Tuchtrecht

Onderhandelaar kan voorstel doen zonder deugdelijke grondslag

Een accountant-administratieconsulent, die een partijbelang vertegenwoordigt, moet objectief zijn, maar heeft geen deugdelijke grondslag nodig voor een onderhandelingsinzet.

Accountantskamer

Zaaknummers:
19/1024 Wtra AK
Datum uitspraak:
22 november 2019
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:78

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Twee vennoten van een vennootschap onder firma besluiten dat één firmant zal uittreden en dat zij de vennootschap zullen ontbinden. De ander zal het bedrijf voortzetten. De vertrekkende firmant vraagt aan een accountant-administratieconsulent om haar te adviseren bij de afwikkeling. Volgens afspraak zal de vennootschap de facturen van de accountant betalen.

De adviseur van de doorgaande firmant berekent het eigen vermogen van deze firmant, maakt een winstprognose en bepaalt het gemiddeld jaarresultaat per vennoot. Hij stelt voor dat de voortzetster de uittreedster zal uitkopen voor 7526 euro, onder de voorwaarden dat de uittreedster:

  • de uittredingsovereenkomst tekent;
  • zich uitschrijft bij de Kamer van Koophandel;
  • de kosten van de auto voor haar rekening neemt;
  • het telefoonabonnement op haar naam zet;
  • de sleutels van het pand, de bankpas van de firma en de tankpas van de auto inlevert.

In december 2018 doet de accountant namens de uittreedster een tegenvoorstel aan de adviseur, dat er op neer komt dat de doorgaande firmant 75.000 euro betaalt aan de uittreedster onder aftrek van de autokosten voor november/december 2018. Als de doorgaande firmante zich hierin niet kan vinden, overleggen de partijen verder.

De doorgaande firmante beroept zich op de vof-overeenkomst, waarin staat: “Indien beide deskundigen na wederzijdse begroting niet tot overeenstemming kunnen geraken, zullen zij gezamenlijk een derde deskundige benoemen om bedoelde waardering in hoogste ressort te verrichten”. De doorgaande firmante stelt daarom voor een andere accountant-administratieconsulent een bindend voorstel te laten doen. De uittreedster gaat daarmee akkoord.

De accountant van de uittreedster laat de andere firmante weten dat de uittreedster geen extra kosten meer wil maken. Hij zegt te begrijpen dat 75.000 euro aan de hoge kant was en stelt voor dit te verlagen tot 40.000 euro, onder verrekening van de autokosten. Dit aanbod geldt zes dagen. Als de wederpartij het niet accepteert, moet de tweede accountant-administratieconsulent aan de slag. De doorgaande firmante zegt dat dit bod aanvaarden niet meer aan de orde is, omdat zij de tweede AA heeft opgedragen een bindend voorstel te doen.

In een tussentijds rapport concludeert de tweede AA dat er geen sprake is van goodwill en dat de uittreedster een negatief eigen vermogen heeft. Een definitief eindoordeel geeft hij nog niet, omdat hij nog niet alles weet. Hij stelt verder overleg voor.

De accountant van de uittreedster zegt dat de conclusie van de AA niet acceptabel is en stelt voor de uittreedster tegen finale kwijting uit te kopen voor 15.000 euro inclusief de overdracht van de auto. De firma zal alle kosten van na 1 november 2018 dragen. Mocht de andere firmante daarmee niet instemmen, is arbitrage een optie.

In maart leveren de doorgaande firmante en haar adviseur commentaar op de rapportage van de tweede AA. De uittreedster besluit haar opdracht aan de eerste accountant stop te zetten; hij is niet meer betrokken bij de afwikkeling van de uittreding per 31 oktober 2018.

De doorgaande firmante dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

  • namens de wederpartij voorstellen gedaan die niet waren gebaseerd op onderzoek;
  • zich vooringenomen opgesteld;
  • zich tijdens de onderhandelingen niet als een redelijk handelend accountant opgesteld, wat heeft geleid tot hoge kosten.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

Volgens de Accountantskamer heeft de uittreedster de accountant gevraagd haar te adviseren over de uittreding en de waarde van het bedrijf. Op basis daarvan zou de uittreedster onderhandelen met de andere vennoot. De accountant diende dan ook een partijbelang.

Volgens vaste rechtspraak mag een accountant gegevens verzamelen om een partijstandpunt te onderbouwen en het belang van die partij te dienen. Hij moet zich daarbij wel houden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit en zich niet ongepast laten beïnvloeden door bijvoorbeeld een vooroordeel of belangenverstrengeling. Om bedreigingen van de objectiviteit tegen te gaan, moet ook een partij-accountant voldoende maatregelen treffen.

