Magazine

'Accountants hebben geen plicht tot misleiding'

Volgens Leo Verhoef bevat het artikel over de nieuwe wettelijke voorschriften voor gemeentelijke jaarrekeningen, het BBV (‘de Accountant’, april 2006), een aantal onjuistheden en onduidelijkheden.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 11, 2006

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Leo Verhoef

De auteur stelt: ‘Leo Verhoef is al jaren de grootste criticaster van de wijze waarop gemeenten hun jaarrekening opstellen.’ Correct was geweest: ‘Leo Verhoef heeft al jaren zware kritiek op de wijze waarop veel gemeenten hun jaarrekeningen opstellen.’ De auteur vervolgt: ‘Zijn grootste klacht: gemeenten zetten bepaalde posten, zoals pensioenverplichtingen en vakantiegelden, verkeerd op de balans. Hierdoor doen ze zich armer voor dan ze in werkelijkheid zijn. Zouden ze deze posten op de juiste manier vermelden, dan zou de reden vervallen om OZB jaarlijks te verhogen.’ Fout! Door het niet opnemen van dit soort verplichtingen doen veel gemeenten zich juist rijker voor dan ze in werkelijkheid zijn!

Mijn grootste klacht is dat veel gemeenten allerlei baten en lasten buiten de winst-en-verliesrekening laten dan wel allerlei bedragen in de rekening opnemen die in het geheel geen baten en/of lasten zijn. Veel gemeenten hebben op deze wijze in de afgelopen jaren een heel veel lager saldo gepresenteerd dan het werkelijke saldo. Landelijk gaat het om miljarden euro's. Met kwalijke gevolgen, zoals zonder enige noodzaak geheven onroerendezaakbelasting.

Voorts is mijn klacht dat er in de jaarrekening van menige gemeente geknoeid wordt met vaste activa en afschrijvingskosten, met voorzieningen, met vooruitontvangen subsidies, met winsten op tarieven die kostendekkend zouden moeten zijn, en met pensioenverplichtingen, wachtgeldverplichtingen en vakantiegeld- en vakantiedagenverplichtingen. In tegenspraak met alle accountantsverklaringen bij deze jaarrekeningen, geven deze jaarrekeningen dus totaal géén betrouwbaar beeld van de omvang en de samenstelling van het vermogen en het resultaat!

Het artikel suggereert dat het opmaken van dit soort jaarrekeningen verplicht is volgens de oude Comptabiliteitsvoorschriften (CV) c.q. het nieuwe Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze bewering is ten dele juist, grotendeels onjuist. De CV schreven overduidelijk voor dat de rekening het saldo van alle baten en lasten moest weergeven.

Voor accountants zijn er de volgende mogelijkheden: Als het opvolgen van CV c.q. BBV leidt tot een onbetrouwbare jaarrekening, moet de accountantsverklaring inzake de betrouwbaarheid luiden: ‘Geeft geen getrouw beeld’, en inzake het voldoen aan wettelijke voorschriften: ‘In overeenstemming met CV c.q. BBV’. Wanneer sprake is van een betrouwbare jaarrekening die in strijd is met CV c.q. BBV, moet de accountantsverklaring luiden: ‘Geeft een getrouw beeld, voldoet niet aan CV c.q. BBV’. Echter, dit soort accountantsverklaringen ben ik (ten onrechte dus) nog nooit tegengekomen. Het nieuwe BBV is een en al broddelwerk. In het artikel wordt gesproken over een relatie tussen dualisme en invoering van het BBV. Die relatie is er niet! Dualisme houdt in dat wethouders geen lid zijn van de gemeenteraad.

Volgens het BBV heet de winst-en-verliesrekening ‘programmarekening’. Flauwekul! Laten we het beestje gewoon bij z'n naam noemen: ‘winst-en-verliesrekening’ of ‘rekening van baten en lasten’.

