Magazine

Bonusfestival

Ik had me voorgenomen er nooit meer over te schrijven, maar het moet. VNO-NCW is namelijk bezorgd. Bezorgd over het feit dat de wereldvreemde provincialen in dit bekrompen land - ministers, aandeelhouders, financiële pers, politici, pensioenfondsbestuurders, corporate governancedeskundigen - ageren tegen het jaarlijkse beloningsfeest der topmanagers.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 9, 2004

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Het alibi voor de rituele zelftraktaties - dit keer vooral in de vorm van bonussen - is overbekend: de ‘internationale arbeidsmarkt’. Alleen met ‘marktconforme’ verhogingen zouden deze onvoorstelbaar getalenteerde topwerknemers nog voor Nederland zijn te behouden. Bovendien, zo wordt ons verontrust voorgehouden, verdienen sommigen nu minder dan enkele van hun lager geplaatsten.

Tja. Een voetbaltrainer verdient ook minder dan zijn topspelers. Maar zo werkt het blijkbaar niet, bij onze opperwerknemers. De terminologie is overigens ververst: de inkomens moeten ‘ingroeien’. Net als teennagels, maar dan zonder pijn.

Minister Aart Jan de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarschuwde VNO-NCW-voorzitter Jacques Schraven per brief dat ‘bestuurders van topondernemingen zo het gezag dreigen te verspelen om deel te nemen aan het publieke debat over het economisch herstel’. Een open deur, zou je zeggen. Maar Schraven c.s. reageren verbijsterd. In huisorgaan Forum waarschuwen ze dat deze ‘ontsporende’ discussie kan leiden tot ‘een verwijdering van het internationale bedrijfsleven uit Nederland’.

Doorgaans kun je dit soort Pavloviaanse onzin het beste negeren. Maar omdat hier hogere belangen in het geding zijn - het vertrouwen in ons economische systeem - toch nog één poging tot ontnuchtering. Dreigen onze ondernemingsbestuurders inderdaad hun gezag te verspelen, zoals De Geus zegt? Het antwoord is natuurlijk ‘ja’. Topmanagers die:

  • bijkans trillend van sociaal engagement gewag maken van hun enthousiasme voor maatschappelijk verantwoord ondernemen,
  • luidkeels roepen dat ze voor een ethische en integere bedrijfscultuur zelf het goede voorbeeld moeten geven,
  • kletsen over ondernemerschap en risico nemen, maar zelf nog nooit zelfstandig zijn geweest en hun eigen arbeidsvoorwaarden geheel aftimmeren,
  • babbelen over betrokkenheid en ‘bezieling’ en aan sollicitanten vragen wat ze ‘zo aantrekt in dit bedrijf’, maar zelf voor een extra bonus spoorslags naar elders dreigen te vertrekken,
  • fraaie volzinnen produceren over corporate governance maar kritische vragen over hun voortdurende beloningsorgie zeldzaam arrogant pareren,
  • pleiten voor het ‘economisch noodzakelijke’ aanhalen van de broekriem door alle Nederlanders,
  • maar zich zelf uitsluitend wensen te spiegelen aan collega’s die nog veel ernstiger worden overbetaald,

inderdaad, die topmanagers - en hun zwijgende vertegenwoordigers - diskwalificeren zich volstrekt als geloofwaardige gesprekspartner. Voor wat dan ook.

En dan het arrogante cliché alsof dit typisch Nederlands kleinburgerlijk gezeur zou zijn. Pigs, pay and power, luidde een jaar geleden een artikel in het Britse The Economist. Ondertitel: At the heart of capitalism’s troubles lies executive pay. Jazeker, het ‘rechtse’ The Economist, dé spreekbuis voor aanhangers van de vrijemarkteconomie. Maar het had ook een Amerikaans kwaliteitsblad kunnen zijn. Want daar hebben ze het verband tussen vertrouwen, geloofwaardigheid en ondernemingsgewijze productie wél begrepen. Graaiende topwerknemers passen daar niet bij. Je kunt het dan wel ‘marktconform belonen’ noemen, maar het blijft gewoon slecht en kortzichtig besturen.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.