Dat kan bijvoorbeeld door de andere partij duidelijk te maken dat hij optreedt voor de ene partij en door te verifiëren dat de andere partij (ook) wordt bijgestaan door een deskundige. De accountant heeft er vanaf het begin geen misverstand over laten bestaan dat hij optrad voor de uittreedster en alleen haar belangen behartigde. Mocht de klaagster al hebben gedacht dat hij werkte voor de vennootschap dan kan dat de accountant niet worden aangewreven.

De essentie van zijn opdracht was niet de vof adviseren en/of een rapport uitbrengen, maar namens zijn cliënt onderhandelingen voeren. Een (schriftelijk) rapport van een accountant moet berusten op een deugdelijke grondslag, zeker als dat gebruikt moet worden in een gerechtelijke procedure. Maar deze maatstaf geldt niet als je onderhandelt voor een cliënt. Uiteraard zijn de fundamentele beginselen uit de VGBA dan wel van toepassing. In dit geval gaat het dan met name om het objectiviteits- en het vakbekwaamheids- en zorgvuldigheidsbeginsel.

De accountant heeft de voorgestelde 75.000 euro onderbouwd met een berekening. Daarbij heeft hij aangegeven dat hij

  • niet alles exact heeft berekend;
  • een aantal schattingen en aannames heeft gedaan;
  • daarop mogelijk moest terug komen.

Bij de berekening is hij uitgegaan van gegevens van de andere firmante, onder meer voor wat betreft de marge. De voorraad heeft hij niet getaxeerd, maar gewaardeerd in overleg met zijn cliënte. De voorgestelde 75.000 euro vond hij een “stevige” reactie op het veel te lage bedrag van 7526 euro dat de doorgaande firmante voorstelde en dat zijn cliënte veel te laag vond.

De Accountantskamer ziet de voorstellen van de accountant als onderdeel van het onderhandelingstraject, waarbij hij probeerde een zo gunstig mogelijk eindresultaat te behalen voor de uittreedster. Dat de berekening voor discussie vatbaar was, heeft hij uitdrukkelijk gezegd. Later heeft hij zijn voorstellen bijgesteld. Volgens de Accountantskamer is niet aannemelijk gemaakt dat de accountant zich vooringenomen heeft opgesteld of heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Dat de accountant heeft aangestuurd op taxaties is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Uit de akte van de vof blijkt immers dat in geval van uittreding van een vennoot een tweede balans moet worden opgemaakt waarop de activa en passiva staan tegen hun werkelijke waarde, die wordt vastgesteld met een taxatie. Aandringen op een taxatie is dus geen buitensporige eis.
Datzelfde geldt voor de opmerking van de accountant dat hij en zijn cliënte arbitrage overwegen. Ook deze optie is overeengekomen in de akte van de vof.

Dat de accountant bij de onderhandelingen geen rekening heeft gehouden met de familieverhoudingen, dreigende taal heeft geuit en valse verwachtingen heeft gewekt bij zijn cliënt is niet aannemelijk gemaakt. De Accountantskamer kan zich voorstellen dat de klaagster dacht dat de accountant zou optreden voor de vof en daarom verrast was door zijn stevige manier van onderhandelen. Maar dat betekent nog niet dat hij in strijd heeft gehandeld met een fundamenteel beginsel.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

In geval van ruziënde echtgenoten of aandeelhouders glijdt de accountant nogal eens uit over een gebrek aan objectiviteit of over onvoldoende gefundeerde standpunten. Daarbij wordt dan uit het oog verloren dat de accountant optreedt voor de onderneming en dus van álle aandeelhouders. Of dat zijn berekening wordt gebruikt in een echtscheidings- of andere gerechtelijke procedure. In dit geval treedt de accountant nadrukkelijk op voor één van de vennoten van een firma, maar is zijn berekening van de uitkoopwaarde niet bedoeld voor een gerechtelijke procedure.

Die berekening hoeft dan geen deugdelijke grondslag te hebben en mag in het kader van onderhandelingen aan de hoge kant zijn en gebaseerd op schattingen en aannames. De accountant die een partijbelang vertegenwoordigt moet zich echter wel houden aan de fundamentele beginselen en dus bijvoorbeeld objectief zijn. Hij mag zich dus niet laten leiden door bijvoorbeeld een vooroordeel of belangenverstrengeling.

Om zijn objectiviteit te waarborgen, moet hij duidelijk maken dat hij optreedt voor één partij en verifiëren dat de andere partij(en) (ook) deskundige bijstand heeft/hebben. De accountant in kwestie heeft dat voldoende gedaan. Verder mocht hij als partijaccountant stevig de onderhandelingen ingaan namens zijn cliënt.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.