Het BBV laat de inrichting van de begroting en de rekening over aan de gemeenteraad. Die inrichting dus is vaak allerbedroevendst! Begrotingen en jaarrekeningen waar je niets aan hebt vanwege de hoge mate van abstractie. Het artikel meldt dat het BBV een categoriale winst-en-verliesrekening niet meer verplicht stelt. Maar wat was er mis aan de eis van de oude CV dat gemeenteraadsleden kennis nemen van en beslissen over de omvang van de personeelskosten, de afschrijvingskosten en de rentelasten? Wat was er mis met de niet meer in het BBV opgenomen verplichting tot het geven van een specificatie van de geldstromen in de grondexploitatieprojecten, projecten waar vaak heel veel geld met grote risico's in om gaat? En wat een dom geklets over het Burgerlijk Wetboek en de vergelijking met CV c.q. BBV. Termen als ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume’, ‘investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut’ en ‘investeringen met een economisch nut’ zijn niet alleen ridicule pogingen tot het creëren van een zogenaamde eigenheid, maar er worden vergaande gevolgen aan verbonden, namelijk misleidende jaarrekeningen. Toepassing van dat BBV leidt tot een grote janboel in de verwerking van (sommige) vaste activa en afschrijvingskosten en in de verwerking van bijvoorbeeld pensioenverplichtingen en vakantiegelden vakantiedagenverplichtingen en de samenhangende kosten. En wat te zeggen van een ‘resultaat voor bestemming’ en een ‘resultaat na bestemming’? Beide bestaan niet! Er is maar één resultaat, en dat is het resultaat, namelijk: het saldo van de baten en de lasten. Bestaat er in dit kader zoiets als eigenheid van gemeenten, zoals ook in dit artikel naar voren komt? Jazeker, maar dan uitsluitend in kwalitatieve zin: jaarrekeningen en accountantsverklaringen daar bij van een ver-onder-de-maats niveau!

De burgers verdienen het correct te worden geïnformeerd over de besteding van hun belastinggeld. Als dat moet, zonder BBV! Voor meer informatie over het ontzagwekkende geknoei in menige gemeentelijke jaarrekening, over hoe Justitie omgaat met aangiften van boekhoudfraude, over hoe een Raad van Tucht accountants vrijspreekt omdat geknoei blijkbaar vaker voorkomt, en nog heel veel meer, verwijs ik naar www.leoverhoef.nl.

Noot
Leo Verhoef is registeraccountant.

Naschrift NIVRA

Het pleidooi van Leo Verhoef voor verbetering van de (toepassing van de) verslaggeving van gemeente en provincie is niet nieuw, maar de vraag mag worden gesteld of het tot op heden de aandacht kreeg die het verdient. Verhoef wijst indringend op onder andere een vraag die voor het accountantsberoep altijd meer of minder speelt: zegt de verklaring vooral dat de jaarrekening voldoet aan wettelijke eisen, of moeten de opsteller en de accountant zich daarnaast ook richten op de vraag of de jaarrekening het voor de gebruiker noodzakelijke inzicht geeft en wat is dit ‘inzicht’ dan? De voorschriften voor de verslaggeving bij gemeente en provincie moeten adequaat zijn en adequaat worden toegepast, accountants moeten die als norm nemen bij de controle, en daarmee zou in principe aan het inzichtvereiste (getrouwe beeld) moeten zijn voldaan. De regelgeving is immers opgesteld om juist dat doel te dienen.

Maar wat als verschillende belanghebbenden aangeven moeite te hebben met de mate van inzicht die met het huidige verslaggevingsstelsel wordt verkregen? Belangrijk hierbij is onder andere transparantie over de aansluiting tussen de mutatie in het eigen vermogen en het jaarresultaat en de governance, opzet en toepassing van het BBV in relatie tot (inter)nationale ontwikkelingen en harmonisatie in de verslaggeving.

Zeker nu bijvoorbeeld ook de Rekenkamer Amsterdam de bezwaren van Verhoef op onderdelen deelt, moet de vraag worden besproken of het bestaande samenspel tussen regelgever, opsteller, accountant en gebruiker van verslaggeving voldoende functioneert. Het NIVRA is van mening dat deze vraag niet per geval moet worden beantwoord, maar onderdeel moet uitmaken van een evaluatie van het stelsel. Mede op basis van de ervaringen over 2004, als eerste jaar dat het BBV is gehanteerd, is gebleken dat bepaalde punten nog kunnen verbeteren. De Commissie BBV is daar ook mee bezig, zoals uit het artikel in ‘de Accountant’ ook blijkt. Ook eind 2006 wil het NIVRA weer een rondetafelbijeenkomst organiseren om de ervaringen over 2005 te inventariseren. Mede naar aanleiding hiervan wil het NIVRA in samenwerking met de Commissie BBV en haar adviseurs, het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Raad voor de Jaarverslaggeving hierover adviseren.

Gedurende die tijd zullen zich regelmatig discussies voordoen rond de jaarrekeningen van individuele gemeenten, zoals nu ook de kwestie in Amsterdam. In die gevallen is het NIVRA van mening dat Rekenkamer, gemeenteraad en Raad van Tucht adequaat functionerende instanties zijn om binnen de afgesproken kaders zo nodig corrigerend op te treden.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.