Magazine

Pensioenlasten: Wet of RJ?

De discussies tussen accountants en cliënten over de status van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving zijn weer opgelaaid. Oorzaak deze keer: het al of niet toepassen van RJ 271 over de pensioenlasten. Een spoorboekje voor accountants.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 11, 2006

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Cardi van Capelle

Kernoorzaak van het probleem is dat veel ondernemingen in het verleden (onbewust?) een pensioenregeling hebben afgesloten die onder de nieuwe verslaggevingsregel RJ 271 wordt gekwalificeerd als toegezegdpensioenregeling (defined benefit in plaats van defined contribution). Dit betekent dat ze met ingang van boekjaar 2005 in de balans ‘onverwacht’ een pensioenverplichting moeten opnemen, met soms een forse daling van de vrije reserves als gevolg. Met een beroep op de wet, die navolging van de RJ-richtlijnen niet expliciet verplicht, willen sommige bedrijven daarom RJ 271 niet toepassen.

Geen wet, wel gezag

De Richtlijnen voor de jaarverslaggeving zijn niet in de wet verankerd en hebben derhalve inderdaad geen vanzelfsprekende bindende kracht. In de praktijk hebben zij echter wel degelijk groot gezag, vooral door de samenstelling van de Raad voor de Jaarverslaggeving en de zorgvuldige procedures waarmee de richtlijnen tot stand komen.

Bij meningsverschillen tussen accountants en gecontroleerden zal de rechter uiteindelijk bepalen welke normen in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. Door in een aantal arresten te verwijzen naar de RJ-bepalingen, heeft de Ondernemingskamer bevestigd dat deze inderdaad van betekenis zijn.

In de uitspraak van 10 februari 2006 in de door SOBI aangespannen procedure over de jaarrekening van KPN, oordeelt ook de Hoge Raad dat de RJ-richtlijnen van belang zijn bij de vaststelling van wat in het maatschappelijk verkeer als ‘aanvaardbare normen’ moet worden beschouwd. Toepassing van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving is volgens het hoogste rechtscollege een belangrijke aanwijzing dat de jaarrekening het door de wet ‘vereiste inzicht’ geeft.

Goede gronden

De conclusie kan dan ook alleen maar zijn dat van de (stellige) uitspraken in de richtlijnen uitsluitend mag worden afgeweken als daarvoor goede, deugdelijk gemotiveerde gronden bestaan.

Daarvan kan in het algemeen worden gesproken als:

  • de richtlijnen een toegestane wettelijke optie beperken;
  • afwijking van de richtlijnen een beter inzicht oplevert;
  • de onderneming (vooralsnog) praktisch niet in staat is om aan de richtlijnen te voldoen.

Bij ongegronde of niet gemotiveerde afwijkingen van de stellige uitspraken, moet de accountant beoordelen welke invloed deze afwijkingen hebben op het inzicht dat de jaarrekening dient te verschaffen. Als gebruikers van de jaarrekening opzettelijk worden misleid, zou zelfs sprake zijn van fraude in de financiële verslaggeving.

Weigering RJ 271

Hoe moet de accountant omgaan met de weigering van een cliënt om zijn door de toegezegdpensioenregeling aangegane risico's en verplichtingen tot uitdrukking te brengen in de balans en de toelichting bij de jaarrekening? Die vraag rijst momenteel in de praktijk regelmatig.

Veel ondernemingen boekten in het verleden uitsluitend de aan een pensioenfonds of verzekeraar betaalde bedragen als last in hun winsten-verliesrekening. Onder RJ 271 gelden deze pensioenregelingen bij veel ondernemingen echter als toegezegdpensioenregeling (defined benefit, zie kader). Dit betekent dat ze nu op de balans een verplichting of actiefpost moeten opnemen voor onder meer de contante waarde van de pensioenaanspraken. Voor het berekenen daarvan is een opgave van het pensioenfonds of de verzekeraar nodig.

Vier situaties

Veel ondernemers zijn niet blij met de negatieve invloed die deze nieuwe wijze van boeken op hun cijfers heeft en willen daarom niet voldoen aan RJ 271. Hoe moet de accountant op zo'n weigering reageren?

In een op 9 februari 2006 gepubliceerde notitie onderscheidt het NIVRA vier situaties met bijbehorende gevolgen, afhankelijk van de vraag of de benodigde basisgegevens beschikbaar zijn en de bevindingen van de accountant ter zake.

Basisgegevens zijn beschikbaar maar worden niet gebruikt of ter beschikking gesteld.

De ondernemingsleiding heeft de basisgegevens van de verzekeringsmaatschappij gekregen, maar voert zelf geen berekeningen uit en stelt de gegevens ook niet ter beschikking aan de accountant. De accountant moet dan concluderen dat sprake is van een subjectieve verhindering, en de controleopdracht teruggeven.

Basisgegevens zijn beschikbaar en berekeningen worden uitgevoerd, maar onderneming wil RJ 271 niet volgen.

Indien er sprake is van niet-materiële afwijkingen tussen de uitkomsten van de gehanteerde toegezegdebijdrageregeling en van de te hanteren toegezegdpensioenregeling, dan moet de accountant een goedkeurende verklaring afgeven met (eventueel) een onverplicht toelichtende paragraaf.

Als wel materiële afwijkingen tussen beide regelingen worden vastgesteld, is er sprake van een bedenking tegen de jaarrekening en moet de accountant, afhankelijk van de materialiteit, een verklaring met beperking of afkeurende verklaring verstrekken.

Basisgegevens zijn niet beschikbaar, maar onderneming geeft een toereikende toelichting.

Als de accountant de toelichting over de redenen van het niet beschikbaar zijn van de gegevens als voldoende beoordeelt, dan geeft hij een goedkeurende verklaring af met eventueel een onverplicht toelichtende paragraaf. Als de benodigde informatie in het eerstvolgende verslagjaar evenmin beschikbaar is, doordat de onderneming niet of onvoldoende meewerkt, dan is er sprake van een subjectieve verhindering.

Basisgegevens zijn niet beschikbaar en daarvoor wordt geen toereikende toelichting gegeven.

Bij een ontoereikende toelichting zal een afkeurende verklaring moeten worden verstrekt.

Met deze vier mogelijkheden moeten accountants in de praktijk uit de voeten kunnen. De NIVRA-notitie is te vinden op www.nivra.nl, thema externe verslaggeving.

Noot
Cardi van Capelle is researchmedewerker bij het NIVRA.

Vrijstelling

Voor kleine ondernemingen die hun pensioenregeling niet hebben ondergebracht bij een ondernemingspensioenfonds, en voor ondernemingen die bij een bedrijfstakpensioenfonds zijn aangesloten, gelden vrijstellingen en versoepelingen. Zij mogen de toegezegdpensioenregeling verwerken als een toegezegdebijdrageregeling en kunnen ermee volstaan alleen de over het boekjaar verschuldigde pensioenpremie als last in de winst-en-verliesrekening tot uitdrukking te brengen.

Toegezegdpensioenregeling volgens RJ 271

Onder RJ 271 geldt een afgesproken pensioenregeling in de volgende omstandigheden als toegezegdpensioenregeling (defined benefit):

  • De rechtspersoon garandeert direct of indirect een bepaald rendement op de premies.
  • De door de rechtspersoon bestendig gevolgde gedragslijn leidt tot een verplichting die verder gaat dan het voldoen van premies.
  • De op grond van de regeling te verwerven aanspraken zijn niet uitsluitend gerelateerd aan de betaalde premies en het daarop behaalde rendement.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.