Magazine

Controlerisico's en kwaliteit

“Wij staan aan het begin van de wederopbouw. Er is geen plaats voor enige zelfgenoegzaamheid”, zei NIVRA-voorzitter Frans van der Wel bij de afsluiting van de levendige Accountantsdag 2004.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 5, 2005

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Accountantsdag 2004

De op 2 december 2004 in Utrecht gehouden Accountantsdag was met 950 deelnemers de drukst bezochte tot nu toe. Maar de openingsrede van Frans van der Wel was daarom, hoewel optimistisch, nog geen feestrede: “We hebben een turbulente tijd achter de rug. (...) Inmiddels is iedereen druk bezig met herstel. Daarbij past ook een - ik zou bijna willen zeggen - naoorlogse sfeer van wederopbouw: We starten opnieuw en proberen te voorkomen dat dit ons niet weer overkomt.”

Regels en beloning

Daarbij staat volgens Van der Wel de vraag centraal hoe de accountants de kwaliteit van met name de controle kunnen waarborgen. Niet met nog meer regels en richtlijnen. Het aantal regels verminderen, is voor Van der Wel echter evenmin aan de orde. Accountants moeten een andere attitude ontwikkelen en regels niet zien als “rugdekking, maar als ruggesteun voor onafhankelijk en deskundig optreden”.

De kantoren moeten vaktechnisch verantwoorde controles bevorderen. Maar volgens Van der Wel, verwijzend naar de recente enquête onder de NIVRA-leden, geeft de huidige wijze van belonen kennelijk verkeerde prikkels. “Ik ben van mening dat accountantsorganisaties hun beloningsbeleid eens kritisch tegen het licht moeten houden. Het is van belang dat accountants aspecten als kwaliteit en onafhankelijkheid ook daadwerkelijk beloond zien.”

Onafhankelijkheid

Wijzend op onder meer TPG, Wessanen en Adecco zei de NIVRA-voorzitter dat accountants het afgelopen jaar “aantoonbaar scherper en onafhankelijker” zijn opgetreden. Directeur Peter Paul de Vries van de Vereniging van Effecten Bezitters viel hem daarin later bij.

“Maar”, zo vervolgde Van der Wel, “wat gebeurt er als straks de conjunctuur weer aantrekt en de maatschappelijke kritiek op de achtergrond raakt?”.

Naar aanleiding van het bericht dat accountants zich weer op de adviesmarkt begeven, vroeg Van der Wel zich af of dat een probleem was. “Nee, want zij houden zich aan onafhankelijkheidsregels. Ja, want het voedt het wantrouwen en de suggestie dat onafhankelijkheid toch weer op het spel wordt gezet.”

Van der Wel onderstreepte weer eens hoe belangrijk het is om “grensverkennend gedrag” te vermijden. “Dus kantoren, concentreer je met je adviesdiensten op de niet-audit-cliënten en realiseer je dat de kernwaarde van onafhankelijkheid niet slechts een inspanning van een paar jaar vergt maar een permanente attitude.”

Peter Paul de Vries noemt de oprichting van een adviesunit met honderd mensen door PricewaterhouseCoopers “een heel verkeerd signaal” dat twijfels oproept over het zelfkritisch vermogen van de accountants.

PwC-partner Jaap van Manen betoonde zich ‘s middags desgevraagd juist blij met “de transparantie” die PricewaterhouseCoopers door de aparte adviespoot creëert.

Troep

Om hun geloofwaardigheid te herwinnen, moeten accountants volgens oud-NIVRA-voorzitter en oud-directeur-generaal interne accountantsdienst van de Europese Commissie Jules Muis “eerst hun hand in eigen boezem steken”. Hijzelf voegde de daad bij het woord: “Ik behoor tot de generatie die er een troep van heeft gemaakt.”

Toen hij begon had het beroep een goede reputatie en een goede gereedschapskist. Op grond van de lessen uit de jaren tachtig was namelijk het COSO-instrumentarium ontwikkeld. “Als wij dat hadden toegepast op onze cliënten en onszelf hadden wij een hoop problemen kunnen voorkomen.”

