en de wijze waarop die sinds 2011 is ingevoerd. De lange duur van het overgangsregime - ondernemingen kunnen kiezen wanneer ze overstappen - zorgt volgens het FEI voor onnodige complexiteit en uitvoeringslasten. Belangrijkste conclusie is dat er 'sterke twijfels bestaan over de met de werkkostenregeling te behalen vereenvoudigingswinst en administratieve lasten'. Het verlagen van de administratieve lastendruk was in 2010 het voornaamste motief voor de wkr.

Als definitieve invoeringsdatum geldt officieel nog steeds 1 januari 2015, maar de onzekerheid daarover neemt toe, zeker als het kabinet pas op Prinsjesdag komt met de laatste details van de regeling - wat nu verwacht wordt. In het FEI-rapport wordt al een voorschot genomen op uitstel. "Het overgangsregime komt in principe per 1 januari 2015 tot een einde", merken de onderzoekers veelbetekenend op.

Aftrek buitenlandse boetes afgeschaft

Het onderscheid in fiscale behandeling tussen binnenlandse en buitenlandse boetes en schikkingen wordt opgeheven.

Het kabinet zal een wetsvoorstel met die strekking opnemen in het Belastingplan 2015.

De Libor-affaire is de directe aanleiding voor de wetswijziging. Voor zijn aandeel in het manipuleren van de Libor-rente kreeg de Rabobank voor honderden miljoenen aan boetes opgelegd door Britse en Amerikaanse toezichthouders. Aanvankelijk meldde de bank die boetes in aftrek te brengen op de winst. Kamervragen in reactie op dat bericht ontlokten november vorig jaar van toenmalig staatssecretaris Frans Weekers de toezegging dat hij het afschaffen van die mogelijkheid zou onderzoeken. Weekers' opvolger Eric Wiebes slaat nu spijkers met koppen. Het onderscheid tussen binnen- en buitenlandse boetes is "in het huidige tijdsgewricht niet langer wenselijk" schrijft hij aan de Tweede Kamer. Sinds 1991 is aftrek al niet mogelijk van boetes die betaald worden aan de Nederlandse overheid of aan instellingen van de Europese Unie. Wiebes signaleert nu dat aftrek van buitenlandse boetes "indruist tegen het rechtsgevoel van veel burgers". Hij houdt nog wel een slag om de arm met betrekking tot "vergrijpen die het Nederlandse rechtsbestel niet kent en waarvan de strafbaarheid evident strijdig is met de Nederlandse rechtsorde". In die gevallen zal dan op grond van de hardheidsclausule worden bezien of de boete toch kan worden afgetrokken van de winst.

Vpb-plicht overheidsbedrijven ingeperkt

Als het aan het kabinet ligt, wordt de door de Europese Commissie zo vurig gewenste vennootschapsbelastingplicht voor Nederlandse overheidsbedrijven flink ingeperkt. In ieder geval worden de havenbedrijven vrijgesteld.

Naast de havenbedrijven (Rotterdam, Amsterdam, Zeeland, Groningen en Havenschap Moerdijk) zouden ook de academische ziekenhuizen vrijgesteld moeten blijven van het betalen van vennootschapsbelasting, zo blijkt uit het concept wetsvoorstel dat het ministerie van Financiën recent heeft gepubliceerd. Ook wordt voorzien wordt in een aantal algemene vrijstellingen op de komende regel dat overheidsbedrijven belastingplichtig zijn, namelijk voor interne activiteiten, voor overheidstaken en voor samenwerkingsverbanden.

Bovendien hoeft er geen vpb betaald te worden als de omvang van niet-vrijgestelde activiteiten (relatief) klein is, namelijk minder dan tien procent van de totale omzet en met een jaarwinst van minder dan 15.000 euro. Het kabinet streeft ernaar dat de vpb-plicht gaat gelden voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.