Ondernemingsrecht

Turboliquidatie: haastige spoed is soms goed

Faillissement hoeft niet altijd te worden aangevraagd als een te liquideren vennootschap schulden heeft. Soms heeft 'turboliquidatie' de voorkeur. Die heeft weliswaar bij velen de slechte naam van een middeltje om van aansprakelijkheden af te komen, maar dat is niet terecht.

Joop Werner

De wet bepaalt dat als een bv wordt ontbonden, zij moet worden vereffend. De bv blijft voortbestaan zolang dat nodig is voor de vereffening. Als de vereffenaar constateert dat er méér schulden dan baten zijn, dan moet hij het faillissement aanvragen. De vereffening wordt dan verder door de curator gedaan. Als de vereffening is geëindigd, dan houdt de bv op te bestaan. Zij kan dan worden uitgeschreven uit het handelsregister.

'Heeft de bv geen baten, dan hoeft ook niet te worden vereffend.'

Heeft de bv geen baten, dan hoeft ook niet te worden vereffend. Dat is logisch: er is dan immers niets te verdelen. De vennootschap houdt dan op het moment van ontbinding direct op te bestaan en kan direct daarna worden uitgeschreven. Dit wordt 'turboliquidatie' genoemd.

Juist omdat er zonder baten niets te verdelen valt, is de algemene lijn in de rechtspraak inmiddels dat als er geen baten meer zijn, dús ook niet het faillissement hoeft te worden aangevraagd. Ook de curator zal dan immers niets kunnen verdelen. Sterker nog, er zijn al meerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat het aanvragen van faillissement terwijl er geen baten meer zijn, misbruik van recht oplevert (en dus onrechtmatig is). Wordt een bv zonder baten toch failliet verklaard, dan kan dat faillissement in verzet of hoger beroep teniet worden gedaan.

Open overleg

De rechtbank Rotterdam heeft in meerdere uitspraken zelfs het standpunt ingenomen dat als de mogelijkheid van turboliquidatie bestaat en toch wordt overgegaan tot indiening van een eigen aangifte van faillissement, van bestuurders  mag worden verwacht dat zij aannemelijk maken dat het belang van een eigen aangifte groter is dan (of tenminste gelijk is aan) het belang van de te benoemen curator, die niet wil worden geconfronteerd met onverhaalbare kosten. In een zaak met een banksaldo van minder dan 350 euro en maar twee schuldeisers, oordeelde de rechtbank Rotterdam eerder dit jaar bijvoorbeeld dat het bestuur het open overleg met die schuldeisers had moeten zoeken om tot buitengerechtelijke (turbo)liquidatie te komen, in plaats van het faillissement aan te vragen. De rechtbank vernietigde daarom het faillissement.

'De wet vraagt niet hoe groot de baten zijn, alleen of ze er zijn.'

Verspillen

Het is op zijn minst de vraag of de rechtbank Rotterdam niet een te strenge eis stelt aan faillietverklaring. De wet vraagt niet hoe groot de baten zijn, alleen of ze er zijn. De vraag die de rechtbank aan bestuurders stelt, is echter alleszins terecht: als er een goedkope en makkelijke manier is om zonder faillissement tot vereffening te komen, waarom zou je dan tijd en kosten verspillen aan een procedure?

'Bestuurders die denken met turboliquidatie van aansprakelijkheden af te komen, kunnen daaraan geen zekerheid ontlenen.'

Bestuurders die denken met turboliquidatie van aansprakelijkheden af te komen, kunnen daaraan geen zekerheid ontlenen. Als na de ontbinding blijkt dat er nog wel baten waren – en dat kan volgens de rechtspraak ook een vordering zijn op grond van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur – dan kan iedere schuldeiser alsnog heropening van de vereffening of faillietverklaring vragen.

Joop Werner is advocaat/partner ondernemingsrecht bij Schaap Advocaten Notarissen in Rotterdam.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.