Volgens Muis beperkt de “geloofwaardigheidscrisis” zich niet tot het bedrijfsleven. De EU en de Verenigde Staten missen ook al jaren een goedkeurende verklaring. De informatieve manier waarop de Amerikaanse rekenkamer zich van een oordeel over de federale uitgaven onthoudt, kan accountants volgens hem tot voorbeeld strekken. Accountants zouden vaker een oordeelonthouding moeten verkopen. “Oordeelonthouding is een kwalitatief beter product, want dan blijkt dat de accountant over zijn verklaring heeft nagedacht.”

Stok achter de deur

Accountant op scherp was het motto van de dag. Na de puntenslijpers Van der Wel en Muis gaf minister Gerrit Zalm van Financiën een overzicht van de (komende) regelgeving voor accountants op nationaal en Europees niveau. Volgens Zalm is het gebrek aan onafhankelijkheid niet de wortel van alle kwaad. Daarom volstaat in eerste instantie de zelftoets waarbij de accountant bepaalt of een combinatie van werkzaamheden zijn onafhankelijkheid bedreigt. De accountant moet achteraf gedocumenteerd de juistheid van zijn oordeel kunnen aantonen. Zalm vindt dat de regelgeving voor externe accountants ook moet gaan gelden voor de departementale audit-diensten.

Accountants(kantoren) die zich niet aan regels houden zullen botsen met de Autoriteit Financiële Markten, de bestuursrechter of de tuchtrechter, die sancties kunnen opleggen. De Accountantskamer kan “in het uiterste geval zelfs een verbod tot uitoefening van het accountantsberoep” opleggen, zo hield de minister zijn gehoor dreigend voor. “Maar ik hoop die stok achter de deur niet te hoeven gebruiken.”

Extern toezicht

Meer toezicht is mooi, maar de kans op een nieuwe grote boekhoudaffaire wordt er niet kleiner door, luidde een van de stellingen die ‘s middags ter discussie stond.

Kan de AFM toezicht houden? Vroeg dagvoorzitter en RTL-nieuwslezer Rick Nieman aan AFM-bestuurslid Paul Koster. “Dat zullen we bewijzen”, riep deze. “Maar de kern van schandalen zit in de organisatie. Je kunt schandalen niet voorkomen. Ik ben altijd zeer verbaasd hoe snel, slim en gewiekst de markt is.”

Volgens Deloitte-bestuurslid Jan Dalhuisen zou het toezicht van het College Toetsing Kwaliteit kunnen volstaan, ware het niet dat de omgeving dat niet meer aanvaardbaar vindt. “De tijden zijn veranderd.”

Juridisering

Cultuurhistoricus Herman Pleij relativeerde de last van regels tijdens zijn vermakelijke intermezzo over de zegeningen van het Nederlandse poldermodel. “Vanaf de zestiende eeuw hebben wij altijd veel regels gehad. Dat maakt een secure indruk, maar creëert ook speelruimte.”

Bij de onvermijdelijke tegenstrijdigheden en onduidelijkheden kunnen gebruikers zich immers beroepen op de regels die voor hen het meest gunstig zijn.

Maar zo luchtig bezagen de accountants de voortschrijdende juridisering niet. “De accountant heeft het anno 2004 zo druk met nieuwe regelgeving en wetgeving en de organisaties zijn zo complex dat een verantwoorde risicoanalyse erbij inschiet”, luidde een stelling die veel bijval kreeg.

Midden- en kleinbedrijf

Volgens een andere stelling lijden de kleinere accountants onder de schandalen bij de grote. SRA-voorzitter Arie Hak: “De grote accountantskantoren en beursvennootschappen zijn verantwoordelijk voor het geschonden vertrouwen in de accountant. Het midden- en kleinbedrijf draait op voor de schade doordat het geconfronteerd wordt met een overdaad aan onnodige regelgeving.”

Oud-accountant en accountancy-docent Winfred Merkus was het daar weliswaar mee eens, maar op grond van wat hij als collegiale toezichthouder heeft gezien, zei hij ‘s middags in het plenaire debat: “Ook in het midden- en kleinbedrijf zijn er schandalen, maar die halen de krant niet.”

Daarop begon Paul Koster van de Autoriteit Financiële Markten hardop te speculeren over een grotere reikwijdte van het toezicht: “De mkb-accountant zit als adviseur en controleur op een gevaarlijke scharnierpositie. Het kabinet moet de definitie van ‘organisatie van openbare belang’ nog invullen en kijkt reikhalzend uit naar de definitie van de Europese Commissie.”

Volgens Arie Hak kan de accountant het in het midden- en kleinbedrijf wel zonder externe toezichthouder stellen: “De combinatie van controle en advies kan daar, omdat bestuur en kapitaal in het midden- en kleinbedrijf vaak niet zijn gescheiden. En als ik in mijn dorp een fout maak, is mijn reputatie bij de bank of de ondernemersclub geschaad.”

Claimrisico’s

Een ander aspect van juridisering is de beroepsaansprakelijkheid. Volgens Jan Dalhuisen zijn die risico’s vele malen groter dan de jaaromzet en bovendien onverzekerbaar. Helaas wil de EU de beroepsaansprakelijkheid van accountants niet limiteren. Dalhuisen: “Het enige dat mij hoop geeft, is dat president Bush hervorming van het aansprakelijkheidsrecht overweegt.”

Paul Koster kon op persoonlijke titel (dus niet namens de AFM) wel enig begrip opbrengen voor de zorgen van Dalhuisen: “Er moet een zekere verhouding zijn. Als een accountant slordig werk heeft geleverd, moet hij een proportionele schadevergoeding betalen. Nu geldt de audit fee voor controlecliënten feitelijk als een verzekeringspremie, omdat zij de accountant voor de schade kunnen laten opdraaien.”

Trots en optimisme

Aan het slot van de dag riep Frans van der Wel accountants onder meer op om ook bij het uitbrengen van offertes de rug recht te houden en een reëel tarief te rekenen. “En wij moeten scherp blijven kijken, ook bij de uitvoering van de controle.”

Dat volgens de NIVRA-enquête bijna tachtig procent van de accountants opnieuw zou kiezen voor de accountancy is volgens Van der Wel “iets om trots op te zijn”. Er is echter geen plaats voor enige zelfgenoegzaamheid, vervolgde hij.

“Wij zijn in de eerste fase van de wederopbouw. Er is nog heel veel te doen. Maar het zal ongetwijfeld gaan lukken. Daar ben ik optimistisch over.”

Dilemmadebatten

Tussen de lunch en het afsluitende slotdebat namen de bezoekers deel aan een van de zes dilemmadebatten waar steeds één of meer stellingen centraal stonden.

Onder leiding van PricewaterhouseCoopers-partner Jaap van Manen werd gediscussieerd over de risico’s bij klant- en opdrachtacceptatie: “Bij accountantswisselingen wordt vaak onvoldoende gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot collegiaal overleg”.

Onder aanvoering van accountantsopleider Winfred Merkus werd de risicoanalyse onder de loep genomen: “De controlerend accountant heeft te weinig budget en tijd om de risico’s in een complexe organisatie goed te analyseren.”

Hoogleraar externe verslaggeving Henk Langendijk leidde een venijnig debat over rapporteren en communiceren en won vrijwel iedereen voor zijn stelling dat de externe accountant het accountantsrapport tegelijk moet sturen aan de raad van bestuur, raad van commissarissen en aandeelhouders van beursvennootschappen en daarin tenminste de zaken moet opnemen die de code-Tabaksblat voorschrijft.

SRA-voorzitter Arie Hak zat het dilemmadebat over de waarde van risicobeheersing in het midden- en kleinbedrijf voor: “De toenemende regelgeving zorgt voor meer afstand tussen accountant en klant, dit werkt juist contra-productief in het mkb.”

Bestuurslid Jan Dalhuisen van Deloitte en oud Ernst & Young topman en oud-NIVRA-voorzitter André Bindenga keken met de deelnemers aan hun debat naar de accountant in 2015. Velen voorzagen dat de accountants zich aan de letter van de wet zullen houden om zich in te dekken tegen claims.

Met BDO-vennoot John van Kollenburg en AFM-bestuurslid Paul Koster werden de grenzen aan het toezicht verkend: “Toezicht van de AFM dient zich voornamelijk te beperken tot incidentenonderzoek.”

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.